KWARTIERSTAAT
BOTH-WILHELM


Generatie XVIII

137184.
mr. Jan van AMMERZOIJEN, geb. kort voor 1415, , overl. aldr. vóór 1481, tr.
137185.
waarsch. Adriana van HERLAER, bezat eind 15e eeuw 21 m. grond in het Land van Altena, toekomend de vrouwe van Dussen.
  • Hij blijkt bij de boedelscheiding in 1481 eigenaar te zijn geweest van "een erf, 3 akkers breed, streckende vander Nyerwerstraten zuytwaerts opten Sprangschen Meerdijc toe; een half geseet (=hofstede); 3 akkers aan de Oudestraat; een hofstat noordwaerts aan de Oudestraat en 2 akkers" (Sprang).
  • Zie o.a. R.A. 's-Hertogenbosch, inv.nr. 1264, fol. 173, GTMWB 1977, pag. 51 en G.N. 1962, pag. 363.
. 137208.
Dirck Joost Gerrit STOCKMAN, verm. Sprang (1510).
137210.
Jan Heijn Sijmons, overl. Sprang 1528/1529, tr.
137211.
Wouterke Robberts van AMMEROIJEN.
137212.
Willem Corstiaens, geb. ca. 1455, heemr. Sprang (1503-1528), kerkmr. (1508, 1516-1517, 1524), gezw. (1522), overl. aldr. 6-10-1527, tr. 2e vóór 16-10-1519 Eerke Aert Vendix, wed. van Dirk Adriaens van Oordt, zij overl. Sprang vóór 7-10-1559, tr. 1e
137213.
Jenneke Dirck Gemans, overl. Sprang 1517.
  • R.A. Sprang, inv.nr. 42, fol. 218v., idem fol. 169v., idem fol. 157.
139264.
Aernoult van HILTEN, geb. ca. 1420, zilversmid te Sluis, verm. aldr. (4-9-1463), overl. aldr. vóór de 3e van de Wedemaand 1486, tr. 1e Margriete Antheunis van der Heede, overl. ca. 1463, tr. 2e
139265.
Cathelijne N.N.
139268.
Denijs (Denis) van der SARE, schepen van de Keure en schepen van Gent, tr.
139269.
Isabeau van COUDENHOVE.
139270.
Lieven DONAES, écuyer (knape, opperstalmeester), tr.
139271.
Jacqueline van OVERBEKE.
163584.
Sijke BUMA, edelman in Westergeest, komt als zodanig voor in oorkonden van 1467 en 1492, overl. vóór 1504, tr.
163585.
Edske "BUWEMA", overl. na 1504.
173088.
Claes van der MIJL, verwerft het land van Mijl en Dubbeldam (3-11-1439), schepen Dordrecht (1440-1444), overl. ca. 1461, tr. 1e Erkenraad Claes Jansdr., tr 2e
173089.
Heijlwig Adriaens.
  • Mogelijk stamt hij uit het geslacht Woerden, omdat ene Aper vuyter Mijlen zegelt (in goud 3 zwarte ruiters) bij Hugo van Zottegem en Beatris van Puttten (1320).
180894.
Gerrit Andries, notabele van Scheven.
191104.
Nicasius (Nicolaas) HANNEMAN, burgemr. van Brugge, tr.
191105.
Barbera PAULINGH.
191106.
Jan Claas van WARREN, koopman, overl. vóór 1497, tr.
191107.
Clementia (Meijns) Dirck Schrevelsdr., overl. na 1497.
  • Hof van Holl., sent. 1497.
191122.
magister Jacob RUYSCH, geb. A'dam ca. 1439, doctor in beide rechten (1473); onderhandelde voor die stad met de Duitse Hanze (7-12-1467/8-4-1468) en voerde voor A'dam een proces voor het Hof van Holl. (21-3-1471); pensionaris (rechtsgeleerde) aldr. 4-5 en 30-11-1473; priesterwijding A'dam 25-4-1473, waarbij hij gedoteerd werd met geschenken van de 5 grote steden van Holland (Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden en A'dam), alsmede een gift ontving uit het klooster Leeuwenhorst; onbezoldigd Raad van het Hof van Holl. (1472), bezoldigd lid (17-6-1474/7-11-1511) en daarna tot zijn dood extra-ordinaris van dit college, waar hij vnl. zaken behandelde van geestelijke instellingen en/of geestelijken; bekleed met landsheerlijk gezag onder Wolfert van Borsselen (5-1-1477/23-3-1478); deken van St.-Maartensdijk op Tholen (kort na 19-11-1470/ca. 1486); deken van het kapittel van de St.-Lebunuskerk te Deventer (23-2-1477/ca. 1495); omstreeks die periode kapelaan in de kerk van San Salvator of Oud-Munster te Utrecht (tot 20-4-1508); kapelaan in de Mariakerk te A'dam (1477/78); van 1493/94 tot zijn dood, samen met Jacob van Almonde kapelaan in de St.-Lambertuskerk te Oostvoorne; pastoor van de St. Pancraskerk te Middelie (tussen Hoorn en Edam); pastoor van de Nieuwe Kerk te Delft (13-8-1487/ca. 1496); pastoor van Noordwijk (mogel. vanaf 1480, in ieder geval vóór 23-4-1482/3-4-1518), waar hij veel kerkelijke en wereldlijke macht bezat en het nabij gelegen klooster Leeuwenhorst wist te betrekken bij de Haagse Hofkapel; mengde zich aktief in aangelegenheden van het klooster en was waarsch. nauw betrokken bij de vertaling van het heiligenleven van St. Jeroen, de patroon van Noordwijk; deken van Den Haag, alwaar hij de mis las in de kapel Sinte-Maria-op-het-Hof (ca. 1480/na 12-5-1516); had, naast bovengenoemde ambten -waar hij zeker ook vervangers voor had aangesteld- tevens bemoeienissen met andere geestelijke instellingen o.a.: abdij van Egmond (1491/92) en abdij van Rijnsburg (1496-1500); judex-executator-conservator (gemachtigde belast met handhaving en uitvoering) van de Dominicanen; kannunik van Oudmunster (1507/08); kocht in 1486 een huis op het Voorhout in Den Haag waarvoor hij in 1512 nog erfhuur betaalde; kocht een huis in de Nieuwstraat in 1504 dat hij na 1512 vóór 1516 verkocht aan zijn buurman en schoonzoon mr. Vincent Cornelis (Mierop); had in 1512 bovendien nog een huis in de Molenstr.; overl. Den Haag 19-4-1519, begraven in de Hofkapel in een "oudt zijden casufel (kazuifel), gebeelt met columben (duiven), dair gulden harten opstaan, dat zeer versleten is"; hij schonk de de Hofkapel een nieuw kazuifel van rood damast om in de door hem gestichte kapel te gebruiken; grafsteen met wapen Ruysch, blootgelegd in 1770; later werden zijn dochter Maria (nr.95561), haar echtgenoot mr. Vincent Cornelis (nr. 95560) en zijn kleinzoon Heyman (nr. 47780) vlak naast hem begraven. Hij verwekte vóór 25-4-1473 een zoon Heyman en de eerder genoemde Maria bij onbekende vrouw(en).
191123.
N.N.
  • De gegevens van Jacob Ruysch zijn ontleend aan het artikel van Geertruida de Moor in "Heidenen, Papen, Libertijnen en Fijnen", pag. 83-106, art. over de kerkgesch. van het zuidwest. gedeelte van Zuid-Holland van de voorchristelijke tijd tot heden, 6e verzamel. (Bijdr. van de Ver. voor Nederl. Kerkgesch.), 1994, EBURON, Delft, ISBN 90-5166-423-0.
  • Van het geslacht Ruysch (A'dam) zijn handschriften in het C.B.G, maar veel interessanter zijn die in het gem. arch. van A'dam. Een genealogie van deze familie verscheen ongeveer 100 jaar geleden in de Navorscher: Nav. 28 (1878), pag. 362-366, id. 29 (1879), pag. 371-381.
198944.
Wouter Gerrits STOCKMANS, overl. Sprang 1480, tr.
198945.
Kathelijn N.N. Zij tr. 2e 1481 Gelden Rommen.
198946.
Corstiaen Willems, wo. op een hofstad in de Nieuwstr. te Sprang, deken St. Catharinagilde (1507, 1516), heilige geestmr. (1510-1511).
199440.
Philip Baijens, heemr. Klein-Waspik (1501-1526), kerkmr. (1501-1524), overl. Waspik vóór 16-7-1541 (erfd. 10-2-1543), tr.
199441.
Anna N.N., overl. na 1541.
199444 -199445 = 34164-34165
199944.
Wouter Wouters van GHOERLE, te Diessen, tr.
199945.
Engelbeern Mathijs Henricx van den NUWENHUIJSEN.
199948.
Henrick Bartholomeüs van den NUWENHUIJSEN, geb. ca. 1395, wo. Diessen, eigenaar van de voorste Baarschotse watermolen, had het goed Wuestenborch in erfpacht, waarsch. overl. 1468, tr.
199949.
jvr. Heilwich N.N.
199964.
Mathijs Bartholomeüs van den NUWENHUIJSEN, geb. ca. 1390, schepen Diessen (1428), wo. aldr. op de Haghorst, tr.
199965.
waarsch. (Geertruijt) Matthijs Aernt SCOTELDREYERS.
199966.
Wellen SCILDER zoon Jans Willem Roeff MUYSKENS, uit Eindhoven, wo. Diessen "opt Hoechuys", tr.
199967.
jvr. Jenneken Jans van den ROIDEN.
200000.
Jan Jans OERLEMANS, geb. ca. 1365.
200002.
Peter Dirx die WEERT.
200208.
Adriaen Jan Arnts, geb. ca. 1390, kocht 24-2-1418 een (ridderlijke) hofstede van Floris van Clootwijck Pontiaens, werd daarmee in 1439 beleend en noemde zich daarna van CLOOTWIJCK, overl. ca. 1468, tr. 2e Johanna Willems van Nederveen, tr. 1e waarsch.
200209.
N.N. Eijmbertsdr. van der BRUGGE.
200212.
Dirck Jans de BORCHGREVE, tr.
200213.
N.N. van SCHALUINEN
223840.
Corstiaen (maar waarsch.) Frans van OSCH), geb. ca. 1440, verm. Eethen (maart 1507).
227840.
Hendrick Jans SNOUCK, geb. vóór ca. 1420, schepen Gorinchem (N.L. 27(1909), kol. 42).
227856.
Roelof (Rudolf) Willems van DONGEN van DALEM, knape, geb. ca. 1392, scholier en clericus Bisschoppelijke College te Luik (1406), erfde in 1450 de hoeve Lichtenberch onder Dongen-Tilburg nadat zus Ermsoud afstand doet van haar aanspraken (R.A.'s Hertogenbosch, inv.nr. 1220, fol. 255 vo.), trof hierover in 1423 en 1424 vele regelingen met zijn broer Willem; erfde diens heerlijkheid Dongen na 1438 en droeg 26 maart 1439 de Zwaluwe op aan zijn broer Jan, tr. (buitenkerkelijk) 18-9-1428 jvr. Jutta van Dyemerbroeck van Vleuten, ex matre Swana; Jutta overl. vóór maart 1463; tr. Jutta uiteindelijk kerkel. 6 febr. 1432; hij overl. 14-2/10-9-1479; behalve de voornoemde Jutta onderhield Roelof vanaf ca. 1425 nog een bijzit, waaruit 4 kinderen
227857.
bijzit Engel Rutten, geb. ca. 1400.
  • Jutta werd door hem reeds vóór 1428 verstoten, in verband waarmee zij haar toevlucht zocht bij haar moeder in Utrecht, waar zij bij de bevoegde kerkelijke instantie een proces aanspande om haar wettige rechten te herkrijgen. De officiaal van Luik bepaalde daarna bij vonnis van 18 september 1428 het vroegere, buiten-kerkelijke huwelijk voor wettig, met het bevel het binnen veertien dagen kerkelijk te doen voltrekken. Die voltrekking vond echter pas plaats op 6 februari 1432.
«« Vrouw ca. 1435 (Rogier van der Weijden)

