KWARTIERSTAAT
BOTH-WILHELM
Generatie XXII

»»Brugge
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
2194944.
Henrick (Heinman) van AMERSOIJEN, geb. ca. 1305, heemr., verkreeg bezittingen te Waalwijk en Besoyen door aankoop van de kinderen van Everard di Wilde (zie bij de volgende generatie), tr.
2194945.
Wijts van BERSE.
- Zij is waarsch. dezelfde als Margriet Noude Waghebaers.
|
2228224.
Jan van HILTEN de oude, geb. Brugge ca. 1300, scepper, verm. stadsreken. van Gent, ook van de weeskamer en het St. Lucasgilde van Brugge, overl. aldr. vóór 1360.
3645700.
Philips III van DU(I)VENVOORDE alias van POLANEN, ridder, baljuw Kennemerland (1291), heer van Duivenvoorde, heer van Polanen bij Monster in het Westland na belening door graaf Floris V van Holland (6-11-1295), trok in 1298 namens graaf Jan I van Holland naar Frankrijk om een verbond met koning Philips IV te sluiten, scheidsrechter in een geschil over de Tieselijnswaarde (5-11-1303), door graaf Jan II begiftigd met 100 pond "tot betering van zijn leen" (10-3-1304), overl. 3-1304/6-12-1305, tr. 1e Elisabeth van Vianen, in 1307 verm. als van Polanen, tr. 2e N.N..
- Zie voor dit kwartier en de vervolgkwartieren o.a. N.L. 1975, kol. 82-115, 125-136 en O.V. 1983, pag. 97-134.
|

Ruìne van kasteel Polanen bij Monster
3645704.
Johan I van SALM, graaf van Salm (1293-1326), tr. ca. 1290
3645705.
Jeanne (Johanna) de JOINVILLE, verm. 1294-1297, erfgen. van Neuviller.
- Salm is graafschap in de Ardennen; de graven stammen uit het geslacht Luxemburg.
- De kwartieren 3645704/07 en de vervolgkwartieren vnl. samengesteld uit Detlev Schwennicke "Europäische Stammtafeln", Neue Folge (Stargardt, Marburg), diverse delen.
|
«« Strijdende ridders 1
3645706.
Simon von SAARBRÜCKEN (Simon van BROYES-COMMERCY), graaf van Saarbrùcken, overl. 1336, tr. Vienne 22-5-1309/21-6-1309
3645707.
Margaretha van SAVOYE-VAUD, overl. 7-4-1313, begr. Wadgassen; zij was voordien gehuwd met Johan van Chalon, overl. 1308, heer van Vignory, zn. van Etienne en Johanna van Vignory.
- Haar broer Lodewijk II volgde zijn vader op als baron de Savoye-Vaud; diens dochter Katharine verkocht met haar man, graaf Willem I de Rijke van Namen, de Waadtlandse bezittingen in 1359 aan graaf Amadeus VI van Savoye.
|
3845376.
N.N. van CRANENDONCK, geb. ca. 1300, tr.
3845377.
N.N. Roelofs van EMMICHOVEN.
3872000.
Beije Rutghers, pacht 8 lijn land te Poortugaal (1378-1379 en 1381-1398), pachter bieraccijns aldr. (1379) en in hetzelfde jaar pachter van 6 gem. land samen met Heyn Bet en Arnt Dircxs; in 1383 en 1384 pacht hij samen met Jan Dericxz de bij Pernis gelegen buitenlanden Oostbroeck tegen 33½ pond Hollands en Backersoord tegen 17 pond 10 schell.; pacht 2½ gem. 7½ r. land te Poortugaal tegen 50 schell. Hollands (1385) en in 1394 6 gem. min 50 r. land te Spijkenisse tegen 6 ponds Hollands; krijgt een schair op de Oord van het ten oosten van Pernis gelegen 's-Gravenambacht van de Heer van Putten (23/28-3-1393) en in 1399 is hij te Spijkenisse borg voor Willem Wissensz die tegen 20 ponds Hollands een deel van de bieraccijns aldaar heeft gepacht; verm. als eigenaar van land te Oedenvliet (Hoogvliet) 8-7-1400, overl. vóór 1408, tr.
3872001.
N.N., overl. vóór 1408.
4115466.
Arnde van WEIJBORCH, overl. 1347.
- Het geslacht Weijborch was grootgrondbezitter in het noorden van West-Brabant, met name in Sleeuwijk. Er is sprake van een "Hofstad tot Weyborg", groot 2 mergen land in Sleeuwijk, ook wel van "Cleyn Weijburg", "het gesaet van Weijburg, Huys ende hofstad end boomgaard mit sijn toebehoren met zeven mergen land gelegen besijden die woninge in de ambagte van Sleeuwijc" (Repertoria op de leenregisters van Altena, no. 237, A.R.A.)
- Het is waarschijnlijk dat deze familie oorspronkelijk in het oude graafschap Strijen was gevestigd (het westelijk gedeelte van Noord- Brabant tot bij de Merwede in het noorden en een gedeelte van de hedendaagse Belgische provincie Vlaanderen); in dit graafschap voerde een mogelijk verwante familie van Weijburgh in Vlaanderen volgens het Armorial General als wapen 3 schuinkruisjes evenals het adelijke geslacht van Strijen; in de Heraldieke Bibliotheek (1873, blz. 18) vinden wij dan ook vermeld, dat de familie Weijburg met 3 blauwe schuinkruisjes in gouden veld als wapen stamt uit het geslacht van Strijen (Wapenaantekeningen medegedeeld door de heer R.T. Muschart in brief no. 1103 van 16 april 1950).
|

»»Strijdende ridders 2
4123664 = 4115466
4123672.
Roelof Matthijs van EMMICHOVEN, geb. ca. 1315, overl. vóór 1376, tr.
4123673.
Hille N.N.
- Beleend met een huis en hofstad in Emmikhoven (20-7-1339 en opnieuw in 1355); (..) beleend met 5 m.
in Emmikhoverbroek en 1½ m. in de Meijnhoeve zoals Jan van Wisschel en te komen op zijn dr. Aleijd.
|
4123674.
bast. Willem van OOSTERHOUT, verm. 18-7-1353, ridder 1357, bewoont de burcht "Huis ten Strijen" nabij Oosterhout (1353-1402), geërfd van zijn vader, overl. kort vóór 1403, tr.
4123675.
Heijlwich van WASSENAAR.
«« Gravure uit 1636 van de ruines van het Huis ten Strijen
4130304.
Heer Jan van ENDHOVEN, gegoed te Oerle, verm. Latijnsboek en leen- en cijnsboek van Brabant (ca. 1340), schepen Den Bosch (1349), overl. ca. 1380, tr.
4130305.
waarsch. Sophia.
4130306.
Michiel van GHEETE, heer van Yeckscot.
4130336.
Willem Willems van STAKENBORGH, ridder, heer van Stakenborgh en Someren (begin 1300), overl. vóór 1311, tr.
4130337.
Margaretha, vrouwe van de heerlijkheid Boischot onder Hilvarenbeek.
- Boiscot was een kleine grondheerlijkheid met allodiale goederen zonder rechtspraak.
|
4130338.
Hendrik HAENGREVE, ridder, verm. 1226, 1228 en 1241, kreeg toestemming van de hertog om zijn hertogelijke leengoederen onder Meerhout te schenken aan het klooster te Maagdendael bij Oudenaerde (1226).
- "miles de Suomerin"; ook Hendrik Kirse "miles de Sumrin".
- De Cisterciënzerabdij Maagdendale werd gesticht in Vloesberg in de 12 eeuw en overgebracht naar Pamele (Oudenaarde) in 1233. Het werd al gauw een van de meest vooraanstaande abdijen van Vlaanderen.
|

»»Abdijkerk van Maagdendale; let op de witbeschilderde muren en daken die typisch zijn voor de Cisterciënzers.
4136514.
waarsch. Pieter SCHAERT, schepen Dordrecht (1397), houtkoper aldr. (1399), raad aldr. (1403?), tr.
4136515.
Maria Cornelis BOOT.
4136536.
Jan van SLINGELAND heren Janszoon van den TYMPEL, geb. ca. 1340, houthandelaar, raad van Dordrecht (1385), schepen aldr. (1386/87, 1395/96 en 1397-1399), burgemr. aldr. (1391, 1393, 1395, 1399), begijnmr. aldr. (1398), overl. 1401/05, tr. 2e Kathelina (Dircks), overl. vóór 12-9-1425, waarsch. dr. van Dirc Hoddemont, tr. 1e vóór ca. 1365
4136537.
Catharina N.N.
«« De Monnik en de Begijn (Cornelis Cornelisz. van Haarlem, 1591)
4136538.
Sarijs Reinouts ONDERWATER, geb. ca. 1335.
4136540.
Hendrick Jans van NAERSSEN, raad van Dordrecht (1389, 1394), schepen aldr. (1381, 1390, 1393-1394), burgemr. (1377), tresoriër (1391-1394), gasthuismr. (1389), overl. aldr. 7-6-1401, tr.
4136541.
Heijlwig Lambrechts van WAES, overl. 28-3-1383.
4136542.
Gijsbrecht Vrancken (van DIEMEN), schepen Dordrecht, tr.
4136543.
Treynen N.N.
Generatie XXIII
4389888.
Gerrit van AMMERZOIJEN, geb. ca. 1280, bezat in 1312 - als Brabants leengoed - een groot aantal bezittingen (waaronder 10 hofsteden) te Aelst bij Heusden, die hij geërfd had van "zijn verwant" Jan van Aelst, tr.
4389889.
waarsch. dr. van Everart die WILDE.
«« Heusden uit de atlas van Blaeu (1649)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
4456448.
Willen van HILTEN, geb. omg. Brugge ca. 1270, buitenpoorter Brugge (1292), overl. aldr. ca. 1320.
5115466.
Aernde van WEYBORCH, overl. 1347.
- Nageslacht wordt beleend met een gesaat in Sleeuwijk met timmering daarop en 2 m. strekkende vanaf de Merwededijk tot de wetering beidezijds voor Aghiin van Weijborch (1369-1387).
|
7291400.
Jan van WASSENAAR alias van DUIVENVOORDE, ridder, verm. als broer van Arend I, heer van Duivenvoorde (22-11-1248), kocht Polanen, Monster, Terheijde, Poeldijk en half Loosduinen, overl. vóór 1295.
- Sommige genealogen laten hem trouwen met Ghisekijn Uterlyere, dr. van Ghisekijn (leenman Wassenaar, verm. 1226 en 1233).
|

»» Kaartje van Salm uit 1751
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
7291408.
Hendrik IV van SALM, verm. 1242, stichter van de tak Bovensalm in de Vogezen, graaf van Salm (1245), graaf van Blieskastel (1275/84), heer van Viviers etc., overl. 8-1-1292, tr.
7291409.
Laurette van BLIESKASTEL, erfgen. van Hunolstein, Bernkastel en Püttlingen, overl. sept. 1269, wed. van N.N. von Rappoldstein.
«« Blieskastel anno 1779
7291410.
Godfried van JOINVILLE, heer van Vaucouleurs (1241), Lord of Meath (Ierland, 1252), rechter van Ierland (1273), scheidsrechter (2-11-1291), overl. 8-1-1292, tr. vóór 8-8-1252
7291411.
Mathilde de LACY, vrouwe van Corwedaele, Ludlow en Meath, overl. apr. 1303, wed. van Pieter van Genève.
7291412.
Johan I van SAARBRÙCKEN, verm. 1291, graaf van Saarbrücken (1307), overl. 23-1-1341/42, tr. 2e 1329 Marguerite de Grancey, overl. na 1340, tr. 1e vóór 9-8-1309
7291413.
Mahaut (Mathilde) d' ASPREMONT, verm. 1285, overl. 1329.
- Heer van Commercy en Saarbrücken; fungeert tijdens de laatste levensjaren van zijn dan hoogbejaarde vader als regent over diens landen en sluit dan met enkele naburige vorsten een verdrag ter regeling van het geleiderecht voor kooplieden (speciaal voor die van Regensburg) door hun gebieden (1303); volgt zijn vader op als heer van Commercy en graaf van Saarbrücken (1307); maakt deel uit van het gezantschap dat de verkiezing (27 nov 1308) van graaf Hendrik van Luxemburg tot Duits koning (Hendrik VII) aan paus Clemens V in Avignon gaat melden; neemt deel aan de Romzug van Hendrik VII (1312-1313), maar wordt na diens plotselinge dood in de voortdurende strijd tussen Guelfen en Ghibellijnen gevangen genomen in de buurt van Legnano (waarna het te betalen losgeld o.a. door een bijdrage van de Franse koning bijeenkomt); neemt deel aan de veldtocht van de Franse koning Philips V tegen de Vlamingen (1318) en verkrijgt van hem een deel van Commercy tot onversterfelijk leen (13-10-1318) alsmede een jaarlijkse rente van 200 pond; verleent stadsrecht aan de inwoners van Saarbrücken en het tegenoverliggende Sankt Johann (maart 1321); verkoopt aan aartsbisschop Balduin van Trier de burcht Sankt Wendel (17 mrt), maar verkrijgt van deze het recht op de naburige Spiemont een nieuwe burcht te bouwen en wordt beleend met diverse voogdijen (18-3-1328); wordt door koning Johan van Bohemen als gezant naar paus Johannes XXII in Avignon gezonden die hem hoog waardeert en hem en zijn gemalin Mathilde het recht van een draagaltaar toekent (1328); hertrouwt wanneer hij in 1329 weduwnaar is geworden met Marguerite de Grancey; staat ook in later jaren aartsbisschop Balduin herhaaldelijk bij, o.a. als commandant van de troepen die de burcht Blieskastel moeten veroveren (1339); vergezelt koning Johan van Bohemen naar Karinthië en Tirol (1330) en (vermoedelijk) ook tijdens diens optreden tegen Parma, Reggio, Modena etc. waarna hij andermaal als diens gezant in Avignon verschijnt (28-3-1331).
|
7291414.
Lodewijk I van SAVOYE-VAUD, baron van Vaud (Waadtland) 1286, heer van Moudon, van Romont, van Rue de Contrey, van Saillon, van Nyon, van Aubon etc., overl. na 10-01-1302; tr. 1e Adeline van Lotharingen, overl. voor 1278, trouwt 3e 1301 Isabella d'Aulnay, overl. 1341, tr. 2e
7291415.
Jeanne van MONTFORT, overl. 19-1-1278, wed. van Guy VI d'Albon, graaf van Forez, met wie zij geh. was jan. 1268.
- Hij was broer van graaf Amadeus V "de Grote", onder wiens bescherming zich Bern in 1291 stelde, nadat Rudolf I van Habsburg gestorven was; hij begon in 1286 met de bouw van het kasteel Morges, gericht tegen de machtsuitbreiding van de Lausanner bisschoppen.
|

Lodewijk I van Savoye-Vaud, baron van Vaud, begon in 1286 met de bouw van kasteel Morges; dit imposante kasteel aan het meer van Genève is een getuige van de tijd dat de Savoyers in West-Zwitserland regeerden; deze periode eindigde bij de verovering door Bern in 1536 (Anonyme gravure)
7690754.
Roelof van EMMICHOVEN, geb. ca. 1260, verm. vanaf 10-2-1300 (Nav. 1856, pag. 378), overl. na 1325.
7744000.
Rutgheer Diddericxs, verm. 1337-1357, neemt samen met Jacob Jan van Moerdrecht, Scildman Pietersz en Hughe Buest Maenkensz van de heer van Putten een gors tussen Hoogvliet en Pernis ter bedijking aan (19-6-1357), later de polder Rughezand (Roozand) in Pernis.
8247344.
Matthijs Roelofs van EMMICHOVEN, geb. ca. 1290, beleend met een huis en hofstad in Meeuwen (1318).
8247348 = 1822850
8247349.
Trude Boudijns van der POELE, stammend uit een familie in Geertruidenberg (Tax. 1942 en Arch. Nass. Domein, reg. 479, inv. nr. 366).
8260608.
Heer Johannes van ENDHOVEN, ridder, verm. Latijnsboek van Brabant, schepen Den Bosch (1319).
«« Kaart Den Bosch (Willem en Johannes Blaeu, 1652))
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
8260610.
Wouter van GENNIPE alias van SONDERWIJCK.
8260672.
Willem de ROVERE van STAKENBORGH, heer van Lierop, tr. ca. 1235
8260673.
(Beatrix) van DIEST (ZELEM). Zij tr. 1e Willem van Kuijc, zn. van Albert, ridder, heer van Cuijk etc. en N.N. van Merheim (Merum).
8260674.
Matthias, heer van BOISCHOT.
8260676.
Dirck HAENGREVE, ridder.
8273030.
Cornelis Aerts BOOT, van Barendrecht, knape, schepen Dordrecht (1380), burgemr. aldr. (1396/97, 1408), tr.
8273031.
Beatrix van. RATINGEN.

»» Oude kaart van Dordrecht
8273072.
Jan van den TYMPEL Jans, geb. ca. 1310, hoofdman bij de heervaart op Zeeland (1351), deken van de kapel en het gasthuis der Kruijsbroederen (1359) te Dordrecht, schepen aldr. (1377), overl. na 1385, tr.
8273073.
Elisabeth van SLINGELAND, geb. ca. 1310.
8273078
Frank van BYLAND, meermaals genoemd als essayeur dan wel als waardijn van de destijds te Dordrecht gevestigde munt; wordt in 1419 onder de naam Vranck van Bylande genoemd als eigenaar van 3 tegenover de munt liggende panden; in één van deze panden was een zekere "Godevaert de munterknape" zijn voorganger; in 1422 gaat volgens het leenregister het veer Dordrecht-Zwijndrecht over op "Frank van Byland, assayier van de munt, gehuwd met Fie Hendriksdr, te komen op Margaretha, hun dochter, voor haar leven". (In 1427 gaat dit leen echter over op Dirk van Zwieten), tr.
8273079
Fie Hendriksdr.
- Zie ook J.C. Kort, De grafelijke lenen in Zwijndrecht, 1282-1649 (O.V. 1987, blz. 65-78).
|
«« De Munt aan de Voorstraat te Dordrecht, waar vanaf 1283 munten werden geslagen; boven de poort de tekst "DIT IS DE MVINTE DES ROM KEYSERS EN GRAEVELICKHEITS VAN HOLLANDT; het pand wordt al meer dan 150 jaar bewoond door een muziekschool
8273080.
Jan van NAERSSEN, verm. Dordrecht 1367, tr.
8273081.
Belij N.N.
8273082.
Lambrecht van WAES, raad van Dordrecht.
Generatie XXIV
8779776.
Everardus van AMBERSOIJE of van AMMELSOYE, geb. ca. 1240, belast met het ambt van de Bommeler- en Tielerwaard (1294-1295), tr.
8779777.
N.N. van AELST.
- Belast met het ambt van de Bommeler- en Tielerwaard (1294-1295), d.w.z. een Gelders rekenplichtig ambtenaar van dit ambt; het (Hollands) wapen van Amerzoyen/Amelroy, met in rood 3 vairpalen en in een gouden schildhoofd een rode springende hond of vos, is hetzelfde wapen als o.a. van de families van Vladeracken en van Aelst; de afkomst van Everardus is niet bekend, wel wordt reeds in 1026 Rothardus de Ambersoi genoemd als eigenaar van de heerlijkheid Ammersoyen, deze zou als een voorvader van Everardus kunnen worden beschouwd; verder vermeldt het oorkondeboek van Holland en Zeeland III, (na 27-3-1250) "Giselberti Coci, militis De Hemerte, Jacobi, militis De Hedele, Everardi, milites de Amersoi en Johannis De Husden" (V&L, 1967, pag. 173); mogelijk bestaat tussen genoemde Everardi en Everardus een relatie.
- De familieverhouding tussen de geslachten van Aelst en de van Amerzoyens blijkt uit de goederen, die Gerrit van Ammerzoyen van zijn "verwant" Jan van Aelst had geërfd alsmede uit de gelijke wapenvoering.
|
12231682.
Arnold VI van DIEST, tr.
12231683.
Elisabeth van MORTAGNE-DOORNIK
Hun kwartieren worden na 2007 gepubliceerd op het internet
14582800.
Philips II van WASSENAER, ridder, verm. 1215-1226, heer van Wassenaar, overl. vóór 1258, tr.
14582801.
F(lorentina) heer Arentsdr. van RIJSWIJCK
- Hij was getuigde in 1215 met zijn broer Dirk bij een beslissing van graaf Willem I, verm. 1221 als van Duivenvoorde en werd in 1226 door broer Dirk met het erfleen Duivenvoorde beleend; hun nakomelingen noemden zich naar het nog bestaande, onder Voorschoten gelegen, landgoed van Duivenvoorde.
- Haar naam begint met de letter F, mogelijk heette zij Florentia; zij was een zuster van Bertha van Rijswijck, die met Philips' broer Dirk van Wassenaer trouwde.
|

»» Kasteel Duivenvoorde te Voorschoten anno 2008
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
14582816.
Hendrik III van SALM, geb. vóór 1186, graaf van Salm-Bovensalm, heer van Viviers, test. 22-9-1228, tr. vóór aug. 1221
14582817.
Margareta van BAR, overl. na 1259; zij tr. 2e Henri de Dampierre, heer van Blois, overl. 1259.
14582818.
Hendrik van BLIESKASTEL, graaf van Blieskastel (Saar-Pfalz), overl. vóór 13-12-1237, tr. vóór 1225
14582819.
Agnes van SAYN, verm. 1200-1259.
- Toen Hendrik stierf, liet hij alleen dochters na; zijn nalatenschap bestond uit de heerschappijen Blieskastel en Püttlingen, de burchten Schaumburg en Hunolstein en verder nog enige goederen aan de Moesel; daarvan kwamen tenslotte Hunolstein, Püttlingen en Schaumburg bij de graven van Salm terecht.
|
14582820.
Simon van JOINVILLE, verm. 1195, maarschalk van Champagne (1224), overl. mei 1233, tr. 1e vóór 1209 Ermengarde de Montcler, verm. 1209-1218, tr. 2e
14582821.
Beatrix van AUXONNE, verm. 1224, overl. 11-4-1260, gescheiden van Aimon de Faucigny.
- Hij nam deel aan de vijfde kruistocht, streed tegen de Katharen en onderscheidde zich bij de verovering van Damiate in Egypte onder Johan van Brienne; zijn zoon Jean de Joinville (1224-1317) is als historicus bekend geworden: hij schreef een verslag van de zevende kruistocht en een biografie van de Franse koning en kruisvaarder Lodewijk IX, op grond waarvan deze heilig werd verklaard; deze "Histoire de Saint Louis (1272-1309)" gaat over het algemeen door als oudste biografie in moderne zin.
|
«« Wapen van de hertogen van Norfolk
14582822.
waarsch. Gilbert van LACY, zn. van Hugo II en Rosa van Monmouth, tr. Isabel Bigod, dr. van Hugo uit het geslacht van de hertogen van Norfolk.
14582824.
Simon (III) IV van SAARBRÜCKEN, verm. 1248, graaf van Saarbrücken en heer van Commercy (1259), overl. 1307/09, tr. 2e 1269 Mathilde van Sexfontaines, tr. 1e
14582825.
Marguerite N.N., overl. vóór of in 1269.
14582828.
waarsch. Thomas II van SAVOYE-VAUD, geb. 1199, overl. 7-2-1259, aanvankelijk geestelijke, later domheer van Lausanne (1224/27), probst van Valence (1227), graaf en rijksvicaris in Italië, graaf van Henegouwen en Vlaanderen (1237-1244), graaf van Savoye (1253), tr. 1e 2-4-1237 Johanna, gravin van Henegouwen en Vlaanderen, zij overl. 1244, dr. van Boudewijn VI (IX), tr. 2e
14582829.
Beatrice FIESCHI, overl. 8/9-7-1283, dr. van Teodore, graaf van Lavagna en N.N. di Capocorse.
14582830.
Philippe II van MONTFORT, heer van Castres en Ferté-Alais, partijganger van de Franse koning Lodewijk IX "de Heilige", trok met hem op tegen Tunis en overleed, evenals Lodewijk, tijdens de belegering ervan (24-9-1270), tr.
14582831.
Johanna van LEVIS, overl. 30-05-1284, begr. Castres.
«« Louis IX
15381508.
Stans van EMMICHOVEN, geb. ca. 1230.
15488000.
Dirck Rutghers, wordt in 1337 door heer Jan van der Wateringen, ambachtsheer van Vlaardingen, beleend met 9½ morgen land aldr., te versterven half op zijn oudste zoon Rutgaert en half op zijn andere zoon Heijn Guet.

»» The Ferry Boat (Albert Cuyp, 1652-1655, Wallace Collection, London)
16494688 = 7690754
16521220.
Johannis van GENNIPE.
16521344.
Gerlach de ROOVERE.
16546060.
Aert BOOT heer Cornelis, ridder, schepen Dordrecht (1351), burgemr. aldr. (1369), tr. ca. 1335
16546061.
Lijsbet van BARENDRECHT heren Jansdr.(OEM), geb. ca. 1310.
«« Voorstraathaven II in Dordrecht (Willem Witsen, 1898-1899)
16546062.
Wormboud Tielmans van RATINGEN, burgemr. Dordrecht (1367), schepen aldr. (1369), overl. vóór 27-2-1386, tr.
16546063.
N.N. de VRIESE Henricsdr.
16546144.
Johan van den TEMPEL (noemt zich later van SLINGELANDT), houthandelaar, raad van Dordrecht (1385), schepen aldr. (1385/86, 1395/96 en 1397-1399), burgemr. aldr. (1391, 1393, 1395 en 1399), begijnmr. (1398), overl. vóór 1428, tr.
16546145.
Catharina Jans van DRONGELEN.
- Zij zou dr. zijn van Jan van Heusden, heer van Drongelen.
|
16546146.
waarsch. Jan van SLINGELAND, schepen van Gorinchem.
Generatie XXV

»» Markt in 's-Hertogenbosch; hertog Hendrik I stichtte 's-Hertogenbosch in 1185 op een hoger gelegen plaats in de Diezendelta, nauwelijks groter dan de huidige markt; de kenmerkende driehoekige vorm kreeg het plein in de tweede helft van de 14e eeuw; uit rekeningen van straatvegers blijkt dat het plein rond de helft der 14e eeuw al verhard was
29165600.
Philips I van WASSENAER, stamvader van dit geslacht, verm. (1200) onder de getuigen bij het verdrag van graaf Dirk VII van Holland met hertog Hendrik 1 van Brabant; hij steunde graaf Willem I in de Loonse oorlog (1204), trad in 1205 op als getuige bij de verkoop van 2 hoeven aan de abdij te Rijnsburg en zegelde in 1223 de schenkingsbrief, waarbij de weduwe van graaf Willem I voor de ziel van haar overleden man aan deze abdij 50 Gld. Hollands gaf; Philips overl. ca. 1255, tr.
29165601.
N.N.
- Volgens traditie was dit Agnes Persijn, uit het geslacht van de heren van Waterland; dit is echter door nader onderzoek niet bevestigd
(mr. G.J.J. van Wimersma Greidanus "Kwartieren Greidanus-Jaeger in stamreeksen", deel I en II (K.N.G.G.W., aanv. 2003).
|
29165632.
Hendrik III (II) van SALM, verm. 1186, graaf van Opper-Salm in de Vogezen, ook verm. als graaf van Salm-Blamont, voogd van Senones, overl. jan. 1246, begr. Senones, tr.
29165633.
Joatte van (Opper-) LOTHARINGEN, ook (Judith von Lothringen-Bitsch), overl. 19-03 na 1242, begraven Senones.
- De betiteling Hendrik III (II) hangt af of de in de vorige gemelde generatie (Hendrik II) gehandhaafd blijft; zoniet dan wordt bovenstaande
Hendrik als Hendrik II van Salm betiteld.
|
«« Burchtruïne Hunolstein
29165634.
Theobald (Johan) I van BAR, geb. 1160 (?), aanvankelijk heer van Briey en Stenay, maar volgde in 1190 zijn op de 3e kruistocht overleden broer Henri op als graaf van Bar en Mousson; veroverde Luxemburg (1197); trouwde (nadat hij zijn tweede vrouw verstoten had) in derde huwel. de erfdr. van Luxemburg, doch kon dit gebied niet voor zijn nageslacht behouden, hij overl. 12/13-02-1214, begr. Saint-Mihiel; tr. 1e Laurette van Looz (ca. 1170-vóór/in 1184), tr. 3e Ermensinde van Luxemburg, geb. juli 1186, overl. 17-11-1247, tr. 3e 1189
29165635.
Ermensinde van BAR-sur-SEINE, verm. 1159-1211, wed. van Anseau III heer van Trainel; zij werd ca. 1195 verstoten.
- Hij heerste over een uitgebried territorium langs de Maas aan de grenzen van Lotharingen en Champagne.
|
29165636.
Volmar II van BLIESKASTEL, verm. 1179-1221, graaf van Blieskastel, bouwde de burcht Hunolstein bij Morbach (ca. 1190), overl. vóór/in 1223, tr.
29165637.
Jutta van SAARBRÜCKEN, overl. vóór/in 1223.
29165638.
Hendrik II van SAYN, graaf van Sayn (1176), graaf van Saffenberg (1169-1204), overl. ca. 1204, tr.
29165639.
Agnes van SAFFENBERG, verm. 1182, erfgen. van Sayn en delen van Saffenberg met Hülchrath, Griesberg, Rommerskirchen, Blankenburg en andere plaatsen, overl. 27-5-1201.
- Vanaf 1176 regelmatig vermeld in oorkonden; bouwde samen met broer Bruno op Keulse kloostergrond de burcht Blankenburg aan de grens van hun gebied (1282); de broers raakten betrokken bij de zgn. "Siegburgischen Gewaltthätigkeiten", dreigden door de paus in de ban te worden gedaan hetgeen verhinderd werd door familielid aartsbisschop Philipp van Keulen (1184); Hendrik was stichter van het praemonstratenser klooster Sayn en schonk het vele goederen (1201).
|

Stamslot van de graven van Sayn; het kasteel werd gebouwd in de 12e eeuw, vernietigd in 1633 en wordt sinds 1980 deels gerestaureerd
29165640.
Godfried IV van JOINVILLE, verm. 1141, maarschalk van Champagne (1190), kruisvaarder, overl. tijdens de derde kruistocht bij het beleg van Acco (aug. 1190), tr.
29165641.
Helvide van DAMPIERRE, verm. 1188-1195.
29165642.
Étienne III van BOURGONDIË-AUXONNE graaf van Auxonne (1173), overl. 16-3-1241, tr. 2e vóór 1212 Agnes van Dreux, dr. van graaf Robert II, tr. 1e ca. 1186
29165643.
Beatrix van THIERS-CHALON, gravin van Chalon-sur-Sâone, overl. 7-4-1227; zij scheidt ca. 1197-1200 van Étienne III en hertr. ca. 1200 Willem van Barres.
«« Verovering van Jerusalem (15-7-1099)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
29165648.
Simon II van COMMERCY, verm. 1202-1243, overl. 1247/48, tr.
29165649.
Mathilde van SAARBRÜCKEN, gravin van Saarbrücken, overl. 30-08-1276, begraven in Besançon, St-Etiènne; zij tr. 2e vóór 12-1248 Amé de Montfaucon.
29165656.
Thomas I van SAVOYE, geb. 20-5-1178, graaf van Savoye etc. (1191/92), heer van Chieri Tortona (1207), heer van Chambéry (1232), rijksvicaris van Lombardije (1226), overl. 1-3-1233, tr.
29165657.
Beatrix (Margarete) van GENÈVE, ook bekend als Nicole, overl. 13-4-1236.
- Hij koos partij voor de Staufers en breidde zijn machtsgebied uit met Chambery en Moudon, waardoor hij op kosten van de bisschop van Lausanne en de Zähringers in het Waadtland door kon dringen; zijn politiek was erop gericht het gebied van het vroegere koninkrijk Bourgondië onder zijn invloedsfeer te brengen; daarmee was hij aan het einde van zijn 44-jarige regering ver gevorderd en zijn opvolgers zijn in deze richting verder gegaan.
|
29165660.
Philip I van MONTFORT, heer van La Ferté-Alais en van Castres-en-Albigeois, heer van Brétancourt (1230), heer van Tyrus (1240), pretendent van Armenië (1248), vermoord 17-3-1270; tr. 2e na 6-7-1240 Marie van Antiochië, erfgen. van Toron, tr. 1e
29165661.
Eleonore van COURTENAY, geb. 1208 (?), overl. vóór/in 1230, begr. in de Abbaye Saint-Antoine-des-Champs bij Parijs.

»»Rue Saint-Antoine in Parijs (ca. 1550)
29165662.
Guido II van LÉVIS, verm. 1222-1255, maarschalk van de Albigeois, heer van Mirepois etc., van Florensac etc., heer van Montségur (1245), overl. voor 12-06-1261, begraven in abdij van Notre-Dame de la Roche, tr.
29165663.
Jeanne N.N., overl. vóór 1269.
33042440.
Marcilius van WADERLE.
33092120.
Cornelis BOOT heren Gerards, knape op Duyvestein, schepen Dordrecht (1310), tr.
33092121.
Geertruid van der MERWEDE heer Daniëlsdr.
33092122.
waarsch. Jan heer Gillisz., knape (1325), ridder (1341), koopman te Dordrecht, schepen aldr., medepachter van de wissel aldr. etc. (1317-1319), baljuw Zuid-Holland (1321), rentmr. van Zuid-Holland (24-4-1320/4-4-1333), raad en rentmr. generaal Zuid-Holland (1329-1333), heer van Oost-Barendrecht en daarmee beleend na koop (1321), overl. 28-10-1338/24-9-1341, tr. 1e Lizebette van Strijen, dr. van Tielman van Strien ver Mathildensone, thessauriër van Dordrecht (1293), tr. 2e
«« Landschap met geboomte en vee nabij Dordrecht (Jacob van Strij, ca. 1800, aangekocht in 1855 door museum Dordrecht)
33092123.
Soete Jans van der DUSSEN, overl. na hem.
- Koopt van Gerard, heer van Hoorne en Altena het ambacht van Oost-Barendrecht, welke koop op 6-8-1321 door graaf Willem III wordt goedgekeurd; ontvangt op 3 februari 1311 van heer Nicolaas van Putten en Strijen in erfleen een huis staande binnen Dordrecht geheten Rosendael als lijftocht voor jvr. Lizebette, tweede vrouw van Jan; tenslotte oorkondt de heer van Putten op 7 februari 1311 dat na de dood van Jan, het huis Rosendael zal komen aan de oudste zoon uit het tweede huwelijk; op diezelfde dag geef Jan, heer Gillisz. zijn huis Rosendael voor schepenen in Dordrecht aan heer Nicolaas van Putten in vrije eigendom (Zie o.a. O.V. 1973, pag. 60 en N.L. 1937, kol. 440).
|
33092124.
Tielman van RATINGEN, schepen van Dordrecht, verm. in de rekening van 1326.
33092126.
Hendrik de VRIESE, schepen te Dordrecht.
Generatie XXVI
58331200.
Kerstant, verm. 1167-1189, drost van Holland.
- Kerstant is stamvader van de geslachten van Wassenaer, van Duivenvoorde, van Polanen, van Raephorst en van de burggraven van Leiden.
- Over de afkomst van het geslacht van Wassenaer, één der oudste Nederlandse geslachten, is veel gefantaseerd: zo lieten 16e eeuwse genealogen hen van de (verzonnen) Bataafse koning Batho uit de Romeinse tijd afstammen; ook werd de familie in verband gebracht met de Romeinse versterking Brittenburg bij Katwijk; zulke mythen dienden er in de regel toe de prestige van een familie te vergroten.
- Sommigen menen dat hij getrouwd was met N.N. van Pendrecht, erfdr. van Bertulf van Pendrecht om te verklaren dat het ambacht van Pendrecht (bij Charlois, Rotterdam) aan van Raephorst kwam.
- Zie verder: N.L. 1983, kol. 175-195, idem 1999, kol. 49-75, idem 2004, kol. 175-195.
|

»» De verdronken Brittenburg was waarsch. een vuurtoren die deel uitmaakte van de meest westelijke romeinse wachtpost Lugdunum langs de Oude Rijn (Abraham Ortelius, 1581)
58331264.
waarsch. Hendrik II van SALM, verm. 1174-1189, voogd van Senones, waarsch. overl. 1200, tr.
58331265.
Joatte (Judith) N.N., verm. 1186.
- Eventueel dezelfde persoon als Hendrik III van Salm, waardoor één generatie zou vervallen.
|
58331266.
Frederik van LOTHARINGEN-BITSCH, heer van Bitsch (1155), heer van Gerbevilliers en Ormes (1179), hertog van Bitsch (1196), overl. 7-4-1206, begr. Stürzelbronn, tr.
58331267.
Ludmilla van POLEN, geb. vóór 1153, overl. in Polen vóór 1211.
- Frederik, die voortdurend in strijd om het hertogdom verwikkeld was met zijn broer Simon II werd waarschijnlijk zelf geen hertog van Lotharingen; zijn zoon Federik (II) volgde diens kinderloze oom Simon II als hertog op.
|
58331268.
Renaud II van BAR, verm. 1135-1170, graaf van Bar sinds 1149, overl. 25-11-1170, begr. Saint-Mihiel, tr.
58331269.
Agnes van BLOIS, vrouwe van Ligny, overl. 7-8-1207, begr. Trois-Fontaines.
58331272.
Volmar I van BLIESKASTEL, verm. 1136-1179, graaf van Blieskastel, tr.
58331273.
Clementia van METZ, verm. 1157.
58331276.
Everard I van SAYN, graaf van Sayn (1139-1176), tr.
58331277.
N.N. van ISENBURG, dr. van Reimbold.
- Samen met broer Hendrik I vermeld als bezitter van de stamburcht Sayn (1152); Everard was ooit bij een bezoek aan de abdij Siegburg zo ziek dat hij een testament liet opmaken en de abdij een deel van zijn wijngaard in bruikleen gaf; hij genas echter en schonk de abdij jaarlijks een "ohm" wijn (10-8-1166); later kocht de abt de helft van de wijnberg van de graaf en Hendrik schonk tenslotte in zijn laatste wil de andere helft ook aan het klooster.
|
«« Dom van Keulen
58331278.
Herman V van SAFFENBERG, graaf van Saffenberg, heer van Müllenark, domvoogd van Keulen, overl. 1172, tr.
58331279.
N.N. van MÙLLENARK, dr. en erfgen. van Gerard I van Mùllenark.
58331280.
Godfried III van JOINVILLE, verm. 1127-1188, sticht in 1142 of 1144 de abdij van Ecurey (tussen Montiers et Morley), maarschalk van Champagne (1153), overl. 1188, tr. vóór 1141
58331281.
Félicité van BRIENNE, verm. 1110/1141-1178, overl. na 21-6-1178; zij tr. 1e Simon I van Broyes, overl. 4-1-1337/40 (nr. 466650368).
58331282.
Guido I van DAMPIERRE, verm. 1103-1104, ondergraaf van Troyes, heer van Dampierre, Saint-Dizier, Moeslain en Saint-Just, overl. 1151, tr.
58331283.
Helvide de BAUDEMENT, overl. 1165.
58331284.
Etienne II van BOURGONDIË-AUXONNE, verm. 1147, heer van Traves, graaf van Auxonne (1156), overl. na 21-7-1173, tr.
58331285.
Judith van LOTHARINGEN, verm. 1170-1173, overl. 19-3-..
58331296.
Wouter I van COMMERCY, ridder, verm. 1202-1244, heer van Andelot, overl. 1246, tr.
58331297.
Agnes N.N., verm. 1248.
58331312.
Humbert III van SAVOYE, geb. 4-8-1136, graaf van Savoye etc. (1150), overl. 4-3-1189, tr. 1e 1151 Faidiva van Toulouse, overl. 1154, tr. 2e ca. 1155 Geertruid van Vlaanderen, gesch. vóór 1162, tr. 3e 1164 Klementia van Zähringen overl. 1173/77, tr. 4e
58331313.
Beatrix van MACON, ook Beatrix van BOURGONDIË-IVREA, overl. vóór 8-4-1230.

»» De Intocht van de Kruisvaarders in Constantinopel (Eugène Delacroix, 1840)
58331314.
Willem I van GENÈVE, verm. 1137, graaf van Genève (1175), overl. 25-7-1195, tr. 1e Agnes van Savoye, dr. van Amadeus III, tr. 2e
58331315.
Beatrix van FAUCIGNY, verm. 1174-1179.
58331320.
Guido van MONTFORT l'AMAURY, verm. 1198, heer van La Ferté-Alais en van Castres-en-Albigeois, heer van Brétancourt (1202), gesneuveld voor Vareilles bij Pamiers 31-1-1228, tr. 2e vóór juli 1224 Briende de Beynes (Adhémar de Monteil), tr. 1e.
58331321.
Helvis van IBELIN, wed. van Renaud Sidon, overl. vóór 1-6-1216.
«« Kruistocht tegen de Albigenzen (1208)
58331322.
Peter II van COURTENAY, geb. ca. 1155, heer van Courtenay etc. (1183), graaf van Nevers 1184-1192, van Auxerre en Tonnere (1199), markgraaf van Namen 1212-1216, derde keizer van het Latijnse keizerrijk Constantinopel 1216-1218, overl. na 6-1219 in Epirus (in gevangenschap), tr. 1e 1184 Agnes, gravin van Nevers, overl. 2-2-1192, tr. 2e Soissons juni 1193
58331323.
Yolande van HENEGOUWEN, geb. 1175, verm. 1181-1219, erfgen. en gravin van Namen, regentesse van Constantinopel (regeerde voor haar man tijdens zijn gevangenschap), overl. aldr. 24/26-8-1219.
- Hij vergezelde koning Philips II Augustus op de derde kruistocht, maar kon bij het aanvaarden van de heerschappij over Constantinopel zelf niet aantreden omdat hij op de heenweg gevangen genomen werd; zodoende kwam de kroon aan zijn vrouw Yolande; zijn middelste zoon Robert volgde hem op en onder zijn regering ging het koninkrijk Thessaloniki voor het rijk verloren.
- Hans Eberhard Mayer, "Geschichte der Kreuzzüge", (Kohlhammer 1965).
|
58331324.
Guido I van LÉVIS, verm. 1196, maarschalk van de Albigeois (1209), heer van Mirepoix als vasal van de Franse koning (1229), overl. 1233, begraven in Abdij van Notre-Dame de la Roche, tr. vóór 1201
58331325.
Guiburge N.N., overl. na 11-1234.
- Hij neemt in 1209 deel aan de kruistocht tegen de Albigenzen, de bekendste groep Katharen, genoemd naar de stad Albi in de Languedoc; deze kruistocht stond onder commando van Simon V van Montfort.
|
«« Kasteel Queribus (728 m.) was het laatste bolwerk der Albigenzen of Katharen; het kwam in mei 1255 in handen van de Franse koning zonder uitputtende belegering en brandstapels, want de inwoners waren gevlucht
66184240.
Heer Gerard BOOTH, ridder (1262, 1271).
66184242.
waarsch. Daniël van der MERWEDE Godschalcks, assisteert zijn moeder bij haar testament (13-7-1288).

»» Hof van Putten te Geervliet op een prent uit 1749; in 1246 maakt Nicolaas I van Putten melding van zijn huis in Geervliet; tussen 1361 en 1379 en omstreeks 1420 vonden er ingrijpende verbouwingen plaats; sindsdien was er sprake van het Hof van Putten; het complex werd afgebroken omstreeks 1830
66184244.
waarsch. Gillis OEM Cleys, verm. 1330, tr.
66184245.
Geertruyd van RATINGEN.
66184246.
Jan van der DUSSEN, ridder, verm. 1298-1326, heer van Dussen en Heeraartswaarde, leenman van de heren van Putten en Strijen, tr. 2e (?) Agnes van den Bouchorst, tr. 1e
66184247.
Jacoba van DRONGELEN.
- Van de hofstad van Putten hield hij na de dood van zijn vader in leen het schoutambacht van Drimmelen met de hoge en lage ban; van de hofstad van Strijen werd het ambacht van Standhazen (ten noordwesten van Drimmelen) in leen gehouden; adviseur voor de heer van Altena en van Willem III van Avesnes, graaf van Holland en Henegouwen; levend op het grensgebied van Holland en Brabant speelt hij een bemiddelnde rol tussen Graaf Willem III en de Hertog Jan III van Brabant in 1321.
|
«« Graaf willem III
66184248.
Wormboud van RATINGEN, overl. vóór 1312.
Generatie XXVII
116662400.
Doede van VOORHOUT, overl. vóór 1251.
- Was in het bezit van het veer over de Rijn ter plaatse van de huidige brug "Het Haagse Schouw", oudtijds genaamd Doedinxvere en "Schouw van Duivenvoorde".
|
116662528.
Hendrik I van SALM, verm. 1130-1170, graaf van Salm (1133), van Langenstein (en Blamont) (1140), begr. Metz in de kathedraal, tr.
116662529.
Clementia N.N. waarsch. van DAGSBURG, overl. vóór/in 1169.
- De Stammtafeln noemen graaf Albrecht I van Dagsburg als haar waarschijnlijke vader; ook de graven van Werd of van Beneden-Elzas worden als ouders aangeduid; verder wordt ze wel als Clementia van Egisheim, dochter van graaf Hugo IX (van Metz) aangeduid.
|

»» Voetgangers, ruiters en zelfs koetsiers staken de Oude Rijn bij Leiden over met de veerpont; de oversteekplaats heet de Haagse Schouw en verbindt Leiden met Zuidwijk, Wassenaar en Den Haag; op dit schilderij van P.C. la Fargue is op de achtergrond het tolhek te zien in de Stevenshofjespolder; met de schouw bedoelt men de platte schuit die deze belangrijke noord-zuid verbinding onderhield.
116662532.
Matheus I van LOTHARINGEN, puer (onmondig 1122), hertog van Lotharingen vanaf 1139, sticht de abdij van l'Étange (1148) en de abdij van Clairlieu (1159), overl. 13-05-1176, begr. Clairlieu, tr.
116662533.
Bertha (ook Judith) van Zwaben, overl. 10-1194/25-03-1195, begr. Clairlieu.
- Zij was Staufer, halfzuster van keizer Frederik Barbarossa.
|
116662534.
Mieszko III "de Oude" van POLEN, ook bekend als Stary, geb. 1126/27, verm. 1173-77, 1190, 1198/99...1202, vorst van Krakau, vorst van Groot Polen (1138), overl. 13-03-1202; tr. 2e 1151/54 Evdokija Isjaslawna van Kiev, tr. 1e
116662535.
Elisabeth van HONGARIJE, geb. 1128 (?), overl. vóór/in 1155.
116662536.
Renaud I van BAR, verm. 1105, ging op kruistocht (1097), graaf van Bar(-le-Duc) en Mousson, voogd van Saint-Pierremont, overl. 10-03-1149, tr. 1e ca. 1110 N.N., overl. vóór 1120, tr. 2e
116662537.
Gisela van VAUDÉMONT, overl. 26-12 na 1141; zij was wed. van Reinhard graaf van Toul.
116662538.
Theobaldus IV van BLOIS, geb. ca. 1091, graaf van Blois, Chartres, Meaux en Brie (1102), ridder (1107), graaf van Troyes (1109), van Champagne (1125), overl. 1152 in Lagny-sur-Marne, begraven aldr. (St.-Fursy), tr. 1123
116662539.
Mathilde van KARINTHIË, na 1152 religieuze in Fontrevault, overl. 13-12-1160/61.
116662544.
Godfried I van BLIESKASTEL, verm. 1087-1127, graaf van Blieskastel (1098).
«« Fontrevault
116662544.
Volmar V van METZ, verm. 1108, graaf van Metz en Homburg (1111), sticht de abdij van Beaupré (1135), over. 1145, tr.
116662545.
Mechtild van DAGSBURG-MOHA.
116662556.
Adolf I van SAFFENBERG, graaf van Saffenberg en Nörvenich, graaf in de Keulen- en Roergouw, voogd van Marienthal in het Ahrdal, van St.-Classius in Bonn, van St.-Georg in Keulen, domvoogd van Keulen, overl. 1147, tr.
116662557.
Margarete van RÖTZ.
- Hij ontvangt uit handen van proost Richer (de eerst abt van Rolduc, het grootste behouden kloostercomplex in Nederland) de St.-Lambertuskerk (Kerkrade) terug in ruil voor 7 m. land (1115).
|
116662560.
Roger van JOINVILLE, verm. 1101-1137, tr.
116662561.
Aldearde (Aldegarde) van VIGNORY, verm. 1114-1140.
116662562.
Érard (Airard) I van BRIENNE, graaf van Brienne (vóór 1095), gaat ca. 1097 mee op de eerste kruistocht, overl. 1114/25, begr. Montier-en-Der, tr. vóór 1110
116662563.
Alix de RAMERUPT, verm. 1108-1143, vrouwe van Ramerupt, sticht met haar zoon Wouter de abdij van Basefontaine (1143), overl. 11-5-..

Rolduc (Kerkrade) vanuit het zuidoosten (Hendrik Kettner, ca. 1830)
116662564.
Thibaut II van DAMPIERRE-sur-l'AUBE, ridder, verm. 1090, heer van Dampierre-sur-Aube, Saint-Just en Saint-Dizier, overl. 1106/07, tr.
116662565.
Elisabeth van MONTHLÉRY, verm. 1103-1107.
116662566.
André de BAUDEMENT, verm. 1127, heer van Frère-en-Tardenois, Nesle, Longueville, Quincy, Baudement (Marne) enz., maarschalk van de Champagne (1127, 1137); geestelijke in Clairvaux (1137), overl. 19-7-1142, tr.
116662567.
Agnes N.N., wed. van N.N., sticht 1136 de abdij Chaalis (in de bossen ten noorden van Parijs), geestelijke in Prémontré (1137).
116662568.
Willem III van BOURGONDIË-IVREA, verm. 1090-1093, graaf van Macon (1120), graaf van Auxonne (1127), overl. 27-9-1155, tr.
116662569.
Ponce(tte) de TRAVES, erfgen. van Traves, wed. van Thibaut de Rougemont.

»» Ruïnes van de koninklijke abdij van Chaalis
116662570-116662571 = 116662532-116662533
116662592.
Simon (II) I van BROYES-COMMERCY, geb. 1145 (?), verm. 1163, heer van Broyes, heer van Commercy (1173), overl. na mei 1208, tr.
116662593.
Nicole de SALINS, verm. 1172, vrouwe van Montrivel en van Châteua-Villain-du-Jura, overl. 1233.
«« Lodewijk VII van Frankrijk
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
116662624.
Amadeus III van SAVOYE, graaf van Savoye etc. (1109), rijksgraaf en generalvicaris voor N.-Italië (1111), overl. 30-08-1148 in Nicosia (Cyprus), tr.
116662625.
Mathilde van ALBON, overl. na jan 1145.
- Hij bevorderde kloosterstichtingen als Abondance (Chablais), St-Sulpice (Bugey) en Arvieres (Valmeroy); was aanvankelijk lekenabt van St-Maurice-d'Agaune (Wallis), gaf dit in 1128 op ten gunste van de voogdijrechten van deze voornaamste Bourgondische abdij; in plaats daarvan verwierf hij zich met de stichting van de abdij Hautecombe een nieuw huisklooster; kreeg het markgraafschap Turijn-Susa met Piemont terug en breidde zijn heerschappij uit tot de noordoever van het meer van Genève en tot in Waadtland met Vevey, Yverdon en Moudon; nam met zijn neef, koning Lodewijk VII van Frankrijk, deel aan de tweede Kruistocht en overleed op de terugweg op Cyprus.
|
116662626.
Gerard I van BOURGONDIË-IVREA, graaf van Macon (1147), graaf van Vienne, overl. 15-9-1184, tr.
116662627.
Guyonne (Maurette) de SALINS, verm. 1160-1200, erfgen. van Salins (1175).
116662628.
Amédée I van GENÈVE, graaf van Genève (1128), voogd van Genève (1156), overl. 26-6-1178, tr. 2e N.N. de Domène, tr. 1e
116662629.
Mathilde van CUISEAUX, overl. vóór/in 1137.

»» Het Heilige Graf; het zou de begraafplaats van Christus zijn in Jerusalem; het graf bevindt zich in de Heilige Grafkerk, een christelijke kerk in de oude ommuurde stad
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
116662640.
Simon IV van MONTFORT l'AMAURY, verm. 1182, eerst heer, dan graaf van Montfort (1199), graaf van Rochefort, overl. 18-7 vóór 1188, begr. Hautebruyères, tr.
116662641.
Amicie van LEICESTER, ook van BEAUMONT LE ROGER, tr. 2e vóór 13-1-1188 Willem van Barres, verm. 1177, overl. 23-2-1234, zij overl. 3-9-1215, begr. Hautebruyères.
116662642.
Balian II van IBELIN, verm. 1158, heer van Nablus, overl. 1193, tr. 1177
116662643.
Maria Komnene van BYZANTIUM, geb. 1154, overl. vóór febr. 1217; zij tr. 1e Tyrus 29-7-1167 Amalrik I van Anjou, geb. 1136, overl. 11-7-1174, begr. Jerusalem (Heilige Grafkerk).
- Hij verdedigde Jeruzalem in 1187 tegen Saladin, nadat deze het leger van koning Guido de Lusignan in de slag bij Hattin vernietigd had; Balian was met koningin Sibylle en patriarch Eraclius in de stad achtergebleven; Saladin wist een bres in de muur te slaan maar Balian hield met zijn mannen stand, zodat de Sarazenen niet tot in de stad konden doordringen; bij de onderhandelingen over overgave dreigde Balian de stad te vernietigen, waarna Saladin, in ruil voor de overgave, de bevolking tegen een losgeld ongedeerd de stad uit liet trekken. (Deze gebeurtenissen worden in de film "The Kingdom of Heaven" nagespeeld, waarbij Balian echter een jonge buitenechtelijke zoon is van Godfrey van Ibelin en een affaire heeft met Sibylle i.p.v. een huwelijk met haar stiefmoeder).
- Zie ook Geoffrey Hindley, "A brief history of The Crusades" (Constable & Robinson, Londen 2003) en Hans Eberhard Mayer, "Geschichte der Kreuzzüge", pag. 119 (Kohlhammer 1965).
|
«« Zegel van graaf Boudewijn VIII
116662644.
Pieter van FRANKRIJK, ook Pieter I van COURTENAY, geb. ca. 1126, heer van Courtenay, door huwel. heer van Montargis, Château-Renard, Champignelles, Tanlay, Charny en Chantecocq (1161), overl. in Palestina 1179/10-04-1183, tr.
116662645.
Elisabeth (Ysabeau) van COURTENAY, erfdr. van Courtenay en Montargis, vrouwe van Courtenay etc. (1161), overl. 14-9 na 1205.