227860.
Herbaren van ASPEREN van VUEREN, verm. 1335, tr.
227861.
Margaretha de COCK van WEERDENBURG.
232008.
waarsch. Daem Genes, molenaar te Moordrecht (1552).
234192.
Jan Ockers.
240320.
Dirck Jacobs vanSCHOER, geb. ca. 1450, hoogheemr. van de polder Dirk Smeetsland en Meester van den Woudensland te Charlois (1470), verm. polderrekeningen Nieuw-Reijerwaard (1476/79), ontvangt vergoedingen voor werkzaamheden aan een sluis aldr., daarna niet meer; na het overl. van zijn vader ca. 1480 is hij waarschijnlijk naar Charlois verhuisd; koopt tienden te Charlois (1493, 1497), schepen aldr. (tot 1498), overl. aldr. kort nadien.
240336.
Gerrit Roelofs (CRANENDONCK), geb. ca. 1435, heemr. Ridderkerk (1497), landeigenaar in Oud-Reijerwaard (1484-1511), stichtte met zijn vrouw een memorie in de kerk te Ridderkerk, overl. in de Reijerwaard ca. 1514, begr. Ridderkerk (kerk), tr.
240337.
Beatrijs N.N., overl. Ridderkerk na 1514.
  • Gerrit was in 1460 één van de "ghemeenen bueren" van Ridderkerk, die 1/3 deel van de benodigde gelden voor de aanbesteding van een nieuwe kerk inlegden; hij was dus al zeer jong een kapitaalkrachtig man, hoewel zijn vader nog in leven was; de verklaring ligt waarschijnlijk in een erfenis van moederszijde, en kan door herkomst van verschillende van zijn landerijen aannemelijk worden gemaakt.
  • De memorie wordt nog verm. in 1545 en 1550-1568.
241802.
Andries Cornelis, landpachter IJsselmonde (1542-1544).
242000.
Doen Beijens "de Jonge", leenman van Putten met de leengoederen van zijn vader (28-1-1485), schepen Poortugaal (1491 en 8-5-1507), verm. aldr. als belend (1504), test. 6-1-1513, vestigt zijn memorie op de helft van 3½ lijn land, overl. aldr. vóór 17-12-1515, tr. 1e Neeltje Wollebrant Jans, vestigt haar memorie op 2½ lijn land, dr. van Wollebrant Jans (Boot) en Lijsbeth N.N., tr. 1e
242001.
Haeskin N.N.
  • Fondateur van de "Grote Memorielanden" op 35 gemet land te Poortugaal; door de eigendomsadministratie ("blaffaards") van deze Memorielanden zijn de mannelijke en vrouwelijke nazaten van Doen Beijens tot ver na de reformatie bekend; Doen Beijensz is de stamvader van vele grote boeren en bestuurders in de Hoekse Waard en IJsselmonde; Doen en Haesje bestemden de opbrengst van de Grote Memorielanden "omme denzelven uit het innekomen viccary te laten studeren, bequam te maken en onderhouden tot een priester"; ze wilden het land, met alle plichten, tegenover de kerk voor eeuwig in de familie houden: "dat op den oudsten en naasten van syne Descendenten tot een eeuwige memorie soude cuccederen"; de eigendomsadministratie werd na de reformatie op de gemeentesecretarie van Poortugaal voortgezet, bezitters ervan werden verm. tot 1825!
  • Haeskin vestigde met haar zoon Cornelis Doens een memorie op haar huis en het erf in Poortugaal, waarin Cornelis woonde.