»»Wapen van de koningen van Frankrijk
116662646.
Boudewijn V "de Moedige" van HENEGOUWEN, ook Boudewijn VIII van VLAANDEREN, geb. ca. 1148, mederegent van Henegouwen (1167), tot ridder geslagen door zijn vader (Pasen, (29-3)-1168), graaf van Henegouwen (1171), beleend met Namen, Durbuy, Laroche en Luxemburg (1182/83), als Boudewijn I markgraaf en rijksvorst van Namen (1190), door huwel. als Boudewijn VIII graaf van Vlaanderen (1191), overl. Bergen (Mons) 17-12-1195 , begr. aldr. (Sainte-Waudru), tr. Le Quesnoy apr. 1169
116662647.
Margaretha van VLAANDEREN, ook Margaretha van de ELZAS, geb. ca. 1140/45, erfdr. van Vlaanderen, gravin van Vlaanderen na het overl. van haar broer Philips van de Elzas (1191), overl. Brugge (in Wijendael) 15-11-1194 , begr. Brugge (St.-Donaas).
- Verwierf in zijn tijd aanzienlijke invloed in het politieke leven van West-Europa; na zijn benoeming tot graaf van Henegouwen (1171)
kondigt hij een landvrede af (La Paix de Hainaut, 1172); wordt door diens blind geworden oom Hendrik "de Blinde" van Namen, graaf van Namen en Luxemburg, heer van Longwy, Laroche en Durbuy als opvolger in diens lenen benoemd (1182/83); goedgekeurd door keizer Frederik I Barbarossa (Hagenau, 11-3-1184) en bekrachtigd op de rijksdag van Mainz (20/22-5-1184) onder toezegging van de keizer dat deze lenen tot markgraafschap zullen worden verhoogd; weet, ondanks herhaaldelijk verzet van zijn inmiddels vader geworden oom, deze regeling toch doorgezet te krijgen op de rijksdag van Schwãbisch Hall (23-9-1190) waar hij tot markgraaf en rijksvorst wordt verheven; maakt zich, zodra hij de dood van Philips van de Elzas (Akko, 1-6-1191) verneemt, meester van Vlaanderen waarmee hij als Boudewijn VIII wordt beleend (sept. 1191); beleend met Kroon-Vlaanderen door Philips Augustus van Frankrijk (1-3-1192) en met Rijks-Vlaanderen door keizer Hendrik VI; verslaat de hoogbejaarde Hendrik "de Blinde" nogmaals (Noville-sur-Mehaigne, 1-8-1194), maar overlijdt vóór hem.
|
116662648.
Philippe van LÉVIS, verm. als dominus Philippus de Lévis (1181), consanguineus van Guy van Chevreuse (1191), neemt in 1191 het kruis en gaat mee op de derde Kruistocht, overl. vóór 3-1203, tr.
116662649.
Elisabeth, ook Isabelle N.N., verm. 1181-1210.
132368480.
waarsch. Gerard BOOTH, schout van Dordrecht (1243).
132368484.
Godschalc van de MERWEDE Daniëls, ridder, verm. 2-8-1258, overl. 16-3 vóór 1271, tr.
132368485.
Mabelia van den BERGHE, test. 13-7-1288, overl. 12-9 in of na 1288; zij tr. 2e Ghiselbert uten Goye.
- Zie o.a. O.V. 1974, pag. 62 en G.N. 1995, pag. 293-298 voor haar voorouders.
|
«« Hertog Jan I van Brabant
132368488.
waarsch. Cleys OEM, zou raad van Dordrecht zijn geweest (1230) toen de stad ommuurd werd, waarsch. ridder (1260), tr.
132368489.
Catharina DUYCK Gijsendr; zij zou wed. zijn van of hertr. zijn met Henrick van Waes.
- Het geslacht Oem behoort ongetwijfeld tot een der oudste Hollandse geslachten; in het jaar 1058 vindt men deze naam al op een roemruchte manier verm.: de Luikenaars bedreigden de stad Dordrecht; zij hadden zo'n grote overmacht dat tegenstand onmogelijk scheen; het was echter ridder Oem die de graaf van Holland adviseerde de vijand binnen de stad Dordrecht af te wachten en "rondom de stad een menigte kuilen te graven, door stro en groene zoden bedekt, opdat geen vijandelijk oog deze bespeuren zouden". Deze krijgslust lukte volkomen; de nietsvermoedende Luikenaars vielen in de kuilen en werden door de grafelijke dienaars in grote getalen afgemaakt of gevangen genomen. Aan dit voorval schijnt het geslacht Oem haar wapen te danken (Groene zoden aangevuld met een deel van de Hollandse leeuw uit het wapen van de graaf van Holland, als beloning voor deze krijgslist).
- De gegevens van Cleys en zijn voorgeslacht o.a. ontleend aan A.M. Overwater te Barendrecht uit Vaderlansch Woordenboek dl. 33 en door F.H.M. Roelvink te Breda verzameld uit de N.L.
|
132368490.
Tideman Vrenk van RATINGEN.
«« Afbeelding van de slag bij Woeringen uit het Manesse Handschrift (1305-1340); de voorstelling toont de banier van hertog Jan van Brabant
132368492.
Jan van der DUSSEN, ridder, heer van Dussen, gewond in de slag bij Woeringen (5-6-1288), overl. vóór 1298, tr.
132368493.
Elisabeth van POLANEN.
- Heer van Dussen (waarsch. een combinatie met de ambachtsheerlijkheden heeraartswaarde, Sandhazen en Hagoort; ridder voor hertog Jan I van Brabant; op 5 juni 1288 brak hij zijn been in de slag bij Woeringen aan de Rijn tegen het Duits keizerlijke leger onder de prins aartsbisschop van Keulen en de graven van Gelre en Luxemburg; er zouden zo'n 20.000 strijders aan beide zijden hebben gevochten; dit was een van de laatste grote middeleeuwse gevechten die werden uitgevochten door een groot aantal duellerende ridders; bij Woeringen doodde Jan vijf vijandelijke graven; georganiseerde boeren en inwoners van Keulen die van hun heerser afwilden gaven de doorslag in de strijd: zij waren niet geïnteresserd in ridderhoffelijkheid en schroomden een collectieve aanval op een alleenvechtende ridder niet.
- Zij was een dochter uit het geslacht Polanen in Monsterambacht en bracht in haar bruidsschat het vruchtgebruik van tienden mee van landen in heeraartswaarde aan de Alm en die in de polder Hoekenesse (de ambachtshtheerlijkheid van Hoekenesse blijkt in 1356 een leen van de hofstad Dussen te zijn).
|
132368768.
waarsch. Gerard BOOTH, ridder, leeft ca. 1220; zijn ambtsgericht in Hartesweerde zou naar hem Botenes heten.
132368776.
Daniël I van der MERWEDE, ca. 1150, moet het Daniëlsambacht in Brielle bezeten hebben als Voorne's leen, tr. waarsch. N.N. van Voorne, dr. van Dirk of diens broer Hugo.
- Meerdere oplossingen zijn mogelijk: zie b.v. kwst. v. Wimersma-Greidanus-Jaeger, pag. 536, daarom worden deze kwartieren voorlopig niet vervolgd.
|

»» Fragment van een monument in Düsseldorf dat de bruutheid van de slag bij Woeringen uitbeeldt
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
132368778.
Herbaren van den BERGHE, heer van den Berghe, Liesvelt, half Nieuwpoort en Langerak, verm. als broer van Jan (I) van Arkel (17-3-1253/54), tr.
132368779.
waarsch. Agniese van BREDERODE.
132368786.
waarsch. Gijs DUYCK (DUKING), ridder, zou geleefd hebben 1230-.., en mogelijk getr. zijn geweest.
132368787.
waarsch. onjuiste overlevering N.N. dr. graaf van der MARK.
132368792.
Jacobus van der DUSSEN, door graaf Dirk VI van Holland werd hij belangrijk genoeg geacht om in 1156 als getuige een reis naar het klooster van Echternach mee te maken.
132368794 = 7291400
132369152.
Jan van den TEMPEL.
Generatie XXVIII
233325056.
Herman I (II) van SALM, verm. 1104, graaf van Salm (1111), voogd van Senones (1095-1135), overl. vóór/in 1138, tr.
233325057.
Agnes van BAR, verm. 1135-1147, erfgen. van Blamont, sticht de Abdij van Haute-Seible (1140).
- Hij voor het eerst vermeld 1104 met zijn broer Otto van Rheineck: "Herimannus Salmucensis comes et frater eius Otto"; verkreeg de voogdij over het belangrijke klooster Senones in de Vogezen, wat hij als basis voor zijn machtsuitbreiding gebruikte; trad met zijn broer Otto tijdens de regering van keizer Lotharius III op de voorgrond.
|
«« Abdij van Senones (Vogezen)
233325064.
Simon I van LOTHARINGEN, verm. 1098, hertog van (Opper)-Lotharingen (1115), sticht de abdij Ste-Marue-au-Bois en het klooster Stürzelbronn, overl. 13/14-1-1139, begr. Stürzelbronn, tr.
233325065.
Adelheid van BRABANT ook van SIPLIMBURG, na zijn overl. non in Tart-l'Abbaya, overl. 4-11 na 1158.

»» Frederik II van Staufen
233325066.
Frederik II " de Eenogige" van STAUFEN ook van Zwaben, geb. 1090, hertog van Zwaben (1105-1147), Reichsverweser (1116), troonkandidaat (1125), overl. Alzey 4/6-4-1147, begr. in het door hem gestichte Benedictijnerklooster Sankt Walburg te Hagenau in de Elzas, tr. 2e 1132/33 Agnes van Saarbrücken, geb. ca. 1115, waarsch. overl. 1147, begr. Sankt Walburg, dr. van Frederik I en Gisela van Langenselbold-Gelnhausen, tr. 1e
233325067.
Judith WELF ook van BEIEREN, waarsch. geb. na 1100, overl. 22-02-1130/31, begr. klooster Lorch (haar hart waarsch. Sankt-Walburg).
- Hij werd geb. op een burcht aan de zuidelijke rand van de Ries; werkte steeds nauw samen met zijn broer Konrad zowel in het bestuur van de Staufische huisgoederen, maar ook als zij door hun oom keizer Hendrik IV aangesteld worden tot regent van het Duitse rijk (1116); bouwt in de Elzas talrijke burchten; neemt na de kinderloze dood van Hendrik V (Utrecht, 23-5-1125) keizerin Mathilde in bescherming en maakt zich meester van de rijksinsignia, maar wordt niet tot diens opvolger gekozen; voert samen met Konrad een jarenlange strijd tegen Lotharius III, maar onderwerpt zich toch aan hem (Bamberg, 17-3-1135); bewerkt na Lotharius dood (1137) dat Konrad tot diens opvolger wordt gekozen (Konrad III).
|
233325068.
Boleslaw III "Scheefmond" van POLEN, hertog van Polen, vorst van Plock (1102), overl. 28-10-1138, tr. 1e 1103 Sbislawa Swjatspolkowna van Kiev, overl. 1109/12, tr. 2e 1115
233325069.
Salome van BERG-SCHELKLINGEN, geb. voor 1101, overl. 27-7-1144.
- Boleslaw verstigde zijn macht door bijzondere dorpen te stichten waardoor de koningsgoederen economisch beter benut werden; hij onderwierp Pommeren en liet nieuwe bisdommen in Wloclawec, Lubusz en Wollin oprichten; ondersteunde ook de religieuze orden, vooral de Benedictijnen en de Premonstratensen; in zijn testament verdeelde hij Polen in provincies, liet die na aan zijn zonen, waardoor uiteindelijk de Poolse monarchie verzwakt werd.
|
«« Wapenschild van Boleslaw III in Breslau
233325070.
Bela II " de blinde" van HONGARIJE, waarsch. geb. 1109, koning van Hongarije (1131), overl. 13-2-1141, tr. 28-4-1127
233325071.
Helena van SERVIË, geb. na 1109, overl. na 1146.
233325072.
Dirk I van BAR, graaf in Altkirch en Pfirt, graaf in Bar (1193), stichter van Walburg (1074), stichter van Biblisheim (ca. 1100), overl. 2-2-1102/05, begraven in Autun (cathédrale), tr.
233325073.
Ermentrude van BOURGONDIË-IVREA, ergen. van Montbéliard, overl. na 8-3-1105.
233325074.
Gerhard I van VAUDÉMONT.
233325076.
Stefanus II "le Sage" van BLOIS, geb. ca. 1045, graaf van Meaux en Brie, graaf van Blois en Chartres, gesneuveld 19(27)-5-1102 in Ramula (Heilige Land), tr.
233325077.
Adele van ENGELAND, ook Adele van NORMANDIË, waarsch. geb. 1062 in Normandië, gravin van Blois, regentes van Blois en Chartres tijdens de deelname van haar gemaal aan de eerste Kruistocht, overl. Marcigny-sur-Loire 8-3-1138, begr. Caen (Sainte-Trinité).
- Hij kon zijn deelname moeiteloos zelf financieren, want hij "bezat zoveel kastelen als het jaar dagen heeft"; Stefanus onttrekt zich heimelijk aan het kruisvaardersleger wanneer dat in Antiochië is ingesloten en keert terug; vertrekt onder pressie opnieuw in 1101, bezoekt dan ook Jeruzalem (dat inmiddels door de andere kruisvaarders is ingenomen), maar sneuvelt in een gevecht bij Ramula.
- Zij zorgt ervoor dat hij na zijn beschamende terugkeer opnieuw vertrekt, is dan en na zijn dood regentes; trekt zich op z'n vroegst pas in 1122 uit de actieve politiek terug en wordt dan, beinvloed door Anselm van Canterbury, non in het Cluniacenser dubbel-klooster Marcigny-sur-Loire.
|

De kruisvaarders kwamen in contact met andere culturen; hier een afbeelding van een waterrad door Ibn Ar-Razzaz al-Jazari (ca. 1200)
233325078.
Engelbert II van SPANHEIM ook van Karinthië, verm. 1091 bij de oprichting van het huisklooster St.-Paul, voogd daarvan (1099), kreeg 2 burchten in de diocees Gurk (1100), markgraaf van Istrië (en Krain ?)(1103-1124, waarsch. tot 1134), graaf in Friesach (1106), graaf in het Lavantthal (bij Marquartstein ?), graaf in Kraiburg, voogd in Baumburg, graaf van Spanheim etc., hertog van Karinthië (1123-1135), nadien monnik in het klooster Seeon, overl. aldr. 13-4-1141, begr. klooster Seeon, tr. vóór 1103/04
233325079.
Uta van PASSAU, hertogin van Chreiburg (1135), hertogin van Karinthië (1141), overl. nadien..
- Hij was trouw aanhanger van keizer Hendrik V, en maakte onder hem veldtochten mee naar Polen, Bohemen, Hongarije en Italië; streng tegenstander van de bisschoppen van Salzburg en Gurk en daardoor tegenstander van de bisschop van Bamberg; als tegenstander van Babenbergers in Oostenrijk en Beieren neigde hij in 1125 bij de strijd om de troonsopvolging de partij der Welfen te kiezen, maar trok zich echter terug en werd in 1123 hertog van Karinthië.
- Van hem stammen de hertogen van Karinthië af tot 1269 alsmede de nog heden levende graven van Ortenburg.
|
233325088.
Volmar IV van METZ, verm. vanaf 1075, graaf van Metz, Huneburg en Lunéville, sticht Lixheim (1107), overl. 25-6-1111, begr. Lixheim.

»» Restanten van het feodale kasteel Moha
233325090.
Albert I van DAGSBURG-MOHA ook Adalbert van Egisheim (uit het geslacht der Etichonen, achterneef van paus Leo IX), graaf van Dagsburg (1089), graaf van Moha (1096), voogd van de abdij Altdorf, overl. 24-8-1098, tr.
233325091.
Ermesinde van LUXEMBURG, geb. ca. 1080, erfdr. van Longwy, gravin van Luxemburg (1136) maar schonk het graafschap vrijwel meteen weg aan haar zoon Hendrik, trok zich na het overl. van haar 2e echtgen. terug in Floreffe, overl. aldr. 24-6-1142; zij tr. 2e ca. 1109 Godfried van Namen (nr. 466650586).
233325112.
Adalbert I van SAFFENBERG, geb. ca. 1057, graaf van Saffenberg en Nörvenich, voogd van Cornelimünster, voogd van St.-Martin in Keulen, stichter en eerste voogd van het klooster Kloosterrade (Rolduc), overl. Saffenberg 16-12-1109, begr. Rolduc, tr.
233325113.
Mechtild (Mathilde) N.N., overl. Hollende (over de Rijn) 4-12-.., begr. in het nabijgelegen vrouwenklooster in Wetter (Bron: Annales Rodenses).
- Hij stelt Ailbertus van Anthoing grond ter beschikking voor de bouw van een kerk te Kloosterrade, hetgeen later uitgroeit tot het huidige Rolduc.
|
«« Abdij van Floreffe
233325114.
Engelbert van RÖTZ en SCHWARZBURG, geb. ca. 1085, graaf van Rötz en Schwarzenburg, overl. in of na 1125
233325120.
Godfried I van JOINVILLE, voogd van Blaise (ca. 1050), waarsch. overl. 1180, tr.
233325121.
Blanche van REYNEL.
233325122.
Guido III van VIGNORY, verm. 1081-1114, heer van Vignory (Haute-Marne), overl. vóór/in 1126, tr. na 1082
233325123.
Beatrix van BOURGONDIË, overl. vóór/in 1110.
- Hij stamt via Guido II, Roger I en Guido I van Vignory af van de Noorman Rodolfus barbatus.
|
233325124.
Wouter I van BRIENNE, verm. 1035-1085, graaf van Brienne (1035), overl. vóór/in 1089/90, tr.
233325125.
Eustachie van TONNERE, verm. 1072-ca. 1100/1105, gravin van Bar-sur-Seine.

»» De Kruistochten, illustratie behorend bij de serie 'Bilder aus der deutschen Geschichte' in het tijdschr. Praline (Hans G. Kresse, 10-5-1960)
233325126.
André van RAMERUPT (Montidier), verm. 1093-1096, heer van Ramerupt en Arcis-sur-Aube, overl. na 1118, tr. 2e Guisemode, wed. van Hugo van Pleurs, tr. 1e
233325127.
Adèle N.N.
233325130.
Milon I "de Grote" van MONTHLÉRY, ook de BRAY, heer van Monthléry en van Chévreuse; gaat op kruistocht (1096), raakt in gevangenschap van de "ongelovigen" (1102), overl. nadien, tr.
233325131.
Lituaise van TROYES, vicompte van Troyes (1096).
233325136.
Étienne I "Dolkop" van BOURGONDË-IVREA, graaf van Macon (1000), heer van Varasque, vermoord Askelon 27-5-1102, tr.
233325137.
Beatrix N.N., overl. na 1102.
233325184.
Hugo III van BROYES, verm. 1131,1140, heer van Broyes, Marne en van Châteauvillain, overl. 1199, begr. Clairveaux, tr. 2e Isabelle van Dreux, dochter van Robert de Grote van Frankrijk, tr. 1e vóór 22-10-1144
233325185.
Stephanie van BAR, verm. 1144-1170, vrouwe van Commercy (Meuse), overl. 12-3 vóór 1178.
«« Humbert II
233325248.
Humbert II "le Renforcé" van SAVOYE (Maurienne, Bellay en Savoye), geb. ca. 1070, nog minderjarig wanneer zijn vader overl. is graaf van Maurienne (1080), graaf van Savoye (1091), graaf van Turijn (1094), graaf van Susa, overl. 18-9-1103, tr. ca. 1090
233325249.
Gisela van BOURGONDIË-IVREA, regentes tot 1109, overl. na 1133; zij tr. 2e ca. 1109 Rainier de Motferrat, overl. ca. 1136.
233325252-23325253 = 116662668-116662669
233325256.
Aimon I van GENÈVE, verm. 1080-1124, graaf van Genève (1080), vazal van de bisschop van Genève (1124), voogd van St.-Victor in Genève, overl. in/na 1128, tr.
233325257.
Ita N.N., overl. vóór/in 1091.
233325280.
Simon III van MONTFORT l'AMAURY, verm. 1140, graaf van Evreux en van Rochefort, heer van Montfort, overl. 12/13-3-1181, begr. Evreux (kathedraal), tr.
233325281.
Mahaut N.N., overl. vóór/in 1168.
233325282.
Robert III van BEAUMONT LE ROGER, ook BLANCHEMAINS, verm. 1153, derde Earl van Leicester, steward van Engeland en van Normandië, neemt het kruis in 1190 (derde Kruistocht), waarbij hij in 1190 overlijdt in Durazzo (Albanië), tr.
233325283.
Petronella van GRANDMESNIL, overl. 1-4-1212.
233325284.
Balian I van IBELIN, ook BARISANUS de OUDE, heer (kastelein) van Ibelin, overl. 1150/52, tr.
233325285.
Helvis (Alvis) van RAMA, overl. 1163/65; zij tr. 2e Manasse de Hiérges, connétable van het koninkrijk Jeruzalem, dat in 1154 ten val gebracht werd waardoor zij naar Europa terugkeerde.
- Hij was aanvankelijk connétable van graaf Hugo van Jaffa (1115), werd voor zijn ondersteuning bij diens revolte met het kasteel Ibelin (zuidelijk van Jaffa) beloond (1141); grondlegger van één der belangrijkste dynastiën van de Frankische Oriënt, die een belangrijke rol in Jerusalem en Cyprus bleven spelen.
|

»»Kruisvaarders bevechten de Turken bij Antiochië (coll. C.B.G.)
233325286.
Ioannes Dukas Komnenos van BYZANTIUM, waarsch. geb. 1128, protosebastes, protobestiaries, sebastekraterontes (1170), strateges van Sardika, dux van Cyprus (1155), gesneuveld Myriokepharon kort na 17-9-1176, tr.
233325287.
(Maria) TARONITES, overl. als non Maria.
233325288.
Lodewijk VI "de dikke" van FRANKRIJK, geb. Parijs herfst 1081, graaf van Vexin (1092), koning en mederegent (1099), koning van Frankrijk, graaf van Parijs etc. (1108-1137), overl. Château Béthizy bij Parijs 1-8-1137, begr. St.-Denis, tr. 1e 1104 Lucienne van Rochefort, dr. van Guy I "de Rode", (huwel. is door echtsch. ontbonden 1107), tr. 2e Parijs apr./mei 1115
«« Kroning van Lodewijk VI
233325289.
Adelheid (Alix) de MAURIENNE van SAVOYE, geb. ca. 1092, stichteres van de abdij van Montmartre bij Parijs, overl. 18-11-1154, begr. Parijs (abdij van Montmartre); zij tr. 2e 1141 Matthieu I de Montmorency.
233325290.
Renaud van COURTENAY, verm. 1161, heer van Courtenay, Sutton en Berks, overl. 1189/90, tr. 2e Maud (Marie), overl. 1224, dr. van Robert Fitzedith, bastaard van Engeland, tr. 2e
233325291.
Helvise (Elisabeth) van DONJON.
233325292.
Boudewijn IV "de Bouwer" van HENEGOUWEN, geb. ca. 1110, graaf van Henegouwen onder regentschap van zijn moeder (1120), zelstandig (1125), graaf van Namen (juni 1163), draagt het feitelijke bestuur over aan zijn zoon (1167), overl. Bergen (Mons) 6-11-1171, begr. Mons (Sainte-Waudru), tr. ca. 1130
233325293.
Alice van NAMEN, geb. ca. 1110, overl. juli 1168, begr. Mons (Sainte-Waudru).
- Tracht herhaaldelijk, ook gewapenderhand, tevergeefs zijn aanspraken op Vlaanderen door te zetten: zo maakt hij (1127) gebruik van de moord op de Vlaamse graaf Karel "de Goede", ook bekend als "van Denemarken", om zijn aanspraken op Vlaanderen te laten gelden; hoewel hij tijdelijk Oudenaarde en Ninove kon bezetten, moest hij toezien hoe Willem Clito graaf van Vlaanderen werd; ook tegenover Clito’s opvolger, Dirk II van de Elzas, heeft Boudewijn herhaaldelijk het onderspit moeten delven; hij valt Vlaanderen binnen tijdens de afwezigheid van Dirk II (zie hieronder) wanneer die op kruistocht is (1148-1149); krijgt bij verzoening de belofte dat zijn zoon met met een dr. van Vlaanderen zal huwen (1151); vergroot zijn machtsgebied door de verwerving van de heerlijkheden Ath, Braine-le-Vilotte (nadien Braine-le-Come genaamd), Chimay en Ostrevant; verkrijgt van zijn kinderloze zwager Hendrik "de Blinde" in bloot eigendom het Namense allodium Herpignies (juni 1163) en draagt tenslotte vanwege een ongeval veel van het feitelijke bestuur over aan zijn zoon (1167.
|
233325294.
Dirk II van de ELZAS, geb. Bitche ca. 1100, graaf van Vlaanderen (1128), overl. 17-1-1168, begr. Watten, tr. 1e ca. 1128 Suanahildis (Swanhilde) N.N., zij overl. 4-9-1133, tr. 2e

»» De Brugse Heilige-Bloedprocessie werd al in 1291 vermeld; de laatste processie was op 17-5-2007, de volgende is op 1-5-2008
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
233325295.
Sybille van ANJOU, geb. ca. 1116, gravin van Vlaanderen, wed. van Willem Clito, graaf van Vlaanderen, zij overl. Jeruzalem 1165, begr. aldr.
- Hij bracht in 1149 uit Jerusalem een relikwie mee, ter ere waarvan te Brugge de H. Bloedprocessie wordt gehouden.
- Zij leefde later als non in Bethanië bij Jerusalem en maakte deel uit van het kabinet van ex-koningin Melissende, dat invloed op de benoeming
van geestelijken uitoefende en in 1147 de benoeming van Amalrich van Nesle als patriarch van Jerusalem doorzette.
|
264737536.
waarsch. Aarnd BOOTH, rechter in Hartsweerde, overl. na 1201.
264737556.
Herbaren II van de LEDE, geb. Heusden ca. 1205, ridder (1241), "nobilis", verm. 1227/41/43, heer van Arkel, Asperen en Heukelom, erkent in 1243 goederen van het domkapittel in Heukelom ontvangen te hebben, overl. ca. 1252/53, tr. 1e Mabelia N.N., tr. 2e
264737557.
Alveradis ook wel Aleydis van HEUSDEN, overl. ca. 1276; zij tr. 1e Dirck van Theylingen (zie hieronder nr. 264737558)..
«« Teylingen (Roelant Roghman, 1647)
264737558.
Dicrk van THEYLINGEN, alias Dirck DROSSAART, ridder (12-5-1236), eerste heer van Brederode (1205-1236), dapifer Hollandie (1226), overleden 1236, tr.
264737559 = 264737557
- Drossate = spijsdrager, zo genoemd omdat hij het bestuur had over alle voortbrengselen der grafelijke goederen; zijn kring van bevoegdheden was derhalve zeer uitgebreid, zodat drossate zelfs de naam werd van de plaatsvervanger van de landsheer (N.L. 1926, kol. 234).
|
264738304.
heer Wouter Gerardszoon van den TEMPEL, burgemr. Dordrecht (1304), verm. thessaurierreken. aldr. (1312).
Generatie XXIX
«« Grafplaat van Rudolf van Rheinfelden in de dom van Merseburg; het is de oudste bronzen grafplaat in Midden-Europa, eertijds verguld en bezet met edelstenen
466650112.
Herman van LUXEMBURG-SALM, graaf van Salm, Duits (tegen)koning (1081), gesneuveld Cochem 28-9-1088, begr. Metz, tr.
466650113.
Sophia N.N., overl. 1056/59.- Hij werd in Ochsenfurt door een groep Saksen en Zwaben onder leiding van Welf IV, tegenstanders van Hendrik IV, tot (pausgetrouwe) tegenkoning en daarmee als opvolger van de gesneuvelde tegenkoning Rudolf van Rheinfelden uitgeroepen (6-8-1081) en door aardsbisschop Siegfried van Mainz te Goslar gekroond (26-12-1081); zijn heerschappij bleef tot Oost-Saksen beperkt, waar hij vanuit Golsar regeerde; moest in 1085 voor Hendrik IV naar de Denen vluchten, keerde echter terug, versloeg samen met hertog Welf zijn tegenstander bij Bleichfeld a/d Main (1086) en veroverde Würzburg; trok zich 1088 in zijn erflanden terug, waar hij kort daarop (bij het berennen van Cochem) door een steen werd getroffen en op zijn burcht Cochem overleed.
- "Domina Sophya, Herimanni regis relicta" genoemd als zij het klooster Göttweig een predium overdraagt en daarbij haar zoon Otte ("Otto filius eiusdem regine") als eerste getuige laat onderschrijven; toen in 1081 Herman tot tegenkoning uitgeroepen werd, vereiste de legaat (de latere paus Urban) de scheiding van Herman van zijn vrouw Sophie, omdat ze te nauw aan elkaar verwant waren; over de mogelijke ouders van Sophie en over de aard van deze verwantschap zijn vele theorieën opgesteld, echter zonder overtuigend resultaat.
- Een uitgebreide beschrijving op: http://www.genealogie-mittelalter.de/luxemburger/hlawitschka.html"
|
466650114-466650115 = 233325072-233325073
466650128.
Dirk II van LOTHARINGEN, verm. 1065, graaf van de Elzas, hertog van Opper-Lotharingen (1070), overl. 23-1/30-12-1115, begr. Châtenois, tr. 2e Han-s-Lesse 15-8-1095 Gertrudis van Vlaanderen, ca. 1070-1117, erfdr. van Vlaanderen, wed. van Hendrik III van Leuven, dr. van Robert I "de Fries" en Gertrudis van Saksen (nr. 466650589), tr. 1e
466650129.
Hedwig van FORMBACH, wed. van Gebhard van Supplinburg, graaf in de Harzgouw.
- Zij was de moeder van Lotharius van Saksen, Duits koning (1125) en keizer (1133).
- Zie ook N.L. 1994, kol 221.
|
466650130.
Hendrik III van LEUVEN, ook van BRABANT, graaf van Leuven, voogd van Brabant (1086), overl. tijdens een toernooi te Doornik 5-11-1095, tr.
466650131.
Gertrudis van VLAANDEREN, geb. ca. 1070, overl. 1117, erfdr. van Vlaanderen; zij tr. 2e Han-s.-Lesse 15-8-1095 Dirk II van Lotharingen (nr. 466650128).
«« Frederik I van Staufen
466650132.
Frederik I van STAUFEN, ook van ZWABEN, geb. 1047/48, graaf (in een Frankisch graafschap of in de Riesgouw?) 1069, hertog van Zwaben (1079), overl. 1105 (vóór 21-7), begr. klooster Lorch, verloofd Regensburg 24-3-1079, tr. ca. 1086/begin 1087
466650133.
Agnes (ook Adelheid) van WAIBLINGEN, geb. zomer 1072/begin 1073, overl. Neder-Oostenrijk 24-9-1143, begr. aldr.; zij tr. 2e Leopold III "de Heilige", markgraaf van Oostenrijk, overl. 15-11-1136, samen met haar begr. in het door hem gestichte Klosterneuburg in Neder-Oostenrijk.
- Standvastig aanhanger van keizer Hendrik IV; hertog van Zwaben door belening met dat hertogdom (Regensburg, Pasen (24-3)-1079) en toen verloofd met diens nauwelijks 7-jarige dochter; moet bijna 20 jaar strijden tegen de tegenstanders van Hendrik IV in Zwaben (de aanhangers van de paus, de Welfen en de Zähringen) alvorens zijn gezag algemeen erkend wordt door het terugtreden van hertog Berthold IV van Zähringen in 1098; bouwt waarschijnlijk reeds sinds ca. 1070, in ieder geval sinds 1080, de burcht Staufen; sticht het klooster Sancta Fides in Schlettstadt (1094); maakt van zijn vroegere burcht op de berg boven Lorch het Benedictijnerklooster Sankt Peter (gewijd na 1097, vóór 1102), overgedragen als pauselijk eigen-klooster (3-5-1102); medestichter van Sankt Walburgis bij Hagenau (Elzas); noemde zich in zijn laatste levensjaren "hertog der Zwaben en der Franken".
- Zij draagt door haar huwelijk de oud-Salische familieaanduiding "van Waiblingen", samen met de palts en de daarbij behorende plaats, over op de Staufen; de Staufen voelden zich door het huwelijk met keizersdochter Agnes opvolgers van de Saliers; Agnes was de laatste Salische, die door legitieme kinderen Salisch bloed voortplanten kon; ze stichtte met haar man en haar zonen Frederik en Koenraad in 1102 het klooster Lorch als huisklooster en begraafplaats voor het geslacht.
|
466650134.
Hendrik IX "de Zwarte" WELF, waarsch. geb. 1074, hertog van Beieren 1120/26, monnik in Weingarten (eind 1126), overl. Ravensburg 13-12-1126, begr. Weingarten, tr.
466650135.
Wolfhilde van SAKSEN BILLUNG, overl. Altdorf 29-12-1126, begr. Weingarten.

»» Wladislaw I Herman van Polen (Jan Matejko, 1838-1893)
466650136.
Wladislaw I Herman van POLEN, waarsch. geb. 1043, vorst van Polen, overl. 4-6-1102, tr. 2e ca. 1089 Jutta van Franken, overl. ca. 1100, dr. van keizer Hendrik III, tr. 1e ca. 1080
466650137.
Judith van BOHEMEN, geb. 1156/58, overl. 25-12-1086.
466650138.
Hendrik I van BERG, graaf van Berg, op het laatst monnik in Zweifalten, overl. 24-9 vóór 1116, begr. Zweifalten, tr.
466650139.
Adelheid van MOCHENTAL, overl. als geestelijke 1-12-(1125).
466650140.
Almos van HONGARIJE, ook Constantijn (in BYZANTIUM), waarsch. geb. 1068, koning van Kroatië (1091), overl. 1129, tr.
466650141.
Predalawa Swjatopolkowna van KIEV.
466650142.
Uros I Nemanjic van SERVIË, waarsch. geb. 1080, stamt uit het geslacht der groot-zupanen, despoot (Veliki-Zupan) van Servië, eerst Hongaars later Byzantijns vazal; werd op ca. 14-jarige leeftijd gegijzeld in Constantinopel met zijn broer Stefan Vukan (1094); verovert de burcht Ras van Byzantium (1129), overl. na 1130, tr.
466650143.
Anna Diogenissa van BYZANTIUM, waarsch. dr. van Konstantinos Diogenes, nicht van keizer Alexios I van Byzantium.
«« Alexios I Comnenos van Byzantium
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
466650144.
Lodewijk van MOUSSON, verm. 1042-1071, (graaf) van Mousson-en-Scarponais in Mouson, castellanus in Montbéliard (Mömpelgard), Altkirch en Pfirt (Ferette) (1042), tr.
466650145.
Sophia van OPPER-LOTHARINGEN, geb. ca. 1018, als wed. gravin in Mousson, Saargemünd en Amance Bar, voogdesse van Saint-Mihiel, overl. 21-1-1093.
466650146.
Willem I van BOURGONDIË-IVREA, graaf van Bourgondië (1057), overl. 12-11-1087, tr.
466650147.
Stephanie (van LONGWY), overl. 19-10 na 1088, waarsch. dr. van Adalbert, hertog van Opper-Lotharingen, en Clémence de Foix.
466650152.
Theobald III van BLOIS, graaf van Blois, Chateaudun, Tours en Sancerre; graaf van Troyes (1048); als Theobals I graaf van Champagne (1063); verliest Beauvais (1037), overl. 29/30-9-1089, begr. Epernay (Abdij St.-Martin); tr. 1e Gersende van Maine, verstoten 1048, tr. 3e vóór 1061 Alix de Crépy, tr. 2e
466650153.
Gundrada (Gondrée) N.N.

Deel van het tapijt van Bayeux; hier de slag bij Hastings
466650154.
bast. Willem I "de Veroveraar", ook Willem I van NORMANDIË, geb. Falaise (Normandië) 14-10-1027, als Willem II hertog van Normandië (1035), verovert Maine (1063), verslaat op 14-10-1066 bij Hastings de Engelse koning Harold van Essex en krijgt daarna de bijnaam "de veroveraar", gekroond tot koning van Engeland (Westminster Abbey, 25-12-1066), overl. 9-9-1087 in de Priorij Saint Gervais buiten Rouen, begr. in de door hem als uitvloeisel van de dispensatie voor zijn huwelijk in de jaren 1063/77 gestichte abdijkerk Saint-Etienne te Caen, tr. Eu 1053 (dispensatie 1059)
466650155.
Mathilde van VLAANDEREN, ook Maud van ENGELAND, geb. ca. 1051/52, koningin van Engeland (Westminster Abbey, 11-5-1068), overl. Caen 3-11-1083, begr. aldr. (Sainte Trinité "Abbaye-aux-Dames").
- Na de dood van Edward de "Belijder", maakte Willem aanspraak op de Engelse troon, maar zijn zwager Harold had had zich al laten uitroepen tot koning van Engeland; Willem landde, op wraak belust, op 29-9-1066 op de Engelse kust in afwachting van Harold's leger dat in Yorkshire de invallende Noorse koning had verslagen; Harold was niet in staat zijn leger goed te herenigen, daarom deed Willem bij Hastings met zijn cavalerie op 14-10-1066 een aanval op het Engelse voetvolk; tijdens de slag viel hij van zijn paard, waardoor het gevecht verloren leek te gaan, maar uiteindelijk werden Harold en zijn broers bij de vijfde en laatste laatste uitval der Normandiërs die dag neergehouwen (foutief is de overlevering dat Harold werd gedood door een pijl in zijn oog); uit dankbaarheid voor de overwinning stichtte Willem in Battle, op enkele kilometers van Hastings, een abdij, waarvan de ruïnes nog steeds aanwezig zijn; in korte tijd veroverde hij, soms met grote verwoestingen, heel Engeland, eerst Schotland (ca. 1072) en later Wales (ca. 1080); Willem bracht rust in Engeland, werd gerespecteerd door de bevolking, stichtte overal kastelen, liet politieke tegenstanders genadeloos onthoofden en bezittingen van alle edelen die in 1066 tegen hem streden verbeurd verklaren en verdelen onder zijn Normandische volgelingen; zijn beroemdste daad was echter het samenstellen van het "Domesday Book" (de eerste volkstelling in Engeland), waarin van bijna heel Engeland gegevens werden opgeschreven over alle huishoudens.
- Omdat Willem, dichter dan de 7e graad, gehuwd was met zijn achternicht Mathilde van Vlaanderen, werd hij door de paus in de ban gedaan; om de verhouding met de paus te normaliseren stichtte hij in 1063 in Caen het klooster Abbaye-aux-Hommes Saint Etienne en zijn vrouw een nonnenklooster Abbaye-aux-Dames Sainte Trinité.
- In het bisschoppelijk museum van Bayeux bevindt zich het wereldberoemde geborduurde "tapijt van Bayeux", lang 73 meter, hoog 50 cm., enkele jaren na de slag bij Hastings waarsch. in opdracht van bisschop Odo van Bayeux vervaardigd; het geeft een goed tijdsbeeld (kleding, uitrusting), maar het "stripverhaal" met vele verduidelijkende Latijnse teksten over de slag bij Hastings hoeft niet betrouwbaar te zijn (Sommige bronnen bevestigen de historiciteit, andere vermelden dat, omdat Odo halfbroer was van Willem, het tapijt diende om de daden van Willem "de Veroveraar" achteraf te legitimeren).
-
Willem was een krachtpatser met de voor die tijd reusachtige lichaamslengte van 1 m. 75 (zijn vrouw bleek na opgraving in 1961 slechts 1 m. 25 te zijn), maar hij was ook extreem dik en vet: er werden veel grapjes gemaakt over zijn uiterlijk en vaak werd gezegd dat het leek alsof hij zwanger was; in 1087 vertrok hij daarom naar Frankrijk om (in een soort kliniek) gewicht kwijt te raken; onderweg had hij een schermutseling met een Frans legertje bij Mantes; tijdens het gevecht schrok zijn paard zo hevig dat de zadelknop, die hem overeind hield, zijn buik verwonde; zijn darmen barstten open door het ongeval en hij kreeg buikvliesontsteking; na vijf weken overleed hij op 9-9-1087 in de Priorij Saint Gervais buiten Rouen; zijn bedienden stolen direct na zijn dood alles wat ze mee konden nemen, inclusief zijn kleding en lieten Willem naakt op de grond achter; een ridder (Herluin) ontdekte het lichaam en liet het naar Caen brengen om daar te worden begraven; op weg naar kerk brak ergens brand uit en de kist werd door de dragers neergezet om de brand te bestrijden (het was een hete dag en door de zon zwollen zijn abcessen sterk op); na aankomst bij de abdijkerk Saint-Etienne te Caen probeerde men het lichaam van Willem te plaatsen in de speciaal voor hem op maat gemaakte sarcofaag, maar hij paste er niet meer in; de dragers drukten zo heftig op de gezwollen buik van Willem dat die openbarstte: etter en vuiligheid bedekten zijn lichaam en de stank in de kerk werd zo groot dat de aanwezigen de kapel uitrenden; Willem werd daarna snel begraven.
Na zijn dood werd zijn graf diverse malen geschonden; in 1562 groeven de Hugenoten hem op en verstrooiden zijn beenderen.
|

»»Willem de Veroveraar
«« Grafsteen van Willem de Veroveraar in Caen
466650156.
Engelbert I van SPANHEIM, graaf in de Kraichgouw (1057), graaf van Spanheim (ca. 1060/14-10-1077), graaf in het Pustertal (1070), markgraaf van Istrië (1090-1096), sticht samen met zijn vrouw het klooster St.-Paul in het Lavantthal bij Salzburg (ca. 1-5-1091), hoogstiftsvoogd van het aartsbisdom Salzburg en Gurk (vanaf 1093), overl. St.-Paul als monnik 1-4-1096, begr. aldr. in het familiegraf, tr.
466650157.
Hedwich N.N., waarsch. overl. slot Mossa ten westen van Gõrz ca. 1-6-1112.
- Hij hoorde in de "Investituurstrijd" tot het kamp der der Zuidduitse Gregorianen dat fervent de Salzburgse tegenbisschop bestreed (benoemd door keizer Hendrik IV), nam de bisschop gevangen, verwoestte Salzburg (1085/86) en herstelde de oorspronkelijke bisschoppelijke macht; onderwierp zich echter aan de keizer en streed met hem tegen de Saksen, maar moest toestaan dat hij in 1091 Pusertal verloor aan de bisschop van Brixen; hij was verbonden met de markgraven van Istrië-Krain en de hertog van Karinthië.
- Zij wordt meestal gezien als dr. van Bernhard II van Saksen, maar zou ook dr. kunnen zijn van Markward, hertog van Karinthië uit het huis Eppenstein.
|
466650158.
Ulrich (Udalrich) van VOHBURG-PASSAU, verm. 1072, graaf van Finningen, graaf en voogd van Passau (1080-1099), bevoegd in Reigersberg, stadsgraaf van Salzburg na het verdrijven van de bisschop, overl. tijdens een epidemie te Regensburg 24-2-1099, tr. na 1085
466650159.
Adelheid van LECHSGEMÜND, stichteres van het klooster Baumberg, overl. 24-2-ca. 1108; zij was sinds 1085 wed. van Markwarts van Marquartstein en tr. 3e na 1105 Berengar II, graaf van Sulzbach.
466650180.
Hendrik I van EGISHEIM-DAGSBURG, verm. 1049, graaf van Egisheim en Moha, graaf in de Elzasser Noordgouw, bezat wereldlijke en kerkelijke goederen te Straatsburg, overl. 28-6-na 861/vóór 864, tr.
466650181.
N.N. van MOHA
- Hij was bezitter van de burcht Egisheim, voogd van het klooster "Heiligkreuz zu Woffenheim" (via een privilege van zijn neef paus Leo IX) en werd meerdere malen verm. in oorkonden betreffende de Elzas (o.a. 15-10-1059).
- Moha ligt bij Luik; waarschijnlijk is het gebied van Moha ontstaan bij de versnippering van het Karolingische rijk (hoewel legenden spreken van Mohelin d’Albore die in 692 de gebieden zou gekregen hebben; zeker is dat in 1031 een zekere Albert leenheer van Moha was; omdat er in 1050 geen mannelijke erfgenaam was, kwam het gebied bij een zekere Henri de Dasbourg, die verwant was met de Duitse keizers; zo dicht bij Luik was de ligging strategisch en daarom werd het kasteel omgebouwd naar een moeilijk in te nemen burcht (Bron: Inernet, "Feodaal kasteel Moha").
|
466650182.
Konrad I van LUXEMBURG, geb. ca. 1040, graaf van Luxemburg (1059-1086), voogd van St.-Maximin te Trier, Echternach, Malmedy en van Stavelot (Stablo), stichtte de Münsterabdij te Luxemburg (6-7-1083) en schonk het goederen, overl. Italië 8-8-1086, bijgezet 1090 (Müsterabdij), tr. 1070/vóór 1075
466650183.
Clementia van POITU-AQUITANIË, geb. ca. 1055, gravin van Gleiberg (graafschap in Hessen), erfgen. van Longwy; aanwezig bij de stichting van het Münster te Luxemburg (1083); stichtte als gravin van Gleiberg in Hessen het klooster Schiffenberg bij Giessen (1129), meldt waarsch. de stichting nogmaals (1141) en zou overl. zijn 4-1-1142, zij tr. 2e nr. 933301170.
- G.N. 1991, pag. 583.
- Hij werd in de ban gedaan toen hij aartsbisschop Eberhard op een visitatiereis in de omgeving van Wasserbillig overvallen en mishandeld had en hem als gevangene had meegevoerd naar Luxemburg (waarsch. 1059); hij overlijdt op de terugreis van een hem door de paus opgelegde boete-bedevaart naar Jeruzalem in Italië.
|
«« In de vroege middeleeuwen ging ongeveer 10 procent van de toenmalige bevolking regelmatig op bedevaart
466650184.
Volmar III van METZ, verm. 1055-1075, graaf van Metz, tr.
466650185.
Swanehilde N.N., overl. vóór/in 1075.
466650224.
Herman IV van SAFFENBERG ook van NÕRVENICH, graaf van Saffenberg (1081), van Nörvenich (1081), voogd van Cornelimünster en St.-Martin te Keulen, overl. ca. 1091, tr. ca. 1091
466650225.
Gepa van WERL, gravin van Saffenberg, overl. na 1108.
466650240.
Étienne van VAUX JOINVILLE, verm. 1005-1027, heer van Joinville, dominus Novi Castelli (1005), voogd van Blaise (vóór 1027), tr. vóór 1027
466650241.
N.N. de BRIENNE.
466650242.
Arnoul van REYNEL, graaf van Reynel.
466650246.
Hendrik "le damoiseau", van BOURGONDIË, waarsch. geb. 1035, "jonker van Bourgondië", overl. 27-1-1066/74, tr. ca. 1056
466650247.
Sibylle N.N.
- De Stammtafeln noemen haar zowel van Barcelona als van Bourgondië-Ivrea.
|

»» Gezicht op Roucy en het kasteel
466650248.
Engelbert IV van BRIENNE, verm. 1027-1035, tr.
466650249.
Petronille N.N., verm. ca. 1048/50, overl. na 6-6-1050.
«« De verzoeking van de christen (Les Belles Heures du Duc de Berry, circa 1406-1408/9, New York, The Metropolitan Museum of Art, Cloisters Collection, ms. 54.1.1, fol. 191r)
466650250.
Milon III (I) van TONNERE, graaf van Tonnerre en Bar-sur-Seine.
466650252.
Hilduin IV van MONTIDIER-RAMERUPT, verm. 1031, heer van Ramerupt, graaf van Roucy (1061), overl. 1063, tr.
466650253.
Alix (Adèle) van Roucy, erfgen. van Roucy, overl. 1062.
466650260.
Guido I van MONTHLÉRY, vasal van bisschop Geoffroi van Parijs, stichter van de priorij Longpont (1061/85), burggraaf van Rochefort-en-Yvelines (1068/74), overlijdt als monnik te Longpont vóór 1065, begr. aldr., tr.
466650261.
Hodierne de GOMETZ-la FERTÉ, verm. 1062-1074, erfdr. van Bures.
466650272-466650273 = 466650146-466650147
466650368.
Simon I van BROYES, verm. 1104-1136, heer van Broyes, Beaufort, Baye enz., overl. 4-1-1137/40, tr.
466650369 = 58331281
466650370-466650371 = 116662536-116662537

»» Wapen van zijne koninklijke hoogheid prins Amadeus van Savoye, hertog van Savoye (geregistreerd 27-11-2006)
466650496.
Amadeus II van SAVOYE, verm. 1057, graaf van Savoye (1078), markgraaf van Susa, overl. 26-1-1080, tr.
466650497.
waarsch. Johanna van GENÈVE, verm. 1065-1070, dr. van graaf Gerold (zie hieronder).
466650498-466650499 = 466650146-466650147
466650512.
Gerold van GENÈVE, verm. 1032-1061, graaf van Genève, princeps regionis (1034), tr. 1e Gisela N.N., tr. 2e
466650513.
Tetberga N.N., verm. 1060, wed. van Lodewijk de Faucigny.
- Via zijn moeder zou Gerold een afstammeling van Karel de Grote geweest zijn: zijn grootmoeder (Mathilde N.N.) was een dochter
van koning Konrad van Bourgondië die gehuwd was met een dochter van koning Lodewijk IV der West-Franken.
|
466650560.
Amaury III van MONTFORT-l'AMAURY, verm. 1098, graaf van Evreux, heer van Montfort, overl. 18/19-4 na 1136, tr. 1e Richilde van Henegouwen, dr. van Boudewijn II, tr. 2e (na echtscheiding in 1118)
466650561.
Agnes de GARLANDE, overl. 1143; zij tr. 2e Robert I "de Grote" van Frankrijk, graaf van Dreux.
466650564.
Robert II "le Bossu" ook "le Gozcen" van BEAUMONT le ROGER, heer van Pacy (1153), tweede earl van Leicester (1118), vice-koning van Engeland (1165), tr. na 11-1120
466650565.
Amicie van MONTFORT en GAEL, dr. van Raoul, heer van Montfort en Gael, graaf in Bretagne en Emma FitzObern.
466650566.
Hugo van GRANDMESNIL, verm. 1177, maarschalk van Engeland.
«« Nablus ca. 1870
466650570.
Boudewijn I van RAMA, verm. 1106-1136, vasal van Jaffa, koninklijk kastelein van Rama (of Ramla ten z.o. van Jaffa), later heer van Rama, tr.
466650571.
Stephanie van NABLUS, verm. 1148-1158, zuster van Payen, heer van Nablus; na echtsch. tr. zij 2e Guy de Milly.
466650572.
Andrenikes Komnenos van BYZANTIUM, waarsch. geb. 1108, sebastokrator (adelijke titel aan het Byzantijnse hof), overl. hersft 1142, tr. ca. 1124
466650573.
Eirane (Aineiadissa), werd in 1144 in het klooster Pantokratores gebracht, waarsch. overl. 1150/51.
466650574.
Michael TARONITES.
466650576.
Philips I "the Fair" van FRANKRIJK, geb. 23-5 vóór 1053, mederegent van Frankrijk (1059), koning van Frankrijk, graaf van Parijs etc. (4-8-1060/1108), graaf van Gatinais (1068), châtelain van Bourges (1101), werd in 1095 de ban gedaan wegens het verstoten van zijn eerste vrouw, overl. op zijn kasteel in Meulun 29-7-1108, begr. abdij St.-Benoît-sur-Loire (het belangrijkste Romaanse monument in het Loire-gebied); tr. 2e (na haar ontvoering op 27-10-1091) op 15-5-1092 Bertrade van Montfort-l'Amaury (Bertrada van Montfoort), vrouw van Fulco IV, graaf van Anjou; zij werd verstoten 1104, later geestelijke in Haut-Bruyères bij Chartres, overl. klooster Fentrevault 14-2-1117, begr. abdij St.-Benoît-sur-Loire, hij tr. 1e 1071/72
466650577.
Bertha "de Dikke" van HOLLAND, geb. ca. 1055, verstoten 1092, overl. in ballingschap Montreuil-sur-Mer 30-7-1094.
- Hij werd opgevoed door zijn moeder Anna van Kiev en zijn leenman Boudewijn VI van Vlaanderen; Filips was nog maar 7 jaar oud toen hij tot koning van Frankrijk werd gekroond; een groot deel van zijn leven besteedde hij aan het onderdrukken van opstanden van op zijn macht beluste vazallen; tijdens de slag bij Kassel tegen Robrecht de Fries (1071) stond hij aan de kant van zijn leenman Arnulf III van Vlaanderen; het gevecht eindigde in een nederlaag; in 1077 sloot hij vrede met Willem de Veroveraar, die zijn pogingen om Bretagne te veroveren staakte; met de annexatie van Vexin (?) in 1082 breidde Filips zijn rijk uit en in 1100 kwam Bourges onder zijn bestuur. Toen hij op 15 mei 1092 van Bertha scheidde en met Bertrade trouwde, werd hij door paus Urbanus II geëxcommuniceerd; wegens een tweede ban, uitgesproken vlak voor de eerst Kruistocht, ging niet hij, maar zijn broer Hugo van Vermandois als kruisvaarder mee naar Palestina.
|