  • Roelof Pleunen belooft Francois Doeijens te vrijen met een halve boomgaard te Arkel, zoals François in Poortugaal; Willem en zijn broer Beijen Doeyensz. hebben dit bezit moeten vrijen aan de baljuwschap van Putten en aan Adriaen Willems. (R.A. Gorinchem 537/210, 13-6-1544).(
242002.
Claes Heijndricks, tr.
242003.
Nelle N.N.
257216.
Jan Floris van WIJTVLIET, beleend met tienden te Dussen in Munsterambacht (11-2-1461), beleend met de hofstede van Wijtvliet, groot 14 m. gelegen aan de Dussen in Munsterkerk (4-6-1465), beleend met 4 tienden in Waalwijk (29-12-1470) aangekomen van zijn moeder, beleend met 9 gaarden land in Capelle (12-6-1476), overl. ca. 1484.
  • O.V., 1978, pag. 368 (Repert. lenen hofstede Dussen) en A.R.A. Brussel, heerlijkh. Dussen (charter)
257344.
Jacob Thielmans PIECK, beleend met land in Uitwijk (27-1-1553), overl. 1556.
257632.
Adriaen Dircks Kuijst die POORTER, geb. ca. 1475, tr.
257633.
N.N.
257728.
Aernt Arnts van WIJC die POORTER, heemr. Heusden (1452, 1456), beleend met land in Altena namens zijn vrouw, beleend met goederen in Emmikhoven (18-3-1461), overl. 17-1-1468, tr. 21-11-1454/vóór 18-3-1461
257729.
Agnes van WEIJBORCH, geb. ca. 1410, overl. Emmikhoven na 22-7-1462; zij tr. 1e Glimmer Gerards Glimmers.
  • -21-11-1454 Een huis en 2 m. in Emmikhoven voor Glijmmer Gerard Glijmmers voor Agnes van Weijborch (dit leen was op 28-4-1436 al toegevallen aan haar broer Brien).
    -18-3-1461 Een manschap van 18 mannen samen met een halve tiende in Spijk, strekkende van Emmikhoven en heel Ganswijk, genaamd de Spijk, bij dode van Elisabeth, haar moeder, waarna overdracht (Leenhof Gelre, nr. 2, fol. 125).
    -12-4-1461 Agnes beleent Adriaan van Emmikhoven, ridder, met met een hofstede huis en 2 morgen land te Emmikhoven (Familiearchief Beelaerts van Emmichoven, Afschrift Inv. No. 222 fol.53, Inv. No. 223 fol.45 (43)).
    -22-7-1462 overdracht van de van haar moeder verkregen Otterdijk tussen Stader Zijl en de Alm te Emmikhoven (Nassause Domeinraad, inv. no. 44, fol. XLII vo.).
    -..08/1468 Egmond Matthijsz. zoals Arnout Willemsz. hield van Arnout van Wijk, die poorter, gehuwd met Agnes, dochter van Arnout van Weiburg (Leenkamer van Emmikhoven: repertorium op de leenakten van Giessen, Giessen, Maasland, etc. door J.C. Kort, O.V. september 1978 en maart 1977).
258144.
Anthonis Michiel Wouters van EIJNDHOVEN, samen met broer Willem verm. in het Cijnsboek van Brabant te Den Bosch (1476).
258146.
Reijnier HAENGREVE, overl. 1435/1441.
258528.
mr. Claes van der STAAL Claes, geb. ca. 1430, leenman van de hofstede Arkel onder Ottoland (1454), chirurgijn te Werkendam, stichtte in de kapel van de kerk het altaar van het Heilige Kruis alsmede een armhuis voor "3 ongehuwde personen met een dienstmaagd" (18-11-1492), overl. vóór 10-11-1501, tr.
258529.
Machtelt Floris Gerrits van HOEVEL en van ZWINDRECHT, geb. ca. 1437, overl. na 1492.
  • Van Hoevel = van den Heuvel
258532.
Govert Adriaens van BEAUMONT, geb. Dordrecht ca. 1440, houthandelaar aldr., lid houtkopers- of St.-Nicolaesgilde aldr. (1499), overl. aldr. vóór 23-5-1504, tr. 2e Beatrix van der Does Philipsdr., tr. 1e
258533.
Theodora (Dierthea, Dircksjen) Aedriaens van EGMOND, geb. ca. 1445, overl. Dordrecht vóór 16-11-1492.
  • Zie ook dr. A(drie).W.E. Dek in zijn genealogie over het geslacht Egmond, (Den Haag, 1958) en O.V. 1974, pag. 1-17, pag. 25-44 en pag. 45-52, idem 1975 pag. 234-237, idem 1978 pag. 233, idem 1981 pag. 316.
258534.
Vastraet Aerts de JODE, raad te Dordrecht (1461), tr.
258535.
Adriana Aert Moermansdr.

Generatie XIX

274368.
Gielis Janszoen van AMERZOIJEN, geb. ca. 1385, bezat een erf bij het kerkhof van de kapel in Maelstrem (tussen Den Bosch en Orthen), een huis in Hijnen te Rosmalen, bewoonde de "schoutenhofstad" (stenen huis nabij de kerk) te Sprang, poorter Den Bosch (1455), overl. vóór 15-4-1463, tr. vóór 9-7-1428
274369
Lijsbeth Jan Gerritsdr, dr. van wijlen Jan Gerrits.
  • R.A. 's-Hertogenbosch, inv.nr. 1232, fol. 383, idem inv.nr. 1197, fol. 382 en inv.nr. 1198, fol. 50 en 91.
274422.
Robbert Janssoen van AMERZOIJEN, geb. ca. 1450, gegoed te Sprang, leeft nog (8-3-1517).
274424.
Corstiaen Heijndrick Deniss, geb. ca. 1420, heemr. Sprang (1476), overl. vóór 12-1-1490, tr. 1e N.N., tr. 2e
274425.
Geertruijd N.N..
  • R.A. Sprang, inv.nr. 42, fol. 1, idem fol. 64.
278528.
Roelandt van HILTEN, geb. Ichtegem in het Vrije van Brugge ca. 1390, begr. Sluis ca. 1450, tr.
278529.
Clara N.N.
278536.
Jean van der SARE, schepen van Gent (1406, 1410), tr.
278537.
Marie van HECKE.
278540.
Guillaume DONAES.
278542.
Jan van OVERBEKE, tr.
278543.
Isabelle de ZUTTERE.
382244.
Heyman RUYSCH, schepen A'dam (1451, 1454, 1465) en burgemr. aldr. (1461).
399890.
Mathijs Henricx van den NUWENHUIJSEN, geb. ca. 1380, afkomstig van Diessen, aldr. gegoed, verhuisde naar Hilvarenbeek, tr.
399891.
Elizabeth Rutgers van LUIJSSEL, uit Haaren.
399896.
Bartholomeüs Janssoen van den NUWENHUIJSEN, , geb. ca. 1350, exploitant van de watermolen te Diessen, later geheten de voorste watermolen te Baarschot, verwierf het Baarschotse goed Wuestenborch in erfpacht van Henrick Ghijsberts van Westel en diens vrouw Margriet Willems van Wuestenborch, tr.
399897.
Sweentjen (Swenelt, Sweneldis) N.N.
399898.
Heer Wouter heer Janszoon van POPPEL.
399928-399929 = 399896-399897
400000.
Jan Wouters OERLEMANS, geb. ca. 1335.
  • Zijn zoons Jan en Wouter verm. te Loon op Zand in de Bossche Protocollen okt. 1425/sept. 1428.
455680.
Jan SNOUCK, geb. vóór ca. 1385, wo. Gorinchem, schepen aldr.
  • N.L. 1909, kol.42.
455712.
Willem Roelofs van DALEM, knape, geb. ca. 1357, heer van Dongen en de Zwaluwe, regelmatig verm. in regesten van de Nassause Domeinraad, zegelt in 1383 en 1396 met twee tegengekantelde dwarsbalken (Arkel), in het schildhoofd een barensteel van drie hangers.(Nass.Domeinen, invent. Hingman XXXIV, fo1.379 vo., XXX, fol. 378 vo.); had behalve zijn wettige vrouw nog 3 bijzitten, waaruit nageslacht, 1) Badeloge Johannesdr Bije, dr. van Jan Anselmus (Volgens processtukken a 1386, regest nr. 776, inv.nr. 583, heeft Willem vóór ca. 1380 bij deze vrouw kinderen verwekt die echter nergens vermeld worden), tussen ca. 1380-1390 2) Elisabeth de Jonghe Wericusdr. (Wierix), dr. van Wericus de Jonghe en Elisabeth Theodoricus Sterken (zie G.N. 1994, Gilze-artikel, Die Reede/Srees, afstammelingen van Elisabeth noemen zich van Gilse), 3) Ida Jan Meijnaerts, dr. van Jan Meijnaerts en Engele N.N.; Willem overl. 12-1/14-9-1422, tr. 11-12-1386
455713.
bast. jvr. Sophia van SALMEN, geboren circa 1360, overl. na 26-6-1438.
  • Wellicht was jvr. Sophia van Salmen reeds als jong kind aan Willem uitgehuwelijkt en onderhield hij in afwachting van haar volwassenheid concubines; zijn bastaarden zijn namelijk ouder dan zijn wettige kinderen; volgens haar wapenvoering stamt ze van de graven van Salm.
  • Zie voor haar ook Detlev Schwennicke, Europäische Stammtafeln, Neue Folge, Band IV Standesherrliche Häuser I (1981 Stargardt, Marburg).