»» Philips I op zijn sterfbed
466650578-466650579 = 233325248-233325249
466650580.
Miles van COURTENAY, heer van Courtenay (1127), tr. 1e N.N., tr. 2e
466650581.
Ermengarde van NEVERS.
466650584.
Boudewijn III van HENEGOUWENEN, geb. 1087/88, graaf van Henegouwen (van 1098 tot ca. 1103 onder regenschap van zijn moeder), probeerde net als zijn ouders en grootmoeder tevergeefs het graafschap Vlaanderen te veroveren, moet Kamerijk afstaan (1110), overl. 1120, tr. ca. 1107
466650585.
Jolande van GELRE, geb. 1088/90, regentes van Henegouwen (1120-ca. 1125), overl. 21-6-1147/51, begr. Mons, Sainte-Waudru; zij tr. 2e Godfried van Bouchain.
«« Boudewijn III (Muurschildering door Jan van der Asselt, Kortrijk, Gravenkapel)
466650586.
Godfried van NAMEN, geb. 1067/68, verm. vanaf 1080, graaf van Château-Porcien (1097, wegens zijn 1e huwel.), graaf van Namen (1102), verloor Brunigerode maar verwierf de Haspengouw, de Condroz en Famenne; stichtte met zijn 2e vrouw Ermesinde de Norbertijnen-abdij Floreffe (27-11-1121), overl. Floreffe 19-8-1139; tr. 1e ca. 1087 Sybille van Château-Porcien, die hem ca. 1103 verliet en ging samenleven met Enguerrand de de Boves, sire de Coucy (waarna hij dit samenlevingsverband ongeldig laat verklaren), tr. 2e kort vóór/in 1109
466650587 = 233325091
- Godried van Namen volgt zijn vader op als graaf van Namen (1102); steunt, gewapenderhand, echter zonder succes, zijn broer Frederik wanneer die tot bisschop van Luik wordt gekozen (1119), waardoor hij het grootste deel van Brunigerode verliest aan tegenkandidaat Alexander van Gulik, gesteund door de hertog van Brabant; waarsch. tijdens het episcopaat van zijn neef en gunsteling Adalbero II van Chiny, bisschop van Luik (1136), verwierf hij een groot deel van de Haspengouw (Hesbaie), de Condroz en Famenne ten koste van Luik; stichtte met zijn 2e vrouw de Norbertijner abdij Floreffe (27-11-1121); associeert zijn zoon en opvolger Hendrik de Blinde in het bestuur van Namen; neemt nog deel aan aan de rijksdag van koning Konrad III in Luik (juni 1139), maar trekt zich dan terug in Floreffe.; zie ook G.N. 1991, pag. 685 (365).
|
466650588 = 466650128

»» Wapens van deelnemers aan een middeleeuws tournooi
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
466650589.
Gertrudis van VLAANDEREN, geb. ca. 1070, erfdr. van Vlaanderen, overl. 1117; zij tr. 1e Hendrik III van Leuven, ook van Brabant, gesneuveld tijdens een tournooi in Doornik 5-11-1095, en 2e Han-sur-Lesse 23-1-1115 Dirk II van Lotharingen, wdnr. van Hedwig van Formbach (nr. 466650128).
466650590.
Fulco V van ANJOU, geb. 1092, graaf van Anjou (1109), koning van Jerusalem (1131-1144), overl. Akko 10/13-11-1144, tr. 2e Jerusalem 2-6-1129 Melisende van Rethel, geb. ca. 1100, overl. 11-9-1161, begr. Maria-abdij in het dal van Josaphat, tr. 1e
466650591.
Ermentrude van MAINE, ook Eremburg van le Mans, erfdr. van Maine, overl. 1126.
- Nadat Fulco ca. 3 jaar wednr. was werd hij gevraagd aan de zijde van Melisende van Rethel, erfdr. van het koninkrijk Jeruzalem, dit koninkrijk te gaan besturen; hij verliet zijn graafschap en trok naar Palestina; op 13-11-1131 werden zij tot koning en koningin van Jerusalem gekroond; de kroning vond plaats in de Heilige Graf-kerk, waarvan de grote uitbouw door de kruisvaarders onder Fulco tot afsluiting werd gebracht (inwijding 15-07-1149). Hij verongelukte door een val van zijn paard.
- Van dit echtp. stamt het Engelse koningshuis Plantagenet af.
|
529475072.
waarsch. Gerard genaamd BOTHO, hofmeester van Holland.
529475112.
Herbaren of Floris van de LEDE, dan wel Herbaren Florisz. van de LEDE, verm. 1204-1207, medeheer van Lede en Asperen, tr.
529475113.
N.N. Hugo BOTTERSdr..
«« Heusden anno 1555 (Jacob van Deventer)
529475116.
Willem van THEYLINGEN, verm 1174, ridder (1223) tr. 1e ca. 1199 waarsch. N.N. Gerardsdr. (Prometheus IX, pag. 36), tr. 2e ca. 1200
529475117.
Agnieze (van BENTHEIM), overl. 1203.
- Hij was bezitter van het goed Teylingen, "nobilis vir", ridder sedert 1223 en sedert 1198 in de omgeving van graaf Dirk VII van Holland, na wiens overlijden (4-11-1203) hij toestemde in het huwelijk van Dirks dochter Ada met de graaf van Loon waarbij Willem zelf aanwezig was; spoedig verkoos hij de partij van graaf Dirks broeder Willem en verdedigde in 1204 Rijnland tegen de strijders van de bisschop van Utrecht, doch werd door de graaf van Loon gevangen genomen bij Leiden; nadat Willem graaf van Holland was geworden bleef van Teijlingen hem getrouw en was in 1213 te Nijmegen aanwezig wanneer keizer Otto IV graaf Willem in diens rijkslenen bevestigde. Na de dood van graaf Willem (4-2-1222) bewees hij zijn diensten aan diens opvolger en zoon Floris IV onder wiens bewind hij voor het eerst als ridder voorkomt; van de regering van graaf Willem II maakte hij de eerste jaren mee en komt nog veelvuldig voor in oorkonden als nobilis vir (N.L., 1926, kol. 204).
|
529475118.
Jan I van HEUSDEN, geb. ca. 1160, heer van Heusden (vóór 1184-na 1217), tr. 1e N.N., tr. 2e
529475119.
Agnes (PERSIJN), overl. na 1200.
Generatie XXX
933300224.
Giselbert van LUXEMBURG-SALM, geb. ca. 995/97, verm. 1030, graaf van Salm (1036), graaf van Longwy (1047), graaf van Luxemburg (14-10-1047/14-8/1056/59), voogd van St.-Maximin te Trier en van Echternach (1050), overl. 14-8/1056/59, tr.
933300225.
N.N., dr. van paltsgraaf Hezelidin.
- Verm. als deelnemer aan een synode te Trier (24-9-1030); viel herhaaldelijk deze stad aan en verrijkte zich met kloostergoederen (keizer Hendrik IV - met wie hij verwant was - wist hem na enkele schenkingen in 1056 met moeite te stoppen); vergreep zich in 1031/32 al aan het kloostergoed van Echternach, maar kon onder Hendrik IV zijn eigen machtsgebied versterken met o.a. de onderwerping van het graafschap Salm en van Longwy; op zijn sterfbed schonk hij de abdij St.-Maximin verscheidene goederen.
- Het graafschap Salm in de Ardennen wordt voor het eerst vermeld in verband met deze Giselbert als hij comes Gisilbertus de Salmo genoemd wordt; onder zijn nakomelingen bevinden zich de graven van Salm, later gesplitst in Oud-Salm (Ardennen) en Opper-Salm in de Vogezen.
|

»» Benediktijner abdij van Echternach in de 7e eeuw gesticht door St. Willibrord
933300228-933300229 = 466650144-466650145
933300230-933300231 = 466650146-466650147
933300256.
Gerhard IV van LOTHARINGEN (ELZAS), verm. 1033, hertog van Opper-Lotharingen (1048), door huwel. graaf van Chatenois, overl. Remiremont ca. 14-4-1070, tr.
933300257.
Hedwig van NAMEN, overl. 28-1-1076.
933300258.
Frederik van FORMBACH, waarsch. overl. 1060 (neergeslagen), tr.
933300259.
Geertruida van HALDENSLEBEN, gevangen te Mainz (1076), overl. 21-2-1116; zij tr. 2e Ordulf hertog van Saksen (Billunger), overl. 28-3-1072.
933300260.
Hendrik II van LEUVEN, geb. ca. 1020, graaf van Leuven (1063), overl. 1078/79, begr. Nijvel, tr.
933300261.
Adela van de BETUWE, stichtte met haar zonen Hendrik en Godfried het klooster Affligem (1086), overl. na 1086.
«« Robrecht I "de Fries" (stadhuis Gent)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
933300262.
Robert (Robrecht) I "de Fries" van VLAANDEREN, geb. 1029/32, door huwel. regent van Holland voor zijn stiefzoon Dirk V van Holland (1062-1071) , graaf van Vlaanderen (1071), overl. Cassel 13-10-1093, tr. 1062/63
933300263.
Gertrudis van SAKSEN, geb. ca. 1030, werd met haar zoon Dirk V verdreven uit Holland naar Gent in Vlaanderen; zij overl. 3/4-8-1113, begr. Veurne (St.-Walburgskerk), wed. van graaf Floris I van Holland (nr. 933301154), vermoord Nederhemert 19-5/28-6-1061, begr. Egmond (abdijkerk).
- Na zijn huwelijk met Gertrudis van Saksen, vestigde hij zich in Holland, nadat hij van zijn aanspraken op Vlaanderen afstand had gedaan; hij liet zijn aanspraken toch weer gelden na het overl. van zijn broer Boudewijn VI in 1070; raakte daardoor in hevige strijd met Richildis van Henegouwen en haar zoons die belust waren op het graafschap Vlaanderen; het geschil mondde uit in de slag bij Kassel (22-2-1071); hij overwon, maar verzoende zich met zijn voornaamste vijanden, met name de Franse koning en gaf hem zijn stiefdochter Bertha ten huwelijk; hij herstelde tevens zijn blazoen bij de paus door het bouwen (of vernieuwen) van een dertigtal kerken of kapellen, allen toegewijd aan H.Petrus, zoals te Oostende en te Brugge; in hetzelfde jaar werd hij uit Holland verjaagd en keerde terug naar Vlaanderen; won later de verloren gebieden in Holland terug samen met zijn stiefzoon Dirk V ten koste van de bisschop van Utrecht (1076); reisde naar het "Heilige Land" (1086/91); op deze pelgrimsreis leerde hij keizer Alexios Komnenos van Byzantium kennen, die later van dit contact gebruik maakte en via Robert het westen om hulp vroeg hetgeen o.m. leidde tot de eerste Kruistocht; hij staat bekend om zijn binnenlandse hervormingen die hem in staat stelden met steun van de steden het grafelijk gezag te verstevigen ten nadele van de voorrechten van de adel en de geestelijkheid.
|
933300264.
Frederik van BÜREN, (Büren = Wäschenbeuren bij Schwäbisch Gmund); als zijn vrouw wordt veelal Hildegard van Egisheim(-Mousson) genoemd, over haar afkomst bestaan verschillende opvattingen; hij overl. vóór 1094 (1068).

»» Ring van Hendrik IV
933300266.
Hendrik IV van DUITSLAND, geb. (Goslar ?) 11-11-1050 (bij zijn geboorte bezwoor zijn vader de aanwezige vorsten zijn pasgeboren zoon trouw te zijn), ged. Goslar pasen 1051 (waardoor abt Hugo van Cluny als peetvader kon optreden), in zijn opvoeding sterk beïnvloed door de kerk (met name de aartsbisschoppen van Mainz en Keulen), hertog van Beieren (1053), in hetzelfde jaar liet zijn vader in Tribur in aanwezigheid van een groot aantal edelen hem tot zijn opvolger kiezen, keizer van Duitsland (kroning Aken 17-7-1054), keizer van het "Heilige Roomse Rijk" (1056), troonopvolger, aanvankelijk (vanaf 1056) onder regentschap van zijn moeder, zelfstandig vanaf zijn meerderjarigheidsverklaring naar Salisch recht (29-3-1065), in een samenzwering van Duitse vorsten o.l.v. Anno II, aarsbisschop van Keulen, ontvoerd naar Kaiserswerth in een schip over de Rijn (1062), na in de ban te zijn gedaan (Rome, 15/22-2-1076) opnieuw keizer (Rome, Pasen 31-3-1084), tot troonafstand gedwongen (Ingelheim, 31-12-1105), overl. Luik 7-8-1106, na opheffing van de pauselijke ban begr. in de Dom van Spiers (1111); tr. 2e 14-8-1089 Evpraksia van Kiev, ook keizerin Adelheid, tr. 1e Tribur 13-7-1066 (verloofd Zürich 25-12-1055)
«« "Hendrik voor Canossa" (Eduard Schwoiser, 1862)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
933300267.
Bertha van SUSA (Turijn), geb. 21-9-1051, keizerin van Duitsland (Rome, 31-3-1084), overl. 27-12-1087 (waarsch. te Mainz), begr. in de Dom van Spiers (Speyer).
- In 1077 raakte hij betrokken in een conflict met paus Gregorius VII, de zgn. "Investituurstrijd": de paus had drie jaar daarvoor het celibaat ingesteld voor priesters en kort daarna de investituur afgekondigd (wereldlijke autoriteiten - lees edelen - mochten geen bisschoppen en abten meer benoemen ook al hoorden deze ambten bij het bestuur van een leen); Hendrik IV benoemde desondanks een bisschop in Milaan; hij werd door paus in de ban gedaan (Rome, 15/22-2-1076), maar nam wraak door een synode bijeen te roepen, waarin de paus werd afgezet (Worms, 24-1-1076); ondertussen besloten de Duitse vorsten om te zien naar een nieuwe keizer, mocht Hendrik IV niet snel van de excommunicatie ontheven worden (Tribur, okt. 1076); de keizer maakte daarom samen met zijn vrouw, heel slim, midden in de winter van 1076/77, heimelijk een boetereis naar Canossa ("Gang nach Canossa"), het pauselijke slot; het kleine gezelschap moest drie dagen in de januarikou op de binnenplaats van het slot wachten op een antwoord van de paus, maar de excommunicatie werd ongedaan gemaakt (28-1-1077); met zijn boetedoening kweekte Hendrik IV veel goodwill; werd echter opnieuw in de ban gedaan (Rome, 7-3-1080) nam wraak door zich alsnog van paus Gregorius te ontdoen (Brixen, eind juni 1080) en liet zich, door de door hem benoemde tegenpaus Clemens III, opnieuw tot keizer kronen (Rome, Pasen, 31-3-1084); door zoon Hendrik V tot afstand gedwongen en gevangen gezet (Ingelheim, 31-12-1105), maar wist te ontsnappen (febr. 1106).
- In het "Wormser Privileg" (1090) trachtte hij binnenlands -tevergeefs- de Joden te beschermen bij hun kruisvaardersprogromen aan de Rijn, een uniek middeleeuws document en rechtsstatuut, dat voor de komende honderden jaren de verhoudingen tussen christenen en joden zou regelen.
|

»» Hugo, abt van Cluny (links) en Hendrik IV verzoeken markgravin Mathilda van Canossa om te bemiddelen bij paus Gregorius VII (Donizo, "Vita der Mathildis", perkament vóór 1114, Apostolische Bibliotheek van het Vaticaan)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
933300268.
Welf IV van BEIEREN, geb. 1030/40, hertog van Beieren (1070), sticht ca. 1073/78 het klerikalenklooster Rottenbuch; afgezet en gevlucht naar Hongarije (1077), overl. Paphos (Cyprus) 9-11-1101, begr. klooster Weingarten, tr. 1e Ethelinde van Northeim, dr. van graaf Otto I, hertog van Beieren, echter van haar gesch. ca. 1070, tr. kort nadien
933300269.
Judith van VLAANDEREN, wed. van Tostig, graaf van Northumberland.
- Hij werd door zijn grootmoeder Imiza (Irmentrud) uit Italië naar Duitsland geroepen om de bezittingen van zijn overleden oom Welf III
over te nemen en te organiseren; deze had zijn bezittingen nl. per testament aan zijn huisklooster Altdorf vermaakt; Irmentrud verhinderde dat en wist daardoor het hertogschap voor haar kleinzoon zeker te stellen; hij nam nog op hoge leeftijd deel aan de mislukte eerste Kruistocht, die in 1101 in een Turkse hinderlaag raakte, wist te ontvluchten naar Anthiochië, maar stierf op de terugweg op Cyprus.
|
933300270.
Magnus van SAKSEN BILLUNG, hertog van Saksen, overl. Erthensburg 23-8-1106, begr. Lüneburg (St.-Michaelis), tr. 1070/71
933300271.
Sophie van HONGARIJE, overl. 18-6-1095, begr. Lüneburg (St.-Michaelis); zij tr. 1e 1062/63 Ulrich I van Weimar Orlamùnde, markgraaf van Krain, graaf van Istriën, overl. 6-3-1070.
«« Michaeliskerk te Lüneburg toen de jonge Bach hier verbleef; het schilderij werd vervaardigd door de heer Burmester (1701) en hangt in het Museum für das Fürstentum
933300272.
Kazimierz I Karol "de Vernieuwer" van POLEN, geb. 25-7-1016, vorst van Polen (1039), overl. 19-3-1058, tr. ca. 1041/42
933300273.
Dobronega Maria van KIEV, geb. vóór 1012, overl. 1087.
933300276.
Poppo van BERG, waarsch. verm. Remstal (1080), graaf van Berg, overl. 11-7 van een onbekend jaar, begr. Zweifalten, tr.
933300277.
Sophia N.N., overl. 26-6-.., begr. Zweifalten.
933300278.
Diepold II van GIENGEN, markgraaf in de Nordgouw (Vohburg, 1077), gesneuveld Wellrichstadt 7-8-1078, tr.
933300279.
Liutgarde van ZÃHRINGEN, verm. 1098-1104, waarsch. overl. 18-3-1119; zij tr. 1e Ernst I van Grögling, graaf van Ottenburg.
933300280.
Geza I "Magnus" van HONGARIJE, geb. 1044/45, sebastokrator van Byzantium (1065), koning van Hongarije (1074), overl. 25-4-1077, tr. 1e ca. 1062 Sophia van Looz, overl. ca. 1065, dr. van graaf Giselbert, tr. 2e ca. 1065
933300281.
Synadena N.N., nicht van keizer Nikephoros III Botaneiates.

»» Swjatopolk II
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
933300282.
Swjatopolk II Michail van KIEV, geb. 1050, vorst van Nowgorod en Turow (1078-1089), vorst van Turow (1089-1093), grootvorst van Kiev (1093-1113), overl. 16-4-1113, tr. 2e 1094 N.N. van Polowcen, tr. 3e ca. 1103 Barbara Komnena, tr. 1e
933300283.
N.N. (volgens de Stammtafeln een "alte Konkubine").
933300288.
Ricuin (Richwin) in SCARPONNOIS, graaf in Scarponnais, tr.
933300289.
Hildegard van EGISHEIM.
933300290.
Frederik II van OPPER-LOTHARINGEN, hertog van Opper-Lotharingen (1019), graaf van Bar, tr.
933300291.
Mathilde van Zwaben, waarsch. geb. 988, overl. 29-7-1031/32, begr. Worms (Dom); zij tr. 1e ca. 1002 Coenraad, hertog van Karinthië, overl. 1011 en 3e Esiko, graaf van Ballenstedt.
933300292.
Renaud (Reinald) I van BOURGONDIË-IVREA, graaf van Bourgondië (1026), overl. 3/4-9-1057, tr. vóór 1-9-1016
933300293.
Adelaide (Judith) van NORMANDIË, overl. 7-7- na 1037.
«« "De Bron des Levens" (Liederenboek van St.-Medard van Soissons, Bibliotheque Nationale, Paris)
933300304.
Odo II van BLOIS, geb. ca. 983, graaf van Blois, Chartres, Chateaudun, Tours en Beauvais; volgt zijn neef, Stefanus II, op als graaf van Champagne en wordt daardoor tevens graaf van Troyes, Meaux, Provins en de Abdij St.-Medard te Soissons (1019); stichtte de abdij St.-Martin te Epernay (1032), tr. 1e 1003/04 Mathilde van Normandië, tr. 2e 1005
933300305.
Ermengarde van AUVERGNE, overl. 10-3 na 1042.

»» Resten van het kasteel van Robert "de Duivel" in Rouaan (nachtopname)
933300308.
Robert "de Duivel" van NORMANDIË, hertog van Normandië (1027), stierf 22-7-1035 op de terugweg van een pelgrimstocht naar Jerusalem in Turkije (Nicea, Bythynia), had een verhouding met
933300309.
Herlève (Henriette, Herlette, Arlette) N.N., dr. van een leerlooier; na de geboorte van Willem werd zij uitgehuwelijkt aan Herluin, ondergraaf van Conterville.
933300310.
Boudewijn V "van Rijssel" ("Insulanus") van VLAANDEREN, geb. ca. 1013, graaf van Vlaanderen (1035), regent van Frankrijk (1060-1067), overl. Gent 1-9-1067, begr. aldr. (St.-Pieters), tr. Parijs begin 1028
933300311.
Adelheid (Aelide, Aelis, Adelaïde) "de Heilige" van FRANKRIJK, geb. ca. 1009, gravin van Coutance, stichteres van het het klooster Mesen bij bij Ieper, overl. aldr. 8-1-1079, begr. klooster Mesen (Messines); zij tr. 1e waarsch. 1027 Richard III van Normandië, die overl. 6-8-1027
- Zijn bijnaam ontleende hij aan de plaats Lille waar hij bij voorkeur resideerde; komt na zijn huwelijk in opstand tegen zijn vader maar wordt door hertog Robert van Normandië verslagen en moet zich verzoenen (Oudenaarde, 1030); graaf van Vlaanderen (1035); neemt aktief deel aan de opstand in Neder-Lotharingen tegen keizer Hendrik III in 1044 en steekt daarbij de rijksburcht in Nijmegen in brand maar wordt tot onderwerping gedwongen (1049/50); bevestigd door keizerin-wed. Agnes in het leen van Zeeland bewesten Schelde (1056); regent ("procurator et bajulus") van Frankrijk (1060-1067); nog aanwezig bij de inwijding van de Sint-Baafs te Gent (9-5-1067).
|
933300312.
Siegfried I van SPANHEIM, geb. burcht Spanheim (tegenwoordig Sponhheim) 1010/15, graaf van Spanheim, markgraaf van de Hongaarse mark of Leithamark (in oostelijk Beneden-Oostenrijk 1045), graaf in het Pusertal (1048), verwierf door huwel. aanzienlijke bezittingen rondom Salzburg en Lavantthal, in Karinthië, in Drau, Sann en in Friuli, overl. Bulgarije na terugkeer van een pelgrimsreis naar Jerusalem (1065), tr. ca. 1035/40
933300312.
Richgard van SIEGHARDE, geb. ca. 1030, na het overl. van haar echtgen. ging zij op pelgrimstocht naar Spanje (Santiago de Compostela), overl. 9-7 ca. 1072, aanvankelijk begr. te Spanheim, later St.-Paul (Salzburg).
- Stamvader van de Karinthische lijn van het huis Sponheim; kwam vermoedelijk (mei, 1035) mee in het gevolg van de nieuwe hertog Konrad uit het Salische huis; dankzij Konrad werd hij (als buitenlander) toch graaf in het Pustertal en vanaf 1045 markgraaf van de Hongaarse mark; hij overleed 1065 op de terugreis van een pelgrimsreis naar Jeruzalem o.l.v. aartsbisschop Siegfried van Mainz; hij is waarsch. zn. van Everhard I (II), verm. 996, graaf in het Leobental (1023, 1044), graaf van Spanheim (1044), overl. 1058.
- Zijn pelgrimsreis was het gevolg van het aankondigen van het einde der wereld in 1065.
- Zij was erfdr. van graaf Engelbert IV uit het huis der Siegharde; door dit huwelijk verwierf Siegfried een sterke bezitbasis in zijn nieuwe vaderland Karinthië; zij maakte in 1070 met aartsbisschop Siegfried van Mainz een pelgrimstocht naar Santiago de Compostella, stierf onderweg en werd aanvankelijk in Sponheim begraven en later in het door haar zoon gestichte klooster St.-Paul in het Lavanttal bijgezet.
|

Aanvankelijk bestond voor de pelgrim alleen de 'Gids voor de pelgrim', die vanaf 1100 door monniken keer op keer met de hand voor de bedevaartgangers werd overgeschreven; in de gids stonden verscheidene reisroutes door Frankrijk naar het noordspaanse Santiago di Compostella; pas in 1552, al weer lang na de uitvinding van de boekdrukkunst en in een tijd dat de eerste lompe koetsen werden gebouwd, verscheen in Parijs het eerste gedrukte reishandboek voor Frankrijk: 'La guide des chemins de France' van schrijver-uitgever Charles Estienne
933300316.
Ratpoto IV, graaf van Cham (1059-1080), voogd. van St.-Emmeran (1059), gesneuveld (aan keizerlijke zijde) in de slag bij Hohenmölsen 15-10-1080, tr. 2e N.N., dr. van Herman I van Kastel, tr. 1e ca. 1050
933300317.
Mathilde van de Chiemgouw.

»»Paus Leo IX (Bruno van Dagsburg en Egisheim)
933300318.
Kuno van LECHSGEMÜND, geb. ca. 1025, graaf van Lechsgemünd, Harburg (aan de Wörnitz) en in Frontenhaausen, overl. na herfst 1091/vóór/in 1092, tr.
933300319.
Mechtild van ACHALM ook van Horburg, erfgen. van Achalm, gravin van Lechsgemund, na het overl. van haar echtgen. ook gravin van Horeburc of van Harburg, geb. ca. 1025, overl. 30-9/1092-1094.
- Hij verscheen in 1091 in Verona aan het hof van keizer Hendrik IV en was toendertijd ook graaf in het Pusertal;
stichter van verscheidene kloosters.
|
933300360.
Hugo V (VII) van DAGSBURG, geb. ca. 1000, (broer van paus Leo IX), graaf van Dagsburg, overl. vóór 18-11-1049, tr.
933300361.
Mathilde (Mechteld) N.N.
933300362.
Albert van MOHA, graaf van Moha, van onbekende herkomst.
933300364 - 933300365 = 933300224 - 933300225
933300366.
Willem VII "de Adelaar (l'Aigret)" van AQUITANIË (gedoopt als Peter ca. 1023), als Willem VII hertog van Aquitanië (1039-1058), als Willem V graaf van Poitu (1038), bevestigd in zijn lenen (1044), overl. aan dysenterie in de strijd tegen Anjou aan de Ruhr (herfst 1058), begr. St.-Nicolas de Poitiers, tr. vóór 1041
933300367.
Ermesinde van LONGWY, overl. na 1062.
«« Geoffroy Martel van Anjou
- Peter volgde zijn halbroers op als graaf van Poitu en hertog van Aquitanië en noemt zich dan Willem; raakte in gewapend conflict met zijn stiefvader Geoffroy Martel van Anjou (1043) waaraan zijn moeder echter een einde maakt (1044) en hem een deel van het land laat afstaan aan haar andere zoon Gui-Geoffroy (die vervolgens ook Gascogne verwerft en zich laat associëren als hertog van Aquitanië in 1052).
- Begeeft zich als weduwe in 1062 naar haar dan te Rome wonende schoonzuster, de keizerin-weduwe Agnes, maar keert toch weer terug naar Frankrijk, waar ze overlijdt; haar ouders zijn niet met zekerheid bekend, in vroegere stamtafels figureerden Adalbert II van Longwy-Metz en Clömence de Foix als haar vader en moeder, hetgeen naar huidige inzichten niet klopt; zie ook G.N. 1991, pag. 582-583.
|
933300368.
Godfried I van METZ, verm. 1029-1052, graaf van Metz, voogd van St.-Rémy, overl. vóór/in 1056, tr.
933300369.
Judith N.N.
933300448.
waarsch. Adolf II van DEUTZ, zn. van Adolf I van Deutz, graaf en voogd van Deutz (1041).
933300450.
Adalbert (Aeidadus) van WERL, verm. 13 en 14-9-1024.
- Wordt slechts eenmaal verm. in een oorkonde (Herzfelder vorstendag op 13 en 14-9-1024, waar zich na de dood van keizer Hendrik II de Saksische vorsten verzamelden), hetgeen betekent dat zijn rol in het geslacht Werl niet erg groot was; waarschijnlijk identiek met Aeidadus, graaf in de Emegouw, die in de jaren 1031-1038 naast zijn jongste broer Bernhard als eigenaar van een Friese komitate, oostelijk van de Eemsmonding, vermeld wordt; misschien maar niet zeker dezelfde als "Adalbertus comes" in het Paderborner dodenboek (klooster Abdinghof) van 9 november; zijn enige bekende nakomeling is Gepa.
|
933300482.
Engelbert III van BRIENNE, verm. 1004-1008, tr. 1e Windesmodis van Salins, tr. 2e
933300483.
Alix van SENS, wed. van Godfried van Joigny.- Waarsch. voorouders van hem zijn Engelbert II, comes, overl. vóór 980 en Engelbert I Brennensis, comes (868).
|
933300492.
Robert I "le Vieux" van BOURGONDIË, geb. 1011, hertog van Bourgondië (duc propiétaire de Bourgogne, 1032), eerste pair van Frankrijk, graaf van Auxerrois, overl. Fleury-sur-Ouche 21-3-1076, begr. Sémur (Saint-Seine-l'Abbaye), tr. 2e ca. 1048 Ermengarde "Blanche" van Anjou, waarsch. geb. 1018, vermoord Fleury-sur-Ouche 18/21-3-1076, tr. 1e
933300493.
Hélie de SÉMUR-en-BRIONAIS, geb. 1016, verstoten 1046, verm. als kloosterzuster Petronilla in Beaune (ca. 1050), overl. 22-4 na 1055, dr. van Damas I en Aramburga van Bourgondië.
933300496 = 933300482

»» Kathedraal van Reims
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
933300497.
Windesmodis van SALINS.
933300504.
Hilduin III van RAMERUPT, comes, heer van Ramerupt (1026-1031).
933300506.
Ebles I van ROUCY, graaf van Roucy (997), aartsbisschop van Reims (1021), graaf van Reims (1023), overl. 11-5-1033, tr. (maar is van haar gesch. wegens onderlinge verwantschap vóór 1021)
933300507.
Beatrix van HENEGOUWEN, vidame de Reims (1053); zij hertr. na de echtsch. Manassa Calva Asina van Ramerupt.
933300520.
Milon de MONTELEHERICO, verm. 1034-1057.
933300522.
Willem de GOMETZ-la-FERTÉ, heer van Bures.
933300736.
Hugo II Bardoul van BROYES, verm. 1081-1110, heer van Broyes, Beaufort, d'Arc-en-Barrois, Baye, Trilbardou en van Charmentray, overl. vóór/in 1121, tr. vóór 1089
933300737.
Emmeline de MONTHLÉRY, overl. 1121.
- Voorouders van deze Hugo (allen heren van Broyes) zijn vervolgens Barthélemé de Broyes, tr. Elisabeth de Valois, Hugo I Bardoul de Broyes, Isembart de Nogent en Renart de Nogent.
|
«« Savoye in 1601
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
933300992.
Otto (Odo) van SAVOYE, graaf van Maurienne en Chablais, later graaf van Savoye, markgraaf van Turijn (1045-1050), overl. 1-3-1060, tr. 1045/50
933300993.
Adelheid van SUSA, erfgen. van het markgraafschap Turijn (Susa), hertogin van Zwaben (na het huwel. met haar eerste echtgen.), gravin van Savoye (na het huwel. met haar derde echtgen.), overl. Canischio 19/27-12-1091; zij tr. 1e ca. 1036 Herman IV van Zwaben, tr. 2e vóór/in 1042 Hendrik (van Liguria-Occidentale-Savona).
- Zijn broer Aimon was bisschop van Sion (Sitten) en abt van St.-Maurice in Wallis; het kasteel Aigle in Chablais (Waadland) was volgens sommige bronnen vanaf de 11e eeuw in bezit van de graven van Savoye, andere bronnen dateren dit één tot twee eeuwen later.
- Adelheid stichtte in 1064 de abdij St.-Maria-di-Pinerolo en deed schenkingen aan veel religieuse instituten in het Alpenvoorland.
|
933301120.
Simon I van MONTFORT-l'AMAURY, verm. 1052, heer van Montfort, waarsch. overl. 25-9-1087, begr. Epernon, tr. 1e Isabeau de Broyes, vrouwe van Nogent-le-Roy, tr. 2e N.N., tr. 3e
933301121.
Agnes van EVREUX.
933301122.
Anceau van GARLANDE, verm. 1079-1095, sénechal van Frankrijk (vóór 1104, 1107-1117), gesneuveld voor Puiset 6-1/11-5-1118, tr.
933301123.
N.N. van ROCHEFORT MONTHLÉRY.
933301128.
Robert I van BEAUMONT, heer van Beaumont-Le-Roger, van Pont-Audemer, van Brionne en van Vatteville, graaf van Meulan (1081); neemt deel aan de slag bij Hastings (1066), eerste Earl van Leicester (1107), overl. 5-4-1118, tr. 1e Godehilde van Tosny, gesch. van haar wegens bloedverwantschap (zij hertr. Boudewijn I van Boulogne, koning van Jeruzalem), tr. 2e 1096 echter opnieuw gesch. 1115
933301129.
Isabel (Elisabeth) van VERMANDOIS, overl. 7-11 vóór 1148; zij tr. 2e Willem II van Varennes, tweede Earl van Surrey.
«« Ioannes II Komnenos
933301132.
Robert van GRANDMESNIL, verm. 1088, overl. 1-6-1136, begr. St.-Evroult; Robert was 3 maal getr.: 1e Agnès van Bayeux, 2e Emma d'Estouteville en 3e Lucie de Beamont-au-Maine, het is niet duidelijk wie de moeder van Hugo was.
933301144.
Ioannes II Komnenos van BYZANTIUM, geb. 13-9-1087, medekeizer van Byzantium (1092), keizer van Byzantium (1118-1143), stichtte het klooster Pantekrateros (1136), overl. tijdens de jacht in Cilicië 8-4-1143, tr. 1104/05
933301145.
Piroska (Eirene "de Heilige") van HONGARIJE, overl. als non in Xene 13-8-1134.
- Hij regeerde in de tijd tussen de eerste en tweede Kruistocht; probeerde tevergeefs (1137/38) het door de kruisvaarders veroverde Antiochië weer onder Byzantijnse heerschappij te brengen; een tweede geplande poging in 1143 werd slechts verijdeld door de dood van de keizer ten gevolge van een ongeval tijdens de jacht.
- Vanwege de anti-Byzantijnse politiek van de Noorman Bohemund was keizer Alexios dringend uit op een bondgenootschap met de vroegere vijand van Hongarije; hij was daarom bereid het Hongaarse koningschap te erkennen en als teken hiervan zijn zoon en medekeizer Johannes met Piroska, de dochter van de Hongaarse koning Ladislav te laten trouwen.
|

»» Henri I van Frankrijk
933301148.
Ioannes TARONITES, dux van Skopje (1092/93), keizerlijk veldheer (1105/06), pansebastos, sebastos, dikaiodotes, eparchos (1147).
933301152.
Henri I van FRANKRIJK, geb. vóór 17-5-1008, hertog van Neder-Bourgondië (1017-1032), koning en mederegent van Frankrijk (1027), koning van Frankrijk (1031-1060), overl. Vitry-en-Brie 4-8-1060, begr. St-Denis; tr. 1e Mathilde van Franken (Saliër), overl. 1034, tr. 2e 1043 Mathilde van Friesland, overl. 1044, tr. 3e Reims 19-5-1051
933301153.
Anna Yaruslavna van KIEV, geb. Kiev 1036, regentesse van Frankrijk (1060-1067), stichtte het klooster St.-Martin-des-Champs te Parijs en St. Vincent te Senlis, overl. 1076/89, begr. abdij Villiers bij La-Ferté-Alais; zij tr. 2e 1061 Raoul II de Crépy, graaf van Valois, Crépy en Vitry.
- Uit het huwelijk van Henri met Anna blijkt dat de banden tussen het christelijk Europa en de orthodoxe Slavische wereld niet geheel verbroken waren (Jacques Le Goff, "Die Geburt Europas im Mittelalter", C.H. Beck München, 2004).
|
«« Floris I (onbekende gravure)
933301154.
Floris I van HOLLAND, geb. ca. 1021, graaf van Holland, liet munt slaan in de burcht van Leiden, schonk land bij Delft aan de abdij van Egmond, vermoord Nederhemert (in zijn slaap) 19-5/28-6-1061, begr. Egmond (abdijkerk), tr.
933301155 = 933300263
- Hij zou - volgens overlevering - een vechtlustig en roemrijk man geweest zijn die trachtte zijn macht in Holland verder naar het oosten uit te breiden; na een gewonnen strijd bij Nederhemert in de Bommelerwaard werd hij, uitrustend van een vermoeiende strijd, in het struikgewas vermoord door de graaf van Cuijck (in zijn daad waarsch. gesteund door de bisschop van Utrecht).
- Zijn stoffelijk overschot werd onderzocht door dr. B.K.S. Dijkstra en beschreven in zijn boek "Een stamboom in been" (Bataafsche Leeuw, 1991); Floris bleek ca. 2,04 meter lang te zijn geweest, rechtshandig en zeer gespierd, breed in de schouders, smal in de heupen, lichte X-been neiging, brede hals en strakke rechte mond; het onderzoek bevestigde dat hij werd vermoord door een zwaarddragende aanvaller (Herman van Cuijck) en twee helpers (dit was af te leiden uit de slagrichting van de wonden). Nieuwere publikaties twijfelen echter sterk aan de relevantie van dit onderzoek !
|
933301160.
Joscelin I van COURTENAY, heer van Courtenay (1065), nog. verm. (1085), tr. 1e Hildegard de Château-Landon, tr. 2e
933301161.
Elisabeth van MONTHLÉRY.
933301162.
Renaud II van NEVERS, verm. (1063), graaf van Neverre en Auxerre (1079), overl. 5-8-1089, tr. 2e Agnes van Baugency, tr. 1e.
933301163.
Ida-Raymonde van LYON, ook van FOREZ, 1e huwel. door echtsch. ontbonden; zij tr. 2e 1075 Guigues Raymond d' Albon.
933301168.
Boudewijn II van "Jeruzalem" van HENEGOUWEN, geb. ca. 1056, aanvankelijk onder regentschap van zijn moeder (1070), graaf van Henegouwen (1071), deed afstand van Vlaanderen (ca. 1085), deelnemer eerste kruistocht, op weg naar Constantinopel vermoord in de bergen bij Nicea (zomer 1098), tr. 1084
933301169.
Ida van LEUVEN, geb. ca. 1065, overl. na 1103.
- Hij ziet na de slag bij Kassel (22-2-1071) geen kans meer zijn daar gesneuvelde broer Arnold III op te volgen als graaf van Vlaanderen omdat zijn oom Robrecht I "de Fries" zich aldr. van de macht heeft meester gemaakt en daarin gesteund wordt door de Franse koning en de Duitse keizer.
- Boudewijn nam deel aan de eerste kruistocht; hij kreeg na de inname van Antiochië (juni 1098) de opdracht dit feit te gaan melden aan de keizer in Constantinopel doch werd tijdens zijn tocht daarheen in Klein-Azië overvallen en vermoord; werd bijgenaamd "van Jeruzalem", hoewel hij deze stad nooit heeft bereikt.
- Zij begaf zich als wed. naar Klein-Azië om daar persoonlijk (doch tevergeefs) een onderzoek in te stellen naar het lot van haar gemaal.
|

Peter de heremiet wijst kruisvaarders de weg naar Jerusalem tijdens de eerste kruistocht (Frankrijk, ca. 1270)
933301170.
Gerard I "de Lange" ook "de Rossige (Flaminius, 1108)" van GELRE ook Gerard van WASSENBERG, geb. ca. 1055, verm. 1087-1131, graaf van Wassenberg (1085), noemt zich gaanderweg graaf van Gelre (1096), stichtte de kerk te Wassenberg (1118), overl. 16-10-1137, tr. 2e Clementia van Poitu-Aquitanië, ook van Gleiberg, wed. van Konrad I van Luxemburg (zie hieronder nr. 933301175), tr. 1e
933301171.
Sophia N.N.
- In veel publikaties wordt Gerards tweede vrouw Clementia als moeder van de kinderen genoemd; dit is erg onwaarschijnlijk: Clementia van Gleiberg wordt slechts éénmaal gezamenlijk verm. met haar (tweede) echtgenote, nl. in 1129, wanneer zij, vertegenwoordigd door haar echtgenoot graaf Gerard van Gelre, goederen opdraagt aan "God en de Heilige Maagd".
|

»» Godfried van Bouillon (fresco door Giacomo Jaquerio, ca. 1420)
933301172.
Albert III van NAMEN, reeeds op zeer jeugdige leeftijd verm. (10-8-1035), daarna regelmatig vanaf 1062, graaf van Namen (eind 1063-begin 1064), voogd van Stavelot-Malmédy, onderhertog van Lotharingen (1076), werd beleend als stads- en burggraaf van Verdun; ontheven van zijn hertogelijke functies ten gunste van Godfried van Bouillon (Aken, 1087); kocht het graafschap Château-Porçien (1087), beleend met Brunigerode (1099), door keizer Hendrik IV aangesteld tot voogd van Andenne (1101), overl. 22-6-1102, waarsch. begr. Namen (St.-Aubin), tr. 1e N.N., tr. 2e 1066/67
933301173.
Ida van SAKSEN, wed. van Frederik van Luxemburg, hertog van Neder-Lotharingen (overl. 28-8-1065); zij was erfgen. van Laroche/Ardennen, overl. 31-7-1102, waarsch. begr. Namen (St.-Aubin).
- Hij werd, direct na zijn oom hertog Godfried I (II) "met de Baard" van Lotharingen, verm. onder de leke-getuigen bij de inwijding van de
Nôtre-Dâme te Hoey (Belg.) en het aan de inwoners verleende stadsrecht (24/25-8-1066); verwerft bij zijn huwel. de gebieden die later als apanage het het graafschap Laroche vormen; een der getuigen wanneer gravin-weduwe Richildis het leen Henegouwen opdraagt aan de bisschop van Luik (Fosses, 1071); deelnemer aan de rampzalig verloren slag bij Brocqueroie ("La Haie des Morts") tegen Robrecht "de Fries"; na de dood van zijn neef Godfried "met de Bult" (26-2-1076) voogd van Stavelot-Malmédy en onderhertog van Lotharingen als waarnemer voor keizer Hendrik IV's tweejarige zoon Konrad; vervolgens jarenlang in strijd gewikkeld met de jonge Godfried IV van Boulogne, erfgen. en energiek verdediger van het allodiale kasteel Bouillon, waarop Albert via zijn moeder Reginlindis recht op meent te hebben; wordt onder kerkelijk-Gregoriaanse invloed beleend als burggraaf en stadsgraaf van Verdun, maar weet Godfried "van Bouillon" niet te verdrijven uit Stenay, van waaruit hij het gebied van Verdun steeds bedreigt; verzoent zich met hem onder bemiddeling van de bisschop van Luik (St.-Hubert, ca. 1081); bevordert de uit Frankrijk doordringende Godsvrede-beweging om de talloze gewelddaden te beperken door het tot stand brengen van een "Tribunal de la Paix" (Luik, 1082); ontheven van zijn hertogelijke funkties ten gunste van Godfried van Bouillon (Aken, 30-5-1087); koopt 1087 het graafschap Château-Porçien, beleend met het graafschap Brunigerode (Brugeron) door de Luikse bisschop (1099), door keizer Hendrik IV aangesteld tot voogd van Andenne (Aken, 1-6-1101); zie ook G.N. 1991, pag. 364-365 (684-685).
|
933301178-933301179 = 933300262-933300263
9333001180.
Fulco IV "de Strijdzuchtige" van ANJOU, geb. 1043, graaf van Anjou (1068-1109), overl. 14-4-1109, tr. 1e Hildegarde van Beaugency, tr. 2e 1070 Ermengarde van Bourbon, tr. 3e 21-1-1076 Ermengarde van Châtel-Aillon, tr. 4e N.N. van Brienne, tr. 5e 1089 (echtsch. 15-5-1092)
9333001181.
Bertrade van MONTFORT-l'AMAURY, op 27-10-1091 ontvoerd door Philips I van Frankrijk (nr. 466650576), maar door hem verstoten na 1104; zij was na 1104 geestelijke te Haut-Bruyères bij Chartres, overl. 14-2-1117 in het klooster Fentrevault, begraven St.-Benoît-sur-Loire.
9333001182.
Helie de la FLÈCHE, ook Hellas de Maine, overl. La Couture du Mans 11-7-1110, tr. 2e Agnes de Poitu, tr. 1e.
9333001183.
Mahaut (Mathilde) de ChÂTEAU-DU-LOIR.

»» Utrecht (Blaeu's Toonneel der Steden, 1652)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
1058950144.
waarsch. Gijsbrecht BOTHENsone, heer van Laar, overl. Utrecht 1123.
- Bedoeld zou zijn Gijsbrecht van Lara, wiens dr. Badeloch tr. met Egbert van Amstel.
|
«« Kasteel van Heusden ca. 1880
1058950224.
waarsch. Herbaren van de LEDE, verm. (1143), tr.
1058950225.
N.N. van ALTENA Willemsdr.
1058950236.
Arnoud I van HEUSDEN, geb. ca. 1125, heer van Heusden (1173-vóór 1184?), waarsch. stichter van het kasteel Heusden, overl. vóór 1200, tr.
1058950227.
Justine N.N. (van HEEZE-MILLEN).
1058950238.
waarsch. Dirk PERSIJN, verm. als getuige van (28-8-1162) en borg voor (27-2-1168) de graaf van Holland, tr.
1058950239.
N.N., erfdr. van Waterland.
Generatie XXXI

»» Ruïnes van de abdij Stavelot
1866600448.
Frederik I (van LUXEMBURG), geb, ca. 965, graaf in Hessen en de Moezelgouw, graaf van Luxemburg (Lutzelburg, 998), voogd van Trier, Stavelot en Metz, kwam tussen 1008 en 1012 in opstand tegen de zwager van de Duitse keizer, maar gevangen genomen (1011/12), bestrijder van vele bisschoppen, overl. 6-10-1019, tr. 985-vóór 995
1866600449.
N.N. (Irmtrud ?) van de WETTERAU ook van GLEIBERG, erfgen. van het graafschap Gleiberg, gelegen in Hessen (bij Giessen), overl. na 985.
1866600512.
Gerhard III van de ELZAS, graaf (1033), overl. 1045, tr.
1866600513.
Gisela van OPPER-LOTHARINGEN.
1866600514
Albert I van NAMEN, verm. vanaf 981 als graaf in de lommegouw; door Otto III belast met de bescherming van de abdij Brogne (31-3 of 30-4-992), dan verm. als graaf van Namen (comes Namuci), overl. kort vóór 1011, tr. ca. 990
1866600515.
Ermengarde van LOTHARINGEN, overl. na 1047, waarsch. in 1049.
«« Keizer Otto III
1866600516.
Thiemo I van FORMBACH, geb. ca. 990, ridder (1025), advocaat (1028), waarsch. graaf in Reichenhall (1002-1003) en in de Salzburggau (1007), graaf in de Schweinachgouw (1005-1050), voogd van St.-Emmeran, Altaich en Formbach (1028), overl. Dungern 7/19-3-(1050).
1866600518.
Konrad van HALDENSLEBEN ook Konrad van de NOORDMARK, geb. ca. 1020, graaf van Haldensleben in Sachsen-Anhalt, overl. vóór 10-9-1056.
1866600520.
Lambert (Balderik) II van LEUVEN, geb. ca. 990, graaf van Leuven (1041), graaf van Brussel (1062), stichter van het kapittel St.-Peter te Leuven, overl. na 21-9-1062, begr. Nijvel, tr.
1866600521.
Oda van NEDER-LOTHARINGEN, overl. 23-10 van een onbekend jaar, begr. Nijvel.
1866600522.
Everard van de BETUWE, graaf in de Betuwe en Teisterband.
1866600524-1866600525 = 933300310-933300311
1866600526.
Bernhard II van SAKSEN-BILLUNG, geb. na 990, verm. 1002, hertog van Saksen (1011-1059), voogd van Lüneburg, Verden, Möllenbeck, Minden, Herford, Kemnade en Fischbecken, bezat grafelijke rechten tot voorbij Friesland, overl. 29-6-1059, begr. Lüneburg (St.-Michaelis), tr. ca. 1020
1866600527.
Eilica van SCHWEINFURT, geb. vóór 1000, markgravin, nog verm. 10-12-1055/56.
- Zijn regeringsperiode had een aantal kenmerken: 1) hoogtepunt van de macht der Billungers (hij was aanvoerder van de Saksische adel), 2) gespannen verhoudingen met het koningshuis van Hendrik III (1019/20), 3) verslechterende verhoudingen met de Hamburgse en Bremense kerk (ca. 1043), 4) de strijd tegen de Slaven, Friezen en Wenden.
- Zij stichtte in 1003 of kort nadien (in 1015 beschreven in de annalen van Saxo) een klooster ten oosten van Schweinfurt; dit huisklooster van de markgraven van Schweinfurt diende ook als grafkelder van de adelijke familie; het oorspronkelijke vrouwenklooster werd later het Benedictijnerklooster "Stella Petri" en via "Peterstern" in het Duits uiteindelijk verbasterd tot "Peterstirn; het klooster is afgebroken.
|

»» Keizer Hendrik III met rijksappel en scepter (miniatuur ca. 1040, Staats- und Universitätsbibliothek Bremen, Ms. b. 21, fol. 3v)
1866600528.
Frederik van Zwaben, paltsgraaf van Zwaben, stichter van het klooster Lorch; hij was waarsch. zn. van Frederik, graaf in de Sundergouw (1003-1023), wiens zuster Bertha tr. met Landolt, voogd van de Reichenau (Zãhringer).
1866600532.
Hendrik III "de Zwarte" van DUITSLAND, geb. 28-10-1017, keizer van het Heilige Roomse Rijk enz. (tweede Salische keizer uit het Frankische huis), overl. op het kasteel Bodfeld in de Harz 5-10-1056, begr. in de domkerk van Speyer (Spiers) en zijn hart en ingewanden in de Ulrichskapelle van de palts te Goslar, tr. 1e Nijmegen 29-6-1036 Gunhild (Chunihildis, Chunelinda) van Denemarken, overl. 18-7-1038 (waarsch. malaria), begr. klooster Limburg (Rheinland-Pfalz, bij Kreistadt Bad-Dürkheim), dr. van Knut "de Grote", koning van Engeland en Emma van Normandië, tr. 2e Ingelheim 20/21-11-1043
1866600533.
Agnes van POITU-AQUITANIË, geb. ca. 1020, gekroond tot Duits koningin (Mainz, okt. 1043), tot Duits keizerin (Rome, 25-12-1046), regentes van het Duitse rijk (1056-1062); in 1063 gaat zij naar Rome, waar zij overlijdt 14-12-1077 en begr. wordt in de kapel van de H. Petronella (Rome, St.-Pieter).
- Hendrik werd al vóór 1024 aangewezen als Duits koning, eveneens te Augsburg (febr. 1026) en grondig op zijn taken als toekomstig koning voorbereid,
hertog van Beieren (juli 1027-1042), gezalf en gekroond als koning en mederegent van Duitsland (Aken, Pasen, 14-4-1028), hertog van Zwaben (18-7-1038/1045), door zijn vader aangesteld tot koning van Bourgondië-Solothurn (sept. 1038), koning van Duitsland (1039), regent voor de hertog van Karinthië (20-7-1039/1047), begint zichzelf vanaf 1040 "Rex Romanum" te noemen, onderwerpt Bohemen (1041), brengt Hongarije onder het Duitse leenstelsel, zet de 3 elkaar bestrijdende pausen (verstrikt in adelijke belangen) in Rome af en benoemt bisschop Suidger van Bamberg tot paus Clemens II die hem tot keizer en "patricius Romanorum" benoemt (Rome, 25-12-1046).
- In overleg met bisschop Bernold van Utrecht besloot de diep religieuze Hendrik, naast talloze kerkelijke bemoeiingen met Rome en Cluny, de domkerk van Spiers (waar het hart van zijn vader begraven was) tot middelpunt van een kerkenkruis te maken, zo ontstonden de Pieterskerk ten oosten, de Janskerk ten noorden en de Paulusabdij ten zuiden van de dom, de westelijke Mariakerk werd in de 12e eeuw voltooid.
|
«« Crypten in de dom van Spiers
1866600534-1866600535 = 933300992-933300993
1866600536.
Adalbert Azzo II van ESTE, volgt 1018 zijn vader op, markgraaf van Luni Tortona en Milaan (Este), had tientalle jaren in Noord-Italië een grote machtspositie als markgraaf van Milaan en Ligurië, graaf van Lavello en Padua, van Rovigo, Lunigiana, Monfelice en Montagrana, overl. 1097, begr. klooster Vangidanza, tr. 2e ca. 1049/51 Gersende van Maine, erfdr. van graaf Heribert, tr. 1e ca. 1035
1866600537.
Kunigunde (Kunizza) van ALTDORF, overl. 31-3 vóór 1055.
- Hij was een tegenstander van de Salische keizers, maar probeerde in de Investituurstrijd tussen de Duitse keizer en de paus te bemiddelen (zie nr. 933300266); Adalbert wordt in de kronieken als de rijkste grondbezitter van zijn tijd genoemd, zijn bezittingen lagen in de gebieden van Padua, Vicenza, Verona, Brescia, Cremona, Modena, Piacenza, Tortona, Pisa, Arezzo en Lucca; hij was patroon van veel abdijen, o.a. Vangaduzza, St.-Giovanni di Vicolo en Caprasio dell 'Aula'.
- Zij was laatste vertegenwoordigster van het oorpronkelijke geslacht der Welfen; ze geeft de naam Welf verder aan haar zoon Welf IV, waaruit hertogen in Beieren, Sachsen en Braunschweig-Lüneburg; ook het Engelse koningshuis Hannover komt hieruit voort; verder stammen de Italiaanse Welfen, de zgn. Guelfen, van haar af (de pausgetrouwe partij in Italië, tegenstanders van de Ghibellinen en de Staufenkeizers).
|

»» Kroon- en Rijksvlaanderen ca. 1302
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
1866600538.
Boudewijn IV "met de Schone Baard" van VLAANDEREN, geb. ca. 975/80 , graaf van Vlaanderen (30-3-998) in de eerste jaren onder voogdij van zijn moeder en stiefvader; reorganiseert zijn bewind door het instellen van enkele burggraafschappen; probeert zijn gebied in z.o. richting uit te breiden en maakt zich meester van Valenciennes (1006), maar moet het in 1007 weer afstaan; later door keizer Hendrik II er toch mee beleend, tevens met "De Vier Ambachten" en Zeeland bewesten Schelde (waarsch. maart 1012) zodat voor de Vlaamse graven nu een dubbele vazaliteit ontstaat nl. "Kroonvlaanderen" en "Rijksvlaanderen", overl. 30-5-1035, begr. Gent (St.-Pieters), tr. 2e ca. 1031 (Alienora) van Normandië, tr. 1e ca. 1005
1866600539.
Otgiva van LUXEMBURG, geb. ca. 985/90, overl. 21-2-1030, begr. Gent (St.-Pieters).
1866600540.
Ordulf (Otto) van SAKSEN-BILLUNG, geb. ca. 1020, hertog van Saksen (1059), vocht samen met de christelijke Denen (vandaar zijn 1e huwel. met de halfzuster van de Deense koning Magnus) tegen de Wenden, overl. 28-3-1072, begr. Lüneburg (St.-Michaelis), tr. 2e Gertrud van Haldensleben, dr. van nr. 1866600518, geb. 21-2-1116, hij tr. 2e nov. 1042
1866600541.
Wulfhilde (Ulfhild)van NOORWEGEN, overl. 24-5 vóór/in 1071.
«« Bela I van hongarije
1866600542.
Bela I van HONGARIJE, geb. ca. 1016/20, was heiden maar werd ged. Gnesen 1034/39 (door Adalbert), hertog tussen March en Gran (1048), koning van Hongarije (1060/61-1063), overl. juli-augustus/vóór decemb. 1063 (Wieselburg, Moson), begr. in de door hem gestichte abdij Szekszard, tr.
1866600543.
(Ryksa) van POLEN, geb. ca. 1018, overl. na 1059.
- Hij vluchtte, na verbannig, naar Bohemen, later naar het Poolse hof waar hij een dr. van de koning trouwde; rond 1050 keerde hij terug naar Hongarije en werd door
zijn broer koning Andreas I als opvolger aangewezen en beleend als hertog (ducatus) met grote delen van het land; in 1057 liet Andreas zijn 5-jarige zoon kronen, waardoor twist ontstond en Bela opnieuw moest vluchten naar Polen; kreeg van zijn schoonvader een leger en wist in 2 veldslagen zijn broer te verslaan, die hij, zwaar gewond, in een kerker liet sterven; onder bedreiging van tegen-koning Salomon I regeerde Bela slechts 1000 dagen over Hongarije; op een landdag in 1061 eisten de verzamelde dorpsoudsten de terugkeer van het heidendom, maar de troepen van de koning verdreven hen; in 1063 werd zijn rijk bedreigd door een Duits leger, maar voordat het tot een veldslag kwam werd hij zwaar gewond tijdens het inelkaarstorten van zijn troon op het zomerkasteel in Dõmõs, overl. kort nadien.
|
1866600544.
Miesko II Lambert de "Luie" van POLEN uit de Piasten van Polen, waarsch. geb. ca. 990, koning van Polen (1025-1033), hertog van Polen (1033-1034), overl. 10-5-1034, tr. 1014
1866600545.
Rich(e)za van LOTHARINGEN, geb. ca. 1013, primogentia tot 1036, koningin van Polen, overl. Saalfeld 21-3-1063, begr. Keulen (St.-Marie, ad gradus).
- Reeds op jeugdige leeftijd troonpretendent; nam samen met zijn vader deel aan de strijd tegen keizer Hendrik II van Duitsland; werd in 1013 naar Merseburg gestuurd om de vrede te bewaren; huwelijkte om die reden Richeza; hernieuwde spanningen zorgden ervoor dat hij aanvankelijk gevangen genomen werd, later toch weer als bemiddelaar kon optreden maar uiteindelijk plunderend door Bohemen terugging naar Polen waar hij in 1025 tot koning werd gekroond; zijn koninkrijk verviel snel omdat de Duitse koning Konrad II zijn gezag niet erkende; kon zich aanvankelijk handhaven, maar werd uiteindelijk in de tang genomen door Duitse en Russische legers; de nieuwe Russische vorst werd spoedig na zijn aantreden vermoord waardoor Miesko II weer naar zijn vaderland kon terugkeren; nieuwe vewikkelingen met de nieuwe Duitse keizer volgden, maar hij werd tenslotte ca. 1032 als Pools koning erkend; na zijn dood in 1034 werd het land verscheurd door kerkelijke en sociale onrust; Richeza moest vluchten naar het westen (ca. 1034-1037); na zijn dood liet Miesko een ontredderd land achter, waardoor het formeel eeuwenlang onder bestuur stond van het Rooms-Duitse keizerrijk.
|
1866600546.
Wladimir I "de Heilige" van KIEV, geb. ca. 960, heiden, vorst van Nowgorod (969), grootvorst van Kiev (978/80), liet zich dopen ca. 985/88 omdat hij toen in ruil voor steun aan de Byzantijnse keizer de zuster van Basilius II, Anna van Byzantium, ten huwelijk kreeg; daarna werd het christelijk geloof overgenomen en aangevuld met orthodox-byzantijnse accenten; een kroniek vermeldt dat hij de hele bevolkimg van Kiev naar de rivier de Djnepr dreef om daar gedoopt te worden; wordt als heilige vereerd op 15 juni (ook in de r.k.-kerk, omdat hij zich liet dopen voor het "grote Schisma"), overl. Berestiow 15-7-1015; heeft nageslacht maar onbekend uit welke van zijn 4 vrouwen, tr. 1e ca. 980 Rogneda van Polock, geestelijke (989), overl. 1002, wed. van een onbekende Zweedse jarl, tr. 2e N.N. de Griekse wed. van grootvorst Jaropolk I van Kiev, tr. 3e 987/89 Anna van Byzantium, dr. van Romanos II, tr. 4e na 1011 N.N. van Õhningen, dr. van graaf Kuno.

»» Wladimir en Rogneda (Anton Losenko, ca. 1770, Russisch Museum, St. Petersburg)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
1866600558.
Berthold I van Zãringen, hertog van Karinthië (1061/77), afgezet, markgraaf van Verona (1066), graaf in Breisgouw (1077), sticht vóór 1073 het klooster Waldheim unter Teck, overl. Limburg 5/6-11-1078, tr. 2e ca. 1056 Beatrice, overl. 22-10-1096, dr. van graaf Ludwig in Altkirch en Pfirt, tr. 1e
1866600559.
waarsch. Richwara van Zwaben
- Volgens ES I.2-265 dochter van Herman IV van Zwaben en Gisela van Zwaben (Gisela was echter Hermans moeder); volgens ES I.1-84
een stippellijn naar Herman IV, die getrouwd was met Adelheid van Turijn; Genealogie Mittelalter (Internet): "Tochter des Herzogs Hermann IV. von Zwaben oder Tochter des Herzogs Konrad II. von Kärnten"; nach W. Wegener "einzige Tochter des Herzog Hermann IV. von Zwaben und der Adelheid von Turin"; ze zou genoemd zijn naar haar overgrootmoeder vaderzijds, de vrouw van Luipolt I.
|
1866600560-1866600561 = 1866600542-1866600543
1866600562.
Theodulus Synadenos, tr.
1866600563.
N.N. BOTANEIATES, zuster van keizer Nikephoros III Botaneiates van Byzantium.
«« Nikephoros III Botaneiates van Byzantium (Deutsch: Predigtsammlungen des Mönchs Johannes von Kokkinobaphos über die Jungfrau Maria, Szene: Hl. Johannes Chrysostomus und Kaiser Nicephorus Botaniatus, Meister der Predigtsammlung des Heiligen Johannes Chrysos, 1078-1081, perkament, Bibliothèque Nationale)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
1866600564.
Isjaslaw I Jaraslawitsch van KIEV, geb. 1025, vorst van Nowgorod (1154/68), grootvorst van Kiev (1154/78), overl. 3-10-1078, tr. ca. 1043
1866600565.
Gertruda van POLEN.
1866600578.
Hugo IV van EGISHEIM, graaf in de Nordgouw en in Egisheim, zou in de 11e eeuw burchten gebouwd hebben in Egisheim (Elzas), hij was ook vader van Bruno, de latere paus Leo IX (12-2-1049/19-4-1054), tr.
1866600579.
Heilwich van DAGSBURG.
1866600580.
Dirk I van OPPER-LOTHARINGEN, geb. ca. 970, stond tot april 987 onder voogdijschap van zijn moeder (echter reeds zelfstandig optredend Andernach, januari 987), hertog van Opper-Lotharingen (978-1026), heer van Amance, waarsch. overl. Trillmich 1-2-1027, andere bronnen geven als overl.datum 11-4-1027/32, tr. 992
1866600581.
Richilde (Richware) van METZ.
-
Hij neemt als 15-jarige deel aan de tweede belegering van Verdun (voorjaar 985), gevangen gezet tot zomer 985 mogel. vrijgekomen door toedoen van zijn oom Hugo Capet van Frankrijk (zie onder), dan wel ontsnapt uit gevangenschap; steunde keizer Hendrik II van Duitsland, onderhandelde uit zijn naam met de Luxemburgers, maar werd heimelijk overvallen en zwaar gewond gevangen gezet door paltsgraaf Ezzo van Lotharingen, moest uiteindelijk zijn gijzeling en in vrijheidstelling duur betalen (juli 1011/12); streed succesvol tegen Odo van Champagne, raakte in 1018 opnieuw in gevangenschap, versterkte zijn positie tijdens de strijd om de Duitse kroon (1024) en wist daardoor de positie van Lotharingen veilig te stellen.
- Hij volgde geen duidelijke politieke lijn en wijdde zich zich vnl. aan de abdij St.-Mihiel en zijn kasteel Bar.
- Dirk werd, mogelijk terecht, verdacht van een gifmoord op zijn moeder omdat hij zich van haar bemoeienissen zou willen bevrijden.
|
«« Linkerpaneel altaarstuk van Werl; schenker Heinrich von Werl, theoloog uit Keulen, met Johannes de Doper (Meester van Flémalle, ca. 1438, Museo del Prado, Madrid)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
«« Rechterpaneel altaarstuk van Werl met St. Barbara (het middenpaneel is verloren gegaan)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
1866600582.
Herman II van Zwaben, geb. ca. 965, dux (996), hertog van Schwaben (997 na 20-8), overl. 2/3-5-1003, tr. 986/88
1866600583.
Gerberga (Gepa) van BOURGONDIË, geb. ca. 965/66, overl. 7-7-1019; zij tr. 1e Herman I, graaf van Werl, verm. 978-985.
- Hij hoort niet tot de omgeving van keizer Otto III, maar neemt wel deel aan diens Italiëtocht (997/99); wordt na diens dood (23/24-1-1002) en begrafenis te Aken (apr. 1002) ondersteund als kandidaat voor het Duitse koningschap, maar moet wijken voor de intimidatie van hertog Hendrik van Beieren (Hendrik II, gekroond Mainz, juni 1002), onderwerpt zich aan hem (Bruchsal, 1-10-1002).
- Zij doet vanwege haar 1e huwel. een schenking aan het Werler familieklooster Meschede in West-Falen (29-9-997) en sticht vóór 18-5-1000 het klooster Oedingen in Sauerland; begunstigt in Zwaben Marchtal (Elzas) en het klooster Einsiedeln; gevangen gezet door aartsbisschop Heribert van Keulen (1016/18).
|
1866600584.
Otto (Odo, Eudes) Willem "de Gevangene" van BOURGONDIË-MÂCON, geb. ca. 958/59, graaf van Mâcon en Nevers (982), geadopteerd door zijn stiefvader hertog Hendrik van Bourgondië, die hem het paltsgraafschap Bourgondië overdroeg (995), pretendent van het hertogdom Bourgondië (1002/05), overl. 23-8-1026, begr. Dyon 21-9-1026, tr. mogel. 2e 1005/vóór 1016 Adelheid "Blanche" d' Anjou (zie hieronder nummer 3733201247), zij overl. 1026, eerder wed. van Etienne de Gevaudan, Raymond Van Toulouse, gescheiden van Lodewijk V van West-Francië en wed. van Willem II van de Provence, tr. 2e ca. 982
1866600585.
Ermentrude van ROUCY, geb. ca. 950, overl. 3-3-1002/1005; zij tr 1e Aubri, graaf van Mâcon, overl. na 17-12-981/82.
- Odo had in zijn jeugd gevangen gezeten in Italië en was daarna met zijn moeder gevlucht naar Bourgondië; geadopteerd en opgevoed door zijn kinderloze stiefvader Hugo "le Grand", die hem het graafschap Nevers en het vrijgraafschap Bourgondië (Franche-Comté) schonk; zijn pogingen om ook het hertogdom te verwerven verloor hij aan Robert II van Frankrijk (nr. 1866600622).
|

»» Richard II (rechts) met de Abott van Mont-St.-Michel (midden) en Lotharius van Frankrijk (links) (Cartularium van Mont-Saint-Michel, 12e eeuw, ibliothèque Municipale, Avranches)
1866600586.
bast. Richard II "de Goede" van NORMANDIË, graaf van Normandië (996), hertog (ca. 1015), overl. Fécamp 28-8-1026, begr. aldr. (Sainte-Trinité), tr. 2e 1017 Astrid van Denemarken, dr. van Svend koning van Denemarken, Engeland en Noorwegen, doch zij werd door hem verstoten, tr. 3e Poppa N.N., tr. 1e ca. 1000
1866600587.
Judith van RENNES, geb. ca. 982, overl. 16-6-1017, aanvankelijk begr. in de abdij Bernay, later Fécamp (Sainte-Trinité).
- G.N. 1991, pag. 481.
- Autheur heeft tijdens een van zijn zeilvakanties langs de Franse kust haar graf niet kunnen ontdekken in de kerk van Fécamp, wel die van
haar echtgen. en haar schoonvader.
|
1866600608.
Odo (Eudes) I van BLOIS, "marchio" (978), graaf van Blois, Chartres, Châteaudun, Tours, Beauvais en Dreux, heer van Chinon en Saumur, over. 12-3-995, tr.
1866600609.
Bertha van BOURGONDIË, overl. 16-1 na 1016; zij tr. 2e Robert II van Frankrijk (nr. 1866600622).
1866600610.
Robert I van AUVERGNE, graaf van Auvergne, tr.
1866600611.
Ermengarde van TOULOUSE.
«« Constance van Arles
1866600616-1866600617 = 1866600586-1866600587
1866600620-1866600621 = 1866600538-1866600539
1866600622.
Robert II "De Vrome" van FRANKRIJK, geb. Orléans 27-3-972, koning en mederegent van Frankrijk (988), koning van Frankrijk, graaf van Parijs etc. (996-1031), hertog van Neder-Bourgondié (1002-1017), overl. Melun 20-7-1031, begr. St.-Denis, tr. 1e vóór 1-4-988 Rosala (Susanna) van Ivrea, verstoten 992, zij overl. Gent 7-2 of 13-12-1003, dan wed. van Arnulf II van Vlaanderen, dr. van markgraaf Berengar II koning van Italië; hij tr. 2e begin 997 (nr. 1866600609) Bertha van (Opper)-Bourgondië (verstoten/gesch. 1003/05), tr. 3e aug. 1001/25-8-1002
1866600623.
Constance van ARLES ook van de PROVENCE, geb. ca. 986, overl. Melun 25/28-7-1032, begr. St.-Denis.
- In 1023 verkondigt Robert samen met de Duitse keizer Hendrik II van Duitsland een "universele vrede" af; vrede was in die tijd een belangrijk machtsmiddel om rust in het eigen rijk te bewaren en diende om de eigen macht te versterken; sinds Robert de "Vrome" is het Franse koninklijke zegel met een lelie versierd, een symbool dat samen met de blauwe kleur ontleend is aan de Mariaverering die in die tijd sterk opgang deed.
|
1866600626.
Engelbert IV (van SIEGHARDE), geb. ca. 990, graaf in het Norital (19-4-1028/ca. 1040), Pustertal (1030-1039), en Lavanthal, graaf in de Inngouw, voogd van Brixen (ca. 1028-1040), domvoogd van Salzburg (1035/40), overl. 15-3-1040, begr. Salzburg (dom), tr. vóór 1030
1866600627.
Liutgard N.N.; zij tr. 2e vóór 1070 Aribo I, paltsgraaf van Beieren (zie nr. 7466402538).
- Dit kwartier onder enig voorbehoud.
|
1866600632.
Diepold I, verm. 1020, graaf in de Augstgouw en Keltenstein (1059), overl. 18-5-1060, tr.
1866600633.
Adela, dr. van graaf Sigehard, dan wel N.N. van Schweinfurt, dr. van graaf Hendrik.
- In 1059 breekt een twist uit tussen hem en de bischop van Augsburg die zijn gouw in leen gekregen had van de Duitse keizer; zijn zoon Ratpoto zet na Diepold's dood de strijd voort, maar zonder succes; Diepold was beschermer van de zoon van koning Andreas van Hongarije die bedreigd werd door zijn broer Bela (nr. 1866600542) en begeleidt diens zoon naar keizer Hendrik IV (1060); na verlies van Schwabische erfgoed verwerft het geslacht bezittingen in de Noordgouw (Vohburg).
|

»» Kloosterkerk Andechs (18-4-2004)
1866600634.
Sieghard (Sizo) VII van de CHIEMGOUW, geb. ca. 1010, graaf in de Chiemgouw (ca. 1020), graaf in de Salzburgouw (ca. 1015/ca. 1044), waarsch. gesneuveld Hongarije 5-7-1044/vóór 9-4-1048, tr.
1866600635.
Pilihild (Bilihild) van ANDECHS, gravin in de Chiemgouw, nam deel aan de inwijding van het klooster Michaelbeuern (1072), overl. 23-10-1075.
1866600636.
Hendrik II van SCHWEINFURT, graaf aan de Pegnitz (1021-1043) met Gründlach, Walkersbrunn, Gräfenberg, Erlangen, Lauf, Herpersdorf, graaf an der Boven-Naab (1043) met Pullersreuth en Weiden en graaf aan de Altmühl met de abdij Bergen (12-1-1025), overl. 1043, tr.
1866600637.
N.N. WELF, dr. en erfgen. van Kuno-Konrad, graaf in Sualafeld.
1866600638.
Rudolf graaf van ACHALM, zette de bouw van de burcht Achalm voort na het overl. van zijn broer, overl. 24-9 van een onbekend jaar, begr. Dettingen, later Zweifalten, tr.
1866600639.
Adelheid van WÜLFINGEN, overl. 29-8-(1065), begr. Straatsburg (Münster).
1866600720.
Hugo VI (IV) van EGISHEIM, geb. ca. 970, graaf in de Elzasser Noordgouw, overl. na 1047, tr. ca. 995
1866600721.
Heilwig van DAGSBURG, erfgen. van Dagsburg-Egisheim, overl. 1046.
- Hij zou in de 11e eeuw in Egisheim 3 burchten gebouwd hebben waarvan enkele verwoest werden door hertog Ernst II, die daarna het koninkrijk Bourgondië binnenviel.
|
«« De 3 donjons van Egisheim-Dagsburg
1866600736.
Volmar II van METZ, verm. 999-1026, graaf in de Bliesgouw, waarsch. graaf van Metz (1020), stichter van St.-Rémy in Lunéville, tr.
1866600737.
Gerberga van VERDUN.
1866600900.
Herman II van WERL, graaf van Werl enz., voogd van Werden, stichter en voogd van de abdij Oedingen, overl. ca. 1026.
- Tegenstander van Dirk van Münster, in wiens gevangenschap hij in 1018 raakt, waarbij het in het bijzonder om het voogdijschap van Liesborn ging; hij rebelleert 1019/20 met Billungers en palsgraven tegen de kerkvriendelijke politiek van zijn neef, keizer Hendrik II; staat ook tegenover aartsbisschop Heribert van Keulen vanwege voogdijrechten en gevangenname van zijn moeder.
|

»» Humbert I "Withand" (Wikipedia)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
1866601984
Humbert I "Withand" (Albimanus) van SAVOYE, geb. ca. 980, graaf (1003), graaf van Nyon (1017), graaf van Aosta (1024), graaf van Maurienne (1038), graaf van Sermorens (na 1038), overl. 1-3-1060, tr.vóór 1020
1866601985
Auxilia (Ancilla, Ancilia) N.N. (van LENZBURG?)
- Humbert was de eerste graaf van Savoye en geldt als stamvader van het Huis Savoye dat later Italië zou regeren; hij was van adellijke komaf, maar zijn
herkomst is niet met zekerheid vast te stellen; men heeft Saksen, Italië, Bourgondië en de Provence gesuggereerd; met de bijnaam "Withand" wordt waarschijnlijk bedoeld dat hij zeer gul was.
- Tijdens de veldtochten van Rudolf van Bourgondië om van Rome de keizerlijke residentie te maken steunde Humbert de keizer (van wie hij door huwelijk familie was) met proviand en soldaten; als dank hiervoor maakte Rudolf hem in 1003 graaf van Salmourenc en het noorden van Viennois; in 1017 werd hij graaf van Nyon en in 1024 van het Valle d'Aosta; in 1034 schonk koning Koenraad II hem een deel van Maurienne als dank voor zijn hulp in de strijd tegen aartsbisschop Aribert van Milaan; hij verkreeg ook de graafschappen Savoye, Beiley, Chablais en een deel van de Tarantaise; Humbert beheerste zo drie van de grote passen in de Alpen: de Mont Cenis en de twee Sint-Bernardpassen.
|
1866601986
Odalrich Mainfredus van TURIJN (Odalrico Manfredo II van Turijn/Susa), markgraaf van Turijn, heer van 1/3 Valle di Susa, bevestigd door keizer Otto III (31-7-1001), dood 13-12-1035, begr. Turijn (San-Giovanni), tr. vóór 1014
1866601987
Bertha degli OBERTENGHI ook Bertha d'ESTE, overl. 4-11-1037/29-12-1037.
«« Aernout I met zijn zoon Dirk III van Holland
1866602308.
Dirk III "Hierosolymita" van HOLLAND, geb. ca. 981, graaf van Holland (993-1039), graaf van Friesland, overl. 27-5-1039, begr. Egmond (abdijkerk), tr.
1866602309.
Othelhildis van SAKSEN ook van de NOORDMARK, overl. Saksen 31-3-1044, begr. klooster Quedlinburg.
- Nadat zijn vader in 993 gesneuveld was nam zijn moeder tot ca. 1005 het regenschap over; in 1005 was Dirk oud genoeg om zelfstandig het graafschap te besturen, maar maakte hij nog steeds dankbaar gebruik van de goede connecties van zijn moeder: zij riep b.v. de hulp in van haar zwager, de Duitse keizer Hendrik II, om een Friese opstand te onderdrukken; deze vertrok vanuit Utrecht per schip met een leger naar Friesland en bracht de aanvallen tot staan; tijdens zijn graafschap wist Dirk ten koste van het bisdom Utrecht zijn gebied uit te breiden naar het oosten (Alphen, Zwammerdam en Bodegraven) en begon grond te verpachten aan Friezen, die het in cultuur brachtten; bovendien versterkte hij zijn macht in Holland door in Vlaardingen een burcht met tol te bouwen; vanuit die burcht dwong hij de kooplieden die in hun schepen langs kwamen varen, onderweg van Tiel naar Engeland en vice versa, om tol te betalen; de kooplieden en bisschop Adelbold van Utrecht riepen daarom de hulp van de Duitse keizer in; die gaf in 1018 zijn neef Dirk de opdracht om zijn vesting te ontruimen, maar i.p.v. te gehoorzamen trok Dirk zich op zijn burcht terug en de keizer kon nu niet anders doen dan een leger op hem af sturen; dit leger onder leiding van hertog Godfried I van Lotharingen bestond uit een vloot met door de kerk gesteunde troepen uit Utrecht, Keulen en Luik; op 29 juli van dat jaar kwam het tot de slag bij Vlaardingen; het laatste stuk naar de burcht moest door Godfried met de zijnen over land worden afgelegd, wat lastig ging omdat het gebied vol met sloten en dijken lag; het duurde niet lang voor het leger van Godfried vastliep en gedwongen was terug te keren naar de schepen om een andere route te zoeken; op de terugweg daarheen liep het leger echter in een hinderlaag van de troepen van Dirk; Godfried maakte met zijn leger een tactische terugtrekkende beweging, waarop iemand uit het Friese kamp van Dirk riep dat de voorste gelederen verslagen waren, waarop de hertog op de vlucht sloeg; hierop raakte de troepen van Godfried zo in paniek dat velen in volle wapenuitrusting de rivier insprongen in een poging de schepen te bereiken, terwijl anderen kwamen vast te zitten in het omringende moerassige gebied; Dirk maakte direct gebruik van de paniek en wist het machtige leger van de hertog volledig in de pan te hakken; Godfried werd hierbij gevangen genomen, maar weer vrijgelaten nadat hij beloofd had een goed woordje voor Dirk te doen bij zijn schoonvader keizer Hendrik II. (dit alles volgens het relaas van de monnik-geschiedschrijver Alpertus van Metz); Dirk steunde later Koenraad II in zijn strijd om de opvolging (1024).
- Zijn bijnaam "hierosolymita" duidt erop dat hij een pelgrimstocht naar het Heilige Land heeft gemaakt (volgens de 14e-eeuwse geschiedschrijver Johannes de Beke heeft Dirk zijn Jeruzalemsgang rond het jaar 1030 ondernomen).
- Na het overlijden van Dirk III ging zijn vrouw terug naar Saksen en overleed aldr.; zij wordt soms gezien als dr. van nr. 1866600526/27, dit is praktisch uitgesloten, omdat haar zoon dan geh. zou zijn met zijn nicht.
|

»» Een kasteel van de kruisvaarders in het Heilige Land
1866602336.
Boudewijn I/VI "van Hasnon" van VLAANDEREN, geb. ca. 1030 of iets later, als Boudewijn I door keizerin-wed. Agnes beleend met Henegouwen (Keulen, 1056); door het overl. van zijn vader graaf van Vlaanderen als Boudweijn VI (1067), gaf aanzet tot de restauratie van de abdij Hasnon (1064), overl. 17-7-1070, begr. abdij Hasnon, tr. 1051 (in strijd met de voorschriften van het canonieke recht, zijn in de 5e graad bloedverwante nicht)
1866602337.
Richilde van HENEGOUWEN ook Richilde van EGISHEIM, waarch. geb. ca. 1020, regentes van Vlaanderen en Henegouwen (na 1070), overl. 18-3-1086, begr. abdij Hasnon; zij was wed. van Herman van Bergen, graaf van Bergen in het zuidelijk deel van de Brabantgouw, met wie zij ca. 1040 was geh., Herman overl. 1050/51; zij hertr. 1070/71 William Fitzosbern, graaf van Hereford, overl. Kassel 1071.
- Richilde stamt waarsch. via haar moeder uit het geslacht Dagsburg-Egisheim; zij zou een nicht of achternicht zijn van paus Leo IX en waarsch. dr. van Reinier van Hasnon, die afstamt uit het geslacht der Reiniers (kleinzoon van Reinier III van Henegouwen); dit kwartier is qua voorouders niet helder en wordt daarom voorlopig niet vervolgd.
- Zij wordt beschouwd als de grondlegster van het graafschap Henegouwen; toen Boudewijn VI van Vlaanderen in 1070 overleed regeerde Richilde korte tijd over de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen, namelijk als voogdes over Arnulf III, oudste zoon uit haar tweede huwelijk; haar zwager, Robrecht "de Fries", maakte evenwel aanspraak op het graafschap Vlaanderen; de familietwist werd beslecht in de slag bij Kassel (1071), waar Richilde en haar bondgenoten een verpletterende nederlaag leden en waar haar zn. Arnulf en haar echtgen. William Fitzosbern sneuvelden; na deze rampzalige afloop probeerde Richilde haar graafschappen en allodia ten gelde te maken bij de Duitse keizer; de feodia werden aangekocht door Theoduinus, bisschop van Luik; deze gaf ze vervolgens in leen aan de hertog van Neder-Lotharingen, die op zijn beurt de graafschappen opnieuw in leen gaf aan Richilde; via deze leenroerige constructie kwam het eigenlijke graafschap Henegouwen tot stand en kon het gevrijwaard worden voor Richilde's jongste zoon, Boudewijn II.
|
1866602338 - 1866602339 = 933300260 - 933300261
1866602344.
Albert II van NAMEN, geb. ca. 1000, graaf van Namen ( na 1018-1063/64), overl. 7-1063/7-1064, tr. vóór 10-8-1035
1866602345.
Regelindis van LOTHARINGEN, verm. 1067, overl. nadien.
- Volgt in 1018 zijn overl. oudere broer Robert II op; is in 1031 aanwezig bij de stichting van de kapittelkerk St.-Barthéelemy te Luik en wordt in de daarop betrekking hebbende oorkonde onder de leke-getuigen als tweede verm. direct na zijn schoonvader hertog Gozelo I (nr. 3733204690); aanwezig bij de wijding van het klooster St.-Laurent te Luik (3-11-1034) en wordt dan belast met de voogdij van het daaraan geschonken grote, oud-karolingische domein Wasseignes; neemt waarsch. met zijn schoonvader deel aan de slag bij Bar-le-Duc tegen graaf Eudes van Champagne (15-11-1037); voogd van Andenne; sticht 1047 de collegiale kerk St-Aubin te Namen, waaraan hij na het overl. van zijn moeder zijn domein Glons-sur-le-Geer schenkt; laatstelijk verm. in een oorkonde ven 1062; zie ook G.N. 1991, pag. 684 (364).
- Zij brengt als bruidsschat het allodium (later graafschap) Durbuy aan; doet als wed. tal van schenkingen aan St.-Aubin.
|
Generatie XXXII

»»Waterland
2117900452.
waarsch. Herman van HEUSDEN, heer en burggraaf van Heusden (1130), waarsch. slotvoogd van Oudheusden.
2117900478.
Arnoud SPIKER (Arnoldo SPICAR), heer van Waterland, een der "viri clarissimi" van Holland (7-10-1143), tr.
2117900479.
Imme N.N.
- Het echtp. schenkt een hoeve land bij de kerk van Warder aan de abdij van Egmond (1130-1161).
|
«« Siegfried I
3733200896.
Siegfried I (van Luxemburg), geb. ca. 922, eerste graaf van Luxemburg (963-997), graaf in de Moezelgouw, lekenabt van Echternach (950), voogd (974), voogd van St.-Maximin (981) en voogd van Metz, overl. 26/28-10-997/998, begr. abdij St.-Maximin te Trier, tr.
3733200897.
Hedwig N.N. (van de Noordgouw ?), overl. 13-12-ca. 993.
- Ondersteunde zijn bisschoppelijke broer Adalbert van Metz (zie hieronder), volgeling van Otto III bij diens machtsstrijd om de kroon; was door sterke vervlechting van zijn bezit met de kerk voortdurend in strijd met allerlei bisschoppen in zijn gebied (o.a. Saarburg), werd door hen regelmatig gevangen gezet en zelfs tijdelijk verbannen; ruilde met het klooster St.-Maximin goederen waardoor hij Luxemburg verwierf (17-4-963) en bouwde op een strategische plek een burcht op de plaats van de huidige stad Luxemburg; deze burcht werd geleidelijk het middelpunt van een groot landencomplex dat zich tot ver buiten de grenzen van het huidige groothertogdom uitstrekte.
- Zij wordt soms verm. als dr. van Everhard IV van de Noordgouw en Luitgard van Lotharingen (nrs. 7466402880/81), maar dan zou hij met zijn nicht zijn geh. hetgeen tamelijk onwaarsch. is.
|
«« Strijdende Franken en Saracenen (let op: beide partijen dragen dezelfde uitrusting en wapens, 14e eeuw)
3733200898.
Heribert van de WETTERAU, mogelijk geb. ca. 925, paltsgraaf, graaf in de Kinziggouw (949), graaf van Gleiberg (949), graaf van de Engersgouw en van de Wetterau, overl. 992, tr.
3733200899.
Irmentrud (Imiza) van de MEZINGOUW ook van de AVALGOUW, waarsch. geb. ca. 925, mogel. overl. ca. 990.
- Machtig man in Hessen; werd in 949 bezitter van de burcht en grondlegger van het graafschap Gleiberg en graaf in de Kinziggouw; trok met de Ottonen op naar Zuid-Italië en was deelnemer aan de slag bij Cotrone (13-7-982) onder leiding van keizer Otto II tegen de Saracenen onder emir Abu l'Kasim.
|
3733201024.
Adalbert van METZ, graaf van Metz, stichter van het klooster Beuzonville, overl. 31-1/30-6-1033, tr. vóór 979
3733201025.
Judith N.N., wed. van N.N. (van Rheinfelden).
- Hij is nakomeling van Matfried, graaf in de Metzgouw, waarsch. via de graven Richard van Metz, Matfried (II) en Adalbert (I) van Metz.
|
3733201028.
Robert I in de LOMMEGOUW, comes, graaf in de Lommegouw (946-974), overl. vóór 981, tr.
3733201029.
Ermengarde van VERDUN, ook van LOTHARINGEN.

»» De middeleeuwse maatschappij: een priester, een ridder en een arbeider: zij die bidden, zij die strijden, zij die arbeiden (Miniatuur in British Library; Manuscript number: Sloane 2435, f.85)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
3733201030.
Karel van NEDER-LOTHARINGEN, geb. Laon zomer 953, door keizer Otto II aangesteld als hertog van Neder-Lotharingen (Thionville, mei 977); tot koning van Lotharingen geproclameerd door bisschop Theobert van Metz (978), grondlegger van de stad Brussel, overl. Orléans (in een kerker) 22-6-992/993, begr. Maastricht (St.-Servaas), tr. 1e ca. 970 N.N., mogel. dr. van Rodbert van Troyes, zij overl. vóór 987, tr. 2e
3733201031.
N.N. Adelheid ?, was in gevangenschap met haar echtgenoot, overl. na 991
- Neemt deel aan de vergeefse poging van Reinier IV van Henegouwen en zijn broer Lambert I van Leuven hun vaderlijk erfdeel te veroveroveren (976); verbannen door zijn broer Lotharius, nadat hij diens vrouw Emma van Italië had beschuldigd van een verhouding met de op 16-1-977 aangestelde bisschop Adalbero van Laon; met steun van Otto II verkrijgt hij Nederlotharingen (Diedenhofen, Thionville, mei 977); neemt met Otto II deel aan een vergeldingsactie tegen West-Françië (978) en wordt vervolgens tot koning van Lotharingen geproclameerd door bisschop Theudebert van Metz (978); bouwt een versterkt kamp met annex bestuurscentrum tussen de twee armen van de Zenne en wordt daardoor als grondlegger van de stad Brussel beschouwd; na eerst met Otto II tegen Lotharius in opstand te zijn gekomen, keert hij zich later met zijn broer tegen diens opvolger Otto III; deze herhaaldelijke partijwisselingen zorgen ervoor dat het Duitse hof hem laat vallen wegens zijn West-Frankische aspiraties; na de dood van Lotharius en diens zoon Lodewijk V (21-5-987), het uitsterven der Karolinger, maakt Karel aanspraken op de troon maar wordt door edelen o.l.v. bisschop Aldalbero van Reims, die sinds 969 een machtig man is, geweigerd (vergadering te Senlis) waardoor de Robertijnen of Capetingers aan de macht kunnen komen (kroning Hugo Capet, 3-7-987); na het overl. van Aldabero (begin 988) gaat Karel, zich beroepend op zijn erfrecht, over tot de tegenaanval: zijn bastaard-achterneef Arnulf speelt hem de koningsstad Laon in handen (mei, 988), Karel neemt zijn schoonzuster (koningin-weduwe Emma) en aartsbisschop Adalbero van Laon gevangen en krijgt door Arnulf ook de kroningsstad Reims in handen (989); Arnulf belooft Karel op paaszondag (29-3-991) onder ede zijn trouw, maar levert hem de volgende nacht over aan Hugo Capet (nr. 3733201244) die Karel en zijn vrouw gevangen zet in Orléans; uitgebreide literatuuropgave in G.N. 1991, pag. 682-683.
|
«« Monogram van Hugo Capet (20-6-989, Archives nationales, Paris)
3733201036.
Dedi van MERSEBURG, graaf van Merseburg, markgraaf van Meissen (Wettiner), overl. (neergehouwen) in Mose bij Wolmirstedt (13-11-1009), tr.
3733201037.
Thietburga van de NORDMARK.
3733201040.
Lambert I "met de Baard" van LEUVEN, verm. Lotharingen na 7-5-973, graaf van Leuven (998-1015), voogd van de abdij Nijvel (1003) en de abdij Gembloers, erft Brussel (1012), gesneuveld Florennes 12-9-1015, begr. Nijvel (klooster St.-Gertrudis), tr. vóór 991
3733201041.
Gerberga van NEDER-LOTHARINGEN, geb. ca. 971, overl. na 1018, begr. Nijvel (St.-Gertrudis).
- Lambert ging de geschiedenis in als zeer oorlogszuchtig, zonder respect voor vrouwen, kinderen of heiligdommen, wist zijn territorium vnl. door geweld en intriges uit te breiden.
- Ontving samen met zijn broer Reinier IV van Henegouwen in 977 de vaderlijke allodia terug van keizer Otto II; erft na het overl. van zijn zwager Otto van Neder-Lotharingen diens keizerlijke lenen, waaronder Brussel, maar wordt gepasseerd in diens opvolging van het hertogdom Lotharingen ten koste van Godfried I van Verdun, verbindt zich daarom tegen hem met zijn neef Reinier van Henegouwen; kwam in conflict met de Luikse bisschop die, zonder zijn toestemming, een burcht bouwde te Hoegaarden, versloeg op bloedige wijze het grotendeels gedeserteerde Luikse leger en wist hierdoor het graafschap Bruningerode (Tienen e.o.) te annexeren; uiteindelijk gesneuveld in de slag bij Florennes.
- Na het overl. van haar echtgen. samen met oudste zoon Hendrik Gembloers door keizer Hendrik II begiftigd (Luik, 27-1-1018).
|
3733201044.
Godizo in de BETUWE, graaf in de Betuwe, broer van bisschop Adelbold van Utrecht, propinquus van Liutgard, abdis van Elten, ovl. 1018, tr.
3733201045.
Bertha ook Bave N.N..

»» Adelbold van Utrecht wordt gezien als grondlegger van de Utrechtse dom; hier "Gezicht op het koor en de toren van de Domkerk te Utrecht" (Jan Hendrik Verheyen, ca. 1829, Centraal Museum Utrecht)
3733201048 - 3733201049 = 933300310 - 933300311
3733201050 - 3733201051 = 1866600622 - 1866600623
3733201052.
Bernhard I van SAKSEN-BILLUNG, hertog in Saksen (973-1011), overl. Cervey 9-2-1011 (pest), begr. Lüneburg (St.-Michaelis), tr. ca. 990
3733201053.
Hildegard van STADE, geb. 974/77, verm. 24-7-1004, erfgen. van Hadeln/Anteil, overl. 3-10-1011 (pest), begr. Lüneburg (St.-Michaelis).
- Hij was een machtig man in het Duitse Rijk, hetgeen blijkt uit de vermelding "secundus a rege" (Adalbold van Utrecht
noemde hem als "eerste der groten" na Hendrik van Beieren); verdedigde Saksen succesvol tegen de Denen, maar kon ondanks vele veldslagen niet verhinderen dat de Slaven zijn leger versloegen bij de Elbe (983); ondersteunde Otto III in diens strijd tegen Heinrich den Zänker, hielp keizer Hendrik II tegen de Polen (na. ca. 1002), weerstond Stade en de aartsbisschop van Bremen; hij was graaf in alle delen van Saksen en bezat daar ook vele voogdijen.
|
3733201054.
Hendrik (Hezilo) van SCHWEINFURT, markgraaf in de Beierse Noordgouw (980-1017), graaf aan de benedenloop van de Naab (981/83), graaf aan de Onder-Altmühl (981), graaf in de Radenzgouw (1002/04), graaf aan de Pegniz (1001 en 1009), graaf aan de Opper-Naab (1015), overl. na een lang ziekbed (zijn dood zeer betreurd door de Duitse keizer), begr. Schweinfurt (door 3 bisschoppen) bij de deur buiten de kloosterkerk 18-9-1017, tr. vóór 1003
3733201055.
Gerberga N.N. (meestal verm. als van HENNEBERG, of van GRABFELD, ??), geb. ca. 985/88, erfgen. van gebieden rondom Schweinfurt, overl. na 1036.
- Erkende in de Duitse troonstrijd het gezag van Hendrik van Beieren (1002); tegenstander van koning Hendrik II (1003), probeerde samen met o.a. zijn broers en Boleslaw Chrobry, de hertog van Polen, de koning van de troon te werpen; na verwikkelingen in de strijd om het Beiers koningschap moest hij in 1003 met vele edelen het onderspit delven waarbij hij zijn lenen en graafschappen verloor, maar werd in febr. 1004 in ere hersteld; moest echter zijn rijkslenen wegschenken en genoegen nemen met zijn eigen bezittingen.
- Het familiebezit omvatte de volgende gebieden: "Die Hauptmasse des Familienbesitzes scheint um die namengebende Burg Schweinfurt gelegen zu haben. Dazu kamen Güter im Aischtal zu Höchstadt, Lonnerstadt, Gutenstetten, Wachenroth, Sambach, Steppach und Etzelkirchen, Streubesitz zu Retzstadt, Ochsenfurt, Frickhausen und Heidingsfeld sowie ein Güterkomplex um den Hof "Rounveldt", der Ursprungssiedlung, wie es scheint, von Grafenrheinfeld an Main. In den östlichen Maingegenden bildeten die Burgen Kronach und Creußen die Mittelpunkte größerer Gutsbezirke, denen auch der ansehnliche Streubesitz in den dazwischenliegenden Gebieten, den späteren Herrschaften Kulmbach und Bayreuth, zugeordnet gewesen sein dürfte. Zur Burg auf dem Banzer Berg gehörte dagegen der Güterkomplex zwischen Main und Itz mit dem großen Lichtenfelser Forst. Ein weiteres Zentrum Schweinfurter Besitzes lag auf der gegenüberliegenden Seite des Mains, aus dem später die Herrschaft Lichtenfels-Giech hervorging. Weiter südlich, im Jura, besaß die Familie Güter um Pottenstein und Tüchersfeld. Möglicherweise gehörte Thurnau gleichfalls zum Hausgut. Auch in den altbayerischen Gegenden links der Donau, auf dem Nordgau, faßten die Schweinfurter Fuß. Hier gehörten ihnen die Burgen Ammerthal bei Amberg und Hersbruck an der Pegnitz sowie Besitz um Nahburg und Cham. Außerdem besaßen sie in Regensburg, am Sitz des bayerischen Herzogs, eine Hofstätte." (Bron: Genealogie Mittelalter).
- Over haar afkomst heersen verschillende theoriën: zij zou tenslotte zelfs nog dr. kunnen zijn van Heribert van de Wetterau, afstammeling van Karel de Grote.
|
«« Konrad II zit op een troon met in de linkerhand de rijksappel en in de rechterhand een medaillon met het borstbeeld van Hendrik III; daaronder Hendrik IV met zijn kinderen: Konrad, Hendrik V en Agnes (Staatsbibliothek Berlin, Stiftuung Preußischer Kulturbesitz, Cod. lat. 295, fol. 81v)
3733201064.
Konrad II van FRANKENLAND, waarsch. geb. ca. 990, gekozen tot Duits koning (Kamba, 4-9-1024), gezalfd en gekroond als Konrad II (Mainz, 8-9-1024) met kort hierna de kroonsbestijging te Aken; gekroond tot koning van Italië (Milaan, maart 1026), door paus Johannes XIX gekroond tot keizer van het Heilige Roomse Rijk (Rome, 26-3-1027); volgt Rudolf III van Bourgondië op na diens dood (6-9-1032), gekroond tot koning van Bourgondië-Payerne (Peterlingen, 2-2-1033), algemeen erkend door huldiging in Genève (1-8-1034) waardoor het hele Zwitserse grondgebied bij zijn rijk kwam, overl. Utrecht (tweede Pinksterdag, 4-6-1039), zijn hart begr. domkerk van Speyer (Spiers), tr. na 31-5-1015/uiterlijk jan. 1017
3733201065.
Gisela van Zwaben, waarsch. geb. 11-11 ca. 990, in haar 3e huwel. met Konrad II gekroond tot koningin (Keulen, 21-9-1024), tot keizerin (Rome, 26-3-1027), overl. Goslar 16-2-1043, begr. dom van Spiers; zij tr. 1e Bruno I graaf van Braunsweich (Brunswijk), overl. 1012/14 (waarsch. vermoord), zn. van graaf Ludolf, tr. 2e hertog Ernst I van Zwaben ook van Oostenrijk, overl. na een een jachtongeval 31-5-1015, begr. Würzburg, zn. van Luitpold I van Babenberg en Richwara van Sualafeld.
- Konrad stichtte de dom van Speyer die gebouwd werd tussen 1030 en 1100 (bij aanvang van de bouw de grootste kerk van het "Avondland" en tot op heden het grootste romaanse bouwwerk in Duitsland, waarin graven van 4 Salische keizers en 4 Duitse koningen); hij stierf tijdens een oponthoud te Utrecht.
- Na het overl. van haar 2e echtgen. weet zij keizer Hendrik II te bewegen haar minderjarige zoon te benoemen tot hertog van Zwaben en haar de voogdij (dus het feitelijke bestuur) toe te kennen (juni 1015); wordt waarsch. ontvoerd om met Konrad II te trouwen maar als voogdes en regentes afgezet omdat zij - binnen de door Hendrik II extreem gehandhaafde verboden kanonnieke graden - aan hem verwant was en waarsch. om die reden bij de kroning van Konrad te Mainz niet meegekroond; de aartsbisschop van Keulen kroont haar echter wel (21-9-1024) en bereikt door dit feit dat voortaan de Duitse kroningen niet meer te Aken maar in Keulen plaats vinden; Gisela, die tot de grote Bourgondisch-Schwabische clan behoort, bewerkt haar kinderloze oom Rudolf III (laatste der Rudolfingers), met als gevolg dat haar echtgen. (een Salische Frank) Bourgondië bij zijn rijk kan inlijven; heeft door haar diep religieus gevoel grote invloed op kerkelijke benoemingen, treedt daardoor herhaaldelijk op in oorkonden; bereikt bij haar man telkens vergiffenis wanneer haar opstandige zoon Hendrik zich tegen zijn stiefvader keert, maar laat haar zoon uiteindelijk toch vallen; vergezelt haar man op zijn tweede tocht naar Italië en bezoekt te Rome de apostelgraven (ca. 1037/38); na het overl. van Konrad nog vaak interveniënte in oorkonden van haar zoon Hendrik, met wie zij een moeilijke verhouding had; uitgebreide literatuuropgave betreffende dit echtpaar en hun nakomelingen: G.N. 1991, pag. 662-663 (342-343)
|

»» Gisela van Zwaben (1489-1492, Klosterneuburg, Österreich, Niederösterreich, Stiftsgalerie)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
3733201066.
Willem III (V) "le Grand" van POITU-AQUITANIË, geb. 969, graaf van Poitu (Guillaume III, 990), hertog van Aquitanië (Guillaume V, 990); neemt na de dood van Karel van Lotharingen, de wettige koning van Frankrijk, diens nog jonge zoons onder zijn hoede en noemt hen vervolgens de wettige koningen van Frankrijk (1008); stichter van de abdij van Maillezais (1010), maakt verschillende reizen naar Rome, wordt door de Italianen de keizerskroon aangeboden na de dood van keizer Hendrik II (1024) maar weigert die; later geestelijke te Maillezais, overl. aldr. 31-1-1030, tr. 1e ca. 997 Almodis Gévaudan, wed. van Boso II, graaf van La Marche en Périgord, tr. 2e begin 1011 Sancha (Brisca) van Gascogne, dr. van hertog Guillaume Sanche, tr. 3e vóór maart 1018
3733201067.
Agnes van BOURGONDIË-IVREA, ook van BOURGONDIË-MÂCON, geb. ca. 995, overl. als non Poitu 10-11-1068; zij tr. 2e 1-1-1033 Geoffroy II Martel, graaf van Anjou van wie zij scheidt tussen 6-1-1049 en 15-8-1052 waarna zij terugkeert naar Poitu.
- G.N. 1968, pag. 270, idem. 1991, pag.582 (262).
|
3733201072.
Adalbert (Ezelin) Azzo I van MILAAN, geb. ca. 970, afkomstig uit Genua en Tortona, markgraaf van Milaan, graaf van Luni en Gavello, waarsch. in gevangenschap overl. op de burcht Giebichenstein (in of vóór 1018), tr.
3733201073.
Adele N.N., overl. na 1011.
- Hij ondersteunde met zijn broers Azzo en Hugo zijn koninklijke zwager Arduin van Ivrea, raakte in 1014 met zijn broers gevangen, werd over de Alpen naar Duitsland gestuurd en na lange gevangenschap op de Duitse burcht Giebichenstein vrijgelaten. De bronnen zijn niet eensluidend: de meeste kiezen als zijn sterfjaar 1018 (burcht Giebichenstein). Zie ook: www.genealogie-mittelalter.de
|
«« Ruïnes van de burcht Giebichenstein (het slot is in restauratie)
3733201074.
Welf II van ALTDORF, graaf van Altdorf, graaf in Lechrain en in het Inn- en Noridal, bouwer van het Welfische stamslot Ravensburg, overl. in gevangenschap 10-3-1030, begr. Altdorf (klooster Weingarten), tr.
3733201075.
Imiza (Irmentrud, Irmindia) van LUXEMBURG), stichteres van het klooster Altdorf en het klooster Weingarten in Zwaben, begunstigster van het klooster Altomünster in Beieren, overl. na 2-8-1055/waarsch. ca. 1060, begr. kloosterkerk Altomünster (Broederkoor bij het St.-Peteraltaar).
- Welf was een rijk en sterk bewapend man; hij bestreed met succes samen met bisschop Werner van Straatsburg de problemen rond de erfenis van het Bourgondisch Rijk, verbond zich met hertog Ernst II van Zwaben tegen keizer Konrad II tijdens diens afwezigheid in Italië; (1025), raakte in conflict met de naburige bisschop van Augburg, onderwierp zich, maar werd uiteindelijk in 1027, na beschuldiging van hoogverraad, overwonnen en gevangen gezeten waarbij hij een deel van zijn bezittingen verloor.
|
3733201076.
Arnulf II "met de Baard" (barbatus) van VLAANDEREN, geb. 961/62, volgde in 964/65, amper 4 jaar oud, zijn grootvader op als graaf van Vlaanderen; stond tot ca. 976 onder bescherming en voogdij van de Westfrankische koning Lotharius, overl. 30-3-988, begr. Gent, tr. 968
3733201077.
Rozala (Susanna) van IVREA, geb. 950/60, dame de Montreuil-sur-Mer, overl. Gent 7-2 of 13-12-1003, begr. aldr.; zij hertr. als Susanna vóór 1-4-988 Robert II de "Vrome" van Frankrijk (nr. 1866600622), maar werd verstoten en keerde terug naar Vlaanderen (992).- Arnulf volgde dus in 965 zijn grootvader op, aanvankelijk onder voogdij van de Franse koning Lotharius, die vóór de dood van Boudewijn III, zijn vader, beloofd had dat hij ervoor zou zorgen dat de Vlaamse edelen de jonge graaf niet zouden manipuleren voor hun eigen belang, een belofte waaraan hij zich inderdaad hield; rond 976 liet Lotharius de regering aan Arnulf over, maar onthield hem het gezag over de door Arnulf veroverde gebieden Oosterbant, Artesië, Ponthieu en Amiëns; het overige deel van het graafschap viel uiteen in semi-autonome gebieden, waarover Arnulf geen werkelijk gezag uitoefende; aan deze gezagscrisis zou Arnulfs zoon en opvolger, Boudewijn IV, een einde maken.
|
3733201078 - 3733201079 = 1866600448- 1866600449
3733201080 - 3733201081 = 1866600526- 1866600527
«« Heiligverklaring van Olav II (Snorri vertelt: "Toen bisschop Grimkjel Olav's kist opende kwam hem een zoete geur tegemoet; nadat hij zijn gelaat had ontbloot ondtdekte hij een roze blos op zijn wangen alsof hij lag te slapen; hij werd bestrooid met wijwater en zalvende olie; zijn hoofd met de koningskroon rustte op een geborduurd kussen en zijn wonden waren nog duidelijk zichtbaar"; de overeenkomst met het lichaam van Christus na diens dood bewezen Olav's overwinning op de dood)
3733201082.
Olav II Haraldsson "de Heilige" van NOORWEGEN, geb. ca. 995, koning van Noorwegen (1015-1028), gesneuveld Stiklestad 29-7-1030, begr. Trondheim (Dom), tr. 1e N.N., tr. 2e februari 1019
3733201083.
Astrid van ZWEDEN, natuurlijke dr. van Olof Skötkonung.
- Omdat hij geb. werd na de dood van zijn vader, werd hij opgevoed door zijn stiefvader onderkoning Sigurd syr Halfdanarson in Opplan; nam als viking deel aan tochten tegen Denenarken, Zweden, Finland, Friesland en Engeland; bekeerde zicht tot het christendom (1010) en zou later in Rouen na een Vikingtocht gedoopt zijn (1014); hielp de Engelse koning Etheldred in zijn strijd tegen de heidense Denen; bevrijdde Noorwegen van de Deense heerschappij, bestreed het heidendom, riep missionarissen in het land, liet kerken bouwen en bestrafte degenen die de doop weigerden; omdat dit tegen de zin der Noren inging werd hij in 1028 door de stamvorsten verdreven naar Rusland; toen hij in 1030 probeerde te troon te heroveren werd hij verslagen bij Stiklestad (In de geschiedenis van Noorwegen is dit een van de belangrijkste veldslagen geweest; sinds 1954 wordt ieder jaar rond 29 juli het openluchtschouwspel over de heilige Olav opgevoerd, een van de grootste openluchtdrama's in Scandinavië, inmiddels bezocht door meer dan 600.000 mensen).
- In 1164 werd hij door paus Alexander III heilig verklaard; zijn feestdag is 29 juli, hij wordt vereerd als de patroon van Noorwegen en van de beeldhouwers, wordt ook aangeroepen bij moeilijke huwelijken.
- Ter zijner ere werd de Nidaros Dom van Trondheim gebouwd; dit grootste Middeleeuwse bouwwerk van Scandinavië werd een belangrijk pelgrimsoord en is tot op heden de plaats waar de Noorse koningen gezalfd worden. (Voor de hogere kwartieren van de Noorse koningen werd o.a. gebruik gemaakt van de Uil-editie van "Nordisk Familjebok", een Zweedse encyclopedie gepubliceerd tussen 1904–1926).
|
3733201084.
Vazul (Basil) de "Blinde" van HONGARIJE, geb. Komarom-Esztrergom, hertog tussen March en Gran (1032), naam deel aan een samenzwering tegen zijn neef koning Stefan I van Hongarije omdat hij uitgesloten werd van troonsopvolging ten gunste van Stefan's Venetiaanse neef Peter Orseleo; de aanslag mislukte en zijn ogen werden uitgestoken (1037), zijn zoons verbannen naar Polen (deze keerden later terug en bestegen na 1046 alsnog de Hongaarse troon), Vazul overl. voorjaar 1038, tr.
3733201085.
N.N. (Katun ?), waarsch. dr. van Samuil, tsar der Bulgaren ca. 958-1014.
3733201086 - 3733201087 = 1866600544 - 1866600545
3733201092.
Swjatoslaw I Igorjewitsch van KIEV, geb. ca. 942, prins van Novgorod, groothertog van Kiev (957), grootprins van Perejaslaw, gesneuveld tegen de Petsjenegen op de terugweg naar Kiev (972), tr.
3733201093.
Predislawa, waarsch. een dochter van de Hongaarse vorst Zerint. - De door hem in het leven geroepen ruiterij wordt wel gezien als de voorloper van de Kozakken.
|