  • Voor de verdubbeling van haar kwartieren werd gebruik gemaakt van de kwartierstaat Zuiderent-van Wijgerden die verscheen op het internet. Zie verder o.a. N.L. 1966, kolom 395, nr II, N.L. 1972, kol. 138 en GTMWB 18 (1994), blz. 12, nr 33.
468384.
Ocker Jans, geb. ca. 1402, ambachtsheer van Oud-Alblas, beleend met de helft van 8 m. land in Oud-Alblas (1450), met de helft van 4 m. (1452) en uiteindelijk met de ambachtsheerlijkheid etc., 23 m. in de Groote Nesse en 15 m. in de Matena (1454), overl. vóór 16-10-1463, tr. ca. 1436
468385.
N.N.
  • Zie ook Verslagen 's-Rijks Oude Archieven (VROA) 1916, invent. v. Wassenaar-Starrenburg nr. 121, regest 4.
480640.
Jacob van SCOER, geb. ca. 1420, behoort volgens akte van aanbesteding voor het maken van de kerk van Ridderkerk tot de 27 gemene buren die zich garant stellen voor een derde van de kosten (1460), waardsman (penningmr.) polder Oud-Reijerwaard (1461), verm. polderrekeningen Nieuw Reijerwaard (1464-1479), overl. (Ridderkerk ?) na 1479, tr.
480641.
Baerten N.N.
  • N.L. 1974, kol. 301, O.V. 1996, pag. 334.
  • Een mogelijke verbinding: in 1415 wordt een Dirc van der Schoer vermeld als heemraad van het ambacht Eemde, een dorp dat bij de Sint Elisabethsvloed in 1421 verdronken is.
480672.
Roelof Jans CRANENDONCK, geb. ca. 1410, landpoorter Dordrecht, heemr. (1454) en schout (1459-1460) van Ridderkerk, waarsman Oud-Reijerwaard (1460, 1467-1470), overl. 1482/1484.
  • Presenteerde zich te 's-Gravenhage in 1467 namens het gemeneland bij Karel de Stoute, de nieuwe Bourgondische vorst; uit deze afvaardiging kan men afleiden, dat Roelof beslist tot de vooraanstaande inwoners van de Reijerwaard behoorde; hij bezat daar grote landerijen, wellicht gedeeltelijk erfgoed van zijn onbekende echtgenote.
«« Nederlandse historiebijbel, Utrecht 1443; begin van de tekst van de 150 psalmen met een miniatuur David onthoofdt de reus Goliath en een initiaal de harpspelende David; in de marge de uitbeelding van een Moorse dans (Coll. K.B.)
(Klik op het plaatje om het te vergroten)

484000.
Beije Doens, beleend met het leengoed van zijn vader (11-9-1452) en beleend 1455 (hulde 1467), leenmangetuige van de heer van Putten (1454-1455, 1457), schepen Poortugaal (10-10-1458, 1462/63), overl. vóór 8-1-1485, tr.
488401.
Lijsbeth N.N.
  • Hij neemt op 8-12-1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, n.l. de latere Kruisdijk en de dijk gelegen langs de korenmolen, die achter de dijk van Albrantswaard zijn komen te liggen; juist ten noorden van de plaats, waar de beide lenen elkaar ontmoeten, ligt een boerderij tegen de binnenkant van de dijk op de dijkzate, waarvoor jaarlijks 1 kapoen moet worden betaald, deze betaling geschiedde van 1459-1469 (de boerderij wordt dan nog naar een vorige eigenaar de "Thomashofstede" genoemd); in dezelfde periode is hij 32 schell. 6 duiten aan jaarlijkse arftijns verschuldigd voor 4 gem. 1 lijn land bij de kerk van Poortugaal en 3 pond Hollands voor 7½ gem. land genaamd de Grote Weyde; pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal; van 1459-1465 betaalt hij 18 schell. Hollands voor de "quade 6 gemet"; van 1461-1465 pachter van de droge dijk tussen het Oostdorp en de Driëndijk, de plaats waar zijn leendijken bij zijn boerderij begonnen, tegen 2 pond 16½ en in 1466 tegen 20 schell.; in 1461 pachter van de tienden van Waddenswaert tegen 7 pond 10½ schell. en in 1465 die voor het dorp tegen 10 schell. en de lammertienden tegen 4 pond 1 schell.; van 1459-1462 pacht hij samen met Jan Mattens de staalvisserij van Battenoert tegen 37 pond Hollands en van 1466-1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij tegen 5½ pond; de zwaandrift in Poortugaal pacht hij van 1466-1468 tegen 2 pond 5 schell. en in 1469 tegen 2 pond; houdt van 1466-1469 2 gem. land in pacht aan de Puddikepoelseweg tegen 28 schell. samen met Gout Claisz en en Wouter Petersz en pacht het grootste deel van het land te Poortugaal van het klooster Nieuwlicht tegen 283 Rijnsgulden 9 st.; voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge (1-7-1461); in 1466 wordt Wouter Pietersz zijn zwager (= schoonzoon) genoemd; zegelt op 1-5-1465 voor zijn neef Olaert Hendricksz; vestigt samen met zijn (oudste) zoon Aert Beijens een memorie op 2 gem. land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Doen.
  • (na 1485) "Lijsbet Beye Doens wed. heeft haer eeuwige memorie met Cornelis Beyens haer soon mit een misse te weecke op 6 gemeeten lants leggende bij Arien Dirxz in Pernis.... Ende dese memorie sal men altijt doen op Sinte Michielsdach (= 29 sept.) ende sal doen Doen Beyensz haer soon"; de memorie werd afgekocht "aen de Heyligen Geest van Poortugael bij Doen Willemsz ende meester Pieter Cornelisz".
514432.
Floris van WIJTVLIET, geb. ca. 1390, ontvangt het ambacht Zijdwinde, dat Jan van Zijtwinde had overgedragen aan Willem van Besoijen (12-2-1414), schenkt het aan Dirck van der Merwede, baljuw van Zuid-Holland, slotvoogd van Geertruidenberg (1432), tr. waarsch.
514433.
jvr. Kathrijn (Catharina) Willems van der ZIJTWINDE, geb. ca. 1370, beleent Jan van Slewijc Hermans met een tiend "int grote Spijc" (1413), ten overstaan van Mattheus van Zuydewin Hendricksz. en Robrecht Robbrechts Genemanssoensoen van Zuydewint, hare leenmannen.
  • Kathrijn Willems had een relatie met Gerard van de Maesstede.
514688.
Thielman Jacobs (PIECK), landbezitter te Uitwijk (1520).
515264.
Dirck Kuijst die POORTER, geb. ca. 1445.
515458.
Arnout Arnts van WEIJBORCH, geb. ca. 1385, onmondig (1402), overl. vóór 1455, tr. vóór 27-5-1419
515459.
Lijsbeth Gijsbert Jans van EMMICHOVEN, geb. ca. 1385, overl. vóór 28-4-1436.
  • Zijn lenen:
    -1402 Arnt van Weyberch Arntssoon, onmundig, beleend met een "hoeve lants, gelegen in den kerspel ende gericht van Bochoven, met 2 hofsteden", anno 1402; idem anno 1420; idem 1424; transporteert dit leen op zijnen vader Arnt met bescheit dat het "na sijnen doot weder op hem ofte sijne rechten erven commen sal", anno 1425 (Register op de Leenacten "Gelre", deel Uitheemse Lenen, bl. 65: ALTENA).
    -4-7-1411 Een huis met een gracht en een brug te Woudrichem
    -27-5-1419 Beleent samen met zijn vrouw Willem van Wisschel met 3 m. 1 h. land te Waardhuizen (Repertorium op de Leenen van de Hofstede Dussen, 1356-1671, J.C. Kort.
    -20-9-1419 Beleend als voogd van zijn vrouw met een huis en 2 m. land te Emmikhoven; vanaf 28-4-1436 houdt hij dit leen voor zijn zoon Brien
    -1436, Zaterdag na St.Jorisdach, Arent van Weijborch als momber ten behoeve van Brien van Weijborch, zijn zoon, beleend met een huis en 2 morgen land in het gerecht van Emmikhoven; Bokhoven: item 7 hont opten Scarsack tussen erfgen. Arnts van Weijbach (Weijborch) de ene sijde ende die Gemeijne straat dandere sijde; item 3 hont land opten Scarsacker tussen Aerts van Weijborch aan beijde sijden (familiearchief Beelaerts van Emmichoven, no. 223, pag. 9 en Den Bosch, Schaduwarchief no. 7, Denombrementen Kwartier van den Bosch, Anno 1440, Leenhof van Brabant, no. 9).