Kozakken schrijven de turkse Sultan een brief (Ilja Jefimowitsch Repin, 1878-1891, Russisch Staatsmuseum, S. Petersburg)
3733201116.
Bezzelin van VILLINGEN, afkomstig uit de omgeving van Freiburg, graaf in de Ortenau (999), waarsch. overl. 15-7-1024, tr.
3733201117.
Luitgard, dr. van N.N., patrus (vader/broer) van Bernhard "de Zalige" van Nellenburg en van avus (grootvader) hertog Berthold I.
3733201118.
Herman IV van Zwaben, geb. 1014/1015, hertog van Zwaben (1030-1038), markgraaf van Turijn-Susa (1036-1038), over. 28-7-1038, begr. Trient (Ital.), tr. 1036
3733201119 = 933300993
3733201126.
Michael BOTANEIATES geb. Turkije ca. 985/1000, herkomst van zijn ouders onbekend, via moederzijde in ieder geval geen kleinzoon van Bagrat IV, zijn vader mogel. Nikèphoros of Théophylaktos Botaneiatès.
«« Jaroslav I de "Wijze" van Kiev
3733201128.
Jaroslav I de "Wijze" van KIEV, geb. 978 als vorst van Novgorod, vorst van Rostow, grootvorst van Kiev (1019-1054), overl. 20-2-1054, tr. 1e N.N., tr. 2e Sarpsborg februari 1019
3733201129.
Ingegerd (Astrid) van ZWEDEN, overl. 10-2-1050
- Jaroslav zou aanvankelijk vorst van Nowgorod geweest zijn, waar hij de kathedraal van de Heilige Sophia (heden de oudste kerk van Rusland) naar Byzantijns voorbeeld liet bouwen; ook bouwde hij daar de nog heden bestaande Jaroslov Hof; na de dood van zijn vader in 1015 moest hij eerst de strijd opnemen tegen zijn neef Swjatopolk de "Vervloekte", die hij overwon in 1019; Jaroslav werkte aan de bescherming van zijn rijk, wist onder de dreiging van de Petsjenegen uit te komen (1036), verloor echter een veldtocht tegen het Byzantijnse Rijk (1043), maar wist met toestemming van Byzantium van Kiev een Roetheens (Transkarpathisch) metroploliet te maken; hij versierde de stad naar het voorbeeld van Byzantium (liet o.a. een Gouden Poort bouwen), maakte de kerk onafhankelijker van Byzantium (zonder medeweten van Byzantium gaf hij Russische priesters belangrijke taken in de kerk en in de steden Novgorod en Kiev), ook breidde hij de handelscontacten met andere landen uit; na zijn dood viel het Kievsche Rijk in onafhankelijk vorstendommen uiteen.
- Jaroslav nam een Zweedse prinses tot vrouw en zijn nakomelingen werden door de Europese vorstenhuizen als goede huwelijkspartners beschouwd.
|
3733201130 - 3733201131 = 1866600544 - 1866600545
3733201160.
Frederik I van OPPER-LOTHARINGEN, ook van BAR, geb. ca. 912, verm. (939), dux Lotharingeiae (942), via Bruno aartsbisschop van Keulen in 959 markgraaf in de bovenloop van de Maas met het aartsbisdom Triër en belangrijke kerkelijke bezittingen in de bovenloop van de Maas, Moezel en Ornain, graaf van Bar, Chaumontois, Charpeigne, Soulossois, stadsgraaf van Metz, hertog van Opper-Lotharingen (959-978), dux Lotharensium (962-966), overl. 18-5-978, verloofd 951, tr. 954
3733201161.
Beatrix van FRANKRIJK, waarsch. geb. ca 939/40, zuster van Hugo Capet (zie onder), overl. 23-9 na 987.
- Mede-erfgenaam van zijn stiefbroer Otto van Verdun (954); door zijn huwel. weet hij de Lotharingse koningsabdij St.-Denis te behouden; aan de grens van Francia sticht hij eerst de burcht Fains (bij Bar-le-Duc) en bouwt later de vesting Bar als verdediging tegen Frankrijk; is aanvankelijk in werkelijkheid slechts machtig in zuidelijk Lotharingen met meerdere graafschappen en kloosterbezittingen; steunt trouw de Ottonen en moet gedogen dat keizer Otto I een soort supervisie over Lotharingen behoudt; krijgt meer macht na 959; eenzijdig verdediger van het Lotharingse Rijk tegen allen die daar tegen in opstand komen en zijn macht proberen te beperken, dus voortdurend met hen in conflict (een eigenschap waarmee meerdere Lotharingse hertogen waren behebt).
|

»» Basiliek St. Denis, gebouwd tussen 1136 en het eind der 13e eeuw, begraafplaats van de Franse koningen vanaf Clovis tot Marie Antoinette; voorbeeld voor kathedralen zoals die in Reims, Chartres en de Notre-Dame in Parijs
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
3733201162.
Volmar I van METZ, graaf van Metz (970), graaf in de Bliesgouw (= Saarland) (982), overl. 994/95, tr.
3733201163.
Bertha N.N., verm. 995/96, overl. ca 1000.
3733201164.
Konrad van Zwaben, ook Kuno van ÕHNINGEN, hertog van Zwaben (983-997), graaf van Õhningen, overl. 20-8-997, tr.
3733201165.
waarsch. Reginlint N.N., mogel. dr. van hertog Liudolf van Zwaben en daardoor kleindr. van keizer Otto I.
- Hij was "dux Alemannorum et Alsatiorum" of "Hertog der Zwaben en Elzassers" volgens een koninklijke oorkonde uit 988; Straatsburg
gold als hun hoofdstad ("caput ducatus"), het zwaartepunt van hun heerschappij verplaatste zich later duidelijk naar het noorden.
- Nieuwe onderzoekingen hebben aangetoond dat de ouders van Konrad niet echt zeker zijn; de afkomst van zijn vrouw is bovendien zeer omstreden, zodat haar kwartieren niet meer vervolgd worden; zijn kwartieren worden in deze staat volgens de traditionele opvattingen verder weergegeven (bron: Wikipedia)
|
3733201166.
Koenraad van BOURGONDIË, (later, misschien onterrecht, "de Vreedzame"), geb, ca. 923, na verjaagd te zijn door zijn stiefvader Hugo van Italië opgevoed aan het Saksische hof van keizer Otto I de "Grote", minderjarig (oud 14 jaar in 937), onder bescherming van Otto gekroond tot koning van Bourgondië (Lausanne 937); bewees zich op een hofdag (27-6-943); regeert (937-993) aanvankelijk onder toezicht van Otto I in de voorgebergten der Alpen (het oorspronkelijke Welfisch grondgebied), maar ook in Venetië en Lyon, later zelfstandig (943) maar moeizaam in Neder-Bourgondië en de Provence (948); overl. 19-10-993, begraven klooster St.-André-Le Bas-de Vienne, tr. 1e (waarsch. niet vóór 950) Adelaide (van Bellay), overl. vóór 23-3-963, tr. 2e. ca. 964
3733201167.
Mathilde van WEST-FRANCIË, waarsch. geb. eind 943 ( mogel. begin 948), "Mathild regina Burgundiorum", vergezelde haar echtgen. naar de rijksdag van Otto II te Rome (Pasen, 27-3-981), overl. 26/27-1-982/vóór 992, begr. klooster St.-André-Le Bas-de Vienne.
- Uit een relatie met Aldiud, de vrouw van Anselm, had hij een zoon Bouchard, de latere aartsbisschop van Lyon.
- Trouw aanhanger van de Duitse Ottonen tegen Frankrijk en Italië: verscheen 29-6-984 o.a. in het keizerlijke gevolg met zijn echtgen. op de rijksdag van Otto II te Rome om de opvoeding van Otto III te regelen; de regering van Koenraad verliep over het algemeen vreedzaam, zo kon hij b.v., ondanks invallen van de Hongaren en de Saracenen in zijn rijk (ca. 972), in 968 privilegiën schenken aan het klooster Moutier-Grandval in het Balsthal.
- Was in zijn jeugd al zeer geìnteresserd in het toenmalige Europese wegenstelsel zoals de Alpenpassen.
|
«« Keizer Otto II
3733201168.
Adalbert van IVREA, geb. 923/936 (waarsch. geb. ca. 936), markgraaf van Ivrea, graaf van Aosta, riep zich uit tot mede-koning van Italië met zijn vader Berengarius II (kroning op 15-12-950, St.-Michele, Pavia), beleend met Italië door keizer Otto I (Dagsburg, 7-8-952 - tot augustus 961 toen zijn vader werd afgezet), overl. Autun 30-4-971, tr. vóór 956
3733201169.
Gerberga N.N., geb. ca. 940, van herstreden komaf, mogel., maar onzeker dr. van Leotald, graaf van Mâcon; zij tr. 2e ca. 972 Hendrik I de "Grote" van Bourgondië, graaf van Nevers, hertog van Neder-Bourgondië; zij overl. 11-12-986/991, vóór 11-5-993.
- Otto zag aanvankelijk de kroning van Adalbert en zijn vader als een "gewelddadige overname" in zijn rijk en besloot tot aktie over te gaan; aangekomen in Pavia (23-9-951) hadden Berengar en Adalbert zich teruggetrokken op de burcht St.-Marino en Adelheid koningin van Italië gevangen gezet; nog onzeker over zijn Italiaanse politiek en onder de indruk van het naar Duitsland afgereisde Italiaanse gezelschap met zeer veel geestelijken beleende Otto hen met het Italiaanse rijk (Dagsburg, 7-8-952) met uitzondering van enkele delen en trouwde kort daarop de in vrijheid gestelde Adelheid; terug in Italië wisten Berengar en Adalbert de gewraakte gebieden onder zich te brengen; in 956 ging Liudolf, zoon van Otto, op wraaktocht en wist heel Boven-Italië te heroveren; na Liudolf's dood lukte het Adalbero en zijn vader de gebieden opnieuw onder zich te brengen; zij bedreigden daarna met succes Spoleto en vielen de kerkelijke staat Rome aan; de bedreigde paus riep eerst de hulp in van de Hongaren en tenslotte wanhopig die van keizer Otto; Otto drong met succes in augustus 961 Italië binnen; Berengar moest vluchten naar een vesting in de Alpen; Adalbert vluchtte in 962 naar de Saracenen en wist later te ontkomen naar Corsica; hij verbond zich met de paus omdat die ondertussen tegen de Duitse keizer stelling had genomen; bestreed later zonder succes (zelfs met behulp van de Byzantijnse keizer) het Duitse keizerijk dat in staat was alle oorspronkelijke gebieden te herwinnen en de heerschappij te herstellen; tenslotte gaf Adalbero zijn bemoeienissen met Italië op en trok zich terug in Bourgondië, het vaderland van zijn vrouw Gerberga, alwaar hij overleed.
|
3733201170.
Ragenold (Renaud) van ROUCY), comes 944/47, graaf van Roucy (948), burggraaf van Reims, overl. 10-5-967, begr. Reims (abdij van Saint-Remi), tr. 944/47
3733201171.
Alverade (Aubrée) van LOTHARINGEN, geb. ca. 930, overl. 15-3-973, begraven Reims (abdij van Saint-Remi).
- Aanvoerder van een troep Noormannen die eerst de Loirestreek en daarna afwisselend Artois, Beauvais en Bougondië plundert (923-926); opnieuw verm. (vanaf 945) wanneer hij de abdij Saint-Médard te Soissons plundert; medestander van koning Lodewijk IV en daardoor tegenstander van Hugo de Grote (vóór 24-6-945); werkt vanaf 947 samen met de aartsbisschop van Reims en wordt dan graaf genoemd; bouwt halverwege Reims en Lâon een burcht te Roucy die in 948 in vergevorderde staat is en in 949 een burcht te Mareuil-sur-Ay voor de aartsbisschop van Reims, welke echter in 952 door Hugo de Grote verwoest wordt; zijn eigen burcht wordt door Heribert III van Vermandois ingenomen als hij afwezig is om zijn wed. geworden schoonmoeder bij te staan (10-9-954); zij verzoent zich met Hugo de Grote, waardoor Ragenold Roucy weer terugkrijgt; neemt deel aan het beleg van Poitiers waar hij de burcht Sainte-Radegonde verovert (zomer 955); verm. als getuige in oorkonden van koning Lotharius (7-11-956 en 5-10-961); laatstelijk verm. wanneer hij dorpen plundert die aan Reims toebehoren (966).
- Zij leeft, na het overl. van haar vader, eind 939 samen met haar moeder aan het Westfrankische hof van keizer Otto I, die haar (of haar moeder) als bruid aanbiedt aan hertog Bertold I van Beieren; haar moeder (Gerberga van Saksen hertr. eind 939 met Lodewijk IV van West-Francië. Zie ook G.N. 1991, pag. 581.
|

»» Richard 1 "sans Peur" (Deel van de 6 Hertogen van Normandië in Falaise)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
3733201172.
Richard I "zonder Vrees" van NORMANDIË, geb. ca. 933, (jarl van Normandië of graaf van Rouen) was de eerste echte hertog van Normandië (947-996); regent van Frankrijk (956-960), overl. Fécamp 20-11-996, begr. aldr. (Sainte-Trinitée), tr. 956/960 Emma van Frankrijk, geb. ca. 943, overl. na 19-3-968, dr. van Hugo "de Grote" van Frankrijk; dit huwel. was kinderloos, maar hij had kinderen uit een van zijn bijzitten, nl. met
3733201173.
Gunnora (van CREPON), net als Richard van Noorse afkomst, maar met Deens bloed.
- Na de dood van zijn vader kon koning Lodewijk van Frankrijk van "Overzee" Normandië gemakkelijk veroveren en liet daarna de amper 10 jaar
oude Richard opvoeden aan zijn hof te Laon (943-945); Richard wist te ontsnappen, verbond zich spoedig daarna met Hugo "de Grote" van Parijs, sloot vervolgens verbonden met Normandische en Vikingleiders, verdreef Lodewijk uit Rouen en heroverde Normandië in 947; kreeg onenigheid met de Engelse koning Etheldred omdat Normandië buit had gekocht uit de Vikingse invasies in Engeland.
- Richard was tweetalig dankzij zijn opvoeding in Bayeux, maar bleef altijd meer geïnteresserd in Deense en Noorse onderwerpen dan in Franse; tijdens zijn bewind werd Normandië een echt christelijk en Frans gebied; hij introduceerde het middeleeuwse feodaal stelsel en reorganiseerde het militaire systeem, gebaseerd op zware cavalerie; werd na 956 (de dood van Hugo "de Grote") trouw toeverlaat van diens opvolger, de "jonge Hugo".
- Volgens een middeleeuws tekstschrijver ging hij na de dood van zijn vrouw Emma op jacht en stopte bij het huis van een boswachter, werd verliefd op zijn vrouw Seinfreda, die hem echter haar ongeh. zus Gunnor aanbeval; Gunnar werd zijn maitresse en haar familie steeg tot grote hoogte; uiteindelijk tr. Richard met haar om hun nakroost te legitimeren.
|

Mont-Saint-Michel (links)
3733201174.
Conan I "le Tort" van RENNES, graaf van Rennes (970), hertog van Normandië (990-992), gesneuveld Conquereuil (27-6-992), bijgezet in de abdijkerk van de Mont Saint-Michel, tr. ca. 980
3733201175.
Irmgard van ANJOU, geb. ca. 965, overl. ca. 990.
- Wist zich te bevrijden onder het voogdijschap van de aartsbisschop van Dol-de-Bretagne; veroverde het graafschap Vannes (970-992), versloeg de graven van Nantes en riep zich tenslotte uit tot hertog van Normandië (990); Fulko Nerra, graaf van Anjou, maakte zich ongerust over deze verwikkelingen in het westen van zijn rijk en versloeg Conan in de slag bij Conquereuil (992); Conan wordt beschouwd als de grondlegger van het huis Rennes onder de Bretonse hertogdynastiën.
|
««Druivenoogst nabij het kasteel van Saumur ("Les très riches heures du Duc de Berry", een getijdenboek uit 1412/16).
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
3733201216.
Theobald (Thibaut, Tetbald) I "de Bedrieger" van BLOIS, volgde ca. 940 zijn vader op, graaf van Blois, ondergraaf van Tours; kreeg na huwel. de controle over noordelijk Bretagne en Rennes, graaf van Rennes (956-960), graaf van Chartres en Châteaudun, heer van Chinon, Saumur en Beaugency, overl. 16-1-975, tr. 943/45
3733201217.
Ledgard (Liégard, Luitgard) van VERMANDOIS, geb. 915/20, overl. 27-5 na 9-2-978; zij tr. 1e ca. 940 Willem I "Langzwaard" van Normandië, vermoord Pecquigny-sur-Somme (17-12-942).
- Vazal (Robbertijn) van Hugo "de Grote" van Françië; bewaakte in 945 de gevangengenomen koning Lodewijk IV en behield de stad Lâon die de koning in ruil voor zijn vrijheid had moeten afstaan; maakte zichzelf in Tours van ondergraaf tot graaf; bracht de graafschappen Chartres en Châteaudun in zijn bezit; noemde zich samen met zijn schoonbroer Fulco II van Anjou "Gouverneur et administrateur [du] royaume [de Neustrie]" en "Comtes par la grâce de Dieu"; bevocht (960-962) zonder succes Richard I van Normandië (zie boven), zwager van Hugo Capet (zie onder) wegens belangen in Maine; wendt zich dan af van de Robbertijnen en kiest partij voor de westfrankische koning Lodewijk; weet de controle over de vestingen Saint-Aignan-sur-Cher, Vierzon en vermoedelijk ook Aiguillon te krijgen; tijdens de kinderjaren van Hugo Capet versterkte hij de verdedigingswerken van Chartres en Châteaudun en liet de vesting Saumur oprichten; zijn macht aan de Loire was zo groot dat Hugo Capet (zie onder) een verbond aanging met Anjou; Theobald geldt als de grondlegger van de machtspositie van het huis Blois-Champagne.
|

»» Kroning van Hugo Capet 987
3733201218 - 3733201219 = 3733201166 - 3733201167
3733201244.
Hugo CAPET, geb. Parijs winter 941 (Wikipedia: 938), voor het eerst verm. (19-6-946), graaf van Poitu, Orléans, Parijs etc. (956), hertog van Françië (956-996), regent (feitelijk koning) van Frankrijk (985), koning van Frankrijk (Reims 3-7-987), abt van St.-Martin-de-Tours, St.-Germain-d'Auxerre, St. Aignan-d'Orléans, St.-Quentin in St. Vaast etc., overl. 24-10-996 in Les Juifs (bij Chartres), begr. St.-Denis, tr. ca. zomer 968
3733201245.
Aelis (Adela, Adelaide, Adelheid) (van POITU), waarsch. geb. omstreeks 950, van onbekende afkomst, overl. 15-10-1006. (Wij volgen haar kwartieren volgens de thans geldende opvattingen).
- Hugo Capet (de bijnaam capet = "een cape dragend" is ontleend aan het geestelijke kledingstuk "cappa" dat hij vaak als lekenabt van Tours droeg) werd geb. te Parijs in een machtige en invloedrijke familie van Duitse aristocratie in Frankrijk, waarvan 2 leden al koning van Frankrijk waren geweest in de 9e en 10e eeuw; hij was de eerste uit het huis der Capetingers, een dynastie die tot de Franse Revolutie aan de macht bleef (de directe Capetinger dynastie regeerde van 987 tot 1328, de latere huizen van Valois en Bourbon worden ook tot de Capetingers gerekend; de Franse revolutionairen noemden hun koning Lodewijk XVI zelfs "burger Louis "Capet").
- Hij was een vrome,intelligente, rustige en vastberaden man; deze persoonlijke eigenschappen, zijn steun aan de keizers Otto II en Otto III van het "Heilige Roomse Rijk" en de ondersteuning van bisschop Adalbero van Reims bezorgden hem in 987 de titel koning van Frankrijk (Parijs); om intriges over zijn troonopvolging te vermijden kroonde hij spoedig daarna zijn zoon Robert II tot medekoning (kerst 987).
- Op het moment van zijn troonsbestijging bestond het Franse kroondomein uit enkele kleine dorpjes rond Parijs en Orléans, met een oppervlakte van nog geen 1000 km²; wanneer hij buiten dit kleine gebied zou treden, zou hij waarschijnlijk vermoord worden; toen in 993 een aanslag op zijn leven nog net verijdeld kon worden moest men de dader zelfs vrijuit laten gaan, een bewijs hoe zwak zijn feitenlijke macht was; het "land" Frankrijk had bij zijn kroonbestijging minstens honderdvijftig verschillende munteenheden en telde een tiental talen; het verenigen van al deze kleine gebiedjes was dan ook in de loop der eeuwen een enorme taak en leverde een constante strijd op tussen de koningen en hun feodale vazallen.
|
«« Blanche d'Anjou
3733201246.
Willem II "de Bevrijder" van de PROVENCE, geb. 950/55, graaf van Arles en Provence (vanaf maart 965), markgraaf (979), hertog van Arles (980), comes (29-8-990), "pater patriae" (992), later geestelijke, overl. Avignon 993 na 29-8, begr. Sarrians (Église de Sainte-Croix), tr. 1e vóór april 970 N.N., waarsch. Arsenda de Comminges, overl. 979/83, dr. van Arnaud I, graaf van Comminges en Arsenda van Carcassonne, tr. 2e 984
3733201247.
Adelaïde (Alix, Adelais) "Blanche" van ANJOU, geb. ca. 945/47, koningin van Aquitanië (982-984), overl. 29-5-1026, bijgezet in Montmajour (een abdij nabij Arles); zij tr. 1e 950/60 de wednr. Étienne de Brioude, graaf van Gevaudan (dood 970), zn. van Bertrand en Emilgarde (Emilde) N.N., tr. 2e ca. 975 Raymond IV van Toulouse, (dood 978), zn. van Raymond III en Gundinildis N.N., tr. 3e Vieux-Brioude (Haute Loire) 982 de net gekozen jonge koning Lodewijk V van Frankrijk maar scheidt van hem in 984 (wegens leeftijdsverschil), tr. 5e waarsch. Odo-Willem "de Gevangene" (zie opm.).
- Was samen met zijn broer Rotbold II hertog van de Provence; hij bevrijdde in de slag bij Tourtour (993) de Provence van de Saracenen die een basis hadden in Fraxinet; begon het heroverd gebied ten oosten van de Rhône (een geschenk van Koenraad van Bourgondië) te reorganiseren en belasting te heffen in de Provence; wordt over het algemeen beschouwd als de grondlegger van het graafschap Provence.
- Na haar echtsch. in 984 vluchtte zij naar Arles en hertr. tegen de mening van de paus in nog hezelfde jaar met Willem II van de Provence; in 1907 werd, na het combineren van een drietal aktes, de hypothese gelanceerd dat zij na het overl. van haar 4e echtgen. voor de 5e maal getr. was met Odo-Willem "de Gevangene" (zie hierboven nr. 1866600584); de hypothese lijkt sterk, maar voorzichtigheid blijft geboden.
|
3733201252.
Engelbert III, graaf in de Chiemgouw (965), overl. 9-6-1020/vóór 18-2-1025, tr. 1e Adela, dr. van graaf Meginhard, tr. 2e na 1-5-1020
3733201253.
Adela (Adula) (van BEIEREN), paltsgravin van Beieren, nog verm. Fulda 1-5-1020, overl. 7-9-na 1020, wed. van Aribo I paltsgraaf van Beieren (nr. 7466402538).
- Over haar afkomst bestaan verschillende zienswijzen, daarom worden haar kwartieren voorlopig niet vervolgd.
|
3733201264.
Rapoto II, graaf in de Traungouw (1006), overl. 23-6-ca. 1020 (bij de Mondsee), tr.
3733201265.
N.N., nakomel. en erfdr. van graaf Dietbald (overl. 955), broer van de heilige Ulrich, bisschop van Augsburg.
3733201268- 3733201269 = 3733201252 - 3733201253

»» Wasserburg, Burg Satzvey (Mechernich-Satzvey, Nordrhein-Westfalen)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
3733201270.
Frederik I van ANDECHS, graaf van Andechs, graaf van Wasserburg, graaf aan de Boven Isar (1003), graaf in de Sundergouw (1003-1027), overl. 24-1-ca. 1030, tr.
3733201271.
Hemma N.N., nicht van hertog Koenraad I van Zwaben, dan wel dr. van Kuno van Öhningen, kleindr. van Otto de Grote (zie nr. 3733201164).
3733201272 - 3733201273 = 3733201054 - 3733201055
3733201274.
Konrad (Kuno) in Sualafeld, zn. van Frederik, graaf in de Riesgouw (? 987) en N.N. van Õhningen, dan wel zn. van Babo I van Kübach en Willibirg van Ebersfeld.
3733201276. N.N. van ACHALM.
3733201278.Lüteld van MÖMPELGARD (Montbéeliard), tr.
3733201279.Williburg van WÜLFINGEN.
3733201440.Hugo IV (III) "raucus", graaf in de Elzasser Noordgouw (951-ca. 985), overl. vóór 986, tr.
3733201441.N.N., dr. van graaf Gerard, "attavus" van keizer Hendrik III.
3733201442.Lodewijk van DAGSBURG.
- Over de ouders van Heilwig is nauwelijk iets bekend: zijn naam is als vader van Heilwig door een latere bron overgeleverd, zijn vrouw zou romaanssprekend geweest zijn.
|
3733201472 - 3733201473 = 3733201162 - 3733201163
«« Abdij van Ename ca. 1663
3733201474.
Godfried "de Gevangene" of "de Oudere" (van VERDUN), geb. ca. 930, graaf in de Bidgouw en in de Methingouw (959/60), graaf van Henegouwen (959-978), graaf en voogd van van Verdun (963-985), voogd van de abdijen St.-Hubert en Mouzon in de Ardennen, overl. na 3/4-9-996/vóór 1005), begr. Gent (St.-Pieter), tr. ca. 963
3733201475.
Mathilde van SAKSEN-BILLUNG, geb. ca. 937, overl. 25-5-1008, begr. Gent (St.-Pieter); zij tr. 1e ca. 961 Boudewijn III van Vlaanderen (nr. 7466402152), overl. 1-1-962.
- Fervent Ottoner en verkreeg daardoor in 969 de positie van van graaf en markgraaf van Antwerpen en Ename (dorpje aan de oever van de Schelde, waar aan de grens van het rijk van Otto II een burcht was opgericht), waardoor hij een der belangrijkste vazallen werd van het Neder-Lotharingse rijk; ondersteunt de Ottonen o.a. tegen Henegouwen-Leuven; trekt in 979 met Otto II op tegen Parijs; bestreed in 985 bij Verdun Lotharius I van Frankrijk, maar werd gevangen genomen en verloor die stad; omdat de eisen voor zijn vrijlating zeer hoog waren besloot hij in gevangenschap te blijven; door ingrijpen van Hugo Capet (zie boven) kwam hij in 987 vrij; wist het grondgebied rond de Maas te zuiveren van de invloeden van Vermandois en bevrijdde Verdun.
|
3733201792.
Herman Pusillus (= "de Kleine") van LOTHARINGEN), graaf in de Bonngouw (970, 992,993), graaf in de Eiffelgouw (975, 978), graaf in Gerrisheim (976), graaf in de Zürichgouw (981), paltsgraaf van (Neder-)Lotharingen (985/89), graaf in Auelgouw (996), overl. 996, tr.
3733201793.
Heilwich N.N., uit de familie van de heilige Ulrich, bisschop van Augsburg; zij overl. 22-1 van een onbekend jaar.
- Hij was paltsgraaf van Lotharingen van het Heilige Roomse Rijk en verschillende graafschappen langs de Rijn zoals de Bonngouw, Eifelgouw, Mieblgouw, Zulpichgouw, Keldachgouw, Alzey en Auelgouw van 945 tot zijn dood.
- Sommige bronnen noemen haar Heylwig van Dillingen, dr. van Hucbald II en Dietbirg van Zwaben.
|
«« Ulrich (Uodalricus) von Augsburg (ca. 890-4-7-973), uit het geslacht van de gouwgraven van Dillingen
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
3733201800.
Bernhard I van WERL (Detlev Schwennike (Europ. Stammtafeln): Herman I van Werl), verm. 980, graaf van Werl, voogd van Meschede, Paderborn, Werden en Liesborn, overl. ca. 985, tr.
3733201801 = 1866600583
- Waarschijnlijk een zoon van een graaf Herman (I) van Werl, die wellicht dezelfde of een zoon was van een in 910 vermelde graaf Herman in Westfalen; Bernhard was de machtigste graaf in Westfaals Saksen: zijn heerschappij omvatte met veel voogdijen bijna geheel Westfalen en grote delen van Friesland; zijn voorouderds concurreerden met de Ottonen en Billungers om de hertogelijke waardigheid; Bernhard heeft een met een hertog vergelijkbare positie en weet de hertogsaanspraken van zijn concurrenten op Westfalen op afstand te houden; bezit o.a. de voogdijen Meschede, Paderborn, Werden en Liesborn en ligt daarom nogal eens overhoop met o.a. de bisschop van Münster; met de erfdeling onder zijn zoons leidt hij zelf de neergang van zijn huis in Westfalen in; via zijn vrouw Gerberga Welf, moeder van keizerin Gisela (vrouw van de Salische keizer Konrad II), is zijn nageslacht met de keizersfamilie verzwagerd.
|
3733203970.
waarsch. Arnold I van LENZBURG.
3733204616.
Aarnout (Arnulf) "Gandensis" van HOLLAND, geb. Gent ca. 851, verm. met zijn ouders (26-10-970), komt, evenals zijn vader, in tal van Vlaamse oorkonden voor, graaf van een gebied dat later Holland heette (988-993), heerste ook over de regio West-Friesland, gesneuveld aan de Maasmonding (ook verm. als gesneuveld te Winkel in West-Friesland) 18-9-993, begr. Egmond (abdijkerk), tr. 1e N.N., tr. 2e mei 980
3733204617.
Liutgard van LUXEMBURG, geb. Brussel ca. 855, na het overl. van haar echtgenoot regentes van haar zoon, zij overl. 13-5 na 1005, begr. Egmond (abdijkerk, naast haar man).

De "Vlaardingse" graven van Holland: Dirk II (930-988), Aarnout (988-993), Dirk III (993-1039) en Dirk IV (1039-1049)
- Hij schonk een deel van zijn bezit in Schieland aan de kloosterkerk te Egmond, waaronder Bergan (thans Hillegersberg) en Schie (thans Overschie), mogelijk in verband met de droogmakingsinspanningen van de Egmondse monniken in het Hollandse veengebied en breide zijn gebied naar het zuiden uit; vertrok in 981 met 12 man naar Italië om Otto II te begeleiden bij diens kroning tot keizer; Aarnout was de eerste graaf die oorlogen voerde tegen de opstandige West-Friezen en in 993 viel hij met zijn leger het gebied van de West-Friezen binnen; bij Winkel werd hij op 18 september verslagen en sneuvelde in de strijd (volgens andere lezingen sneuvelde hij aan de Maasmonding); om onduidelijke redenen werd hij later als heilige vereerd.
- Zijn vrouw Liutgard kon alleen met behulp van de koning het graafschap voor haar zoontje bewaren; schonk voor het zieleheil van haar gemaal het bezit Rugge aan de St.-Pietersabdij te Gent (20-9-993); zij verzoende zich in 1005 met de opstandige West-Friezen.
|
3733204672 -3733204673 = 933300310 - 933300311
3733204688 -3733204689 = 1866600514 - 1866600515

»» Burcht "Het Steen" te Antwerpen
3733204690.
Gozelo I van LOTHARINGEN ook van VERDUN, geb. ca. 970, markgraaf van Antwerpen (1005-1044), hertog van Neder-Lotharingen (1023-1044), hertog van Opper-Lotharingen (1033-1044), graaf van Verdun, overl. 19-4-1044, begr. Bilsen (abdijkerk), tr.
3733204691.
N.N.
- Hij werd door keizer Hendrik II belast met de opbouw van de mark in westelijk Toxandrië tussen de Schelde,
de Cyle en de beide Neeten en begon van Antwerpen een buitengewoon sterk bolwerk te maken ter verdediging tegen invallen van de graven van Leuven, Vlaanderen en Holland; volgde in 1023 zijn broer op en werd een belangrijke en trouwe steun van keizer Konrad II; ontving daarvoor in 1033 het hertogdom Opper-Lotharingen (waarvan hij aanvankelijk regent was); beslistte als keizerlijk veldheer de opvolgingsstrijd om Bourgondië door Blois vernietigend te verslaan bij Bar (5-11-1037); had in de beide Lotharingen een volledige hertogelijke en keizerlijke positie en was machtig en aanzienlijk rijksvorst in zijn tijd; laatste hertog van heel Lotharingen, dat na zijn dood uiteen begon te vallen.
|
3733204692.
Bernhard (Benno) I van SAKSEN-BILLUNG, geb. ca. 950, hertog van Saksen (973-1011), overl. Corvey 9-2-1011 (pest), begr. klooster St.-Michael (Lüneburg), tr. ca. 990
3733204693.
Hildegard van STADE, verm. 25-7-1004, overl. 3-10-1011 (pest), begr. klooster St.-Michael (Lüneburg).
- Zijn macht als vertegenwoordiger van alle Saksichse stammen werd in 1002 erkend door keizer Hendrik II; voorzag Saksen van veel vrijheden en verdedigde de Saksiche grenzen tegen de Denen, maar kon een doorbraak van de Slaven aan de Elbe niet verhinderen (983); steunde Otto III bij zijn kroonsstrijd (983-985), hielp de keizer in zijn machtsstrijd tegen Polen, Stade en de aartsbisschoppen van Bremen; hij was graaf in alle delen van Saksen en bezat er vele voogdijen.
|
Generatie XXXIII
«« Gevangen roofridder
7466401792.
Giselbert (II), graaf (916), princeps (920), hertog van Lotharingen (928-939), lekeabt van Echternach (924/39), van Stable (915/25), van St.-Maximin te Trier (925/34), rector van de St.-Servaes te Maastricht (928), verdronken in de Rijn bij Andernech 2-10-939, tr. 2e 928/29 Gerberga van Saksen (nr. 7466402061), tr. 1e ca. 923/29
7466401793.
Kunigunde (Cunegundis) der FRANKEN, overl. 923/29.
- Hij erft in 915 het volledige bezit van zijn vader met talrijke Lotharingische abdijen (St.-Ghislain, Stavelot, Echternach, St.-Maximin in Trier, St.-Servaes in Maastricht, Remieremont, Moyenmoutier); komt meestal op voor de Duitse keizers waardoor hij in 928 Lotharingen verwerft en trouwt met de dr. van keizer Hendrik I; moet zijn gebied ook regelmatig tegen Frankrijk verdedigen; wordt als zoon van Reginar 1 vermeld in oorkonden van 919, 923 en 930; in 936 kamerheer van Otto I bij diens kroning te Aken, later na een rooftocht in de Beneden-Lahngouw, de Rijngouw en de Wetterau door o.a. Udo I van de Wetterau (nr. 74666401796) verslagen en verdronken op de vlucht bij Andernech (volgens de ene lezing omgeslagen in een zwaar beladen boot, volgens een andere verzwolgen door de golven toen hij op zijn ros de Rijn inreed).
- Kunigunde was tweemaal, mogelijk driemaal gehuwd (de juiste toedeling van haar kinderen aan de verschillende vaders is een punt van verdere studie en discussie): zij zou 1e geh. zijn 907/09 met Wigerich in de Bidgouw, ook bekend als Wigeric van Aachen, overl. abdij Hastière vóór 919, 2e geh. zijn 916/19 met Richwin van Verdun, vermoord 923 en 3e geh. ca. 923/29 met Giselbert (II) van Lotharingen; het tweede en derde huwelijk zijn aanwijsbaar.
|

»» Salbuch (Libell) van het klooster Naumburg (Wetterau) te Kaichen, 1514
74666401796.
Udo I van de WETTERAU, geb. ca. 895/900, graaf van de Wetterau, grondlegger van het klooster Naumburg in de Wetterau, overl. 12-12-949, begr. Stift Wetzlar, tr. ca. 915
74666401797.
N.N. (Kunigunde), gravin van VERMANDOIS.
- Hij werd als trouw aanhanger van de Duitse koningen Konrad I en Heinrich I door hen bevestigd met rechten in de Wetterau,
Königssondergouw en in de Bovenrijngouw; versloeg de Luxemburgse graaf Giselbert (II) bij Andernech (2-10-939); erfde verscheidene allodiale bezittingen van zijn hertogelijke neef Everhard van Franken, maar wist het hertogdom zelf niet te verwerven.
|
74666401798.
Megingoz, graaf, tr.
74666401799.
Gerberga (van METZ ook van LORRAINE).
7466402050 - 7466402051 = 3733201164 - 3733201165
7466402056.
Berengar in de Lommegouw, comes (907-937), graaf in de Lommegouw (907/08), graaf in Mainfeld (912), overl. 938/46, waarsch. zn. van Robert, graaf in de Lommegouw (887) en N.N., dr. van Everhard van Friuli, tr.
7466402057.
N.N. (Symphoria ?) van LOTHARINGEN, erfgen. van de "comitatus Lomcensis", overl. na 924.
7466402058.
Otto van VERDUN, graaf van Verdun, hertog van Lotharingen (940-944), overl. begin 944, tr.
7466402059.
N.N. (waarsch. Wido,, buitenechtel. dr. van hertog Otto "de Hoogmoedige").
«« Lodewijk IV "van Overzee"
7466402060.
Lodewijk IV "Van Overzee" van WEST-FRANCIË, geb. 10-9-920/10-9-921, koning van West-Francië (Laon, 19-6-936/Reims, 10-9-954), overl. Reims 10-9-954 na een val van zijn paard, begr. Reims (St.-Remi), tr. eind 939
7466402061.
Gerberga van SAKSEN, geb. Nordhausen (Harz) 913/14, koningin der Franken (gezalfd Reims, eind 939), regentesse van West-Francië (956-966), abdis van de Notre-Dame de Soissons (959), overl. 5-5-984, begr. Reims (St.-Remi); zij was wed. van Giselbert (II) van Lotharingen die op 2-10-939 verdronken was in de Rijn bij Andernach (nr. 7466401792).- Na de nederlaag van zijn vader, Karel III, die in 923 gevangen gezet werd door Heribert II van Vermandois werd Lodewijk door zijn moeder in Engeland in veiligheid gebracht; West-Francië werd aanvankelijk geregeerd door Robert van Frankrijk en na diens dood door Rudolf van Bourgondieë; na het overlijden van Rudolf werd Lodewijk door de "groten" o.l.v. Hugo "de Grote" teruggeroepen uit Engeland (vandaar zijn bijnaam "van Overzee" of "d'Outremer") en wordt gekroond tot koning (Laon, 19-6-936); zijn macht beperkt zich tot Laon en enkele plaatsen in het noorden van Frankrijk; alhoewel hij zijn best deed om goede betrekkingen met de adel te hebben, werd zijn regering gekenmerkt door conflicten met de adel, vooral met Hugo "de Grote", de graaf van Parijs en de Duitse koning/keizer Otto I; zo moet hij Hugo volgen naar Parijs en verheffen tot "dux francorum" (25-7-936) die daardoor een soort hofmeierpositie weet te bewerkstelligen; ontsnapt 937 aan diens hof, tracht Lotharingen te herwinnen, maar moet nov. 942 te Visée aan de Maas een verdrag sluiten met de Duitse koning Otto I waarbij hij van Lotharingen en een deel van Bourgondië afziet; wordt later in de strijd tegen Hugo "de Grote" gevangen genomen door de Vikingen in Rouaan (13-7-945), uitgeleverd aan Hugo "de Grote", maar weet zich te bevrijden; onder militaire druk van Otto I (1-7-946) vestigt hij zich niet meer in de gebruikelijke Karolingische residentie Laon, maar trekt zich terug in de palts te Compiègne totdat in 950 een definitieve regeling met Hugo tot stand komt.
- Zij doet schenkingen aan het klooster Echternach (939); speelt herhaaldelijk een actieve rol tijdens Lodewijks regering: wordt belast met de verdediging van Laon (941) en Reims (946) en vergezelt haar echtgen. op veldtochten naar Aquitanië (944) en Bourgondië (949); roept de hulp in van haar broer Otto I om Lodewijk te bevrijden uit zijn gevangenschap; krijgt van Otto de abdij Notre-Dame de Laon (951); na Otto's dood weet zij na toestemming van Hugo "de Grote" haar 13-jarige zoon Lotharius te verheffen tot koning der West-Franken (Reims, 12-11-954) en ondervindt als formeel regentes de steun van haar schoonzoon Ragenold van Roucy (nr. 3733201170); gaat na het overl. van Hugo "de Grote" (16-6-956) samen met diens wed. (haar zus Hedwig) zowel de Karolingische als de Robertijnse belangen in West-Françië besturen; G.N. 1991, pag 648-649 (328-329).
|
7466402074.
Dirk van de NORDMARK, markgraaf (marchio) over de gouw der Heveller (Nordmark in Beieren, omgeving Spandau-Brandenburg) 978-981, afgezet 983, overl. 985.
7466402080.
Reginar (Reinier) III van HENEGOUWEN, geb. ca. 920, graaf in Henegouwen (932-957) en waarsch. na de dood van zijn oom Giselbert in de Luikgouw (939), verbannen naar Bohemen (958), overl. aldr. 973, tr.
7466402081.
Adela N.N. (erfdr. van graaf Lambert van Leuven ?). overl. 961.

»» Reconstructie-tekening van de karolingische abdijkerk van Lobbes
- Hij moet het gezag van Otto I erkennen, maar is anderzijds een der "fideles" van Lodewijk IV "van Overzee"
(nr. 7466402060) en herneemt daarmee de "heen- en weerschuifpolitiek" waardoor zijn geslacht berucht werd; moet zich opnieuw aan Otto I onderwerpen (Aken, 944), en verschijnt dan op de rijksdag te Nijmegen (947); in 953 intrigeerde hij, samen met zijn broer Rudolf, graaf van de Haspengouw en het Maasland, tegen Koenraad "de Rode", die door Otto I aangestelde was tot hertog van Lotharingen; Koenraad riep de Hongaren te hulp en liet Henegouwen plunderen (954) maar werd afgezet; Reginar gaat dan vrijelijk zijn gang in de onstane anarchie in Henegouwen; maakt zijn nog minderj. neefje Balderik - die hem in alles steunt en hem de abdij Lobbes schenkt - bisschop van Luik (956-959); vergrijpt zich ook nog aan het weduwegoed dat koningin-moeder Gerberga (nr. 7466402061) van Giselbert had ontvangen waarop zij de hulp inroept vaan haar broers koning/keizer Otto I en aartsbisschop Bruno van Keulen alsmede van haar zoon uit haar 2e huwel. de Westfrankische koning Lotharius; hij wordt ingesloten door hun geconcentreerde aktie en moet verschijnen voor aartsbisschop Bruno in Saint-Sauve (bij Valenciennes); Reginar kan of wil geen borgstelling geven voor zijn trouw, waarop zijn goederen worden geconfisceerd en hij met zijn broer wordt verbannen naar Bohemen (958); zie ook G.N. 1994, pag. 643.
- Adela wordt met haar kinderen door een Westfrankisch detachement in Bergen (Mons) gevangen genomen tijdens de aktie van 958, maar nadien vrijgelaten en gaat met met hen naar West-Francië.
|
7466402082 - 7466402083 = 3733201792 - 3733201793
7466402084 - 7466402085 = 3733201474 - 3733201475
7466402088.
waarsch. Unruoch (Hunerik) in TEISTERBANT, graaf in Teisterbant (981/1010), overl. vóór 1026.
- Zijn bestaan is onzeker: zie N.L. 2004, kol. 238-256.
|
7466402130 - 7466402131 = 1866600582 - 1866600583
7466402132.
Willem II (IV) "met de IJzeren Arm" (Fierebras, Fier-à-Bras, Fierebrace) van POITU, verm. 935-993, hertog van Aquitanië (Willem IV), graaf van Poitiers (Willem II) 963-990, voogd van de abdij St.-Cyprien in Poitiers, overl. in een klooster (waarsch. 3-2-994 of 5-2-995), tr. 968
7466402133.
Emma van BLOIS, verm. 950-1004.
«« Guienne
- Noemt zich "du totius monarchiae Aquitanorum" (984) en verstaat daarmee onder Aquitanië (Guyenne) globaal genomen heel Frankrijk tussen Loire en Garonne; hij was een geducht oorlogsvoerder tegen de graven van Anjou en legde zijn gezag op aan de heren en burggraven van Poitou; verzette zich met succes tegen zijn zwager koning Hugo Capet, die in 988 probeerde zich van Poitiers meester te maken; zijn talrijke overspelige relaties tastten zijn autoriteit aan, zeker na het vertrek van zijn vrouw Emma van Blois; hij verdween uit de geschriften van die tijd, waarschijnlijk omdat de monnikken weigerden om over een overspelige vorst te schrijven; na een kortstondige toenadering tot zijn vrouw, verschijnt hij een tijd opnieuw in de schrifturen, alvorens nogmaals te verdwijnen rond 993 wanneer hij zich terugtrekt in een klooster, daarbij zijn vrouw Emma tot 1004 het bestuur over Aquitanië overlatend voor hun zoon Willem.
|
7466402134 - 7466402135 = 186660584 - 186660585
7466402152.
Boudewijn III van VLAANDEREN, geb. ca. 940, geassocieerd in het bestuur van zijn vader (958), overl. 1-1-962, tr. ca. 961
7466402153 = 3733201475

»» Otto I verslaat Berengarius II (Kroniek van Otto von Freising, Schäftlarn, vóór 1177)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
7466402154.
Berengarius II van ITALIË, geb. ca. 900 (902), graaf van Milaan (918), markgraaf van Ivrea (928), koning van Italië (950-963), overl. Bamberg 6-8-966, tr. vóór 936
7466402155.
Willa van ARLES ook van TUSCIË, overl. Bamberg (als non) 966 na 6-8.
- Aanhanger van Hugo van Arles, koning van Italië (926-947) en daarom met diens nicht getrouwd; beheerst na 936 samen met zijn halfbroer Anskar II grote delen van Italië (Piëmont, het Aostadal, Ligurië, delen van Lombardije en het markgraafschap Spoleto-Camerino) waardoor Hugo hem niet meer vertrouwt en Berengarius over de Alpen vlucht naar de Duitse koning Otto I (941); doet een mislukte poging de macht te herwinnen door een inval der Hongaren in Noord-Italië uit te lokken; herovert - met instemming van Otto I -met een Zwabisch leger- delen van Lobardije (950); laat zichzelf -na de plotselinge dood van koning Lotharius, zoon van Hugo- en zijn eigen zoon ijlings tot koning van Italië kiezen en kronen (Pavia, 15-12-950); behandelt Lotharius wed. Adelheid op onwaardige wijze en zet haar gevangen; zij weet te ontsnappen (951) en huwt met Otto I, die met een groot leger ingrijpt en zich tot koning van Italië laat huldigen (Pavia); Berengarius wordt zijn vazal (Augsburg, 7-8-952) en moet het markgraafschap Verona (Aquileia, Friuli, Istrië en Trentino) afstaan aan Beieren; bestuurt, met behoud van de koningstitel, Italië verder totdat Otto I opnieuw ingrijpt (961); biedt naar vermogen verzet vanuit verschillende centra die aan zijn naaste familie zijn toevertrouwd, maar trekt zichzelf en zijn vrouw terug in het Exarchaat, waar hij na maanden lang beleg omstreeks kertsmis 963 wordt gevangen genomen in het kasteel San Leo bij Montefeltre en als staatsgevangene wordt overgebracht naar Duitsland; overl. Bamberg en aldr. met koninklijk ceremonieel begr.
- Willa neemt aktief deel aan de politieke en militaire acties van har man; verdedigt het kasteel Orta tegen de Duitse troepen, maar moet na 5 maanden capituleren; wordt vrijgelaten en voegt zich dan bij haar echtgen. in San Leo; overl. Bamberg (als non).
|
«« Meer van Orta
7466402164.
Harald "Grãnske" van WESTFOLD, onderkoning van Vestfold, Agder en Viken, Deens vazal die deelnam aan de burgeroorlogen in zijn tijd, ontrouw aan zijn vrouw, zo gaat het verhaal, door de dr. van Skagul Toste, Sigrid "de Hoogmoedige", het hof te maken die zijn avances echter te ver ging gaan en hem vermoorde (verbrandde in een huis) ca. 995 (zie echter opm. hieronder), tr.
7466402165.
Astrid (Asta), dr. van Gudbrand Kula, die van moederzijde halfbroer was van koning Harald III "de Harde"; zij tr. 2e ca. 995 Sigurd II Syr (Sau), onderkoning van Ringerike, Hdaflyke en Romerike, zn. van onderkoning Halfdan Sigurdsson.
- Zijn bijnaam "Grenske" dankt hij aan het feit dat hij werd opgevoed in het district Grenland.
- Na de dood van zijn vader vluchtte de 11-jarige Harald via Oppland naar Zweden waar hij toevlucht zocht bij de machtige krijger Skagul Toste; in de zomermaanden nam hij als viking deel aan allerlei plundertochten; toen de zonen van Gunnhild waren verdreven volgde Grenske Harald "Blauwtand" en Haakon Sigurdsson naar Noorwegen en werd onder Deens gezag onderkoning van Westfold; zijn wed. Astrid zou onmiddelijk na zijn moord bevallen zijn van een zoon, de latere koning Olav II en zijn hertr. nadien; modernere genealogen geven aan dat niet Sigrid, maar Astrid haar man vermoordde wegens zijn vele buitenechtelijke uitstapjes.
- Harald "Blauwtand" ("Bluetooth") is heden ten dage niet meer uit de geschiedenis weg te denken, want hij gaf zijn naam aan de computertechnologie die het mogelijk maakt snel verbindingen te leggen tussen allerlei hardware.
|

Zeeslag bij Svolder (Otto Sinding, 1842-1909)
7466402258.
Olaf (Olof) II "Skötkonung (= Schatkoning of Muntkoning)" van ZWEDEN, geb. ca. 980, eerste christelijke koning van Zweden (ca. 995-1022), had een bijzit Edla afkomstig uit hetzelfde gebied als zijn vrouw, waaruit kinderen, tr.
7466402259.
Estrid van MECKLENBURG uit het huis der Oboriten (Abodriten), die van haar vader een grote bruidsschat meekreeg en vooral Zweedse handwerkslieden beïnvloedde vanwege haar Slavische achtergrond.
- Aan het begin van zijn regeerperiode had Olof een alliantie met de Deense koning Sven Gaffelbaard gesloten en vocht met Sven in het jaar 1000 in de zeeslag bij Svolder tegen de Noorse koning Olaf Tryggvason; na de zegerijke slag verdeelden de beide heersers Noorwegen, waarbij Olof de regio's Bohuslän en Trøndelag verkreeg; deze gebieden verloor hij later weer in opeenvolgende slagen tegen de Noren (Zie ook Wikipedia voor een boeiend relaas van het verloop van de slag bij Svolder); hij had tot 1010 de gebieden Svealand en Götaland onder zijn beheer, maar moest zich onder druk van het heidense Uppsala terugtrekken naar Västergötland, waar hij in zijn machtscentrum Sigtuna o.l.v. Engelse muntmeesters de eerste Zweedse munten liet slaan met christelijke symbolen.
- Volgens een legende werd Olof (in 1008) in de kerk van Husaby door de Engelse bisschop Siegfried gedoopt; andere bronnen noemen daarentegen ene missionaris Bernhard als degene die Olof doopte; na zijn doop zou Olof de stichting van het eerste Zweedse bisdom in Skara hebben bewerktstelligd.
|
«« De bron waarin Olaf Skötkonung zou zijn gedoopt
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
7466402334 - 7466402335 = 7466402060 - 7466402061
7466402504.
Sieghard IV ook Sizo van MELK, geb. ca. 930, graaf in de Chiemgouw (963-980), markgraaf (ca. 960-982/83) van de burcht Melk aan de Donau (veroverd op de Hongaren), verloor zijn markgraafchap, maar verzoende zich met keizer Otto II, overl. 26-9-980, tr.
7466402505.
Willa N.N., gegoed rond Teisendorf, Waging en Tengling, dr. van Bernhard en Engilrat, kleindr. van aartsbisschop Oudalbert van Salzburg, overl. na 970.
7466402528.
Rapotto I, verm. 977 in verband met goederen in de omgeving van de kerk van Salzburg, daarin bevestigd door keizer Otto III (7-10-984).
7466402538.
Aribo I, verm. kort na 958, graaf in de Chiemgouw, gegoed in het graafschap Leoben, in de Hengistgouw, in de Kroatengouw en in het graaschap van zijn voorganger paltsgraaf Hartwig/Herwicus I (overl. 1085), paltsgraaf van Beieren (985-ca. 1020), stichter van het (huis)klooster Seeon (994/999) in de Chiemgouw (wist voor het klooster reliquiën van de heilige Lambert van Luik te bemachtigen) en van de abdij Michaelbeuern (997), voogd van Salzburgse bezittingen in Lavanttal (1000), gaf in 1004 toestemming tot het stichten van het Benedictijnerklooster Göss (Leoben, Oostenrijk), overl. na 1-5-1020 (dan verm. als oud en geestelijk gebrekkig), tr.
7466402539 = 733201269
- De Aribonen waren een der machtigste geslachten in het voormalige Beieren, zij hadden bezittingen in graafschappen in de Beneden- Salzburggouw en in de Isengouw en uitgestrekte bezittingen in Beieren, Karinthië en in de Stiermark.
|

»» Elisabeth "de Heilige" van Thüringen kiest samen met haar echtgen. Lodewijk de Magister tot haar biechtvader Koenraad van Marburg (Lübeck, Heiliggeistspital, anonyme leerling van Conrad von Soest, Elisabeth-Zyklus, ca. 1420/30)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
7466402540.
Berthold I van RIESENBURG, oervader van het geslacht Andechs, geb. ca. 935, graaf van Geisenfeld, graaf aan de Boven-Isar, paltsgraaf van Beieren, overl. 26-8-ca. 999, tr.
7466402541.
N.N., waarsch. dr. van hertog Frederik I van Lotharingen en Beatrix van Frankrijk (nrs. 3733201160/61).
- Na de verloren opstand tegen de jonge koning Otto I en Berthold's verbanning uit Beieren, waardoor hij uitgesloten werd van hertogelijke
funkties, kwam hij (in bittere haat) in opstand tegen de koning (953/54); leidde de opstand vanuit zijn burcht Reisenburg (bij Günzburg); verraadt aan de Hongaren, die Augsburg aan het bestormen waren, dat het koninklijk leger daarheen onderweg is en strijdt aan de zijde der Hongaren mee in de slag bij Lechfeld (10-8-955); nadien graaf van Geisenfeld en Wasserburg en in de omgeving van Andechs, enkele malen verm. als paltsgraaf van Beieren; kwam in 973 opnieuw in opstand en werd nadien uitgesloten van praktisch al zijn goederen (21-7-976); omdat hij dan voorgoed uit de Duitse geschiedschrijving verdwijnt zou hij hierna mogel. gevlucht kunnen zijn naar Frankrijk en daar geh. zijn met de dr. van Frederik I van Lotharingen.
- Een goede beschrijving van dit geslacht met hun uitgebreide bezittingen is te vinden op het Internet (Wikipedia): "Die Andechser wurden schon früh als Geschlecht der Heiligen und Helden gerühmt. Sie zählen als eine der bedeutendsten und mächtigsten Adelsfamilien des Heiligen Römischen Reiches im Hochmittelalter. Zunächst rund um den Dießen bzw. Andechs ansässig, weiteten sie ihr Besitztum auf das Land zwischen Staffelsee und Ammersee im Westen, Starnberger See im Osten und Karwendel mit Seefeld im Süden aus. Sie beherrschten wichtige Straßen nach Mitteldeutschland, saßen in bedeutenden Gebieten der Alpen und kontrollierten unter anderem den Brenner. Neben ihren Besitztümern in Südbayern zählte aber auch fast ganz Oberfranken (Raum Bamberg, Coburg, Hirschberg, Hof (Saale), Bernstein, Bayreuth, Kulmbach, Sonneberg) zu ihrem Herrschaftsgebiet. Die Heiratspolitik der Familie verband sie mit dem französischen und dem ungarischen Königshaus und dem Herzog von Schlesien. Durch die Verehrung zweier berühmter Familienangehörigen, der Heiligen Hedwig von Schlesien und der Heiligen Elisabeth von Thüringen, lebt die Erinnerung an die Familie bis heute weiter."
|

Deel van het schilderij "Die Ungarnschlacht auf dem Lechfeld 955" (Michael Echter, 812-1879); het origineel in Stiftung Maximilianeum in München.
7466402544.
Berthold, graaf van SCHWEINFURT, graaf van Schweinfurt, heeft als vertrouweling van keizer Otto I sinds 939 belangrijke invloed in de Noordgouw en in Oatfranken (Volkfeld), graaf in de Noordgouw (961-980), graaf in de Radenzgouw (960), graaf aan de Beneden-Naab (961), graaf in Volkfeld (973-980), overl. 15-1-980, tr. ca. 970
7466402545.
Eilika (Eilaswinda, Heilswind, Eila) van WALBECK, redt in 1003 de kerk van Salzburg voor vernietiging, overl. 19-8-1015, begr. in het door haar gestichte "Münster" te Schweinfurt.
- Zijn macht strekte zich voor een deel ook uit buiten het machtsgebied van het Beierse hertogdom; nam in 941 Lotharius van Walbeck gevangen (wegens verraad aan Otto I), die een jaar later na een gunst van de koning bevrijd werd en trouwde vervolgens zijn dr.; Berthold beheerste de verbindingen van Beieren met Thüringen en Saksen, voerde derhalve vaak de titel "markgraaf"; trouw keizerlijk vazal en wist half 973 de opstand van Hendrik "den Zänker" te bedwingen; streed ook tegen de Hongaren en de Bohemen en werd daarvoor in 976 benoemd tot markgraaf in de Beierse Noordgouw van Cham-Leuchtenberg en in het gebied van de Eger.
|
«« Gezicht op Salzburg en het Hohensalzburg Fort vanaf de Mönschberg (Ferdinand Olivier, pentekening 1818, Albertina, Wenen)
7466402880.
Everhard IV (III), verm. 959, als Heberhardo (967), graaf in de Noordgouw, overl. 18-2-967, tr. ca. 945
7466402881.
Liutgarde, verm. 960, dr. van paltsgraaf Wigerich; zij was wed. van graaf Adalbert van Metz, die was gesneuveld in 944.
7466402948.
Gozelo in de ARDENNERGOUW, geschiedkundig moeilijk aanwijsbaar, geb. ca. 914, graaf in de Ardennergouw, legeraanvoerder van zijn broer bisschop Adalbero I van Metz, overl. 12-10-942/16-11-943, tr. ca. 930
7466402949.
Uda (Oda) van METZ, nicht van koning Hendrik I, overl. 9-4- na 963.
7466402950.
Herman I BILLUNG, "princepe militas" (936), graaf in de Wetigouw (940), "precurator regis" (plaatsvervanger van Otto I tijdens zijn afweigheid in Italië) van Saksen (951/53/56), graaf in de Bardengouw, Marstengouw en Tilithigouw (955), markgraaf (953), hertog van Oost-Saksen (961-973), medestichter van het (huis)klooster St.-Michaelis in Lüneburg, overl. Quedlinburg 27-3-973, tr. 1e Oda N.N., overl. 15-3 van een onbekend jaar, tr. 2e Hildesuit N.N.
- Door keizer Otto I benoemd tot "markgraaf" in het gebied rond Mecklenburg/beneden Elbe (936) met als doel de Denen en de Slaven tussen de Elbe en de Oder te bestrijden; onderwierp zelfs Polen (962/63) en won de slag aan de Recknitz; bestrijder van de graven van Werl en van Stade; hoewel beladen met titels, was zijn macht echter beperkt, hetgeen niet wegnam dat hij in 968 door aartsbisschop Adalbert van Maagdenburg ontvangen werd als zou hij een echte "hertog" zijn.
|
7466403584.
Erenfried II, verm. 941/66 als o.a. graaf in de Zülpichgouw (942), graaf in de Bonngouw (948), graaf in de Ruhrgouw (vanaf 950), graaf in het graafschap Huy (946-959), ook graaf in de Auelgouw, Hattuariergouw (gebied tussen Maas en Moezel), Mühlgouw en Tubalgouw, voogd van Stablo (943-956), behield een deel van zijn graafschappen wegens betoonde dapperheid in de slag op het Lechfeld (955), overl. vóór/in 970, tr.
7466403585.
Richwara N.N., had bezittingen aan de Moezel en was waarsch. dr. of nicht van Adolf van Boulogne en Ternois, zij overl. vóór/in 963.
- Zijn bezittingen waren zo groot dat hij een concurrent was van de hertog van Neder-Lotharingen; zijn graafschappen zouden toebehoord hebben aan het geslacht der "Konradiner"; hoe het reusachtige gebied later via de Duitse keizer aan hem toeviel is niet duidelijk.
|
7466403602 - 7466403603 = 3733201166 - 3733201167

De Egmondse oorkonde vermeldt dat gravin Hildegard, de echtgenote van graaf Dirk II, een fraai verguld evangelieboek aan de abdij van Egmond schonk; deze schenking is vastgelegd in een miniatuur op het eind van het Evangeliarium; ook bevat het Evangeliarium een miniatuur waarop Dirk en Hildegard knielen voor Adalbert, de patroonheilige van de abdij;de miniaturen zijn vervaardigd rond 975, waarschijnlijk nog tijdens het leven van de graaf en de gravin; Sint Adalbert overleed al in 740
7466409232.
Dirk II van HOLLAND, geb. ca. 930/31, verloofd (938), waarsch. verm. 941-988, graaf in Kennemerland, Texel en Maasland, kreeg die lenen in vrij eigendom (25-8-985), graaf van Gent en in het Waasland (965-988), overl. 6-5-988, begr. Egmond (abdijkerk), tr. ca. 950
7466409233.
Hildegard van VLAANDEREN, geb. ca. 936, overl. 11-4-990, begr. Egmond (abdijkerk).
- In het verleden werd aangenomen dat Dirk II de zoon was van Dirk I; hoewel nog altijd niet bewezen gaat men er tegenwoordig van uit dat hij de zoon was van een andere Dirk I, die ook wel wordt aangeduid als Dirk I bis en Geva N.N. (van Hamalant ?); voorlopig gaan we er van uit dat dat Dirk I bis zijn vader was.
- Werd na de dood van zijn vader onder bescherming van zijn aanstaande schoonvader (hij was in 938 verloofd met Hildegard) te Gent opgevoed; op 15 juni 950 schonk Dirk II aan Egmond ter ere van de bijzetting van St. Adelbert een stenen kloosterkerk ter vervanging van het afgebrande houten klooster dat daar door zijn vader voor de nonnen was gebouwd en bevolkte het met monikken uit Gent; waarschijnlijk ter gelegenheid van de wijding van deze kerk schonk hij de abdij later tevens het "Evangeliarium van Egmond", thans een van Nederlands belangrijkste cultuurhistorische voorwerpen uit de vroege middeleeuwen; het negende-eeuwse handschrift werd circa 975 door hem verworven en bevat de tekst van de vier evangeliën; Dirk en Hildegard zijn afgebeeld op twee miniaturen, die Dirk voor de gelegenheid aan het boek liet toevoegen; volgens sommige schrijvers zijn de miniaturen van de hand van hun zoon Egbert; de tekst bij een van de miniaturen luidt in vertaling: "Dit boek werd geschonken door Dirk en zijn geliefde vrouw Hildegard aan de genadige vader Adalbert, opdat hij hen rechtvaardig zal gedenken in alle eeuwigheid."; het evangeliarium bevindt zich thans in de collecties van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en de figuren in de miniaturen gelden als oudste afbeeldingen van Nederlandse personen; bouwde een kerk te Rijnsburg boven het graf van Dirk I; na het overlijden van zijn schoonvader Arnulf (27-3-965) trad Dirk II enige tijd op als voogd voor diens minderjarige opvolger Arnulf II van Vlaanderen; hij veroverde de grafelijke burcht in Gent in 965 en bezette het graafschap Gent en het land van Waas van 965 tot 988.
- De plaatsnaam Hillegersberg (Rotterdam) is vernoemd naar Hildegard van Vlaanderen: Dirk II was eigenaar van het aldaar bestaande Bergan, wat versterkte plaats of gehucht betekent.
|

»»Turfsteken in Hillegersberg, ca. 1860
7466409234 - 7466409235 = 3733200896 - 3733200897
7466409380 - 7466409381 = 3733201474 - 3733201475
7466409384 = 7466402950
7466409386.
Hendrik I "de Kale" van STADE, graaf van Stade, graaf in de Steiringouw, Heiangouw en de Ammergouw, heer van Harsfeld (929-976), overl. 10-5-975/76, tr. 1e Judith van de Wetterau, overl. 16-10 vóór 973, dr. van graaf Udo IV, tr. 2e
7466409387.
Hildegard N.N., waarsch. dr. van en erfgen. van Elli I van Reinhausen, overl. 11-6 van een onbekend jaar.
- Hij was verwant aan Otto I en het geslacht der Billungers en behoorde tot de machtigste families in Oost-Falen; aanvankelijk
geestelijke (vandaar zijn bijnaam); volgde in 929 zijn vader op, streed daarna tegen de Slaven en de Denen, de aartsbisschop van Bremen en in Saksen tegen Herman Billung; bouwde een burcht te Harsefeld (964); wist in 968 nauwelijks te ontsnappen uit een gevangenname in Maagdenburg; kon in 973 het voogdijschap over Heeslingen verwerven; de strijdpunten in zijn leven spitsten zich vnl. toe op de heerschappij van zijn grafelijke rechten, bezittingen, voogdijen enz. in het gebied van Stade, Harsefeld, Heeslingen en Lesum.
|
Generatie XXXIV
1466402538.
Hartwig I, verm. (10-12-953), graaf (31-8-954), graaf in de Isengouw (959-ca. 990), in de Onder-Salzburggouw (963), graaf in Karinthië en "Walpoto" (965), graaf van Friesing (ca. 965) en in de Chiem- en Salzburggouw, voogd van het aartsbisdom Salzburg, paltsgraaf van Beieren (977-985), overl. 16-9-985, tr.
1466402539.
Wigburg (Wicpurc) N.N., overl. 16-12 van een onbekend jaar, mogel. dr. van hertog Eberhard van Beieren.
14932805008.
Sieghard III, graaf in de Chiemgouw (924-959).
14932805076.
Chadalhoch (Kadalhoh), verm. 924, graaf in de Isengouw en de Onder-Salzburggouw (926-953), overl. 13/19-3-951/53.
14932805080.
Arnulf van BEIEREN, geb. ca. 913, paltsgraaf van Beieren, gesneuveld bij Regensburg 22-7-954.
- Hij bezat verscheidene graafschappen en voogdijen in Beieren; nam in 937/38 deel aan de strijd van zijn broer Everhard tegen koning Otto I; zijn broer werd verslagen en verbannen, maar hij werd niet overwonnen en benoemd tot paltsgraaf in Beieren; rebelleerde in 953/54 vaak tegen het koninkrijk, verdrong bisschop Ulrich "de Heilige" van Salzburg, plunderde Salzburg, verbond zich met de Hongaren (hetgeen zijn zaak geen goed deed) en sneuvelde tenslotte bij Regensburg.
|

Oude kaart van Regensburg
14932805088.
Arnulf "de Slechte" van BEIEREN, geb. ca. 885/890, hertog van Beieren (907-937), markgraaf in de Noordgouw (921), overl. Regensburg 14-7-937, bijgezet klooster St.-Emmeran (Regensburg), tr. ca. 908/10
14932805089.
Judith van FRIULI; zij had erfaanspraken op de Lombardische koningskroon.
- Nadat zijn vader met zijn leger door de Hongaren verslagen was (Slag van Pressburg, 907) volgde kort daarop zijn benoeming tot hertog; hij kon rekenen op de steun van de Beierse adel en begon wereldlijke en kerkelijke goederen in beslag te nemen om een nieuw leger op te bouwen (waaraan hij de bijnaam "de Slechte" overhield); versloeg de Hongaren en sloot met hen een 14-jarig vredesverdrag (909-913); begon de rust te herstellen in Beieren; kwam in 914 in opstand tegen zijn stiefvader koning Konrad I, die hem naar Hongarije verjoeg, kwam terug maar werd opnieuw verjaagd; keerde in 917 definitief terug naar Beieren veroverde de hoofdstad Regensburg en verjoeg daarmee de broer van de koning; na Konrad's dood (918) gekozen tot (tegen)koning, maar moest na 2 veldslagen zijn meerdere erkennen in Hendrik I (Regensburg, 921); zijn eed als vazal bezorgde hem echter het markgraafschap in de Noordgouw met grote macht in Beieren (benoeming van bisschoppen, bijeenroepen van synoden, enz.) met aanspraken op Bohemen; was tussen 926 en 933 voortdurend in strijd met de aanvallende Hongaren (die het verbond verbroken hadden); gaat op veldtocht naar Italië (933/34) om de Longobardische koningskroon voor zijn zoon Everhard veilig te stellen, maar wordt verslagen; zijn macht was zo groot dat hij op 22-7-935 zijn zoon Everhard op koninklijke wijze als opvolger laat inhuldigen als hertog van Beieren; Arnulf verschijnt tenslotte in april 936 als "maarschalk" bij de inhuldiging van Otto I (wiens macht hij erkende).
|
«« De burcht Walbeck vóór 1705
14932805090.
Lotharius II van WALBECK, geb. ca. 900, graaf van Walbeck (929-964), graaf in de Derlingouw, de Balsamgouw en de Noordthüringengouw, stambezitter van de burcht Walbeck aan de Aller in de Noordthüringengouw, overl. 21-1-964, tr.
14932805091.
Mathilde van ARNEBURG, gravin van Walbeck, overl. 3-12-991.
- Hij nam in 941 deel aan het complot van koningszoon Hendrik tegen zijn broer Otto I; kon daarna zijn leven nauwelijks redden, maar werd in bescherming genomem door Berthold I van Schweinfurt; zijn goederen waren echter in beslag genomen en weggegeven; een jaar later kreeg hij als compensatie een geldsom van de koning en zijn allodiaal bezit in Santersleben en Gutenswegen terug; ter verzoening voor zijn "misstap" stichte hij voor de maagd Maria het klooster Walbeck en schonk het een tiende deel van zijn erfschat; de relatie met Berthold was intussen zo versterkt dat hij zijn dr. Heilica aan hem uithuwelijkte.
|
14932807168.
Everhard I, verm. 904-937, graaf in de Keldachgouw (904), graaf in de Bonngouw (913).
149332803586.
N.N. (Werner van Ivrea?), tr.
149332803587.
Ermentrude (Irmentrud) van WEST-FRANCIË ca. 877-ca. 910.
14932803592.
Gebhard II "de Jongere" van LOTHARINGEN, geb. ca. 865, waarsch. verm. 888, graaf in de Boven-Rijngouw (897), stadhouder van Lotharingen (903/04), graaf in de Wetterau (909), voogd van St.-Maximin en Oeren (Trier), grondlegger van een kerk in Wetzlar, gesneuveld in de strijd tegen de Hongaren aan de Lech bij Augsburg 22-6-910, tr.
149332803593.
Ida N.N.,overl. 19-11 van een onbekend jaar.
- Aanhanger van de in zijn tijd machtigste familie van het rijk, aanvankelijk keizer Arnulf en later diens zoon Lodewijk "het Kind"; hij en zijn familie werden sterk door hen bevoorrecht waardoor hij plaatsvervanger van de Duitse keizer werd in Lotharingen; moest zich in het onrustige Lotharingen vanuit een zwakke positie verdedigen tegen invallende graven, maar verkreeg steeds de steun van de Duitse keizer; gesneuveld nabij Augsburg in een slag tegen de Hongaren op hun strooptochten westwaards richting Boven-Italië, Boven-Bourgondië en Lotharingen.
|

»» De dom te Wetzlar (Domenico Quaglio, 1820/22, Von der Heydt-Museum Wuppertal, inv. G 1613)
14932803594.
Heribert I van VERMANDOIS, geb. vóór 850, graaf van Soissons en leke-abt van St.-Créepin (886-898), graaf van Meaux en Madrie (888/89), graaf van Vermandois (896), vermoord 6-11-900/907, tr.
14932803595.
N.N. (Bertha van Morvois?).
- Koos ca. 888 aanvankelijk partij voor Karel "de Eenvoudige" in diens strijd tegen de nieuwe koning Odo (Eudes)
van Parijs, hertog van West-Françië, kroont Karel tot tegenkoning (28-1-893), ontving daarvoor het belangrijke graafschap Vermandois (896) en begon zijn macht uit te breiden in het gebied van de Champagne; verliet om onbekende reden Karel's partij maar verloor daardoor St. Quentin en Peronne aan Rudolf graaf van Cambrai (broer van Boudewijn II van Vlaanderen); laat Rudolf doden, maar wordt in opdracht van Boudewijn vermoord op een niet meer exacte datum na 900, doch vóór 6-11-907, zie ook G.N. 1991, pag. 478 (158).
|
14932803598.
Godfried (van METZ), graaf in de Gulikgouw, verm. aldr. 924-936 (waarsch. tot 949), overl. na 26-3-949, tr.
14932803599.
Ermentrude van WEST-FRANÇIË, geb. 908/16, verm. vanaf 934.
14932804114.
Reginar I, geb. ca. 850, graaf, markgraaf in Wallonië, overl. 25-8-915/15-1-916, tr.
14932804115
Alberada N.N.
- Bezat tal van landgoederen in Wallonië en stroomafwaarts langs de Maas; ondersteunt zijn achterneef de West-Frankische koning Karel III "de Eenvoudige" (zie hieronder) in diens strijd tegen Odo/Eudes (893/97); wordt de voornaamste medewerker van koning Zwentibold wanneer deze in 895 Lotharingen ontvangt van zijn vader Arnulf (Reginar verkrijgt dan de St.-Servaes te Maastricht en treedt op als leke-abt van Echternach); Zwentibold breekt echter met hem, ontneemt hem de St.-Servaes (13-5-898) en belegert tot twee maal toe zijn veste Durfost; neemt opnieuw zijn toevlucht tot Karel III die Aken en Nijmegen verovert en Zwentibold tot vluchten dwingt; na Zwentibold's dood (gesneuveld 13-8-900) erkent hij diens opvolger Lodewijk "het Kind" en de toen aangestelde hertog Gebhard; verwerft Stavelot (902) en opnieuw de St.-Servaes; wordt (ook in oorkonden) met verschillende titels aangeduid (graaf, markgraaf, na 911 ook "missus dominicus"); bezit in zijn laatste levensjaren ook nog St.-Maximin (buiten Trier) en Chèvremont (bij Luik); G.N. 1991, pag. 580 (260).
|
«« Karel III "de Eenvoudige" (Georges de Rouget, 1831, Musée national du château et des Trianons de Versailles)
14932804116.
Richwin van VERDUN, graaf van Verdun, vermoord 923, tr.
14932804117 = 7466401793
14932804120.
Karel III "de Eenvoudige" van WEST-FRANCIË, geb. 17-9-879, koning van West-Francië (898-922), koning van Lotharingen (911-923), overl. Péronne 7-10-929, begr. aldr. (Saint-Fursy), had verscheidene concubines, maar tr. 1e 18-4-907 Frederune N.N, zuster van de bisschop van Châlons-en-Champagne, die hem enkel dochters schonk, tr. 2e na 10-2-917/vóór 919
14932804121.
Eadgyfu (Eadgifu) van ENGELAND, ook Hedwige van ESSEX, geb. 896, overl. na 951; zij tr. 2e. Herbert van Meaux, graaf van Meaux en Troyes, graaf van Vermandois.
- Hij was een postume zoon van Lodewijk "de Stamelaar"; tijdens zijn jeugd werd het koninklijk gezag in Frankrijk uitgeoefend door Odo (Eudes), graaf van Parijs (888–898); wordt door aartsbisschop Fulco van Reims tegenover Odo gekroond tot koning van West-Francië (Reims, 28-1-893); pas algemeen erkend als Odo hem op zijn sterfbed tot koning designeert (1-1-898); moet in 911 het gezag der Noormannen o.l.v. de Deen Rollo erkennen in het gebied van de monding van de Seine (akkoord van St.-Clair-sur-Epte); na het uitsterven der Oostfrankische Karolingers (dood van Lodewijk "het Kind") krijgt hij in hetzelfde jaar de steun van de meeste Lotharingse magnaten tegen Konrad I van Frankenland (nr. 3733201064), koning van Lotharingen en noemt zich dan koning der Franken; de rijksgroten zien het verdrag met de Noormannen als verraad en kiezen Odo's broer Robert (niet Karolinger) tot tegenkoning (922/23) en vervolgens diens schoonzoon Rudolf van Bourgondië (923/36); eind 923 verraden door Rudolfs zwager de (Karolinger) Heribert II van Vermandois; aanvankelijk in gevangenschap te Château-Thierry, later (924) in een burcht te Péronne, overl. aldr. in gevangenschap.
- Zij vlucht in 923 met haar zoontje naar haar broer, koning Aethelstan van Engeland; keert terug in 936; abdis van de Notre-Dame te Laon.
|

»» Hendrik wordt bij het vangen van vogels de koningskroon aangedragen (Schilderij van Hermann Vogel, ca. 1900)
14932804122.
Hendrik I "de Vogelaar" van SAKSEN, geb. ca. 876, hertog van Saksen (912-936), Duits koning (6-5-919/2-7-936), koning van Lotharingen (923), overl. Memleben 2-7-936, begr. voor het altaar van de voormalige St.-Peterkerk (later de Stiftskerk St.-Servatius, Dom) op de Burgberg in Quedlinburg, tr. 1e ca. 900/06 Hatheburg, dr. van "senior" Erwin, graaf van Merseburg, wed. N.N. (dit huwel. werd ongeldig verklaard), zij waarsch. overl. 21-6 na 909, tr. 2e (dit huwel. is onzeker en vergt nog nader onderzoek) 906 Eva Ducapier, geadopteerde dr. van de aartsbisschop van Clerveaux, tr. 3e Wallhausen 909
14932804123.
Mathilde van Ringelheim van WESTFALEN, geb. Engern (Saksen) 895, koningin van Duitsland, overl. Quedlinburg 14-3-968 (Sachsen-Anhalt), begr. adr. Stiftskirche.
- Zijn bijnaam "de vogelaar" dankt hij aan een anekdote uit de 12e eeuw waarin verteld wordt dat Hendrik op vogeljacht was toen
hij het bericht kreeg dat hij tot nieuwe koning was gekozen.
- Volgde in 912 zijn vader op als hertog van Saksen; voerde oorlogen tegen koning Koenraad I (912-915), die hem op zijn sterfbed
als koning aanwees; door edelen van Saksen en Frankenland tot koning gekozen (Fitzlar, 6-5-919), maar moest het koningschap van Arnulf in Zwaben en Beieren erkennen; beijverde zich na de troonsbestijging tot herstel van het koninklijk gezag: dwong de hertog van Zwaben tot terruggave van koninklijke domeinen en vrije beschikking over bisschoppelijke zetels (919); ook Arnulf, koning van Beieren (nr. 14932805080) en Karel de "Eenvoudige" (zie boven), hertog van Lotharingen, moesten in 921 en 922 zijn gezag erkennen; moest na zware plundertochten van de Magyaren en Slaven een negenjarig bestand met hen afsluiten (924-933), voegde tijdens het bestand aan zijn voetvolk een grote ruiterij toe en begon burchten te bouwen; weigerde schatting (933) waarop de Hongaren opnieuw Saksen binnenvielen, maar versloeg hen met zijn ervaren cavalerie bij Merseburg (15-3-933); ondernam 927/29 plundertochten over de Elbe (Slavisch gebied), richtte tegenover hen de mark Brandenburg op en tegen de Denen de mark Sleeswijk (934); Hendrik legt, als eerste koning uit het Saksische huis (Liudolfinger, ook wel Ottonen), de grondsteen voor het Duitse Rijk: hij onderwierp Zwaben en Beieren, overwon de Hongaren, bracht ook Lotharingen in het rijk terug evenals delen van Denemarken en schiep daarmee de basis voor de Duitse keizermacht.
- Mathilde was koningin van Duitsland na het overl. van haar echtgen.; zij zou in het klooster Herford door haar grootmoeder zijn opgevoed, die abdis van dit klooster was; stichtte de kloosters Quedlinburg, Nordhausen, Engern en Pölde; haar vrijgevigheid als weduwe leidde waarschijnlijk tot haar heiligverklaring; zij stamde uit het geslacht van de Saksenhertog Widukind ("stirps magni ducis Widukindi").
|
14932804160.
Reginar II van HENEGOUWEN, geb. ca. 880, graaf van Henegouwen (915-932), overl. 932/vóór 940, tr.
14932804161.
Adelheid van AUTUN ook van BOURGONDIË, geb. ca. 895, overl. na 920.
- Op 18-1-916 verm. wanneer hij aanwezig is in de palts te Herstal als koning Karel III het klooster Prúm herstelt in het bezit van de abdij van Susteren; deelde in 915 Henegouwen met zijn broer Giselbert maar behield zelf een groot deel van het familiebezit met Henegouwen-Mons; werkte aanvankelijk samen met zijn broer (o.a. bij de hervorming van de abdij St.-Ghislain); raakte in voortdurende strijd verwikkeld met zijn zwager Berengar van de Lommegouw, gaf zelfs zijn kinderen aan hem in gijzeling als borg voor zijn broer; streed tegen de graven van Vermandois, kreeg tenslotte ruzie met zijn broer, die daarop Henegouwen plunderde (924); G.N. 1991, pag. 643 (323).
|
««Sainte Radegonde en Clotarius I (Miniatuur uit "La vie de Sainte Radegonde", XIe eeuw, Bibliothèque municipal, Poitiers)
14932804264.
Willem I (III) "Dolkop" van AQUITANIË ook van POITU, geb. Poitiers ca. 915, als Willem I graaf van Poitu (934), van Limoges en Auvergne (953), als Willem III hertog van Aquitanië (959-962), abt van St.-Hilaire-le-Grand, overl. als monnik 3-4-963, tr. Rouaan 935
14932804265.
Adela, genaamd Gerloc (Geirlaug) van NORMANDIË, ged. Rouaan als Adela 912, verm. 14-10-962, overl. na 969.
- Doordat de koninklijke kanselarij hem niet erkende als hertog van Aquitanië, droeg hij vanaf 959 de titel van graaf van het hertogdom van Aquitanië, vervolgens die van hertog van Aquitanië na 962; trouw aan Lodewijk IV van Frankrijk, verkreeg hij het ambt van abt van Saint-Hilaire-le-Grand, een functie die sindsdien werd verbonden aan de graaf van Poitiers; oprichter van de hertogelijke bibliotheek in zijn paleis te Poitiers.
|
14932804266- 14932804267 = 3733201216 - 3733201217
14932804304.
Arnulf I "de Grote" van VLAANDEREN, geb. 885/90 (889), graaf van noordelijk Vlaanderen (918-964)), graaf van zuidelijk Vlaanderen (933-964), overl. 27-3-964/65, begr. Gent (St.-Pieter), tr. 2e (?) 934
14932804305.
Adèle (Adelheid, Adela) van VERMANDOIS, geb. 910/15, overl. Brugge 10-10-958/60, begr. Gent (St.-Pieter).
- Na de dood van zijn vader graaf in het noordelijke deel van Vlaanderen (918); maakt zich, na de dood van zijn broer Adalulf (Aethelwulf), in 933 wederrechtelijk meester van diens zuidelijk deel (Terwaan en Boulogne) en weet ook Oosterbant, Artezië, Ponthieu en de streek van Amiëns te veroveren waardoor het graafschap Vlaanderen tot voorbij de Somme reikte; bevordert in Vlaanderen de kloosterhervormingen van Gerard van Brogne; doet jarenlang grote schenkingen aan de St.-Pietersabdij te Gent; treft na een opstand van Adalulf's zonen regelingen met de Westfrankische koning Lotharius ter bescherming van zijn jeugdige zoon als mederegent en opvolger (962), die echter op jeugdige leeftijd overlijdt.
|
14932804308.
Adalbert I van IVREA, markgraaf van Ivrea (898-923/24), graaf van Parma (921), overl. 17-7-923/8-10-924, tr. 2e 911/14 Ermengarda van Tuscië, overl. na 29-2-932, dr. van Adalbert "de Rijke" van Lusca-Tuscië en Bertha van Lotharingen, tr. 1e ca. 898/900
14932804309.
Gisela van FRIULI, geb. ca. 880/85, overl. na 13-6-910.
- Wist de rust in zijn gebied te bewaren door het inroepen van "buitenlandse" hulp tegen zijn schoonvader (900, 905) en verzekekerde zich van de heerschappij over de Alpenpassen Grote- en Kleine-St. Bernhard; beheerste grote delen van Piemont; keerde zich in 920 defintief af van zijn schoonvader die uiteindelijk werd verjaagd door Rudolf II van Opper-Bourgondië (922).
- Op zoek naar de val van zijn schoonvader, keizer Berengarius I, had hij zich met zijn trawanten (o,a. paltsgraaf Odelrich) teruggetrokken in het gebergte bij Brescia, zo'n 50 mijl verwijderd van Verona, om daar de val van Berengarius te bespreken; zodoende hadden zij niet in de gaten dat de Hongaren, trouwe vrienden van Berengarius, Verona naderden en bloedzuchtig belust waren op oorlogsbuit; de Hongaren werden o.l.v. van een gids naar de vijand gevoerd en vielen de vluchtende samenzweerders, die nauwelijks tijd hadden om hun wapenrusting aan te trekken, in de rug aan; velen werden neergehouwen of gevangen genomen en paltsgraaf Odelrich, die zich onmannelijk verdedigde, werd afgeslacht; Adalbert zag de Hongaren op tijd aankomen en begon listig zijn gouden uitrustingsstukken, sieraden enz. uit te trekken, verkleedde zich als eenvoudig man en werd levend gevangen genomen; tijdens ondervraging door door de Hongaren deed hij zich voor als onderdaan van een van zijn leenmannen en vroeg hen hem naar het nabijgelegen kasteel Calcinate te brengen waar hij familie had die hem kon loskopen; Adalbert werd naar het kasteel gebracht, door niemand herkend en wist zich voor een gering bedrag vrij te kopen.
|
14932804310.
Boso van ARLES, geb. ca. 985, graaf van Avignon en Vaisson (911-931), graaf van Arles (926-931), markgraaf van Toscane (vóór 17-10-931, afgezet vóór 18-9-935), overl. (in gevangenschap) vóór 940 (nog verm. 31-5-938/39), tr.
14932804311.
Willa (van OPPER-BOURGONDIË), overl. na 936.
- Hij doet samen met zijn broer Hugo een vergeefse inval in Italië (923); door Hugo, inmiddels koning van Italië, aangesteld tot markgraaf van Toscane; omdat Hugo hem niet vertrouwt wordt hij afgezet en gevangen genomen op verdenking van samenzwering.
- Willa wordt omringd door vraagtekens omdat haar afkomst niet erg zeker is; omdat de meeste middeleeuwse bronnen eenduidig zijn en die door een groot aantal moderne genealogen worden geciteerd vervolgen wij haar kwartieren onder enig voorbehoud.
|

Haakon I "de Goede" (Peter Nicolai Arbo, 1831-1892)
14932804328.
Gudrød Bjørnsson van WESTFOLD, onderkoning van Westfold, ondersteunde zijn oom koning Haakon I "de Goede", werd ca. 965 vermoord door zijn neef koning Harald II "Grijshuid".
- Nadat Gudrød's vader was gedood door Eric "Bloedbijl" groeide Gudrød op bij zijn oom Olaf Haraldsson Geirstadalf, koning van Vingulmark; Olaf rebelleerde tegen Eric "Bloedbijl" maar werd gedood in een veldslag en daarom moest Gudrød ontsnappen naar Oppland; toen Haakon I "de Goede" koning werd kreeg Gudrød Vestfold terug, het leen van zijn vader; hij werd verslagen in de nabijheid van Tønsberg door de zonen van Gunnhild, nl. Harald II "Grijshuid" (en zijn broers), die een opstand vreesde van zijn ondergeschikte koningen.
|
«« Sigrid Storrada (19e eeuws schilderij)
14932804516.
Erik VI (VIII) "de Overwinnaar (Segersãll)" van ZWEDEN, ook Eirikl hinni Sigreseli, geb. ca. 950, koning van Zweden (970-995), koning van Denemarken (ca. 992-993), waarsch. overl. Oud-Uppsala 994/95 en aldr. begr. op de zuid-westelijke begraafplaats, tr. 2e Swjatoslowa (Gunhilde) van Polen, dr. van hertog Mieszko I, tr. 1e
14932804517.
Sigrid "de Trotse (Storrada)", dr. van de vikinghoofdman Skoglar-Teste uit Västergötland.
- Fanatiek heiden die bloedige christenvervolgingen doorvoerde, hielp Wladimir I, grootvorst van Kiev in diens strijd tegen het christendom; bij aanvang van zijn koningschap regeerde hij samen met zijn broer Olof (I) Björnsson; wanneer Olof in 975 sterft wil zijn zoon Styrbjörn "de Sterke" de positie van zijn vader overnemen omdat hij het recht van Erik op de troon niet erkent; Styrbjörn ging naar het zuiden en verenigde zich met de Jomsvikingen uit Wolin; met deze versterking begaf hij zich naar Uppland om Erik af te zetten; omstreeks 985 troffen de beide heersers elkaar op een vlakte zuidelijk van Oud-Uppsala; in de slag die volgde viel Styrbjörn en Erik won, waarna hij de bijnaam "de Overwinnaar" kreeg; Erik zou ook een overwinningstocht naar Denemarken hebben gemaakt als wraak op de Deense ondersteuning aan Styrbjörn; sommige bronnen noemen het jaar 992 en andere een jaar eerder; Erik zou daarbij koning Sven Gaffelbaard verdreven hebben en er ongeveer een jaar geregeerd hebben, maar een ziekte zou hem hebben gedwongen terug te keren naar Oud-Uppsala; hij stierf waarschijnlijk in 995 in zijn koningshof aldr.
|

»» Arnulf van Karinthië
14932805896 - 14932805897 = 14932805762 - 14932805763
14932805898.
Gerard van METZ ook van GULIK, geb. ca. 875, graaf in de Metzgouw, gesneuveld in de strijd tegen de Hongaren aan de Lech bij Augsburg 22-6-910, tr. ca. 900
14932805899.
Oeda van SAKSEN, geb. ca. 875/80, wed. van Zwentibold van Lotharingen, overl. 2-7 na 952.
- Hij trad samen met zijn broer Matfried IV van Metz op in het gebied Metz, Toul, Trier (Opper-Lotharingen), waar ook graaf Reginar heerste;
de broers vielen 896/97 in ongenade bij koning Zwentibold, die hen uit alle lenen zette, maar zij verzoenden zich in 897 met hem en zijn vader keizer Arnulf van Karinthië; begonnen hun invloed uit te bouwen en wisten Reginar I "Langhals" in dezelfde periode te verdringen als raadgever aan het hof; hun macht verder uitbreidend wisten zij het klooster Prü onder zich te brengen en versloegen Zwentibold, die sneuvelde op 13-8-900; Gerhard trouwde daarop zijn weduwe met het oog aanspraken te maken op een deel der erfenis; kwam daardoor o.a. in het bezit van het klooster Herbizheim aan de Saar en verovert de abdij St.-Maximin en het nonnenklooster Oeren in Trier (begin 906); na nog enkele verwikkelingen greep koning Lodewijk in in Lotharingen (Metz, oktober 906) en ontnam, de inmiddels naar een sterke burcht gevluchte broers, opnieuw alle bezittingen; Gerard verzoende zich duidelijk met de Duitse regenten en vond de dood naast zijn karolingische rivalen in de slag aan de Lech.
|
14932805900.
N.N. (Billung ?), graaf, stamvader van de "jonge Billungers", met grafelijke rechten op de Elbe, op Lüneburg en op de Boven-Weser, overl. 26-5-967.
14932818464.
waarsch. Dirk I bis van HOLLAND, geb. ca. 900, gesneuveld Andernach 2/5-10-929, begr. klooster Egmond (voor het Maria-altaar), tr.
14932818465.
Geva (Gerberga) N.N. (van HAMMALANT ?), overl. 11-1 van een onbekend jaar, begr. Egmond (abdijkerk).
- Vast staat dat Dirk II in 988 is overleden; als Dirk II zijn vader (Dirk I) al in 923 is opgevolgd, dan zou dat betekenen dat hij niet minder dan 65 jaar heeft geregeerd, wat zeer onwaarschijnlijk is; daarom gaan historici er van uit dat er nog een Dirk geweest moet zijn die de naam "Dirk I bis" heeft gekregen; hij zou dan de opvolger zijn van zijn oudere, ongehuwde broer Gerulf (nog verm. 889, vermoord ca. 895/96)
- Dirk bis stichtte een vrouwenklooster in Egmond, waarheen hij de relieken van St. Adalbert uit de kapel in de duinen van zijn vader liet overbrengen; getuigde voor Arnulf van Vlaanderen; waarsch. in 939 betrokken bij de Lotharingse opstand tegen de Duitse koning Otto I; hij zou bij deze opstand in de slag bij Andernach begin oktober van dat jaar gesneuveld zijn.
|
«« Geromantiseerd schilderij van de St.-Adalbertabdij en het kasteel Egmond (Claes Jansz. van der Heck, 1635, mus. Catharijneconvent, Utrecht). De abdij werd gesticht begin 10e eeuw en op last van Willem van Oranje in 1573 verwoest
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
14932818465 - 14932818466 = 14932804304 - 14932804305
14932818772.
Lothar (Luder, Liutheri, Lutteri) II van STADE, graaf in het mondingsgebied van Elbe en Weser, graaf van Stade, als veldheer gesneuveld in een zegenrijke slag tegen de Slaven bij Lenzen in Prignitz (4-9-929), tr.
14932818773.
Swanhilde (Suuanihilt) N.N., overl. 13-9 van een onbekend jaar.
- Zijn voorouders zijn onzeker: mogelijk zn. of kleinzn. van Lothar I, die sneuvelde bij Hamburg (Ebstorf, 20-2-880) tegen de Noormannen en waarsch. geh. was met Oda (Enda) van Saksen, dr. van hertog Liudolf.
|
14946243218.
Hugo "de Angstige" van TOURS, keizerlijk gezant in Constantinopel (811), timiolus en abt van St.-Julien-d'Auxerre (811), onder Lodewijk "de Vrome graaf van Tours (828) en wellicht graaf van Sens ((de twee belangrijkste graafschappen in het Frankische rijk), later "dux de Locate" (bij Milaan), overl. 20-10-837, begr. Monza (kerk), tr.
14946243219.
(B)Ava N.N., overl. 4-11-839.
- Hij wordt verm. als eerste graaf in het " Reichenauer Verbrüderungsbuch" (824) en was daardoor één der belangrijkste rijksgroten van de Karolingen; nam deel aan een slag tegen de Bretonnen (824); begeleider van keizerin Judith bij de doop van de Deense koning Harald Klak in Ingelheim; voerde schoorvoetend en angstig in 827 een Frankisch leger aan in een veldtocht tegen de Saracenen en kwam daardoor te laat In de Pyreneën aan; werd daarop in 828 op een hofdag in Aken afgezet en verloor zijn graafschappen; bleef echter van grote invloed in de omgeving van zijn schoonzoon Lotharius I en werd na schenking van een deel van zijn koningsgoed in Italië een der belangrijkste Frankische edelen aldr. met als titel "dux de Locate".
- Hugo stamde uit het geslacht der Etichonen, d.w.z. dat hij een nakomeling was van Eticho, hertog van de Elzas (673/700), vader van St. Odille, patronesse der graalridders en beschermheilige van de Elzas; Hugo is onderwerp van diverse legenden betreffend de heilige graal.
- Ava zou een zuster zijn van Matfrid van Orléans, grondlegger van het zgn. Matfriden-geslacht.
|
Generatie XXXV
29865607188.
Pippijn, geb. vóór 819, overl. na 840.
- Pippijn was zeker nog geen graaf van Vermandois zoals zijn nageslacht; verm. als heer van Péronne en St. Quentin, na 834 "graaf" in de omgeving van Parijs.
|
29865608228.
Giselbert, graaf in de Maasgouw (840-841), graaf in de Lommegouw (846/47, 866), graaf van de Darnau (963), overl. na 14-6-877, tr. (na schaking) vóór maart 946
29865608229.
N.N. (Irmingard ?), geb. ca. 830.

Vermandois
- Hij is mogel. zn. van een Reginar die in de jaren 797-814 als gegoed in de Bidgouw aanwijsbaar is (G.N., 1991, pag. 579 (259)).
- Giselbert is vazal van Karel "de Kale"; hij ontvoert een dr. van keizer Lotharius (nr. 59731216458) naar Aquitanië en huwt met haar; verzoent zich na een rijksdag in Thionville (okt. 848) begin 849 met de keizer, waarna het huwel. wordt gewettigd.
|

»» Lodewijk "de Stamelaar" na zijn kroning
29865608240.
Lodewijk II "de Stamelaar" van WEST-FRANCIË, geb. 1-11-846, koning in Maine (856), onderkoning van Aquitanië (867), koning van West-Francië (Compiègne, 8-12-877), opnieuw gekroond (Troyes, 7-9-878), overl. Compiègne (Goede Vrijdag) 10-4-879, begr. aldr. (klooster Notre-Dame 11-4-879), tr. 2e ca. 877 Adelheid van Parijs, geb. 855/60, overl. 18-10 kort na 901, dr. van paltsgraaf Adalhard te Quierzy en afstammelinge van Lodewijk "de Vrome", tr. 1e 1-3-862 (zonder toestemming van zijn vader)
29865608241.
Ansgardis van BOURGONDIË, geb. ca. 840, verstoten om Adelheid (Adelaide) te huwen, zij overl. 2-11-880/82, dr. van Harduin.
- Door zijn vader aangesteld tot koning (Maine, 856); benoemd tot diens opvolger en opvolgend onderkoning van Aquitanië (867); gaat (om aanhang te winnen) na zijn vaders dood tal van kloosters, graafschappen en domeinen wegschenken hetgeen de koninklijke macht verkleinde en bijna leidde tot een burgeroorlog; na bemiddeling van aartsbisschop Hincmar van Reims door hem gekroond te Compiègne (8-12-877); ook door paus Johannes VIII gekroond - met uitzicht op een latere keizerskroon te Rome - (Troyes, 7-9-878); bevestigt met zijn neef Lodewijk "de Jonge" van Oost-Francië het verdrag van Meersen (Fouron, 1-11-878); bereidt een veldtocht voor tegen het opstandige zuiden van zijn rijk voordat de overige karolingische vorsten tegen hem hebben kunnen samenzweren, maar overlijdt - ziekelijk als hij is, kort nadien te Compiègne. Zie ook G.N. 1991 pag. 647-648 (327-328) en pag. 690 (370).
|
«« Edward I "the Elder"
29865608242.
Edward I "the Elder" van ENGELAND, geb. ca. 874/77, koning van Wessex (Engeland) (899-924), gekroond Kingston upon Thames (8-6-900),
gesneuveld Farndon-Upon-Dee 17-7-924, begr. in de door hemzelf in 901 gestichte New Minster in Winchester, Hampshire (tegenwoordig Hyde-Abbey); had, naast een aantal buitenechtelijke kinderen, ongeveer 14 kinderen uit 3 huwel., tr. 1e ca. 893 Ecgwynn van wie hij scheidde in 899, tr. 3e ca. 919 Eadgiva (Edgifu) van Meopham, dr. van Sigelhelm, ealdorman van Kent, zij over. 25-8-968, tr. 2e ca. 899
29865608243.
Elfleda (Aelffaed) van BERNICIA, dr. van Aethelhelm, ealdorman van Wiltshire.
- Edward's opvolging van zijn vader werd bestreden door zijn neef Aethelwold, zn. van koning Aetheldred I; Aethelwold trok zich terug in het door hem veroveroverde Wimborne, maar weigerde slag te leveren en ontsnapte naar de Denen in Northumbria waar hij als koning werd verwelkomd; Edward - ondertussen tot koning van Wessex gekroond - was een uitstekend miltair leider en wist uiteindelijk de Deense gebieden met geweld en geduld terug te brengen onder Engelse heerschappij: bouwde vooral later in zijn veroverde gebieden verschillende fortificaties om de Denen op zee te houden; begon in 901 landwaarts zijn strijd tegen de Denen (Vikingen), versloeg in 902 zijn neef Aethelwold en koning Eohric van de Oostengelsaksische Denen, in 906 een grote Vikingsche strijdmacht die Kent en Essex overzee waren binnengevallen, sloot in 907 vrede met de Vikingen in East Anglia en York (die zijn gezag erkenden), versloeg in 910 de Denen in het noorden (Northumbria, slag bij Tettenhall), en wist uiteindelijk heerser te worden over het grootste deel van Engeland; hij voerde in het koninkrijk Engeland een administratie in, waarbij hij de loyaliteit van de Denen, Schotten en Britten verkreeg.
|

»» Zilveren munten (pennies) uit de tijd van Edward "the Elder"
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
29865608244.
Otto I "de Verlichte" van SAKSEN, geb. ca. 836, graaf in de Zuidthüringergouw (877/888), graaf in de Eichsfeldgouw (879/888), hertog in Saksen (ca. 900/905, mogel. titulitair pas na zijn overl.), lekenabt van het klooster Hersfeld (908), overl. 30-11-912, begr. Gandersheim (Stiftskirche), tr.
29865608245.
Hadwig (Hathuï) N.N., overl. 24-12-903, waarsch. dr. van "Hendrik, dux austriacorum" (Babenberger), gesneuveld voor Parijs 886.
- Volgt zijn tegen de Vikingen gesneuvelde broer Bruno op als "hertog" van Saksen (880-912); volgens een omstreden overlevering nam Otto in 894 deel aan een krijgstocht tegen Rome en zou commandant van Milaan zijn geweest; onder Otto moet Saksen aanzienlijke vrijheden verworven hebben; zijn hertogelijke titel werd hem pas aan het einde van zijn leven toebedeeld (mogel. pas na zijn dood); zijn politieke aktiviteiten zijn nauwelijks bekend, maar de huwelijkspolitiek der Liudolfinger, waaruit Otto stamde, des te bekender: zo huwt bv. zijn dr. Oeda met Zwentibold, hertog van Lotharingen; nog bekender zijn de dynastische huwelijksverbindingen die de Liudolfinger in zijn tijd aangingen: tweemaal met Karolingers, met Babenbergers en met nakomelingen van Widukind.
|
29865608246.
Dietrich (Thiadrich, Theodorich) van RINGELHEIM, graaf van Ringelheim, graaf in Westfalen (872-916), achterkleinzoon van Widukind, tr.
29865608247.
Reginhild (Reinhild) N.N., geb. ca. 860, overl. 11-5 na 931/32, dr. van de noorman Godfried en een Friese moeder.
29865608320 - 29865608321 = 14932804114 - 14932804115
29865608528.
bast. Ebalus (Ebles) Manser van AQUITANIË, geb. ca. 870, graaf van Poitu (890-892 en vanaf 902), graaf van Limoges (904), graaf van Auvergne, Berry en Velay en hertog van Aquitanië (927-929), overl. 934/35, tr. 2e vóór febr. 911 Emiliana (Emilienne) N.N., tr. 1e na 10-10-891
29865608529.
Aremburga N.N.
- Over de naam Mancer (Manser, Manzer) bestaan enkele opvattingen, waarvan de meest gangbare is dat hij stamt van het Hebreeuwse woord "mamzer" (= bastaard).
- Verloor in 892 Poitu dat hij geërfd had van zijn vader, maar wist het te heroveren in 902 daarin bevestigd door Karel III "de Eenvoudige"; schonk de abdij St.-Maixent aan Savary, ondergraaf van Thouars, die hem voortdurend had ondersteund; herstructueerde Poitou door nieuwe ondergraafschappen te vormen in Aulnay en Melle en loste de problemen op rond de titel en positie van de ondergraaf van Poitou; veroverde Limoges (Limousin) in 904 en was in 911 te Chartres om de Noorman Rollo (zie onder) te bestrijden; erfde in 927 o.a. het hertogdom Aquitanië; in 929 begon Rudolf van Bougondië met succes Ebles' macht af te breken door hem gebieden en titels af te nemen.
|