  • Haar lenen:
    -7-12-1410/1424 Een leen "wesende voortijts gehalden van der herlicheit van Kuyck gelegen in den lande van Altena tot Kiuzen leensrechte, ontfinck Lijsbet van Emmichaven" [echtgenote van Arnts van Weyborch] anno 1410; Willem van Emmichoven (haar neef) is momber (voogd)(Register op de Leenacten "Gelre", deel Uitheemse Lenen, bl. 65: ALTENA).
    -7-12-1410 Een manschap van 18 mannen in Emmikhoven (een leen van het leenhof van Gelre, voordien een leen van Cuyck); opnieuw daarmee beleend op 18-3-1420 en 5-6-1424 (Register op de Leenacten "Gelre", deel Uitheemse Lenen, bl. 65: ALTENA).
    -13-9-1419 Beleend met de Otterdijk te Emmikhoven
516288.
Michiel Wouters van EIJNDHOVEN, gegoed te Oerle, verm. Cijnsboek van Brabant (ca. 1429), tr.
516289.
Geertruijd N.N.
516292.
Willem van BOESCOT (STAKENBORGH van BOESCOT), heeft verschillende goederen te Someren en Asten, scheidsman (1422), overl. vóór 22-1-1427, tr.
516293.
Hillegont (Hillegonda, Hille) N.N.
517056.
Claes Ghijsbrechts, geb. ca. 1390, leenman van de hofstede Arkel onder Ottoland (1421-1454), overl. vóór 9-3-1454 (mogelijk reeds in 1433/34).
517064.
Adriaen Goverts van BEAUMONT, te Dordrecht overl. na 3-9-1454/vermoedelijk kort vóór 10-1-1468(=1469), tr.
517065.
(Beatrijs ?) N.N.
517066.
Adriaen Aelbrechts (van EGMOND), lid houtkopersgilde Dordrecht (1445), schepen aldr. (1473), overl. aldr. na 1475, tr.
517067.
Adriana Dircks van SLINGELAND, geb. ca. 1430, overl. Dordrecht 8-9-1472.
  • N.L. 2001, nr. 7-8, kol. 521-580.


Generatie XX

548736.
Jan van Herpt Heymansdr. soen van AMERZOYEN, geb. ca. 1355, leenman van de hertog van Brabant voor goederen te Waalwijk, Gansoijen en Besoijen, verwierf de percelen die zijn grootvader kocht van Everart die Wilde (1374), overl. vóór 19-2-1428.
  • Identiek met Jan van Ammerzoijen en Jan Claussoen van Ammelroden. Zie verder R.A. 's-Hertogenbosch inv.nr. 1200, fol. 309 en inv.nr. 1197, fol. 382.
548844-548845 = 137184-137185
548748.
Hendrick Denis, overl. Sprang vóór 26-8-1477, tr.
548749.
Ijcke (Ida) N.N., verm. Sprang 19-2-1480.
  • R.A. Sprang, inv. nr. 42, fol. 7v. en 13.
557056.
Willem van HILTEN, geb. Ichtegem ca. 1360, mr. zadelaere (zadelmaker), deken gilde van St. Lucas te Brugge (1440-1448), overl. Ichtegem vóór 23-12-1448.
799780.
Henneken (Heijn) van den NUWENHUSE, beboet door de kwartierschout van Oisterwijk (1369), geloofde 4 lopenzaad rogge aan Wouter van Brekelen (21-6-1388).
  • In het schepenprotocol van Den Bosch genoemd Henricus filius quondam Joannis de Nova Domo (1376-1383).
«« Aspecten van het boerenleven in de late middeleeuwen, miniatuur uit een Parijs’ handschrift van omstreeks 1376 (coll. Koninklijke Bibliotheek Brussel)