»» Graf van Rollo in de kathedraal van Reims
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
29865608530.
Rollo (Hrolf, Rolf) van NORMANDIË, geb. ca. 860, vikinghoofdman uit West-Noorwegen, begon ca. 885 het gebied dat later Normandië zou heten te veroveren, graaf of hertog van Normandië (911-927), afgezet (927), overl. 931/vóór 933, begr. Reims (kathedraal), tr. 1e N.N., tr. 3e 912 Gisela N.N, overl. 919, tr. 4e zijn in tweede huwel. verstoten vrouw Poppa van Bayeux, tr. 2e 886
29865608531.
Poppa van BAYEUX, mogel. uit Karolingische voorouders, waarsch. dr. van Berengar van Bayeux en een onbekende zus van Juhel van Bretagne.
- Over zijn herkomst wordt al sinds de 19e eeuw gestreden tussen Deense en Noorse historici en de strijd schijnt nog steeds niet over te zijn; een gangbare opvatting, gevolgd door Noorse en IJslandse geschiedschrijvers, is dat hij zoon zou zijn van Rognvald Eysteinsson, graaf van Møre, in West-Noorwegen, gebaseerd op middeleeuwse Noorse en IJslandse sagen die een "Gongu-Hrolf" (= Hrolf, "de Loper") vermelden; deze Hrolf viel de Noorse koning Harald "Schoonhaar" (nr. 59731217312) af en werd naderhand jarl in IJsland; zijn bijnaam "de Loper" had hij te danken aan het feit dat hij zo zwaar was, dat geen paard hem dragen kon.
- Verbannen uit Noorwegen naar IJsland (of Schotland) zou hij deelgenomen hebben aan vele rooftochten op de kusten van Engeland en Frankrijk en wist later de oude Romeinse provincie Neustrië aan de Seine te veroveren; de verzwakte koning Karel III "de Eenvoudige" begreep dat hij - gewoonlijk in die dagen - hem niet kon afkopen en sloot in 911 een verdrag met hem te St. Clair-sur-Erpte waarbij de Noormannen de veroverde gebieden mochten behouden; als tegenprestatie beloofden zij: collectieve doop, overname van de kustverdediging en erkenning van de Franse koning als hun leenheer, al met al zeer gunstig voor beide partijen want Rollo hield een stuk land over van 90 bij 260 km. en de koning had een bufferzone voor nieuwe golven Vikingen vanuit zee; kort daarop zou hij gedoopt zijn en tot het Christendom zijn overgegaan; volgens legenden, bleef hij, ondanks zijn overgang tot het Christelijke geloof, ongenaakbaar en heidense opvattingen trouw: zo zou hij bij het sluiten van het verdrag in 911 geweigerd hebben de voeten van de koning te kussen en in plaats daarvan een van zijn krijgslieden daarvoor opdracht te hebben gegeven, die daarop zo hard aan de voeten van de koning trok dat deze op de grond viel; vlak voor zijn sterven zou hij krankzinnig geworden zijn, honderden christelijke gevangenen hebben laten onthoofden uit naam van "de goden die hij had vereerd" en honderd pond goud hebben weggeschonken aan diverse kerken in naam van de ware "God" aan wie hij zijn doop te danken had.
|
«« St.-Pieterskerk en abdij te Gent (St.-Pietersnieuwstraat)
29865608608.
Boudewijn II "de Kale" van VLAANDEREN, geb. ca. 863/65, graaf van Vlaanderen (879), graaf van Boulogne, overl. 10-9-918, aanvankelijk begr. St.-Bertijns, doch op aandrang van zijn wed. later begr. Gent (St.-Pieters), tr. 884
29865608609.
Aelfthryth (Elftrud, Elfrida) van WESSEX, geb. Wessex ca. 868 overl. 7-6-929, begr. Gent (St.-Pieters).
- Hij erfde het graafschap op een moeilijk moment omdat er invallen van de Vikingen plaats vonden (879-883); die zouden nog jaren Vlaanderen en het noorden van Frankrijk onveilig maken, maar werden uiteindelijk verslagen (slag bij de Dijle, 892); Boudewijn wist vnl. (onrechtmatig) na 883 grondbezit en rechten te verwerven in de streek tussen Schelde en Artois en geldt daarmee als grondlegger van Vlaanderen als territoriaal vorstendom; wisselt herhaaldelijk van partij in de strijd tussen de diverse Westfrankische koningen waarbij hij zijn tegenstanders aarsbisschop Fulco van Reims (17-6-900) en Heribert I van Vermandois (vóór 6-11-907) laat vermoorden waardoor, na diens moord, zijn macht aan de Somme vergroot wordt; zorgde bovendien voor een belangrijk politiek bondgenootschap door met de dochter van de Angelsaksische koning Alfred de "Grote" te trouwen, richtte een aantal houten versterkingen op (St.-Omer, Brugge, Gent) ter bescherming van zijn gebied en wist uiteindelijk zelfs de abdij St.-Vaast en de streek Artois onder controle te krijgen; liet na zijn dood een machtig graafschap na aan zijn zoon Arnulf.
|
29865608610.
Heribert II van VERMANDOIS, geb. ca. 880, graaf van Vermandois (907-943), graaf van Méeaux en Soissons (verloren ca. 932/33), bezat goederen te Merezais en Vexin (918), bezat tijdelijk de "temporalia" van het aartsbidom Reims (925), nam bezit van Lâon en Pierrepont (926), graaf van Vienne (928), van Artois (931) en waarsch. graaf van Troyes (937), leenheer van de graven van Montdidier, de heren van Breteuil en Le Puiset, leke-abt van St.-Créepin-de Soissons en St.-Méedard-de-Soissons (6-11-907), overl. 23-2-943, begr. St. Quentin, tr. vóór 21-5-907
29865608611.
N.N. (Adela, Luitgardis ?) van NEUSTRIË, ook Aelis CAPET, geb. vóór 900, overl. na 931.
- Trekt -ondanks zijn Karolingische afstamming- aanvankelijk met de Robertijnen op tegen de Noormannen; heeft ca. 923 aanzienlijke bezittingen tussen Maas en Seine (zijn 5-jarige zoon Hugo was bv. bisschop van Reims) en was daardoor een der machtigste feodale heren in Noord-Frankrijk waardoor hij een rol kon spelen in de machtsstrijd om de Franse koningskroon en in de conflicten met Oost-Françië (Bourgondië), wegens het lot van Lotharingen; sluit met veel gemak allianties die hij dan ook weer met evenveel gemak verbreekt; nam in 923 Karel III "de Eenvoudige" (nr. 14932804120) na diens afzetting gevangen (beide partijen waren, na het zenden van bodes om al het wantrouwen uit de weg te nemen, uiteindelijk overeengekomen elkaar met een kleine delegatie te ontmoeten opdat, na de jarenlange vijandigheid, niet opnieuw een bloedige ruzie zou uitbreken; de heren troffen elkaar in St.-Quentin, de hoofdstad van het graafschap Vermandois, waar Heribert de koning ontving met veel éegards en hem omarmde en kuste; na een lang gesprek viel op een teken van Heribert plotseling een troep zwaar bewapende "soldaten" koning Karel aan die omsingeld werd en gevangengenomen); Karel werd aanvankelijk overgebracht naar Péeronne (de tweede hoofdstad) en later naar de oud- frankische burcht Château-Thierry; Heribert erkende later Karels macht, maar hield de ongelukkige toch nog jarenlang in gevangenschap; uitgebreide literatuuropgave in G.N. 1991, pag. 159-160 (479-480).
|

»» Teatro romana in Spoleto
29865608616.
Anscherius (Anskar, Anskarius) I, (zn. van een graaf Amadeus in Bourgondië), graaf in de gouw Ouche (Oscheret) bij Dijon (870-877), kwam uit Bourgondiëë naar Italië (888), "consiliarus" (891/92) van markgraaf Wido van Spoleto, waarmee hij verwant was; "summus consilarius" van koning Berengarus I (898)(zie hieronder), markgraaf van Ivrea (888/91 en 898/902), overl. 1-12-898/maart 902.
29865608618.
Berengarius I van FRIULI, geb. ca. 850/53, markgraaf van Friuli (874/75-924), koning van Italië (888-889, 896-901 en 905-924), rooms keizer (vanaf 915), vermoord Verona 7-4-924, tr. 2e vóór dec. 915 Anna N.N. (van Byzantium?), verm. 8-9-920, overl. na mei 936, tr. 1e enkele jaren vóór 3-11-890
29865608619.
Bertilo van SPOLETO, overl. na 27-7-910/vóór dec. 915.
- Markgraaf van Friuli na het vroegtijdig overl. van zijn broer Unruoch (ca. 874/75) en verkrijgt daarmee een sleutelpositie in de streek die grensde aan de Magyaren en Slaven; laat zich, na de anarchistische periode die ontstaat na het overl. van keizer Karel III, door de Italiaanse adel kronen tot koning van Italië (Pavia, begin jan. 888), maar heeft echter beperkte macht in noord-oost Italië; zijn aartsrivaal Guido van Spoleto laat zich, weliswaar omstreden, kronen tot keizer van Italië om hem de loef af te steken; Berengarius trekt zich terug en pas na de dood van keizer Lambert van Spoleto (15-10-898), Guido's zoon, en Arnulf van Karinthië (8-12-899) keert hij terug naar Pavia als koning; inmiddels was er chaos ontstaan door invallen der Magyaren en omdat de Italiaanse adel twijfelde over de geschiktheid van Berengarius om de orde te herstellen boden zij Lodewijk van de Provence de troon aan; Berengarius wist hem in 905 te verslaan en liet hem de ogen uitsteken (waarna hij nog 20 jaar regeerde als Lodewijk "de Blinde"); na jarenlang gekonkel kroonde paus Johannes X Berengarius eindelijk tot keizer (Rome, begin dec. 915) in de hoop dat hij dan het hoofd zou bieden aan de Arabische dreiging in het zuiden van Italië; Berengarius keerde echter al spoedig terug naar het noorden, waar Friuli nog steeds bedreigd werd door de Magyaren; bovendien kwam zijn eigen schoonzoon, de markgraaf van Ivrea, daartoe opgestookt door Rudolf II van Opper-Bourgondië tegen hem in opstand; Berengarius trok zich terug in Verona en moest lijdelijk toezien hoe de Magyaren het land brandschatten en hoe in 924 zelfs Pavia werd geplunderd; Berengarius werd door toedoen van Rudolf II in datzelfde jaar vermoord.
|
29865608620.
Theo(t)bald van ARLES, geb. ca. 850, graaf van Arles, overl. na juni 887/vóór 898, tr. vóór 881 (waarsch. 879)
29865608621.
bast. Bertha van LOTHARINGEN, geb. ca. 863, regentesse van Tuscië (915), overl. 8-3-925, begr. Lucca (St.-Maria Forisportam); zij tr. 2e 895/vóór 898 Adalbert, graaf van Canossa, markgraaf van Tuscië, overl. 17-8-915.
- Hij was met zijn zwager Hugo, enkele edelen uit het rijk en een grote schaar roofzuchtigen in opstand gekomen tegen zijn schoonvader Lotharius II; bij Attigny werd slag geleverd en Theobald, die de kern van de troepenmacht aanvoerde, werd bloedig verslagen en naar men meende in die slag gedood, maar hij trok zich echter terug in de Provence; invloedrijke magnaat aldr. evenals zijn vrouw, die, tot haar dood, grote invloed had in de Provence.
|
«« "Kistje van Teudericus", reliek uit de schatkamer van St.-Maurice d' Agaune (waarsch. 2e helft 7e eeuw)
29865608622.
Rudolf I van OPPER-BOURGONDIË, markgraaf van Transjuranië (872), graaf van Outre-Sâone, Portois, Ecuens en Varais (878), lekenabt van St.-Maurice d' Agaune (878), koning van Bourgondië (888-912), over. 25-10-912, begr. St.-Maurice (Wallis), tr. vóór 888
29865608623.
Willa N.N.; zij tr. 2e 912 Hugo, graaf van Vienne, koning van Neder-Bourgondië (924), koning van Italië als Hugo I (926).
- Na het afzetten van Karel "de Dikke en het uiteenvallen van zijn Oostfrankisch rijk, haastte Rudolf - markgraaf op het Bourgondisch deel daarvan - zich te laten uitroepen tot koning van Opper-Bourgondië (St.-Maurice d'Agane, 888); hij werd erkend door keizer Arnulf van Karinthië, waardoor in feite een nieuw Opperbourgondisch rijk gesticht werd (Rudolfingen, afstammend van de Welfen, dynastie tot 1032); zijn regeringsperiode kenmerkte zich door rust en geleidelijke uitbreiding van zijn oorspronkelijke gebied met o.a. Besançon, West-Zwitserland (Basel, 912), Wallis, Aosta en delen van Centraal-Zwitserland.
- Haar afkomst is omstreden, mogel. een dr. van de Nederbourgondische koning Bosos van Vienne; via erfrecht zou dan uit haar huwelijk de latere heerschappij der Rudolfingen over Neder-Bourgondië en de Provence verklaard kunnen worden; anderzijds werd deze heerschappij ook vastgelegd in een verdrag van 933 met Hugo van Arles.
|
29865608656.
Bjõrn "de Koopman" of "de Reiziger" van WESTFOLD, ook Bjõrn FARMANN, werd door zijn vader aangesteld als onderkoning van Westfold, vermoord door zijn halfbroer Erik I Blutaxt, koning van Noorwegen en Northumbria; Bjõrn begr. in een grafheuvel buiten Tunsberg nabij het familiegraf van het geslacht Jarlsberg bij Farmanshaug te Saeheim.
- Resideerde vnl. in het door hem gestichte Tønsberg (Tunsberg) in het graafschap Vestfold; nam weinig deel aan allerlei rooftochten, maar concentreerde zich op het handelscentrum Tunsberg; was een gevoelig en begripvol iemand, die beloofde een goed heerser te zijn; hij liet schepen varen naar andere landen en en verzamelde daardoor kostbare artikelen; zijn broers noemden hem daarom "Farmann" (zeeman, koopman); op een dag verscheen zijn halfbroer Erik "Bloedbijl" in Tunsberg met een groot aantal schepen, terugkerend van een rooftocht naar de Baltische staten die van hem de schatting van Westfold aan de koning eiste evenals tenten en drank; Bjõrn, gezagsgetrouw, weigerde; maar hoewel Erik, na allerlei geharrewar en ruzie, ogenschijnlijk afdroop en Bjõrn in de nacht die volgde in Saeheim met zijn metgezellen net aan het drinken was geslagen, omsingelde Erik het huis waarin Bjõrn aanwezig was; die vluchtte naar buiten, maar werd kansloos vermoord; Erik vluchtte op zijn beurt met een grote schat noordwaarts; het volk verafschuwde de daad en het verhaal gaat dat Bjõrn's broer, koning Olaf, hem voortdurend zou wreken indien dat in zijn macht lag.
- Bjørn Farmann's naam ligt ten grondslag aan het Noorse tijdschrift "Farmann".
|
29865609032.
waarsch. Emund II Eriksson, koning der Svear, in het gebied Uppsala-Birka, Mälarsee en Oostergötaland ca. 980, kleinzoon van Ring, koning in Zweden ca. 936, wiens beide zoons Erik en Emund koning waren.
29865610016.
Sieghard II, verm. 26-9-903, graaf in de Boven-Salzburggouw (908), overl. ca. 923, tr.
29865610017.
N.N., dr. van graaf Engelbert I in de Inngouw.
29865610152.
Aribo II, verm. als graaf te Göß-Schladnitz (10-3-904).
29865610160 - 29865610161 = 1493280588 - 1493280589
««Veroverende Hongaren; hier Arpad in 896 (detail van een schilderij van Mihály Munkácsy uit 1893)
29865610176.
Luitpold, markgraaf in Karantanië (Oostenrijk) en Opperpannonië (Hongarije)(893), hertog van Beieren (885-907), markgraaf in Karinthië (893/95-907), mederegent voor de onmondige koning Lodewijk IV (Lodewijk "het Kind")(900/901), gesneuveld in de strijd tegen de Hongaren bij Pressburg 4-7-907, tr.
29865610177.
Kunigunde van Zwaben, mogel. dr. van de Schwabische paltsgraaf Berthold (overl. na 897) en een onbekende moeder die waarsch. stamt uit het Elzasse geslacht der Erchangaren, zij geb. ca. 870, overl. 7-2-915, begr. klooster Lorsch; zij tr. 2e 913 de Duitse koning Konrad I (overl. 23-12-918).
- Nadat keizer Arnulf van Karinthië (met wie hij verwant was) hem als markgraaf had aangesteld (893) onderwierp hij in 895 de Donaugouw en Noordgouw in de omgeving van Regensburg en bereikte daardoor een machtige positie in het zuidoosten van het Duitse rijk; hij genoot het vertrouwen van de Karolingische keizer en werd belast met de strijd tegen de voortdurend invallende Hongaren; verwoestte in 898 Het Mährische rijk; zorgde voor de eerste grote overwinning op de Hongaren (Linz, 20-11-900); bereikte rond die tijd het toppunt van zijn macht als hertog in Beieren (waartoe Oostenrijk, Stiermark, Karinthië, Tirol, Krain en Istrië behoorden) en werd hiermee de grondlegger van het hertogdom Beieren (Luitpoldinger); verdeelde het Beierse leger in 3 afdelingen bij de grensvesting Ennsburg om de Hongaren bij Pressburg aan te vallen, maar sneuvelde met 3 bisschoppen en 19 graven in de slag bij Pressburg, waar het totale Beierse leger vernietigd werd; zijn herkomst is niet duidelijk, maar hij moet stammen uit een oud adelijk Beiers geslacht.
|

»» Munt uit de abdij van Cysoing met de opdruk "Salus Mea Duret"
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
29865610178.
waarsch. Everhard in de Sülichgouw, graaf aldr. (888), overl. na 899, tr. ca. 885
29865610179.
Gisela N.N., overl. na 911, dr. van Waltfred van Verona.
- Zou bovenstaand waar zijn dan is hij: zn. van Adalhard "von Burc", lekenabt van Cysoing (836-na 874), tr. 854 Swanaburc N.N., zn. van Everhard, markgraaf van Friuli (828/16-12-866), tr. Gis(e)la N.N., overl. na aug. 874, beiden begr. Cysoing, zn. van Unruoch I, graaf van Ternois, graaf in Alemanië (802), graaf (805/06), leeft nog in 817, overl. als monnik; deze kwartieren worden voorlopig niet vervolgd.
|
29865610180.
Lotharius I van WALBECK, graaf van Walbeck, graaf in de Derlin- en Balsamgouw, gesneuveld in de slag bij Lenzen/Prignitz 4-9-929.
- Trouw volgeling van koning Hendrik I; was zijn veldheer tegen de Slaven, maar sneuvelde, ondanks een overwinning, bij de burcht Lenzen (929).
- Hij is waarsch. zn. van graaf Lotharius, verm. 860, gesneuveld tegen de Denen (880).
|
29865610182.
Brun(o), (burg)graaf van ARNEBURG in de gouw Belsem (978), overl. op de terugreis van een veldtocht van Otto II tegen Lotharius van Frankrijk 30-11-978 (hij werd door velen beweend), tr.
29865610183.
Frideruna N.N., overl. kort na de dood van haar echtgen.
- Stichtte samen met zijn vrouw in Arneburg (aan de Elbe) een klooster dat zij rijk begiftigden; hij bezat goederen in Sewerowinkel, Thormaka, Heretburun, Wunna, Rondersdorf en in Weddingen.
- de Karolingische koning Lotharius van Frankrijk had in Aken het koninklijk bezit en het paleis der Duitse keizers in bezit genomen en de Duitse adelaar die aan het paleis bevestigd was geschonden; toen keizer Otto eraankwam vluchtte Lotharius naar Frankrijk en werd tot aan Parijs al plunderend achternagezten; het beleg van Parijs werd opgeheven omdat de winter eraan kwam en Otto keerde terug naar Duitsland; op deze tocht braken in het Duitse kamp veel ziekten uit, waaraan ook Brun ten prooi viel.
|

De palts in Aken
29865611796.
Adalhard II van METZ, geb. ca. 840, graaf van Metz en in de Moeselgouw (872 en 889/90), lekenabt van Echternach tot 889/90, overl. ca. 889/90, tr.
29865611797.
N.N., dr. of nicht van graaf Matfried II, graaf in de Eiffelgouw.
- Hij was in 872 en 876 lid van een delegatie van de Oostfrankische koning aan de vorst der Westfranken; voerde de jonge Karlmann, wiens ogen waren uitgestoken op last van zijn vader Karel "de Kale", met behulp van vrienden uit zijn benauwde kerker naar de Oosfrankische vorst Lodewijk "de Duitser"; overwon in 880 de aanhangers van Hugo, zn. van Lotharius II en Walderada en streed in 882 zonder succes tegen de Noormannen bij Remich in het midden van de Moeselgouw.
|
29865611798 - 29865611799 = 29865608244 - 29865608245
29865614336.
Erenfried I, verm. 866-904, graaf in de Bliesgouw (877), graaf van Charmois (895), bezitter van Alzey (897), overl. ca. 904, tr.
29865614337.
Adelgonde van BOURGONDIË, verm. 888-928/29, ontving in 888 het klooster Romainmôtier van haar broer Rudolf I, markgraaf van Transjaranië (Genève-Lausanne); zij tr. 2e ca. 905 Richard "Le Justicier" van Bourgondiè, hertog van Bourgondië, overl. 921.

»» Abdijen (kloosters) waren bolwerken van kennis en macht; wereldlijke heersers keken dan ook veelvuldig met een begerig oog naar de grond en de rijkdommen van abdijen; dat gebeurde ook in 1179, zoals blijkt uit deze akte van dat jaar: de graaf van Holland had laten merken geïnteresseerd te zijn in de bezittingen van de vrouwenabdij van Rijnsburg; de paus schoot de abdij te hulp; hij vaardigde deze akte op perkament uit, waarin hij de abdij in bescherming nam; de akte is het oudste archiefstuk in Holland (Archief der adellijke Vrouwenabdij van Rijnsburg van de orde van Benedictus, 1133-1574)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
29865636928.
Dirk I (van HOLLAND), geb. ca. 874, graaf van Rijnland (vanaf ca. 896), graaf in de gouw Kennemerland (922), overl. (923)/10-3-928/938, begr. Rijnsburg, was mogel. enkele malen geh.
- Dirk erfde van graaf Gerolf het gezag over Kennemerland en Rijnland; hij steunde de Westfrankische koning Karel de "Eenvoudige" bij een opstand van zijn vazallen; als dank hiervoor kreeg Dirk I van Karel op 15 juni 922 een kapel in de duinen bij Egmond met alle daarbij behorende goederen en uitgebreid grondbezit in het graafschap Texel; Egmond lag ten noorden van de bezittingen die hij van Gerolf had gekregen en sloot daar dus uitstekend op aan; kort daarop stichtte hij er een klooster voor nonnen.
- Het is zeer goed mogelijk dat er verschillende graven met de naam Dirk zijn samengevoegd tot Dirk I omdat men in die tijd nooit over een Dirk de zoveelste sprak, maar gewoon over graaf Dirk; de geschiedenis rond de eerste graven van Holland is pas rond 1290 voor het eerst door Melis Stoke opgeschreven; de schrijver gebruikte hiervoor teksten die door de monniken van de abdij van Egmond waren bewaard; omdat de monniken pas tijdens het bewind van Dirk II de nonnen vervingen moet men er van uitgaan dat de informatie op deze (inmiddels vergane) documenten door overlevering is verkregen.
|
Generatie XXXVI
59731214376.
Bernhard van ITALIË, geb. ca. 797, (onder)koning van Italië (sept. 813), overl. 17-4-818, tr.
59731214377.
Kunigunde N.N., overl. na 15-6-835.
- Opgevoed in een klooster te Fulda komt hij in 812 naar Italië en wordt door zijn grootvader Karel "de Grote" in opvolging van zijn vader tot onderkoning van Italië gekroond; huldigt Lodewijk "de Vrome" als keizer in 814; wanneer deze hem bij de zgn. "Ordinatio Imperii" van 817 passeeert komt hij met de groten van zijn rijk in opstand; verslagen geeft hij zich in dec. van dat jaar over te Châlons-sur-Sâone; de rijksvergadering veroordeelt hem te Aken tot de dood, maar hij wordt "begenadigd" door Lodewijk tot het uitsteken van zijn ogen, waarna hij slechts 2 tot 3 dagen na de "ingreep" overlijdt aan zijn wonden; volgens een latere traditie zou zijn lichaam zijn overgebracht naar Milaan en aldr. begr. zijn in de St.-Ambrosiuskerk, maar dit wordt in twijfel getrokken.
- Een literatuurstudie over hem in G.N. 1991, pag. 478 (158).
|
«« Het heilige roomse rijk
59731216458.
Lotharius I, geb. 795 (waarsch. Aquitanië en aldr. opgegroeid), onderkoning in Beieren (814), bij de Ordinatio Imperii als opvolger aangewezen en door zijn vader tot keizer gekroond van het Heilige Roomse Rijk (Aken, juli 817); bestuurt Italië sinds de herfst van 822, wordt (als "Festkrõnung) nogmaals tot keizer gekroond door paus Paschalis (Rome, pasen 8-4-823), overl. in het klooster Prüm 29-9-855, begr. aldr., tr. okt. 821
59731216459.
Ermengard van TOURS, sticht uit haar morgengave het klooster Erstein aan de Ill (Elzas), overl. 20-3-851.
- Oudste zoon van Lodewijk "de Vrome; hij begint na zijn kroning het bestuur van de Kerkelijke Staat, als onderdeel van het rijk, via de Constitutio Romana te regelen; mederegent van zijn vader (825-aug. 829), maar keert abrupt terug naar Italië als zijn vader zijn halfbroer Karel "de Kale" begunstigt; na verschillende korstondige verzoeningen keert hij zich samen met zijn broers Pippijn en Lodewijk "de Duitser" tegen zijn vader (begin 833), die hij, nadat zijn leger op het "Leugenveld" bij Colmar naar hen is overgelopen, nadien feitelijk laat afzetten (Compiègne; Soissons); houdt later zijn vader gevangen te Aken en beperkt (de "Ordinatio Imperii" uitvoerend) de invloed en het machtsgebied van zijn broers die daarop partij voor hun vader kiezen; verliest een reeks gevechten tegen hen en moet zich terugtrekken in Italië (herfst 834); verzoent zich opnieuw met zijn vader (Worms, juni 839) en wordt op diens sterfbed tot opvolger gedesigneerd; verlaat Italië om het gezag over zijn broers te herstellen, maar verliest een bloedige veldslag tegen hen bij Auxerre (Fontenoy, 25-6-841); de broers Lodewijk en Karel zien de overwinning als een "godsoordeel" voor een verdeling van het rijk en sluiten een tweetalig verbond (Straatsburg, 14-2-842); Lotharius sluit na langdurige onderhandelingen met hen een verdelingsverdrag, waarbij hij in zijn langgerekte middenrijk de titel "keizer" mag voeren, maar daaraan geen betekenis mag verlenen wat betreft het West- en Oostfrankische rijk (Verdun, aug. 843); proclameert met beide broers in "fraternitas" te zullen regeren (Thionville, okt. 844), maar krijgt een heftig verschil met Karel wanneer diens vazal Giselbert (nr. 29865608228) zijn dr. ontvoert (846); na vrede (Péronne, jan. 849); verdeelt hij, ziek geworden, (Verdrag van Prüm) zijn rijk over zijn 3 zoons (Lotharius II kreeg het koninkrijk Lotharingen, dit is ongeveer de Nederlanden, de Elzas en het moderne Lotharingen; Karel de Jonge kreeg het koninkrijk Bourgondië, dit is zowat heel het stroomgebied van de Rhône in Zwitserland en Frankrijk en Lodewijk II werd dan, als oudste zoon, keizer van het Heilige Roomse Rijk en kreeg het koninkrijk Italië, dit is het noorden van het moderne Italië, tot en met Rome) en treedt 6 dagen vóór zijn overl. (23-9-855) toe tot het klooster Prùm.
- Lotharius wordt als heilige vereerd; zijn gedachtenis is op 29 september.
|
«« Karel "de Kale" troont tussen 2 wapendragers en de vrouwelijke personificaties van Francia en Gotia (Miniatuur Reims ca. 870, Codex Aureus von St. Emmeram, thans München, Bayerische Staatsbibliotheek, Cod. Lat. 1400, fol 5v.)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)

»» Slag bij Fontenoy (schilderij uit de 15e eeuw)
59731216480.
Karel II "de Kale", geb. Frankfort a.d. Main 13-6-823, door zijn vader tot koning gekroond en aangesteld tot hertog van Maine, (Quierzy, sept. 838) en van Aquitanië (13-12-838; verkrijgt West-Francië bij het verdelingsverdrag van Verdun (aug. 843); tot koning gekozen en door de aartsbisschop van Sens gezalfd en gekroond (Orléans, 848); laat zich na de dood van zijn kinderloze neef Lotharius II tot koning van Lotharingen wijden (Metz, 9-9-869) en na het overl. van zijn neef Lodewijk II door paus Johannes VIII tot keizer kronen (Rome, 25-12-875), overl. in een alpenhut te Avrieux (bij de Mont-Cenis) 6-10-877, begr. klooster Nantua (later St.-Denis), tr. 2e 12-10-869 (bevestigd Aix-la-Chapelle 22-1-870) Richildis van Metz uit het geslacht der Bosoniden, overl. 910/11, dr. van Bouvin (Buvinus, Bouin), graaf en abt van Gorze, tr. 1e Quierzy 13-12-842
59731216481.
Ermentrudis van ORLÉANS, geb. (27-9)-830, overl. St.-Denis 6-10-869.
- Al in 829 begint de strijd van zijn ouders om hem (in afwijking van de als defintief bedoelde "Ordinatio Imperii") een eigen rijk te bezorgen; na zijn aanstelling als hertog van Maine enz. en van Aquitanië strijdt hij samen met zijn halfbroer Lodewijk "de Duitser" tegen hun oudste broer Lotharius I die zij verslaan bij Auxerre (Fontenoy, 25-6-841); nadat hij West-Francië heeft verkregen ondervindt hij nog jarenlang verzet van de aristocratie in het hem toebedeelde rijk maar wordt toch door de wereldlijke en geestelijke groten gekozen en gekroond en gezalfd door de aartsbisschop van Sens; door voortdurende invallen der Noormannen weet hij pas na 860 een zekere consolidering van zijn rijk te bewerkstelligen; kiest samen met Lodewijk "de Duitser" de kant van Theutberga, kinderloos geh. met hun neef Lotharius II met het oog op een komende deling van het Frankische middenrijk; laat zich na diens dood kronen tot koning van Lotharingen, maar moet het oostelijk deel afstaan aan zijn halfbroer (verdrag van Meerssen, 8-8-870); na de dood van Lodewijk II keizer (Rome, 875) en door een Italiaanse rijksverzameling uitgeroepen als "protector et defensor" daardoor feitelijk koning (Pavia, febr. 876); na de dood van Lodewijk "de Duitser" (28-8-876) probeert hij via een bliksemtocht naar Aken het middenrijk te veroveren, maar wordt door Lodewijk "de Jonge" bij Andernach verslagen (8-10-876); treft op een rijksverzameling te Quierzy (14-6-877) voorbereidingen om de paus te hulp te schieten in zijn strijd tegen de Saracenen, maar ziet daarvoor in Italië geen kans; overl. in Savoye (Mt.-Cenis); Karel wordt soms gezien als de eerste koning van Frankrijk, hoewel Hugo Capet daarvoor een gebruikelijker en ook juister keuze zou zijn, omdat er in Karels tijd nog niet echt sprake is van een Franse of Duitse nationale identiteit die de politiek bepaalt.
- In 864 vaardigde hij het edict van Pîtres uit, een van de laatste succesvolle pogingen van een Karolingische vorst om sociale en monetaire hervormingen door te voeren; de Karolingische koningen hadden hun best gedaan om woeker tegen te gaan, maar het innen van rente was nooit helemaal uitgeroeid: men vond er altijd wel iets op om op verkapte wijze toch wat aan een lening te verdienen; woeker nam in Karels tijd ernstige vormen aan: zo waren er leningen waarbij de lener zijn eigen lijf als onderpand gaf en wanneer bij het vervallen van de lening hij of zij niet betalen kon, raakte men in lijfeigenschap; hierdoor ontstonden steeds meer lijfeigenen; Karel trachtte dit verschijnsel een halt toe te roepen door de duur van een dergelijk lijfeigenschap te beperken tot 7 jaar en als het een vrouw betrof werd tevens bepaald dat haar kinderen niet onder het lijfeigenschap vielen; ook het muntwezen werd voor de laatste keer hervormd: de koning hernieuwde zijn alleenrecht op het slaan van munten en er werden straffen tegen valsemunterij ingevoerd; het edict bevatte verder maatregelen tegen het bouwen van privé-vestingen; eerder had de koning het bouwen van versterkte bruggen en andere stellingen bevorderd, mede om het gevaar van de Vikingen het hoofd te kunnen bieden, maar nu begonnen er plaatselijke machthebbers te ontstaan die een bedreiging voor de koninklijke macht vormden; de Karolingische vorsten na Karel "de Kale" hadden - met alle economische en sociale gevolgen van dien - eenvoudig de macht niet meer om dit soort maatregelen af te dwingen door de steeds grotere politieke versnippering van het Frankische rijk.
|
«« Pagina uit de "Anglo-Saxon Chronicle"
59731216484.
Alfred "de Grote" van WESSEX ook van ENGELAND, geb. Wantage, Berkshire (tegenw. Oxfordshire) 848/849, koning van Wessex, koning der Engelsen (april 871-okt. 899/900), overl. 26-10-/899/900, begr. Winchester (Old Minster, later in de waarsch. speciaal voor zijn gebeente gebouwde New Minster) en tenslotte in 1110 in Hyde Abbey, tr. 868
59731216485.
Elswitha (Ealswith of the Gainas), een Merciaanse edelvrouw, dr. van Ethelred Mucil, heer van Gainsborough en Edburga N.N.
- Op 5-jarige leeftijd schijnt Alfred naar Rome te zijn gezonden en daar door paus Leo IV tot koning zijn gezalfd howel hij nog 3 levende broers had die aanspraak maakten op de kroon (Victoriaanse schrijvers zagen in deze voortijdige kroning de bevestiging van zijn later kroning als koning van Wessex); was waarsch. ook met zijn vader op pelgrimage naar Rome en vertoefde enige tijd aan het hof van Karel "de Grote" (854/55); hij groeide op in een tijd dat de Vikingen vaste voet op Engelse bodem kregen; in 870 was Wessex nog het enige onafhankelijk Anglo-Saksische koninkrijk, de andere koninkrijken waren door de Denen en Noormannen bezet, derhalve vielen de Denen Wessex aan, waar in 9 gevechten alle drie de broers van Alfred sneuvelden; sluit in 866 vrede met de Denen waarbij hij zijn gebied met West-Mercia en Kent kan vergroten en de Vikingers zich vooral op East-Anglia en Northumbria (York) concentreren; volgt zijn vader op in 871; na enkele jaren hervatten de Denen hun aanvallen, maar Alfred weet hen in 878 te verslaan, en sluit met Guthrum, de Deense leider, een verdrag (Treaty of Wedmore); als teken van overgave worden Guthrum en enkele volgelingen gedoopt ten overstaan van Alfred; bij het verdrag delen beide koningen Engeland op in "invloedssferen" waarbij het deel dat onder Scandinavische wet stond bekend werd als "Danelaw", terwijl Alfred heerst in het zuiden van Engeland; het militaire succes van Alfred wekt om twee redenen verbazing: ten eerste liet zijn fysieke gesteldheid te wensen over en ten tweede heeft hij zijn naam "de Grote" te danken aan zijn verdiensten op wetgevend en litterair gebied: Alfred hervormde het leger en voerde diverse bestuurlijke en juridische vernieuwingen door die het land zeer ten goede kwamen, ook op economisch gebied; hij deelde zijn grondgebied op in shires (graafschappen) die hij onder het toezicht plaatste van een earl; benoemde ook sheriffs die zijn gezag ter plaatse moesten controleren; versterkte steden in zijn gebied zodat de verdediging optimaal was (In Wareham, Dorset, zijn de wallen nog steeds te zien); Alfreds hoofdstad was Winchester, de grootste stad in zijn gebied; hij bevorderde het onderwijs, onder andere door het stichten van een invloedrijke hofschool, ook op cultureel gebied was hij actief en was medevertaler van verschillende Latijnse standaardwerken in het Anglo-Saksisch; over zijn eigen tijdperk liet hij aan de hand van Latijnse bronnen de Anglo-Saxon Chronicle opstellen, een lijst van gebeurtenissen die doorloopt tot 1154 (lang na Alfreds dood), een wetboek, dat als eerste in Europa in de volkstaal werd geschreven.
- In 1969 werd een film gemaakt over zijn leven en in 2002 bezette hij de 14e plaats op de lijst van de 100 grootste Britten allertijden; hij wordt jaarlijks als "heilige" vereerd op 26 okt.
|

»» Danelaw
59731216488.
Liudolf van Saksen, geb. ca. 805/806 (waarsch. later nl. ca. 805/20), graaf in Saksen (ca. 840/44-866), graaf of hertog in Oostfalen (zijn bezittingen strekten zich uit van Oostfalen over de Engern tot de Dreingouw in Westfalen met o.a. bezittingen in Seesen-Gandersheim, Grone-Pöhlde/Eichsfeld, Werla-Lutter, Calbe-Magdeburg-Barby, ook in de Bardengouw rond Lüneburg), hertog der Oostsaksen (ca. 850), legeraanvoerder van het gezamelijke Frankische leger tegen de Denen, overl. 11-3-866, begr. Brunshausen, tr. ca. 815/16 (mogel. 825/35)
59731216489.
Oeda, geb. ca. 805/06 uit een Frankisch, hoogadelijk geslacht (Billunger), overl. 17-5-913, begr. Gandersheim (Stiftskirche)
- Stamvader der Liudolfingers (Ottonen); Liudolf moet een der machtigste graven in Saksen zijn geweest, gezien het feit dat Lodwewijk "de Duitser" Saksen aan hem overliet en zijn zn. Lodewijk "de Jongere" met een van Liudolfs drs. liet trouwen; Liudolf reisde samen met zijn vrouw Oeda naar Rome (845/46), kreeg daar ondersteuning van paus Sergius II voor zijn dr. Hathemod en ontving van hem relikwiën van de heilige paus Anastasius en Innocentius I, hetgeen zijn positie versterkte; voerde als legeraanvoerder der Saksen vele oorlogen tegen de Noormannen en de Slaven in zijn grensgebied.
- Stichtte in 852 (o.a. met zijn vrouw) een vrouwenklooster in Brunshausen (waar hij begr. werd), dat in 881 werd verplaatst naar Gandersheim.
- Hoewel de gegevens van dit echtp. stammen uit degelijke en betrouwbare bronnen, moet toch aangenomen worden dat dit kwartier ooit herzien zal worden: een klein rekensommetje leert nl. dat Oeda ca. 107 jaar oud geworden is, een onwaarschijnlijk hoge leeftijd voor de tijd waarin zij leefde.
|
59731216490.
Hendrik (van BABENBERG), geb. ca. 830, markgraaf in Friesland, bezat meerdere graafschappen in het oostelijk rijk der Franken (nl. in West-Grabfeld aan de Fulda en in Volkfeld bij Bamberg), "dux Austrasiorum", "princeps militae" (866), opperste keizerlijke veldheer van Karel III, gesneuveld bij Parijs 28-8-886, begr. in het huisklooster der Frankische koningen te St.-Méedard (Soissons), tr. waarsch. tweemaal, waarvan een der echtgenotes een dr. van Everhard van Friuli zou kunnen zijn.
- Stamt uit het geslacht der Babenbenger, vandaar zijn toevoeging "van Babenberg".
- Hij erfde via zijn grootvader de haat tegen Lodewijk "de Duitser" en raakte verwikkeld in een samenzwering tegen hem (861); veldheer van het Frankische leger tegen Hugo, zn. van Lotharius II (880); aanzienlijk veldheer in de strijd tegen de Noormannen en Vikingen (884 verdediging van Saksen tegen de Noormannen, 885 einde van het gezag der Noormannen in Friesland); greep in 885 in bij de strijd om het Thüringse markhertogdom, geneuveld 866 als aanvoerder van het Neustrische leger van Karel III bij een poging Parijs te ontzetten van de Noormannen (werd met een leger vooruitgezonden van Quierzy aan de Oise naar Parijs, maar viel met zijn paard in een valkuil der Noormannen waarin hij ter bodem stortte en werd neergehouwen door vooruitstormende Noormannen, die hem van zijn wapens beroofden; pas na hevige strijd wist men zijn lijk op de vijand te heroveren; betreurd door door de keizer die de man verloor die voor hem optrad en diende en betreurd door het leger dat zijn beproefde veldheer had verloren.
|
«« Fraai uitgevoerde "stamboom" van het geslacht Babenberg
59731217056.
Ranulf (Ramnulf, Rainulf) II van AQUITANIË ook van POITIERS, geb. ca. 852, graaf van Poitiers (866-868 en na 878), koning van Aquitanië (888), hertog van Aquitanië ("dux maximae partis Aquitaniae", 889), gesneuveld 3/5-8-890 te Anjou in een slag tegen de Noormannen (een ander bron meldt dat hij werd vergiftigd), begr. Poitiers (zijn graf en dat van zijn vrouw thans in een museum), tr. Ad(d)a N.N., als wed. geestelijke, overl. 1-7 na 890 (andere bronnen geven als zijn vrouw Ermengarde N.N. aan), maar uit een buitenechtelijke relatie met
59731217057.
N.N.
- Na de dood van zijn vader in 866 werd hij wegens zijn minderjarigheid door Bernhard van Gothië in 868 verjaagd uit Poitu naar het hof van Lodewijk "de Stamelaar" in Aquitanië; in 878 wist Lodewijk het graafschap Poitiers na vergeefs verzet van Bernhard onder zijn beheer te krijgen en werd Ranulf hersteld in zijn oude macht; na het overl. van Lodewijk in 879 nam hij diens net geboren zoon Karel "de Eenvoudige" onder zijn hoede; verloor een slag tegen de Noormannen bij Brillac (882); Ranulf erkende in 888 niet de nieuwe koning Odo en slaagde er in om in 899 een veldtocht van Odo I van Frankrijk tegen hem af te slaan; begon na 888 het land in zijn machtsbereik te verdelen in vice-graafschappen met regionale versterkingen om beter voorbereid te zijn op de invallende Noormannen; gesneuveld in Anjou (aug. 890) tegen de Noormannen (Andreas Thiele, "Erzählende genealogische Stammtafeln", Band II, Teilband 1, Tafel 126) dan wel vergiftigd op dezelfde datum (Wikipedia).
|
59731217216.
Boudewijn I "met de IJzeren Armen" of "de Goede" van VLAANDEREN, waarsch. geb. Laon 837/40 als zn. van Odakar III van de Morinen (Audacer, Odocrus, Odoscer "van Laon"), hij graaf in de "pagus flandrensis" (Torhout, Gistel, Oudenburg en Brugge), abt van de St.-Pietersabdij te Gent (870), overl St.-Bertijns of Arras (2-1)-879, begr. St.-Bertijns, tr. Auxerre (13-12)-863
59731217217.
Judith van WEST-FRANCIË, geb. ca. 844, koningin van Wessex (856-858), tr. 1e Verberie-s-Oise 1-10-856 koning Aethelwulf van Wessex, tr. 2e 858 haar stiefzoon Aethelbald van Wessex, overl. juli 860, zij overl. overl. na 870.
- Boudewijn was een bekwaam militair leider, die een halt wist toe te roepen aan de invallen der Noormannen en bouwde o.a. burchten te Gent en Brugge; rond Kerstmis 861 ontvoerde hij Judith uit Senlis; na 2 jaar briefwisselingen en verlies van zijn graafschappen kwam het tot een vergelijk met de woedende vader middels een huwel. te Auxerre; wordt in 864 opnieuw aangesteld (waarsch. als huwel.geschenk) als graaf in een aantal gouwen langs de Noorzeekust (Vlaanderen, Waas en Gent) en na 866 ook in de streek om St.-Omaars (Ternois); door zijn schoonvader belast met vertrouwensopdrachten zoals de onderwerping van diens zoon Karloman in 871 en aangewezen als een der toezichthouders-raadgevers van kroonprins Lodewijk "de Stamelaar" (nr. 29865608240) wanneer zijn schoonvader voor de tweede maal naar Italië vertrekt (Quierzy-s-Oise, 14-6-877).
- Judith keert na het overl. van haar tweede echtgen. terug naar West-Francië waar zij op last van haar vader in verzekerde bewaring wordt gehouden in Senlis; rond Kerst 861 wordt zij geschaakt door Boudewijn, waarop het tweetal vlucht naar Lotharingen en haar daar waarsch. begin 862 gedwongen huwt; zij reizen vervolgens naar Rome om aan het uitleveringsverzoek van haar vader en de over hen door de Westfrankische bisschoppen uitgesproken ban te ontsnappen; weten in Rome paus Nicolaas I voor zich te winnen, die, na herhaaldelijke aandrang en dreiging dat Boudewijn zich bij de Noormannen zal gaan aansluiten, Karel weet te bewegen tot een officieel gesanctioneerd huwel. te Auxerre.
- De bijnaam "IJzeren Armen" dankt Boudewijn mogelijk aan de volgende legende: wanneer Boudewijn met Judith in Vlaanderen terugkeert, worden zij in het bos aangevallen door een reusachtige witte beer; die beer was al eerder gesignaleerd omdat hij de omgeving onveilig maakte: reizigers die zich buiten de muren van Brugge waagden werden vaak door de beer aangevallen, en zo ook Boudewijn I; hij wierp zich zonder aarzelen in de strijd met de beer; niemand durfde dichterbij te komen, ook niet om hun leenheer te helpen; op een bepaald moment stelde de beer zich rechtop op zijn achterste poten en ging met zijn rug tegen een boom staan om zo met meer kracht opnieuw aan te vallen, maar net op dat moment sprong Boudewijn vooruit en doorboorde de beer met zijn lans; de stoot was zo hevig en krachtig dat de lans zich door de beer onwrikbaar in de boom vaststak; Boudewijn was zijn naam "met de IJzeren Arm" dus waardig; toen later Boudewijns aanstelling als nieuwe leenheer gevierd werd, schonk de stad Brugge hem een gebeeldhouwde, rechtopstaande beer (ca. 864); die is vandaag de dag nog te zien op de gevel van de poortersloge op de Jan Van Eyckplaats in Brugge.
|

»» Gravensteen te Gent; Boudewijn I begon in de 9e eeuw een versterking tegen de Noormannen op te richten dicht bij de Gentse abdijen en de nederzetting die de kern van Gent vormden
59731217218 - 59731217219 = 59731216484 - 59731216485
59731217220 - 59731217221 = 14932803594 - 14932803595
59731217222.
Robert I van BOURGONDIË, ook Robert I van WEST-FRANÇIË, of Robert II van PARIJS, geb. (Soissons ?) 865/66, graaf van Poitiers (893), door zijn broer Odo (Eudes), overl. 1-1-898, benoemd als hoofd in verschillende graafschappen waaronder Parijs (Robert II) en het markgraafschap Neustrië; abt "in commendam" van verschillende abdijen zoals St.-Martin-de-Tours, St.-Aignan-d’Orléans en van St.-Denis; koning van West-Françië (Reims, 29/30-6-922), gesneuveld in een tweegevecht tegen Karel III "de Eenvoudige" (nr. 14932804120) bij de abdij St.-Médard bij Soissons 15-6-923, tr. 2e ca. 890/95 Beatrix (Beatrice) van Vermandois, overl. na 26-3-931, dr. van Heribert I en N.N. (nr. 14932803594), tr. 1e
59731217223.
Aelis N.N. (Adelheid van Maine ?).
- Verwierf naast zijn graafschappen ook de titel hertog der Franken, een belangrijke militaire titel; maakte na het overl. van zijn broer geen aanspraak op de Franse kroon, maar erkende in tegendeel de aanspraken van de Karolingische vorst Karel III en bleef Noord-Frankrijk tegen de Noormannen verdedigen; het bleef vredig tussen hem en koning Karel tot 921, waarna Robert, aangemoedigd door de geestelijkkheid en de adel, Karel verjoeg naar Lotharingen en als tegenkoning gekroond werd te Reims; Karel verzamelde echter een leger, overwon Robert en doodde hem bij Soissons.
|
«« Tweegevecht
59731217236.
Everhard van FRIULI, geb. ca. 810, markgraaf van Friuli (met Karantanië, Istrië en Treviso, ca. 828/866), stichtte samen met zijn vrouw het Calixtusklooster te Cysoing (854) bij Lille; test. in zijn villa Musestre a/d Silene in Treviso (863/64), aanvankelijk begr. Italië 16-12-866, maar door zijn zoon Unruoch overgebracht naar Cysoing (abdij St.-Calixte) en aldr. als heilige vereerd op de dag van zijn teraardebestelling (16-12), tr. ca. 836
59731217237.
Gis(e)la der FRANKEN, geb. eind 819/20, laatst verm. als wed. te Cysoing 1-7-874, begr. aldr. (abdijkerk).
- Belangrijk aristocraat en afgezant van Lotharius naar de rijksdag in Diedenhofen (mei 836); bestrijdt succesvol de invallen der Slaven in n.o.-Italië en is aanvoerder in de strijd ter bevrijding van Beneventum van de Saracenen (847).
- Zijn familie was gegoed in Zwaben, Italië en met name in Vlaanderen aan de Maas; tussen de Schelde en de Maas stichtte hij het familieklooster Cysoing; hij was - hoewel slechts leek - zeer beleerd en belezen, bezat een grote bibliotheek en werd geroemd door geleerde tijdgenoten zoals Hrabanus Maurus en aartsbisschop Hinkmar van Reims.
|
«« Hbranus Maurus
59731217238.
Suppo II van SPOLETO, hertog van Spoleto (871-875), graaf van Camerino, overl. 9-5-882/nov. 883, tr. vóór 13-10-874
59731217239.
Berta van PIACENZA, verm. 10-6-888.
- Hij was een der bekendste en invloedrijkste graven in het noorden van Italië in de tweede helft der negende eeuw; bezat na huwel. een "mansio" in Piacenza (13-10-874); aanwezig als een der Lombardische groten bij de erkenning van Karel "de Kale" (Pavia, febr. 876);
ondertekent een testament (Brescia, maart 877); bemiddelaar in Italië tussen de Oostfrankische koningen en Italië (Karel "de Kale" contra Karloman); meerdere malen verm. als invloedrijke en belangrijke (pauselijke) gezant van Italië (b.v. juli 878 een gezantschap naar Karloman in Duitsland en gezant naar Turijn op verzoek van Karel "de Kale" apr. 880); bevindt zich in het gevolg van Karel III (nov. 880); verm. in een brief van de paus aan Karel III waarin hij verzoekt Suppo mee te nemen naar een bijeenkomst te Ravenna (jan. 882); laatst verm. in een oorkonde van 9-5-882.
|

»» Middeleeuwse muzikante
59731217240.
Hugbert van ST.-MAURICE ook van TRANSJURANIË, abt van St.-Maurice (Agaunum) in Wallis, hertog van Transjuranië (het ducaat tussen de Jura en de Pennische Alpen met de Grote St.-Bernardpas, vóór 857), voogd van zijn zuster Teutberga (855) die geh. was met Lotharius II, Hugbert verslagen en gedood bij Lausanne (Orbe, 864), tr.
59731217241.
Lobbes N.N.
- Aanvankelijk trouwe bondgenoot van zijn zwager Lotharius, maar na het verstoten van zijn zus Teutberga door Lotharius (857) bevond die zich al
in 858 in gevecht met Hugbert (volgens sommigen een echte "straatrover", die met name het dal van de Rhône onveilig maakte); de troepen van Lotharius wisten hem vanwege het moeilijk begaanbare terrein (hoge bergen, diepe dalen en ontoegankelijke wegen) niet te verslaan; zijn bezittingen werden hem naderhand ontnomen, waarop hij met zijn verstoten zuster vluchtte naar Karel "de Kale" en van hem zelfs de abdij St.-Martin van Tours ontving, terwijl hij ook een deel van zijn vroegere bezittingen wist te behouden; verzamelt dan een sterk leger van plunderende rovers om zich heen en verjaagt de achtergebleven troepen van Lotharius uit hun huizen en van hun velden; Lotharius trekt opnieuw ten strijde tegen hem, maar ook een tweede en derde veldtocht tegen Hugbert mislukken; in 864 wordt de onverslaanbaar geachte Hugbert uiteindelijk toch overwonnen door Koenraad II Welf (nr. 59731228672), die hierna zijn bezittingen inlijft.
|
59731217242.
Lotharius II, geb. ca. 835, verm. jong ("parvulus") 941, verkrijgt Lotharingen en wordt tot koning der Franken geproclameerd (Frankfort, okt. 855), mogel. kort daarna te Aken gezalfd en gekroond, overl. 8-8-869, begr. bij Piacenza (klooster St.-Antonio), tr. 1e (kerkelijk huwel.) 855 Teutberga, verstoten 857, abdesse van Sainte-Glossinde in Metz (868),overl. vóór 25-11-875, dr. van Hugbert van St.-Maurice en Lobbes N.N. (zie hierboven), tr. 2e 25-12-862 zijn bijzit
59731217243.
Waldrada N.N, overl. 9-4-na 869 als non te Remiremont.
- Verkrijgt bij de deling na de dood van zijn vader het noordelijk deel van diens middenrijk (later naar hem "Lotharingen" genoemd); wordt in aanwezigheid van zijn oom Lodewijk "de Duitser" tot koning geproclameerd; tracht zijn kinderloze huwel. met Teutberga ongeldig te laten verklaren en daarvoor in de plaats zijn al eerdere verhouding met Waldrada te doen erkennen, hetgeen zijn regering voortdurend belast; probeert de samenwerking tussen de karolingische deelrijken te redden door herhaaldelijk overleg met zijn ooms, met wie hij de getroffen regeling bevestigt (Koblenz, juni 860); deelt na de dood van zijn broer Karel (24-1-863) diens (midden)deel met zijn andere broer Lodewijk II en breidt zo zijn rijk uit tot en met Lyon en Vienne; hoewel de Akense synoden (860 en 862) en de synode te Metz (met pauselijke gezanten) zijn tweede huwel. erkenden werd hij toch door paus Nicolaas I verplicht Teutberga als vrouw terug te nemen (Gondreville, bij Toul, 15-8-865) en Waldrada naar Rome te laten gaan, maar blijft zich tegen deze regeling verzetten; lijkt op meer succes te kunnen rekenen bij diens opvolger paus Hadrianus II met wie hij in Montecassino en in het Lateraan samenkomt (juli, 869); overlijdt op weg naar Rome, om daar zijn standpunten uiteen te zetten, echter te Piacenza (8-8-869) nog voor de nieuwe geplande synode te Rome op 1-3-870.
|
«« Lothariuskruis, een van de meest kostbare voorwerpen van middeleeuwse goudsmeedkunst dat tegen het einde van de 10e eeuw ontstaan is doet nog steeds dienst als processiekruis (Dom van Aaken, schatkamer)
59731217244.
Koenraad II (WELF) van AUXERRE, stamvader der Bourgondische koningen, graaf van Auxerre (ca. 863), door Lodewijk II van Italië beleend als markgraaf van Transjuranië (866), waarsch. overl. vóór 872, tr.
59731217245.
Waldrada N.N.
- Verloor samen met zijn vader gebieden in het Oostfrankische rijk nadat hij zich aansloot bij Karel "de "Kale"; viel na zijn benoeming tot graaf van Auxerre (863) al snel in ongenade bij Karel waardoor hij zich terrugtrok aan het hof van Lotharius II; daar kreeg hij de opdracht om het opstandige Transjuranië (het land om Genève, Lausanne en Sion) te onderwerpen en te bevrijden uit de hand van Hugbert van St.-Maurice ; dit lukte in de slag bij Orbe (864) en in 866 nam hij het gebied Transjuranië in bezit; Koenraads zoon Rudolf, en wellicht ook Koenraad zelf, werd lekenabt van de nauw met deze dynastie verbonden abdij St.-Maurice (Wallis).
|