799782.
Rutger Everaerts van LUCEL.
799792.
Jan van den NUWENHUIJSEN, molenaar te Diessen.
800000.
Wouter OERLEMANS, geb. ca. 1305.
911424.
Roelof II van DALEM, ridder, geb. ca. 1320, beleend met Sleeuwijk (1336), baljuw van Zuid-Holland (29-5-1345), heer van Dongen (1350-1361), bezat goederen in het land van Altena, Dalem, Stade en Sammenoord, het Slijcoort, en in Rijswijk (N.-Br.) de Cruijskampen; kocht 22-5-1350 van zijn schoonvader zijn woning te Dongen en de lage rechtspraak aldr. tot 5 schellingen, tevens 69 bunder, 347 en 'n halve roede land aldr. en te Gilze, hetwelk zijn vrouw hield als leen van haar vader; koos de zijde van de Hoeken en kreeg tenslotte op 2 maart 1355 van Graaf Willem V, toen deze hem al wat hij gedaan had vergaf, tegen betaling van 2500 schilden al zijn goederen terug, overl. 19-3/15-9-1361 (volgens het necrologium van Sint Servaes te Utrecht stierf hij in juni 1361), tr. ca. 1345
911425.
bast. Beatrix van DUYVENVOORDE, geb. ca. 1325, werd door keizerin Margaretha, gravin van Holland, in ruil voor 250 pond zwarte tournooizen jaarlijks gevestigd op het tol te Ammers, en door haar gekocht van Dieric van Matenesse, beleend met het goed "De Zwaluwen" (20-6-1346), zoals Gherit van Wieldrecht dat aan haar vader had opgedragen; zij werd door graaf Willem V opnieuw beleend met "De Zwaluwen" (10-3-1354), doch droeg dat op 2 september 1376 over op Jan II van Polanen; zij overl. na 25-11-1387.
  • Zie o.a. N.L. 83 (1966), kolom 389-390; GTMWB 18 (1994), pag. 12, nr 32.
911426.
Johan II, graaf van SALM-ARDENNEN, verm. 1347-1401, graaf van Salm (Elzas) 1347, graaf van Chiny 1358/65, tr. 22-5-1355 Philippa van Valkenburg, geb. ca. 1337, overl. 21-2-1388/29-8-1398, dr. van Jan I en Katharina van Voorneburg, maar heeft een bijzit
911427.
N.N..
  • Hoewel niet 100% bewezen dat Johan van Salm daadwerkelijk de vader is van Sophia van Salmen, zijn er voldoende aanwijzingen (o.a. het door haar gevoerde familiewapen) dat zij tot deze familie behoort, waarmee praktisch alleen Johan als vader in aanmerking komt. Schwennicke verbindt haar via een stippellijn met Johan van Salm (ES IV-93). B. de Keijzer zet in de kwartierstaat van Dalem van Dongen-van Besoyen (K.N.G.G.W., Kwartierstatenboek 2000, blz. 212 ) Johan van Salm als vader tussen haakjes. Verder geeft hij als moeder N.N. aan, rekening houdend met de mogelijkheid, dat Sophia wellicht een buitenechtelijke dochter was, anders lijkt een standsverschil aanwezig, daar Willem van Dalem niet zoals van Salm tot de hoogadellijke families behoorde. [In een discussie op de Lijst Nederlandse Adel in december 2004 meende Hans Vogels dat Philippa van Valkenburg hoogstwaarschijnlijk wel de moeder van Sophia geweest is, daar haar wapen ongebroken is. In mei 2005 wees echter de heer Bert Barendrecht op het feit, dat in Vermeulens "Jan van Valkenburg, ridder, heer van Born, etc." een tweetal aktes van 8-12-1400 en 1-7-1401 voorkomen waarin Jan van Salmen sr., jonggraaf Jan en zuster Odilia onderling accoord blijken te zijn over de verkoop van "de landen van Born, Sittard en Susteren", zonder dat daar Sophia en haar man in voorkomen; dit maakt toch de bastaardvariant weer waarschijnlijker]. Als vader van Sophia dient zich echter geen andere Van Salm in de betreffende periode aan, waarmee - ook volgens H. Vogels - Johan vrijwel zeker als vader van Sophia beschouwd moet worden. (Bron: kwst. Zuiderent-v. Wijgerden op het internet).
936768.
Jan Ockers BESEMER, geb. Dordrecht ca. 1365, leenman van (?), overl. Oud-Alblas ca. 1422.
961344.
Jan Roelofs CRANENDONCK, geb. ca. 1380, landpoorter Dordrecht (1445, 1446, 1450), landeigenaar Nieuw-Reijerwaard (1443-1453), overl. na 1454.
  • Landpoorter van Dordrecht in de Reijerwaard (Riederwaard), verm. 1445/46/50; landeigenaar in Nieuw-Reijerwaard, vermeld 1443/53; beleend met 7 m. land in de Spijk onder Emmikhoven bij dode van zijn broer Willem van Gennep (1411): "Jan Roeloffs de men heet Jan Cranendonck" heeft 5 1/2 margen land achter Slikkerveer; uit de grote overeenkomst der wapenvoering veler Cranendoncks is aan te nemen, dat ze allen uit dezelfde familie stammen, waarvan Jan Roelofs de stamvader is; niet alle verbindingen zijn echter bewezen; de ster in de wapenvoering wijst op een bastaardafstamming, vermoedelijk uit het geslacht van Horne-Altena, dat ongeveer hetzelfde wapen voerde.
968000.
Doedijn Beijens, beleend met 2 gem. land na overdracht uit eigen aan de Hofweg te Poortugaal, belend ten zuiden door Beyen Lems (1-4-1429), leenmangetuige van de heer van Putten (1432-1434), medebedijker van het Oudeland van Strijen (12-3-1436) na de St.-Elisabethsvloed, heeft land gemeen met Gheen Jans en diens zwager Simon Bartouts (10-5-1442), leenmangetuige (1445), verm. als belender in de blaffaard van de memorielanden, overl. vóór 11-9-1452, tr. kerk ca. 1420 968001.
Margriet N.N., overl. 1446.
  • Hij vestigt zijn memorie op 2 gem. land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Beye Doensz.
  • Haar memorieland, groot 4 lijn achter de kerk van Poortugaal, maakt deel uit van de grote memorielanden (nr. 46).
1028866.
Willem Jans van der ZIJDWIJNDE, geb. ca. 1345, overl. 1-10-1403, beleend met het ambacht Zijdwinde vanaf 8-10-1360, bezit 12 gaarder land te Raamsdonk, en het Korte Ambacht in Zwijndrecht met het recht van de wind.
1030916.
Arnt Robijns van WIJBORCH, verm. als getuige (8-7-1363, 1369, 1373 en 26-7-1383), richter van Sleeuwijk (1393), tr.
1030917.
Aleijd Willems SCOLPEN
  • -9-9-1386 Albrecht van Beieren oorkondt, dat hij, nu het land van Altena aan hem is toegewezen, Aernt van Weienburg (Weyburch) alle breuken en misdaden heeft vergeven, die deze in het land van Altena begaan heeft, en geeft Aernt tevens zijn goederen in het land van Altena terug, die hem door de heer van Horne waren ontnomen (gedrukt bij van Mieris III, blz. 446).
    -Vrijdaghs nae onser Vrouwendach te Lichtmisse 1393, hertogh Aelbrecht van Beyeren geeft Aernt van Weijborch weeder sekere 3 morgen en twee hont lants gelegen in den Dystelcamp in de banne van Sleeuwijk, die hem met geweld ontnomen waren (Goussets index op de oude registers; archief Leenkamer no. 393, Sleeuwijk, A.R.A).
    -9-6-1398 Albrecht van Beieren beleende Alijt Willems Scolpendr. met een hofstede en huis binnen Woudrichem, dat haar vader van de heerlijkheid van Altena in leen hield; Alijts echtgenoot Aernt van Weyburch Robbijnszone doet hulde als haar man en voogd. (Leenkamer Holland, no. 52, fol.288, no. IV, 22).
    -1440 item 7 hont opten Scarsack tussen erfgen. van Arnts van Weijbach (Weijborch) deen sijde ende die Gemeine straat dandere sijde; item 3 hont land opten Scaracker tussen Aerts van Weijborch aan beijde sijden.


Emont van Emmichoven, broer van Gijsbert Jans, begr. Leuven 29-6-1468
hij was o.a. hospitaalridder en commandeur van de Maltheser Orde te Rhodos
(met dank aan Fred Wijburg)
1030918.
Gijsbert Jans van EMMICHOVEN, overl. na 7-12-1410.
1032576.
Wouter Ghevaerts van EIJNDHOVEN, gegoed te Oerle, verm. in het Cijnsboek van Brabant met broer Ghevaert (vóór 1446), tr.
1032577.
Heilwic (Hille) N.N.
1032578.
Hendrik Jan STAEXS (SCAUXS) van STEENSTEL, tr.
1032579.
Lijsbeth N.N.
1032584.
Matheus de BOESCOT de ASTEN, eiser in een proces tegen de Belgische Norbertijnerabdij te Postel (1359), scheldt zijn eis kwijt (1364), overl. vóór 17-12-1389, tr.
1032585.
Margaretha (van VLADERACKEN?), overl. vóór 1399.
1034112.
Gijsbrecht Hendricks alias "van Hem" (bij Schoonhoven), geb. ca. 1360, leenman van de hofstede Arkel onder Ottoland (1403-1421), overl. vóór 6-8-1421.
1034128.
Govert (Adriaens ?) van BEAUMONT, lid van het St.-Pontiaensgilde (lakenkopers en wantsnijders) te Dordrecht, overl. vóór 1449, tr.
1034129.
Fije N.N., overl. na 19-4-1463.
. 1034134.
Dirck van SLINGELAND Ottens, geb. ca. 1390, schepen Dordrecht (1426/27), burgemr. aldr. (1437, 1440/41, 1447-1450, 1453), tresoriër aldr. (1439, 1444, 1447, 1450-1452), hoogheemr. van Mijnsheerenland (1441), ambachtsheer van het halve ambacht van Puttershoek (1441-1453), overl. Dordrecht 1453, tr. aldr. 1422
1034135.
Heilwij (Hadewij) Jans van NAERSSEN, geb. ca. 1400, overl. Dordrecht na (17-1)-1459.


Generatie XXI

1097472.
Claus van HERPT (Claus van AMMELRODEN?), tr.
1097473.
Elisabeth van AMMERSOIJEN, geb. ca. 1330, waarsch. wed. van Arnt Vos, met broer Hendrick "fundataire" van de Hertog van Brabant voor goederen in de Herpen en Heesch (1374).
  • G.N. 1962, pag. 360-363.
1114112.
Jan van HILTEN de Jonghe, geb Brugge ca. 1330, scepper (= tailleur), overl. aldr. ca. 1390, tr.
1114113.
Kathelijne N.N.
1822848.
Floris (waarsch. Jans) van DALEM, heer van Dalem, verm. 1303-1330, schepen Gorinchem (1324), tr.
1822849.
Bele N.N.
1822850.
bast. Willem van DU(I)VENVOORDE alias Willem SNICKERIEME (= roeispaan), knape, geb. omgeving Haarlem ca. 1290, trad in 1311 in dienst van van graaf Willem III van Holland, door de graaf beleend met "7 hoeven in de wildernis bij Nootdorp" (15-5-1313), diens kamerling en schatbewaarder (1314), ridder voor hertog Jan III van Brabant te Brussel (1328), zijn ridderschap het jaar nadien gewettigd door keizer Lodewijk IV van Beieren en sindsdien als van Duivenvoorde o.a. burggraaf van Geertruidenberg, heer van Oosterhout, vruchtgebruiker van Breda (1339-1353) enz., internationaal bankier, overl. 12-8-1353 (in zijn kasteel Boutershem, nabij Mechelen), tr. (huwel. voorw. 15-8-1326) Heilwich van Vianen, vrouwe van Vianen (1333-1351), overl. 14-2-1351, dr. van Zweder II en N.N. van Egmond; hij had ook een relatie met Trude (Geertruij) Boudijns van der Poele (zie nr. 8247349); dr. Beatrix komt echter uit een bijzit met
1822851.
Aleyt OEMENCS, geb. Brussel ca. 1309, overl. na 1387.
  • Hij bleef na het overl. van zijn vader in 1308 als bastaard zonder erfenis berooid achter; zijn bastaardafkomst werd, na uitzonderlijke legitimatie door de keizer van het heilige Rooms-Duitse rijk, Lodewijk IV, te niet gedaan (waarsch. door hem afgekocht in 1329) waarna men hem niet langer durfde aan te spreken met zijn bijnaam; Willem van Duvenvoorde kon als (achteraf) wettig geborene zijn goederen doen vererven, maar zijn huwelijk met Heylwich van Vianen hadden hem geen kinderen geschonken; zijn bastaarden, minstens twaalf, kon hij alleen via omwegen bevoorrechten; het grootste deel van zijn vermogen ging dan ook naar zijn neef, de zoon van zijn halfbroer, Jan II van Polanen, diens zoon Jan III van Polanen huwelijkte zijn 12-jarige dochter Johanna of Jenne van Polanen uit aan graaf Engelbrecht van Nassau; zo kwam Willems onmetelijke vermogen uiteindelijk terecht in het geslacht van Nassau, onze huidige koninklijke familie.
  • De graaf beloonde Willem met goederen en geld; de meeste leenmannen leden verlies op hun goederen en moesten tijdens krijgstochten de tekorten aanvullen; Willem daarentegen beheerde zijn goederen zo bekwaam dat hij er winst uit behaalde en met die winst nieuwe goederen kon kopen; hij liet zijn goederen centraal beheren vanuit Huize Ten Strijen in Oosterhout, in 1324 gekocht van Beatrix van Putten en Strijen, enkele jaren later opgeknapt met o.a. een voorhof en een diergaarde en door hem en zijn vrouw bewoond (Huize Ten Strijen was het grootste kasteel dat in de veertiende eeuw in het graafschap werd gebouwd); het lag strategisch in de schimmige grensstreek tussen het graafschap Holland en het hertogdom Brabant ; tientallen klerken waren in dit kasteel van Willem aan het werk; wie zich niet aan zijn (strenge) regels hield, kon uit het zich steeds uitbreidende gebied vertrekken.
    Willem verkreeg niet alleen rechtmatig goederen, hij nam ze ook brutaalweg door zonder toestemming grond van de hertog in de grensstreek te ontginnen; na het afgraven van het veen werd het stuk grond bedijkt, op het drooggevallen land graasde vee, nog later kwam er akkerbouw en ontstonden er nederzettingen; de oorspronkelijk woeste gronden leverden hem in enkele jaren veel geld op; hij misleidde de hertog bijvoorbeeld door een dorp ’s-Gravenmoer te noemen, de hertog ging er dan ten onrechte van uit dat Willem van Duvenvoorde de grond van de graaf in leen had; de graaf, die op gespannen voet met de hertog leefde, ondersteunde de handelswijze van zijn leenman.
    Aan het eind van zijn leven had hij vrijwel de gehele landstreek tussen Moerdijk en de huidige Belgische grens in zijn bezit, in het westen begrensd door het Markiezaat van Bergen op Zoom en in het oosten door de Meierij van Den Bosch.
    Willem van Duvenvoorde was niet alleen raadsman van de graaf maar ook diplomaat: de graaf stuurde hem op diplomatieke missies naar de hertog; Willem slechtte geschillen en voorkwam oorlogen; al snel onderkende de hertog Willems kwaliteiten; de hertogelijke financiën waren een chaos, Willem bracht ze op orde en naast de beloning in de vorm van goederen benoemde ook de hertog hem tot zijn eerste raadsman; de Duitse keizer riep zijn hulp in, de paus, de Engelse koning; tevens leende hij geld aan hen, zoals hij ook aan de Luikse bisschop en de Keulse aartsbisschop geld leende; de winsten gebruikte hij voor een deel voor het stichten van kerken, kapellen en kloosters.
    De graaf en zijn opvolgers voerden een sobere herberg; de contacten met de opvolgers van graaf Willem III werden minder hartelijk (mogelijk ook veroorzaakt door het sneuvelen van zijn oudste bastaardzoon in de slag bij Staveren in 1345); Willem pronkte graag met zijn rijkdom en voelde zich meer thuis in de veel gastvrijere hofhouding van de hertog, die vele gasten uitnodigde aan een rijk gevulde dis, opgeluisterd door zijn eigen toneelgezelschap, waardoor hij steeds vaker verbleef in het hertogdom.
    Huize Ten Strijen was niet zijn enige onderkomen: naast huizen en burchten in het graafschap, bouwde Willem kastelen in het hertogdom; hij liet o.a. huizen in de wijken Koudenberg en Jodenpoel in Brussel afbreken om er zijn huis "Koudenberg" nabij het hertogelijke paleis te laten optrekken.
    Pogingen om te bemidelen in de Hoekse en Kabeljauwse twisten mislukten en hij trok zich als "Hoekse edelman" gedesillusioneerd terug in het hertogdom nadat zijn huis in Den Haag door de "Kabeljauwen" was vernietigd om nooit meer in het graafschap terug te keren; uiteindelijk is hij, als rijkste man van zijn tijd, op 12 augustus 1353 in zijn kasteel Boutershem nabij Mechelen overleden, begr. Brussel in de door hem gestichte kapel der Rijke Clarissen.