»» Harald Schoonhaar (Flateyjarbók, 14e eeuw)
59731217312.
Harald I "Schoonhaar" van NOORWEGEN, geb. ca. 855, eerste koning van "heel Noorwegen" (ca. 872-/930-933), had, vnl. gebaseerd op sagen, minstens 10 vrouwen en/of concubines (in meest waarsch. volgorde): 1) Gyda van Hordeland dr. van koning Eirik II 2) Åsa van Trondheim Håkonsdr., dr. van Håkon Grjotgardsson Ladejarl 3) Ragnhild van Haithabu, dr. van Eirik II "de Machtige" koning van Jutland 4) Svanhild van Hedemarken, dr. van Jarl Øystein 5) Åshild van Ringerike, dr. van koning Ring Dagsson 6) Snøfrid Svåsedr., dr. van de Finse koning Svåse, 7) Tora "Moster(d)tong" (Mostaff); nr. 29865608656 stamt uit zijn verbintenis met
59731217313.
Svanhild van HEDEMARKEN, dr. van de jarl Eystein.
- Er is onzekerheid omtrent hoe groot "heel Noorwegen" in zijn tijd was; de onzekerheid geldt vooral voor een groot gebied in het noorden van Noorwegen; volgens sommigen werd dit door koningen geregeerd die geen band met Harald hadden; zeker is, is dat hij veel kleine koninkrijken onder zijn heerschappij bracht en Noorwegen als grotere eenheid deed ontstaan; waar hij woonde is onzeker, het is wel bekend dat hij te Avaldsnes (Karmøy) verbleef; zijn familie was rijk en machtig en bezat grote gebieden; verder was Harald bekend vanwege zijn harde manier van regeren.
- Betrouwbare geschiedkundige aantekeningen uit die tijd ontbreken; volgens Snorri Sturludson (1179/23-9-1241), een IJslandse skald, dichter, geschiedschrijver en politicus was er een vrouw Gyda, de dr. van koning Eirik II van Hordaland, die Harald aanzette tot het verenigen van Noorwegen; in een van de verhalen van Snorri had Harald zijn mannen naar een boerderij in Valdres gestuurd, waar Gyda opgevoed werd, om haar een aanzoek te doen; zij wees hem echter af omdat zij hem niet machtig genoeg vond en vroeg hem waarom hij niet over geheel Noorwegen regeerde; Harald liet zich niet beledigen of ontmoedigen, maar nam de uitdaging aan en beloofde dat er geen kam, schaar of mes aan zijn haar zou komen eer Noorwegen één rijk zou zijn; de eerste stap zette hij door in 866 Dovre te veroveren en een alliantie met graaf Haakon Grjotgardsson aan te gaan; vervolgens stootte hij door naar het westen en het oosten; zijn streven ontmoette veel tegenstand, in het bijzonder in het westen van Noorwegen; de grote tegenstand eindigde in 872 met de beslissende veldslag te Hafrsfjord bij Stavanger; hierdoor kreeg Harald de macht over grote delen in het westen en zuiden van Noorwegen; een voordeel van deze overwinning was dat de kust veilig werd voor handelaren tot het huidige Finnmark en wellicht ook nog verder tot nabij Russische kusten; toen hij Noorwegen onder zijn heerschappij had bijeengebracht liet hij Gyda komen om te trouwen; hierna trok Harald naar Møre en daar werd zijn haar voor het eerst sinds 10 jaar geknipt hetgeen hem de bijnaam "Schoonhaar" opleverde; zijn rijk bleef echter bedreigd vooral door verjaagde rijke stamhoofden; Harald probeerde hen met onderdrukking aan zich te onderwerpen en dwong een groot aantal van hen aldus om Noorwegen te verlaten; zij schuilden zowel op het door hen recent ontdekte IJsland zowel als op de Orkney-eilanden, de Shetland-eilanden, de Hebriden en de Faeröer en in het noorden van Schotland; vanuit deze veilige havens kwamen ze terug om 's winters in Noorwegen en de rest van noordelijk Europa op rooftocht te gaan; hun aantal nam zienderoge toe toen ontevredenen uit Noorwegen zich bij hen aansloten (het ging daarbij vooral om personen die de de knellende belastingen die Harald hen oplegde probeerde te ontvluchten); Harald viel de genoemde eilanden en Schotland binnen en schoonde ze van deze vikingen; uiteindelijk kwamen de Schotse eilanden onder Noorse heerschappij en werd IJsland een eigen staat waar veel van de gezochte vikingen heentrokken.
- Het laatste deel van zijn regeerperiode werd gekenmerkt door vijandigheden tussen zijn vele zonen (21 stuks); Harald had ze allemaal een koninklijke titel met bijbehorend land gegeven dat ze in zijn naam mochten besturen, maar dit bracht helaas geen vrede; op oudere leeftijd gaf hij zijn favoriete zoon Erik "Bloedbijl" de absolute macht.
|
«« Pagina uit de "Heimskringla (Snorri Sturludson, ca. 1179-23-9-1241)
59731220032.
Sieghard I van EBERSBERG, graaf van Ebersberg, graaf in Beieren aan de Sempt (876/80-906), gesneuveld omgeving Pressburg 4-7-907, begr. Freising, tr.
59731220033.
Kotini (Gottina) N.N., overl. 20-12-906, begr. Freising, waarsch. dr. van graaf Rapold aan de Amper (837-855).
- Was waarsch. zn. van graaf Sigihart in de Kraichgouw; had bezittingen tussen de Iller en de Lech; kreeg van keizer Arnulf (tot wiens hof hij behoorde wegens familieverwantschap, decemer 887) bezittingen in de Duringouw en trad verschillende malen op als getuige voor de keizer; werd door koning Karlmann en keizer Arnulf rijk begiftigd en fiscaal ambtenaar in het gebied van Erdingen; hij was mogel. oprichter van de burcht Ebersberg; sneuvelde uiteindelijk in de slag bij Pressburg.
|
59731220304.
Aribo I, van onbekende herkomst, geb. vóór 850, graaf in de Traungouw (871-909), markgraaf van de Oostmark (888-na 903), overl. na 909, tr.
59731220305.
N.N., waarsch. dr. van graaf Wilhelm II en Engelschalk (De Wilheminger komen later in het bezit van de abdij Traunsee).
- Intervenient voor het Domkapittel Passau Böhmer-Mühlbacher (12-8-903); ca. 905 voorzitter van een raad die maten en gewichten voor het Oostland samenstelde; deelnemer aan een synode te Freisung (13-9-908); krijgt van Lodewijk "het Kind" de Oostenrijkse abdij Traunsee (13-9-908) die later in handen der "Wilhelminger" terecht komt.
|
59731228674 - 59731228675 = 59731217244 - 59731217245

»» "Noormannen plunderen Dorestad" (J.H. Isings, een van de 43 schoolplaten die hij maakte tussen 1910 en 1970)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
59731273856.
waarsch. Gerulf II, graaf in Kennemerland (ca. 885), betrokken bij de moord op Godfried de Noorman (885); begiftigd met goederen rond Tiel en Teisterbant en andere "inter Renum et Suithardeshaga" gelegen (4-8-889), kleinzoon van Gerulf I (vermeld 834/39) en moedersbroer van Radbod (bisschop van Utrecht 900/917), Gerulf overl. ca. 896
- Het is niet geheel duidelijk waar het gebied van Gerolf lag, maar Kennemerland lijkt het meest waarschijnlijk; graaf Gerolf ontving als beloning voor zijn rol bij het verdrijven van de Noormannen van de Oostfrankische koning Arnulf een aantal goederen in vol eigendom (4-8-889): het betrof in het ene geval een gebied buiten zijn graafschap, nl. in Teisterbant, bestaande uit een aantal boerderijen en huizen in o.a. Tiel, Aalburg en Asch, in het andere geval betrof het een gebied binnen zijn graafschap nl. een bos en een bouwakker ergens tussen de monding van de Oude Rijn en (vermoedelijk) Bennebroek.
- Gerolf wordt pas sinds laat negentiende eeuw gezien als de stamvader van het Huis van Holland gebaseerd op een gedicht uit omstreeks 1120; daarin worden de graven uit het Hollandse Huis genoemd; het gedicht begint met: "De eerste Dirk, broer van Waldger, was een roemrijk man ......"; in een ander werk over deze Waldger staat: "Waldgarius Freso, Gerilfi filius", wat te vertalen is als "Waldger de Fries, zoon van Gerulf", waardoor Gerolf gezien wordt als de vader van Dirk I en als stamvader van het Hollandse Huis; vreemd is echter dat Waldger als oudste zoon na de dood van Gerolf het landgoed in Teisterbant kreeg, terwijl zijn jongere broer Dirk het graafschap erfde; ook vreemd is dat Waldger zijn enige zoon Radboud noemde (Het was in die tijd namelijk gebruikelijk dat oudste zoon de naam van zijn grootvader kreeg); er wordt daarom ook wel gedacht dat Gerolf niet de vader maar de pleegvader van Waldger en Dirk was en "filius" zou in dit geval de betekenis "pleegzoon" kunnen hebben; de meest waarschijnlijke kandidaat voor de biologische vader van Gerolf is Radboud, heer van Nederfriesland; deze Radboud sneuvelde in 874 tijdens zijn strijd tegen de Noormannen; Gerolf zou als voogd ook het gebied hebben beheerd dat aan de oudste zoon Waldger nagelaten werd; dat Dirk vervolgens het graafschap van Gerolf erfde zou komen omdat Gerolf zelf kinderloos bleef. (Bron: Wikipedia).
|
Generatie XXXVII
«« Het Evangelie van Godescalc is een verlucht gezangenboek vervaardigd door de Frankische schrijver Godescalc (ca. 781-783) in opdracht van Karel de Grote en zijn vrouw en bevat vnl. teksten over Karel's tocht naar Italië; hier afgebeeld "De Fontein des Levens" (links) refererend aan de doop van Karels zoon Pippijn
119462428752.
Pippijn, geb. 777 als Karloman, door paus Hadrianus ged. als Pippijn en tot koning van Italië gezalfd (Rome, 15-4-781), overl. 8-7-810, begr. 11-7-810 Milaan (San-Ambrogio), tr. vóór 796 (ca. 795)
119462428753.
N.N.
- In 781 bezocht zijn vader officieel als bedeganger Italië, maar ook om orde op zaken te stellen en het land onder Karolingisch gebied te brengen en stelde zijn zoon Pippijn (Pepijn) aan als koning; Pippijn vestigde zich in Pavia, de hoofdstad van de Longobarden omdat Karel bang was dat het net veroverde Lombardije in opstand zou komen; in 793 vielen moslimtroepen uit Spanje het Longobardisch gebied aan zodat inderdaad een opstand uitbrak; Pippijn wist die echter te onderdrukken; verwoeste later (795/96) o.a. samen met Eric van Friuli "De Ring", het Avaarse hoofdkwartier tussen Tisa en Donau (nu Hongarije) en keerde terug met zo veel goud en zilver dat Eginhard beweert dat dit de meest winstgevende onderneming van de Franken ooit was; in 806 verdeelde Karel "de Grote" zijn rijk onder zijn zoons in de "Divisio Regnorum" om na zijn dood onenigheid onder zijn erfgenamen te voorkomen; aan het al bestaande gebied van het Italiaanse koninkrijk voegde hij Beieren, Karinthië en de helft van Alemanië toe; vreemd genoeg werd er niet gezegd wat er met de keizerstitel ging gebeuren, mogelijk omdat daarover met Byzantium nog steeds onenigheid was.
- Dat Karloman/Pippijn een zoon is geweest van Karel "de Grote" en Hildegard is o.a. geboekstaafd bij de geschiedschrijver Eginhard; dat hij vóór 796 geh. is blijkt uit een brief van Alcuinus uit 796, waarin deze hem als "jong gehuwd" aanmerkt; zijn geboortejaar is uit andere bronnen vrij goed af te leiden.
|
«« Lodewijk I "de Vrome"
(Klik op het plaatje om het te vergroten)

»» Kroning door paus Hadrianus I
119462432916.
Lodewijk I "de Vrome", geb. Chasseneuil bij Poitiers 11/16 april/aug. 778; door paus Hadrianus I tot koning gezalfd (Rome, pasen, 15-4-781), zeer jeugdig al (onder)koning van Aquitanië ook na zijn meerderjarigheidsverklaring (Regensburg, 791); kroont zichzelf tot keizer en wordt aangesteld als mederegent (Aken, zondag 11-9-813); alleenheerser (28-1-814); nogmaals gekroond tot keizer ("Festkrõnung" door paus Stephanus IV (Reims, okt. 816)) en uiteindelijk opnieuw na eerherstel (Metz, 28-2-835), overl. op een eiland in de Rijn bij Ingelheim 20-6-840, begr. Metz (St.-Arnould), tr. 2e febr. 819 Judith, geb. ca. 800/05, overl. Tours 19-4-843, begr. aldr. (St.-Martin), dr. van Welf I (van Frankische herkomst, maar in 819 reeds gevestigd in Zwaben) en Eigilwi (van Saksiche herkomst), tr. 1e ca. 794
119462432917.
Irmingard, dr. van Ingram, graaf in de Haspengouw, zij overl. 3-10-818.
- Hij wordt als een van een tweeling geb. tijdens een veldtocht van zijn vader in Spanje; zijn broertje Lothar overlijdt in 779; Lodewijk overleefde en werd, niet ten onrechte, bijgenaamd "pius" (deze toevoeging komt voor in allerlei geschriften uit zijn tijd, op oorkonden, munten enz.); nadat hij door zijn vader als (onder)koning van Aquitanië was aangesteld krijgt hij daar onder voogdij van een hofmeier een zorgvuldig religieus-literair gerichte opvoeding; na zijn meerderj.verklaring neemt hij deel aan tal van rijksdagen en veldtochten van zijn vader (zo lukte het hem in 801/803 met Willem van Aquitanië de stad Barcelona te veroveren op de Moren en hij weet een opstand der Basken te onderdrukken (812/813)); kroont, na de dood van zijn oudere broers Pippijn (nr. 119462428752) en Karel "de Kale", op last van zijn vader, naar Byzantijns ritueel, zichzelf tot keizer (813); voert in de eerste jaren na de dood van zijn vader een voortreffelijk, vooral kerkelijk bestuur en regelt de verhouding tot Rome opnieuw; kondigt een regeling af ("Ordinatio Imperii") voor het na zijn dood te voeren bestuur (Aken, juli 817); op aandringen van zijn ambitieuse tweede vrouw kent hij de gebieden Elzas, Zwaben en Bourgondië op de rijksdag van Worms (829) toe aan zijn 6-jarige zoon Karel"de Kale; dit leidt tot tot een reeks oorlogen met zijn zoons, zijn gevangenname bij Colmar (30-6-833), zijn veroordeling op een rijksdag te Compiègne (okt. 833) en zijn veroordeling tot publieke kerkelijk boetedoening in Soissons (St.-Medard); wordt door zijn jongere zoons hersteld in zijn macht (St.-Denis, 1-3-835) en daarin bevestigd door zijn hernieuwde kroning te Metz (St.-Étienne, 28-2-835); ziek geworden designeert hij op een van zijn veldtochten zijn oudste zoon en en medekeizer Lotharius I door toezending der rijksinsignia tot opvolger.
- Zijn graf werd tijdens de Franse Revolutie vernield: de vroeg-christelijke sarcofaag waarin hij begraven was werd verkocht en door de koper in stukken gehakt.
- Lodewijk I streefde er naar de erfenis van zijn beroemde vader te bestendigen, vnl. via het doorvoeren van geloofshervormingen, maar zelf regelde hij zijn eigen erfopvolging bijzonder ongelukkig en zijn regering werd door vernederingen en mislukkingen getekend. (Uitgebreide literatuuropgave in G.N. 1991, pag. 505-509 (pag. 185-189)).
|
119462432962.
Odo van ORLÉANS, graaf van Orléans.
119462434112.
Ranulf (Rainulf, Ramnulf) I van POITU-AQUITANIË, geb. ca. 820, graaf van Poitu (839-844), hertog van Aquitanië (852-866), lekenabt van St.-Hilaire-le-Grand bij Poitiers, gesneuveld door een pijl van een Viking (Brissarthe, 15-9-866), tr. 2e zijn schoonzus Bichildis N.N., wed. van Bernard van Maine, dr. of wed. van graaf Rorgo (Rorikos II) van Maine, moeder van Bernard van Gothië, tr. 1e ca. 845
119462434113.
(Adaltrude ?) van MAINE.
- Dit kwartier is wat verwarrend, met name door het mogel. tweede huwel. van Ranulf; wij volgen de gangbare opvattingen.
|
119462434434 - 119462434435 = 59731216480 - 59731216481
119462434444.
Robert I van FRANÇIË ook Robert de "Sterke of Dappere" van PARIJS, graaf van Tours (853), gesneuveld in de strijd tegen de Noormannen (Brissarthe, 15-9-866).
- Hij werd in 853 door Karel de "Kale" aangesteld als graaf van Tours; na een opstand tegen Karel III van Oost-Francië in 855 werd hij hertog over de regio tussen de Seine en de Loire; hij was waarsch. getr. met Adelaide, een dochter van Lodewijk de "Vrome", of van Koenraad van Bourgondië, eveneens vader van Odo, graaf van Parijs en overgrootvader van Hugo Capet.
|

»» Noormannen vallen het westen van Frankrijk binnen (Bibliothèque Nationale de France)
119462434472.
Unruoch I, graaf in Alemanië (802), ridder (805/06), gezant van de koning (806), graaf van Ternois (811) en dan geestelijke in St.-Bertin, overl. na 811, waarsch. nog in leven 817, tr.
119462434473.
Engeltrude (van PARIJS.
- Zijn voorvaderen behoorden tot de machtigste Frankische edelen die goedern bezaten in de Nederlanden en in Zwaben; later lag
het machtscentrum van dit geslacht in Italië (met o.a. de mark Friuli); trouw aanhanger en gezant van Karel"de Grote"; sloot vrede met de Denen (811) en was getuige bij het opstellen van het testament van Karel; de herkomst der Unruochinger is omstreden, want behalve Frankische en Zwabische bezittingen werd onlangs een Saksische tak der Unruochinger ontdekt; het gaat hier waarsch. om meerdere takken uit mogel. hetzelfde geslacht of verwante geslachten.
|
1194462433474 - 1194462433475 = 1194462432916 - 1194462432917
119462434476.
waarsch. Adelgisius I, graaf van Parma, overl. na 861.
- Was als "missus" (= gezant) o.a. aktief in het in het grensgebied van het exarchaat van Ravenna (Rovigo, mei 838); zijn belangrijke positie in Italië blijkt, naast zijn gezantschappen, ook uit het feit dat hij aanwezig was bij de kroning van koning Lodewijk II (Rome, juni 844), zijn missie naar de expeditie tegen de Saracenen (846) en zijn aanwezigheid aan het keizerlijk hof (Pavia, herfst 851); bevindt zich te Ravenna (29-5-853), later te Rome opnieuw verm. als keizerlijke "missus".
|
«« Amphitheater van Arles
119462434480.
Boso "de Oudere van ARLES, regelmatig verm. 807-820, graaf van Arles, graaf in Italië, ruilde in 826 goederen uit de villa Beek (bij Nijmegen) tegen goederen bij Biela in het graafschap Vercelli; hij en zijn onbekende vrouw stamouders van het keizershuis van Venetië, hij overl. vóór 855.
119462434488.
Koenraad I WELF, dux nobilissimus (= hertog van Alemanië, een gebied ongeveer omvattend Baden-Württemberg en Beieren in Duitsland, delen van Zwitserland, delen van de Elzas in Frankrijk, Liechtenstein, en in Oostenrijk Voralberg en Tirol, ca. 830), graaf in de Argengouw (839-na 849), graaf in de Alpgouw (839), graaf in de Linzgouw (844), graaf van Parijs (849), graaf van Auxerre als partijganger van Karel "de Kale (na 860), lekenabt van Sankt Gallen en St.-Germain d' Auxerre, overl. 21-9 na 862, tr.
119462434489.
Adelheid (Aelis) van TOURS, verm. 841/66, overl. na 866; zij tr. 2e Robbert I "de Dappere", ook Rutpert IV van Neustrië, graaf van Tours en Parijs etc., geb. ca. 820, gesneuveld Brissarte 15-9-866 (nr. 119462434444).
- Vanwege zijn familieachtergrond was hij een naaste vertrouweling van Lodewijk "de Vrome"; zo raakte hij samen met hem in gevangenschap (833/34); wist nadien grote delen van Boven-Zwaben voor zijn familie te winnen; nam na Lodewijk's dood deel aan het verdrag van Verdun (843); trok aanvankelijk partij voor zijn zwager Lodewijk "de Duitser", maar koos in 859 tijdens een veldtocht in het Westfrankische rijk de zijde van zijn neef Karel "de Kale"; verloor door deze wisseling van partijen verschillende ambten en graafschappen in Oost-Frankrijk, maar kreeg genoegdoening door zich graaf van Auxerre te mogen noemen (na 860). Zie ook G.N. 1964, pag. 280.
|

»» Neustrië in 752
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
119462434624.
Halfdan "de Zwarte" Gudrødsson, zn. van koning Gudrød "de Jager" en Åsa, dr. van koning Harald van Agder, leefde volgens sagen ("Heimskringla" of De Kronieken van de Koningen van Noorwegen) ca. 820-ca. 860; nadat zijn vader gedood werd nam zijn moeder hem mee naar Agder waar hij verder werd opgevoed; op 18-jarige leeftijd werd hij koning van Agder; hij begon zijn rijk snel uit te breiden door onderhandelingen (deelde Vestfold met zijn broer Olaf) en veroveringen waarbij koning Gandalf van Vingulmark zijn halve koninkrijk aan hem verloor, hij het gebied Raumarike wist te onderwerpen en na een aantal veldslagen de helft van Hedmark wist te veroveren; de zonen van Gandalf, die op wraak waren belust, probeerden op een nacht Halfdan in de val te lokken, maar hij wist te ontsnappen uit het woud waar de hinderlaag was gelegd; in een daaropvolgende veldslag wist hij 2 zonen te doden en de derde op de vlucht te jagen waarna hij heel Vingulmark in zijn bezit kreeg; Halfdan's eerste vrouw heette Ragnild, dr. van koning Harald "Goudbaard" van Sogn; hun zoon Harald werd grootgebracht aan het hof van zijn grootvader; na "Goudbaard's" overl. en het overl. van zijn moeder Ragnild kort daarop werd de jonge Harald koning van Sogn, maar overleed op jeugdige leeftijd; Halfdan spoedde zich na de dood van zijn zoon naar Sogn en liet zich daar zonder tegenstand tot koning uitroepen; zijn tweede vrouw, Ragnhild Sigurdsdotter, was de dr. van Sigurd Hjort, koning van Ringerike; Halfdan, die zijn tweede vrouw moest schaken uit handen van Hake, een "berseker" (woeste, Noorse strijder) en Ragnild II kregen een zoon die ook Harald heette en die Halfdan later zou opvolgen; Halfdan verdronk in een wak van het meer Randsfjorden (omdat boeren daarin een gat geslagen hadden om hun vee te laten drinken waardoor het ijs was verzwakt door koeienmest); na zijn dood claimden alle 4 gebieden waarover hij heerste zijn lijk, waarop zijn lichaam in 4 stukken werd gesneden en begraven werd in 4 verschillende grafheuvels in Noorwegen.
- Enigszins afwijkend van bovenstaand verhaal is de modernere lezing (1963) dat Halfdan, geb. ca. 809, koning was van Wigen, Vestfold, Agder en Sogn, koning van Haithabu, overl. ca 860, begr. Skiringssal, tr. 1e Ragnhild Thora van Sogn, erfgen. van het koninkrijk Sogn, dr. van Harald "Goudbaard" en Salvar van Gauls, tr. 2e Helga, dr. van de dag Frode.
- De meeste genealogiën nemen Halfdan op als waarsch. en nog enigszins betrouwbaar maar vervolgen zijn kwartieren niet; dit is heel verstandig, maar het doet wel afbreuk aan de soms kleurrijke sagen, die honderden jaren geleden, toen Halfdan's voorouders nog leefden, van mond tot mond gingen; als voormalig leraar weet ik dat ze historisch gezien van weinig waarde zijn, wel vaak een kern van waarheid bevatten en dat ze vaak spannende verhalen opleveren; vandaar dat ik nog even doorga met het wel en wee der Noorse koningen uit de dynastie der Ynglinger; omdat deze kwartieren eerder interessant dan betrouwbaar zijn vermeld ik ze in de afwijkende kleur groen; hoewel de kwartieren, zoals gebruikelijk, verdubbeld worden is het niet altijd zeker dat het gaat om een zoon met zijn vader: hieronder dus een lijst met koningen uit de vroegste Noorse en Zweedse geschiedenis (huis Ynglinge)
|
119462440064.
Sigihart, graaf in de Kraichgouw (858-861), tr.
119462440065.
N.N., waarsch. dr. van graaf Ratolt.
- Verwant aan keizer Arnulf en door hem begiftigd met talrijke goederen; niet alleen de uitgebreide bezittingen, maar ook een uitgedachte huwelijkspolitiek verklaart het grote gebied van de graven van Sempt-Ebersberg; als partijganger van prins Karlomann verloor hij in 861 waarsch. al zijn bezittingen.
- Haar zuster Liutswind was bijzit van koning Karlomann; ala zij en haar zuster drs. zijn van graaf Ratolt dan zouden de namen van haar kleinkinderen zeer verklaarbaar worden.
|

De gouden mantelspeld van Wijnaldum; (640-650)
119462547712.
waarsch. Radboud V, geb. ca. 848, "princeps regionis Frisiae", overl. 874, tr.
119462547713.
N.N. (van RIJNLAND), geb. ca. 852, zuster van Gerolf II, die kinderloos overleed en als oom van Dirk I tevens diens pleegvader was, zij overl. ca. 885, begr. Rijnsburg.
Generatie XXXVIII
238924868224.
Gerard I van AUVERGNE, graaf van Auvergne, gesneuveld Fontenay (Fontenoy), 25-6-841, tr.
238924868225.
Hildegarde of Rotrud der FRANKEN, geb. 802/04.
- Het is niet zeker of Rotrud of haar zuster Hildegard met Gerard trouwde; een van beide trouwde met Rutger, graaf van Limoges; beide echtgenoten sneuvelden bij Fontenay op 25-6-841; Hildegarde overleed na okt. 841 (waarsch. 23-8-860), zij was abdis van de Notre Dame de Laon.
- De meeste genealogen opteren voor Hildegarde.
|
238924868226.
Rorico II van MAINE, graaf van Maine, tr.
238924868227.
Bilihildis N.N.
«« Notre-Dame-de-Celles (1137)
238924868976.
WELF (Welfard, Welpo), op oudere leeftijd verm. 819 als dux en comes, graaf in het rijk der Franken, waarsch. graaf in Beieren en waarsch. via huwel. in Zwaben, mogel. graaf in de Zürichgouw en Argengouw/Schussenried, overl. 3-9-ca. 825, tr.
238924868977.
Heilwich (Eigilwi, Heilwiga) N.N., abdis van Chelles (bij Parijs ca. 826), overl. ca. 833, waarsch. dr. van graaf Isanbart in Saksen.
- Hij hoorde tot een zeer voornaam Beiers geslacht in de Karolingische-Frankische rijksaristocratie, was mogel. zn. van graaf Isenbrand en nakomeling of verwant aan graaf Ruthard, die onder Karel "de Grote" in ongenade was geraakt; het huwel. van zijn dr. Judith met Lodewijk "de Vrome in februari 819 bezorgde hem de koninklijke positie terug die Ruthard verloren had.
- Zij moet stammen uit een een voornaam en aanzienlijk Saksisch geslacht.
|
238924868978 - 238924868979 = 14946243218 - 14946243219
238924869248.
Gudrød "de Jager", vader van Halfdan, had uit zijn eerste huwel. met Alfhild, dr. van Alfarin koning van Alfheim (Bohuslän), die heerste over het gebied tussen Glomma en Göta älv en de helft van de provincie Vingulmark, had hij een zoon Olaf Geirstad-Alf; na Alfhild's dood stuurde Gudrød krijgers naar Agden om koning Harald een huwel. met zijn dr. Åsa voor te stellen; Harald weigerde, waarop Gudrød besloot zijn dr. met geweld te nemen; op een nachtelijk uur besefte Harald dat hij werd aangevallen en hoewel hij dapper streed sneuvelde hij met zijn zoon; Gudrød nam Åsa mee, verkrachtte haar en zij schonk hem een zoon Halfdan; toen die 1 jaar oud was werd zijn vader in de herfst daarop, op een avond stomdronken aan het lopen in het gangboord van een schip, doorboord door een speer van een moordenaar; de moordenaar bleek een jonge page van Åsa te zijn die bekende opdracht tot de moord te hebben gegeven.
238924880128.
Sigihart, graaf in de Kraichgouw (812-826).
238925095424.
waarsch. Walger II (van FRIESLAND, geb. ca. 823, graaf uit het Friese Huis.
238925095426.
Dirk II (van RIJNLAND, geb. ca. 825, graaf uit het Rijnlandse Huis, gesneuveld 880.
Generatie XXXIX
477849736450 - 477849736451 = 119462432916 - 119462432916
477849738496.
Halfdan "de Milde", vader van Gudrød, koning van Romerike en Vestfold, van wie gezegd wordt dat hij genereus met goud omging, maar zijn manschappen liet sterven bij gebrek aan voedsel; hij was een groot krijgsheer die vaak met enorme schatten thuiskwam; hij tr. met Liv, dr. van koning Dag van Vestmar en overleed in zijn bed tijdens een ziekte.

»» "Alter Turm in Mettlach (990-994), grafkapel van Lutwinus, die het klooster stichtte in 676
477849760256.
Everhard, verm. 773/74, overl. vóór 804, tr.
477849760257.
Adaltrud N.N., waarsch. verm. 777-ca. 780 als bezitster van Ibersheim bij Worms.
- Hij moet een aanzienlijk persoon geweest zijn omdat hij in een belangrijke akte betreffende het klooster Mettlach
(waarin o.a. bisschoppen en graven genoemd worden) als vijfde verm. wordt op de lijst der aanwezige hoogwaardigheids- bekleders; zijn naam wijst op een zuidelijk gelegen gebied, maar bezittingen in de Elzas zijn niet uitgesloten.
|
477850190848.
waarsch. Radboud IV (van FRIESLAND), geb. ca. 798, graaf uit het Friese Huis, tr. ca. 822
477850190849.
N.N., waarsch. zuster van Rhiedgaud, aartsbisschop van Trier (afgezet 864).
477850190852.
Gerolf I (van RIJNLAND), geb. ca. 800, graaf uit het Rijnlandse Huis, overl. ca. 853.
- Kreeg in 839 bezittingen in Westergo van de keizer terug die in 834 na samenspanning met Lotharius tegen diens vader Lodewijk de "Vrome" waren afgenomen.
|
Generatie XXXX
955699476992.
Eystein Halfdansson, vader van Halfdan, leefde rond 730 en erfde de troon van Romerike en Vestfold; hij tr. Hild, dr. van koning Erik Agnarsson, koning van Vestfold; omdat Erik geen zoon had erfde Eystein Vestfold; Eystein begaf zich op een dag met wat schepen naar Varna om daar de voedselvoorraad en andere kostbaarheden te plunderen; koning Skjöld van Varna was helaas een groot tovenaar; toen hij arriveerde op het strand en de zeilen van Eystein's schepen zag wuifde hij met zijn tovermantel, blies erin en daarna volgde een enorme knal op een der schepen; Eystein werd door het geweld overboord geslagen en verdronk; zijn gebalsemde lichaam werd begr. in een grafheuvel.
955699520512.
Albrich, doet in 765 samen met zijn vader een schenking aan het klooster Weissenburg in de Elzas.
- Waarsch. bezitter van goederen en verwant aan de graven van Blois en daardoor ook in het bezit van allodiaal goed van de Merovingers, maar niet uitgesloten is zijn verwantschap met de Rijnlandse Sighardingen uit het Frankische koningshuis; zijn afkomst blijft daardoor onzeker.
|
«« Hunlippen (Hindelopen) was in de vroegste tijden een lustoord der Friese koningen, waar deze gingen jagen.
955700381696.
waarsch. Walacher I (van FRIESLAND), geb. ca. 773, graaf uit het Friese Huis, overl. 837, tr. ca. 798
955700381697.
waarsch. N.N. (van FRIESLAND).
955700381704.
Dirk I (van RIJNLAND), waarsch. geb. 762, graaf uit het Rijnlandse Huis, tr.
955700381705.
Theodrana, geb. 776/79, overl. ca. 845, zuster van nr. 955700381696.
Generatie XXXXI
1911398953984.
Halfdan Hvitbeinn, vader van Eystein, leefde rond 710; nadat zijn vader door Zweedse kolonisten was geofferd aan de god Odin zagen zij in dat hun hongersnood niet ontstaan was door een fout van zijn vader Olof Trätälja (die zijn godsdienstige plichten niet vervuld zou hebben), maar door overbevolking; ze besloten daarop het Edwoud over te steken en zich te vestigen in Noorwegen te Soleyar, alwaar zij koning Sölve doodden en Halfdan gevangen namen; de Zweedse allochtonen kozen daarop Halfdan als koning omdat hij de zoon was van hun vroegere koning; Halfdan onderwierp eerst heel Soleyar en veroverde vervolgens de provincie Romerike; later nog een groot deel van Hedemark, Toten, Hadeland en een deel van Vestfold; toen zijn broer stief erfde hij bovendien Värmland; hij werd een groot koning die tr. met Åsa, dr. van koning Eystein, heerser van Oppland en Hedmark; hij stierf op hoge leeftijd in Toten en werd overgebracht naar Vestfold waar hij begr. werd onder een grafheuvel in Skiringssal.

Bedrijvigheid in Skiringssal
1911399041024.
Sigihelm, overl. 765.
- De Egisheimers zijn waarsch. van Frankische herkomst.
|
1911400763394.
waarsch. Radboud III (van FRIESLAND), graaf uit het Friese Huis.
- Dijkstra, zie opmerking bij nr. 9333001154, geeft in "Een stamboom in been" nog 5 generaties boven Radbout III, aanvangend met Aldgillus I (ca. 623/680); voor de liefhebbers hier een korte samenvatting van de oudste Friese "koningen", maar men zij gewaarschuwd want historische bronnen uit die tijd ontbreken of zijn onbetrouwbaar; er zijn wel vermoedens over waar en wanneer er Friese koningen geweest zijn: in de late 6e en vroege 7e eeuw heeft de machtsbasis van deze koningen vermoedelijk in Westergo en Oostergo gelegen; rijke bodemvondsten zijn een vingerwijzing voor koninklijke bewoning; in de huidige provincie Friesland zijn grote hoeveelheden gouden voorwerpen gevonden, in totaal zo’n anderhalve kilo, tevens is er in Wijnaldum een bijzonder spectaculaire mantelspeld gevonden die niet onder doet voor de vondsten uit het koninklijke graf in Sutton Hoo (Suffolk); deze goudvondsten zijn te dateren tussen 450 en 650.; hieronder het lijstje met de oudste Friese koningen samengesteld uit gegevens zoals verm. in Wikipedia:
-Aldgillus (Aldgisl) I (Ald- = "oud", -gisl = "gijzelaar", "staaf" of "speer), verm. 623-680, had een kasteel te Stavoren en ligt daar waarsch. begr. bij de vuurtoren; was blijkbaar in de positie de machtige Frankische hofmeier Ebroin te trotseren door Wilfried, de aartsbisschop van York, in 678 overwintering aan te bieden in zijn kasteel te Utrecht, waar hij, evenals zijn zoon, soms verbleef; beide Friese koningen hadden grote handelsbelangen in Dorestad (Wijk-bij-Duurstede), omdat de handel van de Franken uit het achterland van de Rijn en de Maas hier samenkwam met die uit Scandinavië en Engeland; vanuit Dorestad kon men via drie vaarwegen op de Noordzee komen: ten eerste over de Oude Rijn westwaarts, ten tweede over de Lek zuidwaarts en ten derde via de Kromme Rijn, de Vecht, Almere en het Vlie noordwaarts; hij werd opgevolgd door zijn zoon:
 »» Overzicht van giften en legaten aan het klooster van Fulda ten tijde van Aldgisl
(Klik op het plaatje om het te vergroten)
-Radboud (Radbod, Redbad), (ca. 648-719), koning van Friesland na 680; na aanvankelijke nederlagen tegen de Franken, o.a. bij Dorestad, wist hij in de laatste jaren van zijn leven het Friese rijk uit te breiden tot aan de Schelde in het zuiden en na een overwinning op Karel Martel in 716 tot Keulen in het oosten; hij streed met succes tegen het opkomende christendom in Friesland (De legende bestaat dat hij zich aanvankelijk door de Engelse missionaris Wulfram wilde laten dopen, maar daar op het moment suprème van afzag; toen Radboud met één been in de doopvont stond (in die tijd was een doopvont een soort bad met wijwater waar je volledig in ondergedompeld werd) vroeg hij aan zijn doper of zijn voorouders ook in de hemel waren; volgens de legende antwoordde Wulfram toen dat dat niet het geval zou zijn, zij waren immers niet gedoopt en zouden dus in de hel verblijven; Radboud bedacht zich geen moment en stapte uit de doopvont: hij prefereerde een hiernamaals met zijn voorouders).
-Poppo (Bubo, Bobba, Hrodbad, Rodbad), (ca. 674-734), laatste koning van het Friese rijk, mogel. zn. van Radboud; het Friese rijk behaalde ten tijde van koning Radboud haar grootste uitbreiding; deze gebiedsuitbreiding ging ten kosten van de Franken; na de dood van Radboud in 719 kwam aan deze situtatie een eind toen de Frankische hofmeier Karel Martel op zijn beurt het Friese rijk aanviel en hen versloeg; na 720 kwam het Friese gebied ten westen van de Vlie (Zeeland, Holland en Utrecht) in Frankische handen; vermoedelijk koos de plaatselijke elite hierna de zijde der Franken; na een korte periode van vrede viel Karel Martel in 733 de Friezen opnieuw aan en sloeg hen terug naar Oostergo; het jaar daarop zette Karel Martel zijn leger, met behulp van een vloot, over Aelmere en kwam bij Jirnsum aan land; hier versloeg hij het door Poppo bijeengebrachte Friese leger in de slag aan de Boorne of de slag bij Jirnsum (omgeving Irnsum), waarbij Poppo sneuvelde; de Franken hebben na de overwinning nog stevig huisgehouden: zij sloegen aan het plunderen en staken de heidense heiligdommen van de Friezen in de brand; voorzien van een grote buit voeren zij met hun vloot terug; als gevolg van de nederlaag kwam er een einde aan het Friese rijk en werden alle gebieden ten westen van de Lauwers door de Franken bezet; alleen de oostelijke gebieden konden noch een tijdlang zelfstandig blijven; in 772 maakte de Frankische koning Karel de Grote ook daaraan een einde.
-Adgillis II, (ca. 719-741), mogel. derde zoon van Radboud (volgens de 15e eeuwse kroniekschrijver Eggerik Benninga "Cronica der Fresen", zich baserend op oudere bronnen); uit de vroege bronnen is overigens bekend dat diverse vooraanstaande edelen zich erop beriepen rechtstreeks af te stammen van de Friese koning Redbad; ook Abba, de eerste Friese graaf, zou van hem afstammen.
-Gundebold (Gondobaldus, ook Adgillis III), koning van een Fries rijk ten oosten van de Lauwers en de Friese waddeneilanden (748-760)
-Radboud II, zn. van Gundebold.
|
Generatie XXXXII
«« Olof Trätälja
3822797907968.
Olof "de Boomveller" (Olof Trätälja), vader van Halfdan; volgens de "Heimskringsla" stuurde zijn moeder hem naar zijn pleegvader Bove in West Götaland (Gotland) waar hij opgroeide; na de dood van zijn vader verzamelde hij een groep mannen en trok naar zijn bloedverwanten in Nerike; omdat, na zijn vaders gruwelijkheden, de Zweden in opstand gekomen waren tegen zijn familie (de Ynglings) bestreed hij hen vanuit Nerike en verjoeg hen westwaarts over beboste bergen, via het meer Vänern naar de estuarie van Klarälven (waar Karlstad tegenwoordig ligt); hier vestigden Olof en zijn getrouwen zich, begonnen het land te ontginnen en creëerden een provincie genaamd Värmland; de Zweden, die zijn ontginning met een glimlach aankeken, gaven Olof de naam "de Boomveller"; vanwege de harde hand van hun koning emigreerden vele Zweden naar Värmland; het land raakte overbevolkt en er ontstond hongersnood; omdat het een oude Zweedse traditie was dat de koning verantwoordelijk was voor de welvaart van het land werd Olof beschuldigd van het verwaarlozen van zijn godsdienstige plichten; de Zweedse rebellen kwamen in opstand tegen hem, omsingelden zijn huis aan de kust van het meer Vänern, staken het in brand waardoor hij, net als zijn voorvader Domalde, geofferd werd aan Odin; behalve de "Heimskringsla" bestaat er een skaldisch gedicht uit het eind der 9e eeuw de " Ynglingatal" (het verhaal der Ynglingse koningen) waarin hij vermeld wordt als Zweeds prins die Gamla Uppsala (een belangrijk religieus, economisch en politiek centrum, reeds bekend in de pre-historie, residentie van de Zweedse koningen uit de legendarische Ynglingdynastie) verliet en later verbrand werd in de hal van zijn huis; de "Historia Norwegiæ" (tweede helft 12e eeuw) zegt dat hij, nadat hij zijn vader was opgevolgd, in alle rust over Zweden heerste en "der dagen zat" aldr. begr. werd; archeologische vondsten in Värmland hebben aangetoond dat er ooit verscheidene versterkte heuvels waren, dat er gewelddadigheden plaatsvonden en dat een der afgegraven heuvels (Villkorsberget) in brand gestoken werd tijdens de periode van Olof's heerschappij.
Generatie XXXXIII
7645595815936.
Ingjald "de Eerloze", (ca. 640-650), vader van Olof, wordt verm. in diverse sagen en boeken; in zijn jeugd was hij een zwak en bang kind; zijn pleegvader Svipdag "de Blinde", onderkoning van Tiundaland, besloot Ingjald's mannelijkheid en kracht te versterken en gaf hem een geroosterd wolvenhart te eten; na deze maaltijd werd hij een zeer wrede, pathologisch persoon; zijn vader huwelijkte hem uit aan Gauthild, dr. van koning Algaut van Gotland; na zijn vaders dood gaf hij ter ere van zijn troonsbestijging een feest in de nieuw gebouwde "hal van de 7 koningen", die gebouwd was ter vervanging van de oude "hal" in Uppsala, waarbij alle jarls, koningen enz, waren uitgenodigd; 6 tronen werden bezet door koningen (een daarvan door zijn schoonvader); Ingjald nam, volgens gewoonte, plaats op de grond totdat de feestbeker werd binnengebracht; gewoonlijk deed de nieuwe koning daarna plechtige bezweringen en besteeg dan de hogere 7e troon; maar toen de beker werd binnengebracht nam hij een koeienhoorn en begon plechtige spreuken te zeggen, n.l. dat hij zijn koninkrijk zou vergroten, daarbij met de punt van de hoorn wijzend op de 6 andere koningen of ze zouden sterven; tijdens het drinkgelag dat daarop volgde gaf hij bevel aan Svipdag's zoons zich te bewapenen en naar buiten te gaan; daarna werd het gebouw in brand gestoken en iedereen die vluchtte vermoord, zodoende kwamen de belangrijkste Zweedse koningen om het leven, waarna Ingjald hun bezittingen overnam; in latere oorlogen bracht hij nogmaals een aantal koningen om het leven, zodat zijn totaal op 12 moorden eindigde (aan welks gruwelijkheden hij zijn bijnaam dankte); zijn dr. Åsa erfde de moordadige persoonlijkheid van haar vader, want na haar huwel. wist ze haar echtgen. te bewegen zijn broer Halfdan "de Dappere" te vermoorden, waarna zij haar echtgen. zelf om het leven bracht; wraak kon niet uitblijven en nadat Ingjald en zijn dr. Åsa gevlucht waren naar Ræning (waarsch. Rällinge op het eiland Fogdö in het meer Mälaren of minder waarsch. Rönö Honderd in Södermanland, verm. op een runesteen als "rauniki") maar daar omsingeld werden door de zoon van Halfdan staken zij hun toevluchtsoord in brand en kwamen om in de vlammen. (waarschijnlijk geven al deze sagen aan dat onder zijn heerschappij Zweden werd verenigd en in een periode van rust terecht kwam; ook de Ynglingatal spreken over hem als "dapper levend")

»» Ingjald en zijn dr. Åsa
- De "Historia Norwegiæ" tenslotte geven in een Latijnse samenvatting (ouder dan Snorri's aantekeningen in de Ynglingatal) aan dat Ingjald
doodsbenauwd was van koning Ivar Vidfadme, in die tijd een geducht persoonlijkheid;Ingjald sloot zich daarom angstig op in een "feest-hal" met al zijn gevolg, stak de hal in brand en verbrandde zichzelf en al zijn intimi.
|
Generatie XXXXIV
15291191631872.
Anund "de Wegenbaner" of "Landopruimer", vader van Ingjald, stierf ca. 640; hij volgde zijn vader op in een periode van rust nadat die in verschillende oorlogen de Deense vikingen en Estlandse piraten had verslagen; er heerste vrede in Zweden en Anund werd een populaire koning, niet alleen vanwege de vrede en zijn grote oogsten, maar ook omdat hij Estland wijd en zijd plunderde en terugkeerde met een rijke buit; Zweden was in die dagen zwaar bebost, maar Aund begon het land te ontginnen door wegen aan te leggen en een stelsel van grote districten in te voeren; in ieder district liet hij een huis voor zichzelf bouwen, maar verbleef regelmatig in allerlei andere woningen; op een dag in de herfst reisde hij tussen zijn districten toen hij verrast werd door een aardverschuiving tussen twee bergen in Himinheiðr (hemelhitte); een andere bron geeft als sterfplaats op Himinfjöllum (onder de hemelbergen) en dat er stenen aan te pas kwamen; de meest waarsch. bron noemt als sterfplaats Himinheithi (veld van de hemel) alwaar hij door een steen om het leven kwam; omdat geen van deze plaatsen bekend zijn wordt verondersteld dat bedoeld is dat hij buiten omkwam "onder de wolken" (hemelbergen) en vermoord werd met een steen door zijn broer Sigurd.
«« Anund's grafsteen (waarsch. een runesteen die 400 jaar na zijn dood werd opgericht)
Generatie XXXXV
30582383263744.
Ingvar, vader van Anund, won de Zweedse troon terug voor het huis Yngling nadat de Zweden in opstand waren gekomen tegen Sölvi, de zeekoning die Zweden had veroverd; Ingvar was een groot krijger die dikwijls patrouilleerde langs zijn kusten en daarbij de Denen en piraten uit het oosten bevocht; na vrede met de Denen richtte hij zich op Estland dat hij begon te plunderen; hij sneuvelde tegen een groot leger der Esten op het eiland Eysysla (Ösel) bij een plaats genaamd Steini en werd daar nabij het strand aan de rotsige kust begraven.
- De sage van Thorstein "de Vikingssonar", een legendarische sage die plaats vindt in de 7e eeuw, slaat deze generatie over; wij volgen de voor het moment gangbare opvattingen.
|
Generatie XXXXVI
61644766527488.
Eysteinn ook Östen, vader (of grootvader) van Ingvar, overl. ca. 600; hij regeerde in een periode van grote onrust toen zeekoningen de Zweedse kusten teisterden; een van die koningen heette Sölve, afkomstig uit Jutland of Gotland, die de Baltische zee plunderde en op een dag aankwam in Lofond (waarsch. het eiland Lovön of de Lagunda Honderd), waar Eysteinn aan het feesten was; in de nacht die daarop volgde verbrandde Sölve het huis met alle feestgangers; daarna begaf hij zich naar Oud-Sigtuna en gaf de Zweden het bevel hem tot koning uit te roepen; die weigerden, verzamelden een leger, maar moesten het na 11 dagen strijd opgeven; de Zweden moesten hem tijdelijk accepteren, maar wisten hem uiteindelijk te vermoorden.
Generatie XXXXVII
123289533054976.
Eadgils, vader van Östen, moet een groot koning geweest zijn want hij is bekend uit verschillende bronnen verdeeld over meerdere taalgebieden: zo wordt hij b.v. verm. in de "Beowulf" (een oud-Engels episch gedicht uit de periode 700-750), in Snorri Sturluson's "Ynglinga sage" (een deel van zijn "Heimskringla", ca. 1220), de "Historia Norvegiæ" (zie boven), het "Íslendingabók" (een IJslands geschrift uit het begin van de 12e eeuw) en de "Skjöldunga sage" (een Noorse sage uit de periode 1180/1200);uitgebreide literatuur en allerlei verhalen in het Engels zijn te vinden op de internetsite van Wikipedia; een eensluidend verhaal is uit al die geschriften niet samen te vatten; het loont de moeite al die verhalen eens naast elkaar te leggen, met name Hrólfr kraki's sage (1230-1480) geeft aanvullingen op de samenvatting van het verhaal van Snorri hieronder:
Aðils (Eadgils) volgde zijn vader Óttar (Ohthere) op en begaf zich op plundertocht naar de Saksen; de koning en zijn gezelschap waren niet thuis en aldus begonnen Aðils en zijn mannen op hun gemak zijn residentie te plunderen en vee en gevangen naar hun schepen te drijven; een van de gevangenen was een opmerkelijk mooi meisje, genaamd Yrsa, die op iedereen indruk maakte wegens haar wel-gemanierdheid en intelligentie; het meest onder de indruk was Eadgils en hij maakte haar tot zijn koningin; enkele jaren later viel de Deense vorst Halga (Helgi) uit Lejre (Seeland) Zweden binnen en schaakte Yrsa; hij verkrachtte haar en nam haar mee naar Denemarken, niet wetend dat het zijn eigen dochter was; zij baarde hem een zoon genaamd Hrólfr kraki; toen die 3 jaar oud was kwam Yrsa's moeder, de Saksische koningin Alof "de Grote" van Saksen, haar dochter opzoeken en vertelde haar dat haar echtgen. Halga haar eigen vader was;

»» Yrsa krijgt te horen wie haar vader is
Yrsa keerde daarna terug naar Eadgils in Zweden, waar zij de rest van haar leven doorbracht; Hrólfr kraki, die achtergebleven was in Denemarken, volgde op 8-jarige leeftijd zijn gesneuvelde vader op als koning van Denemarken; om een lange rekening te vereffenen startte Eadgils een oorlog tegen zijn oom Onela van Opland, die de Zweedse kroon had veroverd maar die hij met buitenlandse hulp uit Denemarken wist te verslaan in de slag op het ijsmeer van Vänern; Aðils hield van mooie paarden (de Zweden waren beroemd om hun mooie paarden); op een dag, tijdens de heidense riten van Dísablót (een oogstfeest ter ere van de vrouwelijke kracht en vruchtbaarheid dat plaats vond tegen het eind van de winter) reed Eadgils - als hogepriester van de tempel van Uppsala - op zijn paard rond het Disaheiligdom (disir = vrouwen) toen het struikelde en hij ten val kwam, waarbij zijn schedel openbarstte en hij overleed.
«« De 3 grote "koninklijke grafheuvels" in Gamla Uppsala
- Volgens Snorri werd hij begr. in een van de koninklijke grafheuvels van Gamla Uppsala; opgravingen in de Adil's grafheuvel legden de overblijfselen van een man bloot die daar omstreeks 575 werd begr.; hij werd gevonden op een berenhuid met 2 honden en was voorzien van rijke offergaven zoals luxe uitgevoerde wapens uit eigen- en buitenland (o.a. een Frankisch zwaard met goud bezet en een bordspel met Romaanse pionnen in ivoor); hij was gekleed in een zeer kostbare Frankische gewaad gestikt met gouddraad en droeg een gordel met een kostbare gesp; verder in het graf 4 cameeën uit het Midden-Oosten die waarsch. ooit in een kistje zaten.
|
WORDT VERVOLGD
Ga terug naar Generatie XVIII-XXI