  • Bron: Eva Bentis "Schaduw van de avond", uitg. Contact, Amsterdam (2000).
1822852.
Simon I, graaf van (Opper)SALM, verm. 1326, koos de zijde van de Franse koning en sneuvelde tegen de Engelsen in de de slag bij Coucy (26-7-1346), tr.
1822853.
Mathilde van SAARBRÜCKEN, ook van COMMERCY, verm. 1317-1354.
1873536.
Ocker Johannssohn BESEMER, geb. ca. 1330 in Esslingen am Neckar (W.-Dld.), wijnbouwer bij de Neckar, wijnhandelaar te Dordrecht, overl. aldr. ca. 1400.
  • Ocker is de stamvader van alle Nederlandse Be(e)s(z)emers. In Eßlingen zijn uit oorkondes nog 3 geslachten te reconstrueren. De vroegste Besemer zal rond 1200 geboren zijn. De Besemers waren zeer welgestelde wijnbouwers op de hellingen van de Neckar, met uitgebreide bezittingen en veel horige boeren, welke voor hen werkten. Rond 1355 hadden Holland en Schwaben dezelfde vorst. Vanwege het slechte drinkwater in Dordrecht kwam Ocker naar Holland om er een wijnhuis te vestigen met aanvoer over de Neckar en Rijn vanuit Eßlingen en omgeving, [Men dronk in de middeleeuwen liever de lichte Duitse - overwegend witte - wijn, dan de zwaardere Franse wijnen. De wijnhandel was voor Dordrecht reeds op het eind van de dertiende eeuw een "grand commerce", nog versterkt door het stapelrecht, dat Dordrecht in 1299 van Jan van Avesnes verkreeg, voor alle goederen die over Lek en Merwede werden aangevoerd]. Het was een gouden handel, waardoor de familie ook in Holland heel rijk en dus invloedrijk werd. Tussen 1400 en 1700 waren de Besemers echte patriciërs, vooral in en rond de Drechtsteden. Mede door de Reformatie verarmden na 1600 de diverse familietakken. (Bron: Willem Frijhoff, Jan van Herwaarden e.a., Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 (Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1996, pag. 43-45).
1922688.
Roelof CRANENDONK van EMMICHOVEN, geb. ca. 1330, dood 1380, tr. 1e N.N. (waaruit Willem van Gennep, tr. 2e
1922689.
N.N.
1936000.
Beijen Beijens, bewoont een hofstad te Poortugaal, pacht de strook grond langs de dijk tussen Poortugaal en de Deijffel (1395-1396) van Zweder van Abcoude, heer van Putten, betaalt 3 kapoenen voor een weg naar zijn hofstad (1395/98), overl. vóór 8-6-1408, tr.
1936001.
Lijsbeth N.N., vestigt een memorie in de kerk van Poortugaal verzekerd op 2 gem. in ver Nellenhouck met haar zoon Beije Beijens.
2057732.
Jan van der ZIJDWIJNDE, beleend met Zuidewijn (20-3-1379), tr.
2057733.
Beatrys van WEIJBORCH, geb, ca. 1320; zij had 2e een relatie met Dirc van Riede.
2061832.
Brien van WEIJBORCH, knape (1371), heemr. Sleeuwijk (1363), getuige (1381 en 1382), manne van de heer van Altena (1382), schout van Woudrichem (1391), schepen aldr. (1399), in 1410 beleend met een leen van der Leck (10 m. land in Uitwijk met lijftocht van Maria, zuster van Jan van Giessen (AND 44, fol. 63 vso.-64)), overl. na 21-9-1414, tr.
2061833.
Oda N.N.
  • Bronnen: mr. K.N. Korteweg: "Rechtsbronnen van Woudrichem en het Land van Altena" (Uitgave Kemink, Utrecht, 1948): Brien van Weyborch verm. in: no.127: 8 november 1363, heemraad te Sleeuwijk (Archief Altena, no. 102); no. 142: 15 augustus 1371, knape; no. 155: 9 februari 1381, getuige (Leenkamer Holland, no. 21, 2e ged., fol.14); no.162: 12 juli 1382, getuige (Leenkamer Holland no. 51, 2e ged., fol.25); no.198: 7 mei 1391, schout van Woudrichem (idem, fol.10 en 10 vso.); no.226: 13 april 1399, schepen van Woudrichem (idem, 1e ged., no.51, fol.16).
  • Hij wordt verder genoemd in 1389 (Reg. Oistervant Cas E fol. 8, 18 en 19 vso.) en in 1412 (Reg. Memoriale BA Cas R 1409 en in 1412 fol. 71); tevens verm. voor het laten doen van timmerwerk aan het huis te Woudrichem 1-1-1409/1-1-1410 (Graven van Holland, inv. nr. 1327, A.R.A.) en op 21-9-1414 verm. in een "Quitantie" van de proost van het kapittel van Oud Munster wegens 6 mark zilver in afkorting op 26 mark die de graaf van Holland hem en zijn kapittel van twee termijnen ten achter is (inventaris kapittel van Oud Munster te Utrecht, no. 1830, R.A. Utrecht).
2061836.
Jan Roelofs van EMMICHOVEN, beleend met een van de 2 Otterdijken 1380-1419 (leen van van de Lek en Polanen), leenheer Emmichoven (22-4-1400), tr. ca. 1360
2061837.
bast. Lijsbeth Willems van OOSTERHOUT.
2065152.
Ghevaert (Godefridus) van EIJNDHOVEN, ridder?, heer van Yeckscot, schepen Den Bosch (1358), getuige van Johanna van Brabant (1356), verm. stoot- en spectboek van de heerlijkheid Yeckscot, verm. Cijnsboek van Brabant (ca. 1380), overl. 1375/1386, tr.
2065153.
N.N., erfdr. van Yeckscot.
2065154.
Willem van ZEELAND, tr.
2065155.
Elijsabeth van CROMVOIRT.
  • Hij zou stammen uit het geslacht van den Poeldonck.
2065158.
Jacob van HEERLE.
2065168.
Matheus van STAKENBORGH dictus BOESCOT, geb. ca... 1290, erft korte tijd de heerlijkheid, goederen en cijnzen van Boischot, gevangen gehouden te Aleppo in het "Heilige Land" door de Mohammedanen, overl. vóór 1357, tr.
2065169.
Magdalena van HAENGREVE.
2065170.
waarsch. Petrus HELLINC, ridder en leenman, tr.
2065171.
Elijsbeth van VLADERACKEN.
2068256.
waarsch. Adriaen van BEAUMONT Goverts, overl. Dordrecht 1435, tr.
2068257.
waarsch. Elisabeth SCHAERT Pieters, overl. vóór 14-12-1407.
2068268.
Otto van SLINGELAND Jans, geb. ca. 1360, geschutsmr. van Dordrecht (1399-1400), overl. na (1-10)-1400, tr.
2068269.
Geertruijd Sarijs Reinoutszn.dr.
2068270.
Jan Henricks van NAERSSEN, schepen Dordrecht (1398, 1404, 1414-1415), burgemr. aldr. (1403-1404, 1414, 1417), begijnmr. aldr. (1400), tresoriër aldr. (1401), beleend met het ambacht Puttershoek (1403-1425), raad hertog Jan van Beieren (1419), zegelde 1414 met het oudst bekende wapen van deze familie, overl. vóór 1-12-1425, tr. vóór 1-1-1400(=1401)
2068271.
Hadewij Gijsbrecht Vranckendr. (van DIEMEN), geb. Dordrecht.
  • (zonder datum) Samen met Barthout Woutersz van Naerssen en Hugo Hamert voer hij naar Sleeuwijk om een bolwerk op te werpen tegen de heer van Arkel.
Ga verder naar Generatie XXII-XXXI
Ga terug naar Generatie XVI-XVII